James Worthy: 'Als Nederlander wil je simpelweg thuiskomen in een land waarin Joost Prinsen nog leeft'
'Ik kreeg op Schiphol een pushbericht over zijn overlijden. Ik was net geland en niet te spreken over zo’n ontvangst'
Ik kwam hem geregeld tegen in televisie- of radiostudio’s. Een beschaafde man die vooroverhing als een kamerplant die naar de zon groeide. Ik vond het wel toepasselijk. De beste voordrager van het land die naar voren hangt, omdat ie alles voordraagt.
De eerste keer dat ik hem zag, was op een nationale gedichtendag waar we allebei iets moesten voordragen. Hij speelde de zaal plat en ik speelde de zaal leeg. In die tijd vond ik nog niet dat ik een poëet was. Hij sprak me later op de avond aan. ‘Je legt te veel gevoel in je taalgevoel. Ik weet dat je verliefd bent op de taal, maar jij propt haar nu vol met bonbons. Haar huiskamer staat vol met rozen. Zo vol dat ze geen bewegingsvrijheid meer heeft. Je laat haar geen ruimte om te dansen,’ zei hij met een stem waar je alleen maar naar kon luisteren. Die stem. Rasperig als de rasp waarmee je de kaas raspt, maar ook romig en dik als de kaasfondue die je met de geraspte kaas maakt.
Ik liep later die avond naar buiten met zijn woorden nog in mijn oren. Het voelde alsof iemand de ramen had opengezet in een benauwde kamer. Ik merkte dat ik anders naar mijn eigen taal keek. Niet meer alleen naar de woorden die ik mooi vond, maar naar de plekken waar ze konden bewegen, waar ze vrijuit konden ademen.
De dagen daarna zat ik urenlang te schrijven. Soms voelde het alsof ik een kamer vol rozen moest leeghalen om één enkele bloem te laten bloeien. En elke keer als ik een zin liet ademen, dacht ik aan hem. De man die vooroverhing als een kamerplant, die woorden kon vormen tot een aanraking, die kon laten zien dat taal geen object was om iets mee op te vullen, maar een ruimte om in te leven.
Ik kreeg op Schiphol een pushbericht over zijn overlijden. Ik was net geland en niet te spreken over zo’n ontvangst. Als Nederlander wil je simpelweg thuiskomen in een land waarin Joost Prinsen nog leeft. Hoe hij maar verwonderd en onaangepast naar het leven keek, met die jonge ogen onder die oude wenkbrauwen. Melancholisch en ondeugend. Een duizendpoot die lief was voor al zijn vermoeide voeten.
Uit al zijn werk kan je troost halen. Zijn curriculum vitae is een Febo-muur vol liedjes die je als dekentje kunt gebruiken en columns die op kruiken vol warme honing lijken.
Niets wat hij deed was mooi op de gladde manier, maar mooi op de eerlijke manier. De enige manier. Alles gebeurde met het mes op tafel. Open en zonder compromissen.
Het mes ligt nog steeds op tafel, maar hij is er niet meer.
En dat steekt.
- NL Beeld / Patrick van Emst