Premium

Acteur Yannick Jozefzoon: ‘Roem is niet mijn drijfveer, acteren is voor mij first nature’

Acteur Yannick Jozefzoon (35) speelde in meer dan vijftig series en films en staat vanaf deze week op de podia met King Cannabis, een even persoonlijk, humoristisch als ontroerend theaterstuk.

Acteur Yannick Jozefzoon

Nieuw Revu ontmoet Yannick Jozefzoon
Waar? Hotel V, Amsterdam-Oost. Iets genuttigd? Een cappuccino voor de reporter, potje thee voor Yannick. Verder nog iets? De première van King Cannabis was op 1 november in het Likeminds Theater in Amsterdam, vervolgens gaat de show tot en met 26 januari 2026 het land door.

Er is een enorme hoeveelheid films en series waarin jij speelt, terwijl je bij het grote publiek toch redelijk onder de radar vliegt. Dat is best opmerkelijk. 
‘Ik denk dat dat de charme is van acteur zijn in Nederland. Je kunt jarenlang heel lekker aan het werk zijn, een carrière opbouwen, de mooiste rollen spelen en ervan leven, maar toch gewoon onopgemerkt over straat gaan. Ik had daar onlangs nog een gesprek over met Will Koopman, regisseur van Gooische Vrouwen. Zij had het over Hans Croiset, een acteur die net negentig is geworden en de prachtigste rollen heeft gespeeld, maar voornamelijk op het toneel – van Shakespeare tot Griekse tragedies.

Nu regisseert Will hem in de serie Oogappels en ineens wordt hij op straat herkend. Soms gebeurt dat, dat je ineens in een serie zit die door een samenloop van omstandigheden helemaal opblaast, dat je een personage speelt dat heel goed valt. Bij sommige acteurs gebeurt dat bij hun eerste rol, bij anderen pas als ze al met pensioen mogen. Er is geen peil op te trekken. Dus doe ik dat niet. Sowieso is roem niet de reden dat ik dit werk doe. Ik acteer omdat het voor mij first nature is. Dit is wat ik doe, wat ik wil, wat ik kan en waar ik blij van word.’ 

Toch kan een bepaalde mate van roem handig zijn in jouw vak.
‘Ik kan daar niet over oordelen, omdat ik het nog niet heb ervaren. Ik ben dus vooral blij met hoe het nu gaat, maar ik sta open voor de verrassingen die het leven voor me in petto heeft, dus mocht het op een dag wel gebeuren, dan ben ik zeker nieuwsgierig naar hoe dat zal zijn. Ik wil het leven ten volste leven.’ 

Denk jij lang na voor je een rol aanneemt?
‘Ik ben inderdaad wel specifiek in dingen die ik wel en niet wil doen. Allereerst kijk ik naar de makers: voel ik me daar goed bij? En vind ik het verhaal interessant genoeg? Dat zijn toch wel de eerste criteria. Natuurlijk moet ik soms ook gewoon geld verdienen, maar ik probeer toch altijd te kijken in hoeverre iets bij mij past, of iets niet schadelijk is voor mijn carrière. Die afweging maak ik altijd.’

Pak je zo’n rol in Gooische Vrouwen dan vooral vanwege Will Koopman?
‘Zeker. Zij is gewoon een legend in the game, heeft zoveel gedaan, zoveel hits gemaakt. En het is een heel lieve vrouw die mij al een kans gaf toen ik net van de toneelschool kwam: ik kreeg destijds een mooie rol in een speelfilm. Dus als zij belt, wil ik haar helpen. Later kwam ik er pas achter dat die serie zo’n grote hit was. En hoewel ik maar vier scènes had, was het hartstikke leuk.’

Ik krijg bij jou het gevoel dat acteren veel meer is dan een vak. Je neemt het bloedserieus. ‘Natuurlijk, acteren is onderdeel van mijn leven en ik haal er veel geluk uit. Maar dat geldt toch voor iedereen?’ 

Ik ken genoeg mensen die een hekel aan hun werk hebben. 
‘Oké, dat is waar. Laat ik dan zeggen dat ik heel blij ben dat ik altijd mijn hart heb kunnen volgen en kan doen wat ik wil doen, ook omdat ik weet dat er genoeg mensen zijn bij wie dat niet het geval is. Ik haal daar dus een flink deel van mijn levensgeluk uit. Een vriend van me zei ooit dat er twee mooie momenten in het leven van een mens zijn: het moment waarop je wordt geboren en het moment dat je weet waarom je geboren bent. Zo voelt acteren voor mij: als de reden waarom ik geboren ben.’

