Bart Nijman: ‘Uiteindelijk zal de aanhoudend herhaalde bewering dat ‘extreemrechts wordt genormaliseerd’ uitsluitend tot gevolg hebben dat extreemrechts wordt genormaliseerd’
'Argumenten zijn immers overbodig zodra een verwijt geen vertrekpunt is voor debat, maar een eindstation.'
Hoewel het geen nieuwe term is, wordt dit verhit rakende verkiezingsseizoen (we hebben tegenwoordig om de twee jaar een nationaal kampioenschap hoogpolariseren) de term ‘normaliseren’ genormaliseerd. Zo veelvuldig, dat je daaraan onbewust onmiddellijk de term ‘extreemrechts’ koppelt.
Wat ooit politiek rechts heette te zijn, wordt nu radicaal-rechts genoemd. Als het conservatief-rechts is, wordt het weggezet als ondermijnend voor de democratie. Als rechts niet links genoeg is, noemen we het extreemrechts. Zo simpel is het, want wat simpel wordt gemaakt, blijft het makkelijkst plakken.
Wie of wat precies voor die vermeende normalisering zou zorgen, blijft echter altijd vaag. De aantijging wordt namelijk steevast als voldongen conclusie geponeerd. Argumenten zijn immers overbodig zodra een verwijt geen vertrekpunt is voor debat, maar een eindstation. In een wereld van snelle soundbites hebben verdachtmakingen een sterker effect dan vragen.
Wat kun je überhaupt inbrengen tegen dooddoeners? ‘U normaliseert extreemrechts’ is geen stelling, het is een fuik. Ontken je de aantijging, dan erken je de beschuldiging dat er inderdaad zoiets bestaat als een ‘normalisering van extreemrechts’. Erken je de premisse van de stelling, dan bestempel je jezelf als extreemrechts.
De aantijging is derhalve een frame – een verzinsel om je eigen punt voordelig uit te lichten en andermans positie te beschadigen. Zeker binnen politieke retoriek speelt waarheidsvinding daarbij geen enkele rol. De beschuldiging bewijst niets. Een bekentenis bekrachtigt dus ook niets.
Eigenlijk kun je dus gewoon antwoorden met: ‘Ja, u heeft gelijk. Dat doe ik. Ik normaliseer extreemrechts.’
De inquisitie boekt dan een pyrrusoverwinning. Want dat antwoord verwachten ze niet en voor een ‘zie je wel!’ kopen ze niets: triomfalisme is een waardeloze munt. Oké, prima, dan noemen we rechts voortaan toch extreemrechts? Het zal kiezers niet afschrikken rechts te stemmen (kijk maar naar de peilingen).
Het betekent evenwel dat een zwaar verwijt koerswaarde kwijtraakt. Door retorische inflatie zijn beschuldigingen als ‘racist’ en ‘islamofoob’ hun koopkracht reeds verloren en, zo gebiedt de eerlijkheid toe te voegen, voor een dergelijke duurbetaalde ontwaarding van het antisemitisme-verwijt zou eveneens zorgvuldiger moeten worden gewaakt.
‘Extreemrechts’ betekent onderhand niet veel anders dan ‘niet links’. Of in ieder geval ‘niet links genoeg’. Dat ben je al snel: het Overton-window heeft in de Jaren Woke een ruk naar extreemlinks gemaakt. Dus tegenkrachten die het raam naar rechts trekken, schuiven zichzelf dan al snel in een zogenaamde extreemrechtse positie.
Tussen die vermeende uitersten probeert het frame ‘fatsoen’ zichzelf in het redelijke midden te positioneren. Maar hebben andere electorale sentimenten niet allang dat honk bezet? Zoals wantrouwen. Somberheid. Cynisme. Wanhoop, zelfs.
Uiteindelijk zal de aanhoudend herhaalde bewering dat ‘extreemrechts wordt genormaliseerd’ uitsluitend tot gevolg hebben dat extreemrechts wordt genormaliseerd. Als verwijt, niet in werkelijkheid. In de bestuurlijke realiteit boekt niemand vooruitgang: in frames kun je niet wonen.
- NL Beeld / Regiofotografie