Wanneer kwam je daarachter?
‘Tijdens de schoolmusical in groep 8. Twaalf was ik. Ik speelde Dodger, het straatschoffie uit Oliver Twist en het klikte zó hard, het voelde magisch. Dit wilde ik doen, elke dag. Ik weet nog dat ik me later daardoor echt zorgen maakte over mijn auditie voor de toneelschool: wat moest ik met mijn leven doen als ik niet werd aangenomen? Want acteren is niet iets wat je in je slaapkamer doet. Dat doe je in een repetitielokaal, met tekst en tegenspelers, zodat het publiek vervolgens kan komen kijken. Het was voor mij echt a matter of life and death: ik móést naar die school.’

Klopte het beeld dat jij als jochie had met hoe die wereld echt was?
‘Ik dacht altijd dat het meer diepgaand was, dat ik kunst ging maken... Dat is me toch tegengevallen. Je wordt vrij snel in een hokje geplaatst. En vragen stellen, dingen onderzoeken, wordt ook niet echt op prijs gesteld. Doe wat je moet doen. Punt. Het is best een hard vak.’

Een acteur zei daarover ooit dat het vak erop neerkomt dat je allemaal auditie doet, maar dat Barry Atsma uiteindelijk de rol krijgt. ‘Daar ben ik het niet mee eens. Zo moet je niet in die game zitten... Als het je niet lukt, moet je het altijd bij jezelf zoeken, niet bij Barry Atsma. Je moet harder werken, onderzoeken wat je nou precies fout doet – want kennelijk doe je dat. Dus ga workshops volgen, doe levenservaring op en zorg dat ze niet om je heen kunnen bij een volgende auditie. En accepteer het als een ander die rol krijgt.

‘Ik dacht altijd dat het meer diepgaand was, dat ik kunst ging maken... Dat is me toch tegengevallen. Doe wat je moet doen, punt. Het is best een hard vak’

Dat is iets waar je voor tekent als je acteur bent, met die onzekerheid moet je leren leven. Bovendien is het landschap veel breder dan mensen denken. Je kunt in films, op tv of in het theater spelen, maar je kunt ook workshops geven, trainingsacteur worden of stemmenwerk doen. Er zijn genoeg manier om je geld te verdienen. En als het niet lukt, kun je altijd nog in de horeca werken of taxi gaan rijden.’

Jij hebt ook een tijdje op de taxi gezeten.
‘Klopt. Mijn zoontje was pas geboren en ik had net een lange productie gedaan: ik was even klaar met acteren. Dus ben ik mijn taxirijbewijs gaan halen. Ik heb het een halfjaartje gedaan. Dat was prima, een ervaring op zich, en omdat ik alleen in de ochtend reed, kon ik de rest van de dag lekker bij mijn zoontje zijn.

Het mooie ervan vond ik dat ik mensen even een rustmomentje kon geven. Even lekker zitten, muziekje aan, ze de ruimte geven, ze even laten ademen. Mijn auto was een plek waar ze zichzelf konden zijn, zonder dat iemand iets van ze wilde. Dat probeerde ik voor ze te creëren: een soort van thuis op wielen.’

In wat voor gezin groeide je op?
‘Ik vind mijn ouders heel erg liefdevol, ze probeerden mijn zusje en mij altijd in onze kracht te zetten, ze zetten ons centraal.’

Ik begreep dat je veel verhuisd bent in je leven.
‘22 keer. Mijn ouders waren beiden ondernemers – al werkt mijn moeder inmiddels in de zorg. Het pakte niet altijd even goed uit, dat ondernemen: soms woonden we in een villawijk, maar we hebben ook in minder goede buurten gewoond. Daar zat ik niet mee, zoals veel kinderen daar niet mee bezig zijn: ze nemen het leven zoals het is. Je omarmt je situatie, je wilt gewoon spelen, plezier maken.’ 

Het voelde nooit onrustig?
‘Soms wel, maar dat heeft me uiteindelijk ook gemaakt tot wie ik nu ben. Sowieso probeer ik alles van de positieve kant te bekijken, dus ik ben blij dat het zo gelopen is. Het heeft me lessen geleerd, zoals zijn ondernemerschap mijn vader lessen heeft geleerd.’ 

Op een gegeven moment verdween je vader uit beeld.
'Ja, hij ging naar Sierra Leone toen ik 12 jaar was. Ook dat was gewoon wat het was, ik was daar niet verbaasd over. Mijn vader was altijd al een wereldreiziger, is op veel plekken geweest, had altijd nieuwe ideeën, nieuwe plannen en ondernemingen. Het was dus typisch iets voor hem om juist daar een business op te zetten. Ik vond het ergens ook wel gaaf, kon het goed gebruiken in mijn werk als acteur.

Ik ben regelmatig bij hem geweest in Sierra Leone en heb ook een jaar bij mijn oom in Argentinië gewoond: ik heb veel verschillende culturen gezien, verschillende smaken geproefd. Zoals ik ook verschillende milieus heb leren kennen door het wonen in een villawijk en een achterstandsbuurt. Ik zag het als een verrijking van mijn leven en een verbreding van mijn horizon.’

Zo zag je dat als kind toch niet? Dan is het toch vooral klote dat je vader ineens weg is?
‘Soms wel, ja, een kind wil zijn ouders natuurlijk het liefst elke dag zien. Dat kon niet altijd, maar mijn vader kwam regelmatig terug naar Nederland, zoals ik dus af en toe naar hem ging. Fantastisch vond ik dat, want het is een prachtig land. De jungle, de stranden die er onaangeraakt zijn, het heerlijke klimaat: beautiful. En er wordt daar écht samengeleefd: kinderen worden opgevoed door het hele dorp, er is veel meer sociale controle.

Hier is iedereen individualistisch, zijn er veel eenzame mensen. En christenen en moslims leven daar in harmonie en vrede naast elkaar – ook dat is op veel plekken in de wereld heel anders. Het gekke is wel dat je mensen in Sierra Leone opnieuw moet ‘uitvinden’. Als je iemand daar een hand geeft, betekent dat iets anders dan wanneer je dat hier doet. Het klinkt misschien cru, maar mijn vader zei ooit dat je mensen daar soms als honden moet behandelen. Als in: je moet laten zien wie de baas is, anders lopen ze over je heen.

Mijn vader deed dat in het begin niet, zei tegen mensen daar dat ze hem gewoon bij z’n voornaam mochten noemen, maar dat kan gewoon niet. Je moet altijd vousvoyeren en het is mister of uncle. Je kan niet op hetzelfde level zitten, moet continu op je strepen staan. Ik kwam daar zelf achter bij de douane. Die mannen daar zagen geld in mijn portemonnee zitten en zeiden: give me your money. Nee dus, meteen er tegenin.’ 

Zit dat harde wel in jou? Je komt zo zachtaardig en beleefd over.
‘Ze zeggen toch altijd dat een gentleman die harde kant alleen inzet wanneer het nodig is? Dat is hoe het is bij mij. Dus als het moet, kan ik prima voor mezelf of een ander opkomen – ook omdat ik veel aan vechtsport doe. Dus ik schrik niet zo snel als iemand me intimideert. Ook handig als acteur: dat je weet hoe je lichaam werkt, hoe je dat kunt inzetten.

Jozefzoon aan het blowen

Want het is soms toch een eten-of-gegeten-worden-industrie en ik weet van mezelf dat ik dan toch liever eet. Ze mogen het proberen af te pakken, kom maar op met je mes en vork, maar het gaat niet gebeuren. Dus ik kan mijn rug recht houden, ik stap niet snel opzij.’ 

Nog even terug: hoe kwam je bij die oom in Argentinië terecht?
‘Ik wist wel dat ik acteur wilde worden en dat werd van huis uit gestimuleerd – doen wat je gelukkig maakt – maar ik was ook een vrij heftige puber, heb regelmatig op straat gehangen. Mijn moeder vond dat zo lastig dat ze me naar Argentinië stuurde: ik moest afkoelen, we moesten even bij elkaar weg. Het leverde een heel vet jaar op. Ik woonde bij mijn oom, werkte in een hostel, leerde Spaans en heb vrienden gemaakt van over de hele wereld. Ik groeide daar op, werd in dat jaar van een 18-jarig ventje een jongeman.’

Vormt je eigen jeugd de inspiratie voor King Cannabis, de theatervoorstelling waarmee je momenteel door het land reist? ‘Ja. Ik ben opgegroeid op een plek waar heel veel mensen wiet rookten. Sowieso is het in Nederland toch gecultiveerd, het is geaccepteerd. En het is een soort van cool omdat er een walmpje van gangstershit overheen hangt: fuck iedereen, ik rook gewoon mijn djonko. Tegelijkertijd zijn er veel mensen die verslaafd zijn, struggelen met wiet.

‘Ik kan je wel vertellen dat als blowen voor jou voelt als thuiskomen, als een warm bad na een lange dag, dat je dan zeker naar de voorstelling moet komen’

Dat is het tweeledige aan cannabis: het is enerzijds een heel spirituele, fantastische drug, een drug die ons in contact brengt met de natuur, die ervoor zorgt dat we open minded zijn, een drug die ons doet denken aan een legend als Bob Marley. Anderzijds heb ik mensen helemaal vast zien lopen door wiet. Met dat gegeven wilde ik iets doen.’

Rookte je zelf veel?
‘Ik heb sowieso veel dingen uitgeprobeerd in mijn leven, ook omdat ik als acteur het leven ten volste wil ervaren, ik wil van links naar rechts gaan, de ups en downs voelen. Maar ik ben nooit echt richting dat verslavende gegaan.’

‘Nooit echt’?
Lachend: ‘Weet je, King Cannabis is een van de meest persoonlijke voorstellingen die ik ooit gemaakt heb en daarin vertel ik alles, maar nu niet, niet in dit interview. Ook omdat het iets is wat dicht bij mijn hart ligt... Het is een gevoelig onderwerp voor mij. Daarom vind ik het ook best spannend om te doen, maar het scheelt dat ik tijdens de voorstelling de bezoeker mee kan nemen, alle nuances kan laten zien. Dat gaat in zo’n interview minder makkelijk.

Maar ik kan je wel vertellen dat als blowen voor jou of voor de Revu-lezers voelt als thuiskomen, als een warm bad na een lange dag, dat je dan zeker naar de voorstelling moet komen. Zoals je ook moet komen wanneer je helemaal vastzit in de wiet, wanneer je het niet meer weet, claustrofobisch bent en geen kant meer op kan.’ 

Als het zo persoonlijk en lastig is, waarom wilde je dan toch die voorstelling maken? ‘Ik vind dat je als kunstenaar dingen door je heen moet laten stromen, dat je moet opschrijven wat je vindt, denkt en voelt. En als dat eenmaal op papier staat, moet je dat accepteren. Dan móét je daar iets mee. Die waaromvraag interesseert me dus eigenlijk niet zoveel. Het is gewoon zo. Het is als verliefd worden: dat gebeurt, daar is niks aan te doen. Je kunt het vervolgens wel uit de weg gaan, maar zo zit ik niet in elkaar.’

Voor een man uit een familie van wereldreizigers zit jij inmiddels al een flinke tijd op dezelfde plek in Amsterdam. Brengt dat onrust met zich mee?
‘Het is inderdaad lange tijd een probleem voor me geweest, me ergens thuis voelen, maar inmiddels ben ik geaard, voel ik me goed op de plek waar ik woon – wat vooral te danken is aan mijn vrouw en onze drie kinderen. Dat wil niet zeggen dat ik niet af en toe nog wel een verlangen heb om te wonen op een plek waar de zon altijd schijnt. Dat trekt me. Misschien ook omdat ik die voorbeelden heb, mijn oom en mijn vader, mannen die altijd hun gevoel hebben gevolgd en zijn gegaan. Ergens heb ik daar toch bewondering voor.’

Ze lieten wel hun geliefden achter.
‘Dat vind ik een interessant vraagstuk. Want moet je dat innerlijke vlammetje laten doven door te kiezen voor je gezin? Of moet je die vlam volgen? Want als die vlam dooft, ben je toch een schim van jezelf? En is dat de man die je aan je kinderen wil laten zien?’

Dus jij zou op een gegeven moment zomaar naar Sierra Leone kunnen vertrekken?
‘Ja, maar dan zou ik mijn gezin wel meenemen.’

In tegenstelling tot je vader.
‘Ja, maar dat moet ik toch even in perspectief plaatsen: voor waar hij vandaan komt, hoe hij is opgegroeid, heeft hij het fantastisch gedaan. Echt. En elke generatie doet het weer wat beter dan de vorige, zo zie ik het. Ik neem mijn vader niets kwalijk.’

Wat voor vader ben jij? 
‘Weet je, ik wil in ieder geval niet die guy zijn die in en uit het leven van een kind gaat, ik ga er volledig voor, het vaderschap. En ik probeer daarbij mijn kinderen vrij te laten zijn in wie ze zijn. Ik leg ze uit dat ze lief voor zichzelf moeten zijn. Ik probeer naast ze te staan, ze bepaalde normen en waarden mee te geven, ze te laten leven vanuit hun hart, ze niks te laten doen omdat anderen zeggen dat ze dat moeten doen. En ze zijn nu nog erg jong, maar ik zou ze zeker loslaten als ze dat nodig hebben.

Ik ben me er heel erg van bewust dat ik hier alleen maar ben om ze te begeleiden. Ik ben er om ze op te vangen, maar hoe eerder ze hun eigen stappen zetten, hoe beter. Dat gun ik ze. Ga maar. En als het nodig is, hoeven ze alleen maar om te kijken, want ik ben er. Tot het zover is neem ik ze mee op pad, maken we ritjes, fietsen we lekker zorgeloos op mijn Brekr F250.’

Dat is toch geen fatbike, Yannick?
Lachend: ‘Jawel, maar echt een heel mooie. En alles is beter dan een bakfiets. Ik ben dus géén bakfietsvader.’

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Interview
  • Likeminds