In de inleiding van zijn kersverse boek, Souvenirs II, schrijft Ferry Zandvliet het volgende: ‘Een vraag die ik vaak krijg is: “Ben je het nou nooit zat om over je verleden, de aanslag te praten?” Ik snap dat best. Natuurlijk is het niet iets wat ik te pas en te onpas wil oprakelen. Maar ik gebruik mijn verhaal, maar ook zeker mijn kennis, om juist te verbinden met mensen. Mijn werk is als het ware een deel van mijn identiteit geworden – en andersom.’
In april 2019 ontmoette ik Ferry Zandvliet voor de eerste keer. De geboren Rotterdammer stond destijds al twee jaar voor volle zalen. Steeds opnieuw vertelde Ferry hoe hij die bloederige aanslag van 13 november 2015 had beleefd en overleefd. ‘De lezingen hebben een grote rol gespeeld in mijn verwerking,’ zei Ferry toen. En: ‘Ik heb het lekker druk nu met meerdere boekingen per week. Het verdient goed en ik heb een vrij leven. Het is het mooiste wat ik tot nu toe in mijn leven heb gedaan. Ik krijg weleens scheve gezichten van mensen die vinden dat ik nu lekker ga, door over mijn trauma te vertellen. Daar trek ik me niks van aan. Het geld en succes dat ik hiermee heb is een leuke bijkomstigheid, maar het is nooit de reden geweest om dit te doen. Bovendien is het hard werken.’
‘Het cliché dat je leven aan je voorbij flitst, klopt. Mijn hoofd vertelde me: blijf maar liggen, het is goed zo. Het wordt nu zwart en dan is het klaar’
Ik zag Ferry destijds ook aan het werk, op een bijeenkomst voor terrorismebestrijding, in een Rotterdamse sportkantine, waar hij politieagenten, hulpverleners en ambtenaren toesprak. Een passage uit die lezing: ‘Voor ik het wist, lag ik op de grond en zag ik naast de deur drie jongens met geweren in een soort driehoekje staan. De linker kon ik heel goed zien, hij had een klein baardje en keek heel rustig om zich heen. Dat gaf mij op een of andere manier het gevoel van: dit is oké. Toen richtten ze hun kalasjnikovs op het publiek, riepen keihard ‘Allahoe akbar’ en begonnen om zich heen te schieten.
We lagen als mieren op elkaar en ik lag bovenop. Ik voelde de druk van de geweerschoten in die kleine zaal daardoor echt in mijn nek als een windvlaag langskomen. Binnen enkele seconden werden er mensen om mij heen geraakt. Het meisje links van mij was op slag dood, voor zover ik dat kon inschatten. De jongen rechts van mij werd in zijn schouder geraakt. Ik dacht alleen maar: nu ga ik dood, honderd procent zeker. Het cliché dat je hele leven aan je voorbij flitst, klopt overigens als een bus. Mijn hoofd vertelde me: blijf maar liggen, het is goed zo. Het wordt nu zwart en dan is het klaar.’
Slachtofferhulp
Vervolgens vertelde Ferry hoe hij de aanslag overleefde, hoe hij daar als mens sterker uitkwam en waarom slachtofferhulp in Nederland beter moest. ‘Dat verhaal vertel ik al sinds 2017,’ zegt Ferry nu op het drukke terras van café De Witte Aap, in hartje Rotterdam. ‘Na het eerste jaar zeiden mensen al: “Hoelang denk je dat je dit kunt doen?” Nou, we zitten inmiddels bijna in 2026.’
Hij neemt een slok van zijn Desperado en glimlacht. ‘Die vraag stel ik mezelf niet eens meer. Het wordt niet minder, nee. Ik geef nog zo’n zeventig lezingen per jaar, verspreid door heel het land en soms in het buitenland. Soms zit ik drie weken thuis, dan heb ik er weer twee op één dag.’
Toch is er veel veranderd. In acht jaar tijd is zijn publiek ‘meer divers’ geworden. ‘De eerste jaren sprak ik vooral voor politie, brandweer, veiligheidsregio’s, dat werk. Nu sta ik overal en nergens. Op middelbare scholen, in gevangenissen, theaters, bij multinationals, noem maar op. Eigenlijk voor iedereen die iets kan opsteken van mijn verhaal.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FAgg5tEWe212di21763022282.png)
Een logisch gevolg van die andere ontwikkeling, te weten zijn verhaal zelf. Ferry: ‘Mijn hele lezing is echt anders nu. In de beginjaren focuste ik mij echt op de aanslag zelf. Dat doe ik niet meer. De aanslag is nog maar een klein onderdeel van mijn verhaal. Als ik een uur heb, zijn we na een minuut of vijftien wel voorbij de aanslag. Je móét ’m altijd even noemen, anders begrijpt niemand waarom ik daar sta, maar op een gegeven moment ben je wel uitgepraat over die avond zelf.’
Opvallend genoeg spreekt Ferry nog zelden expliciet over zijn vroegere stokpaardje: betere slachtofferhulp. In de jaren direct na de aanslag pleitte hij regelmatig voor een verbeterd systeem om slachtoffers van een trauma op te vangen. In 2019 verwoordde hij dat zo: ‘We hebben nog geen degelijk systeem voor het opvangen van slachtoffers van traumatische ervaringen. Ik moest voor mezelf uitzoeken wie en wat ik nodig had, dat is niet gecentraliseerd. Pas na ruim twee jaar kwam ik erachter dat ik recht had op een schadevergoeding, die eigenlijk bedoeld was om in de eerste weken en maanden na de aanslag het wat rustiger aan te doen.’
Nu zegt hij: ‘Het is klaar. Ik zie het nut er niet van in om dat verhaal telkens te herhalen. Ik zit ook allang niet meer in die wereld; ik heb er niets meer mee te maken. Er is bovendien niks veranderd. Laatst hoorde ik van iemand, die net iets heftigs had meegemaakt, precies dezelfde klachten als ik toen had. Tja. Je kunt niet zeggen ‘slachtofferhulp is kut’, er zitten ook hele goede mensen bij, maar het kán zoveel beter en menselijker.
Ik heb zelf ontzettend veel gehad aan hulpverlening die heel menselijk was. Dus niet een checklist afvinken of een protocol aflopen, maar mensen die vanuit hun hart net een tandje extra deden voor mij. Dát is nu mijn verhaal. Dat menselijkheid in iedere vorm van zorg en hulp gewenst is. Of je nou een student, een cliënt of een patiënt voor je hebt. Ik trek het breder.’
Ook het veelbesproken contact dat Ferry destijds legde met de vader van zijn eigen aanslagpleger moest er ook aan geloven. ‘Mensen vonden dat verhaal fascinerend, maar daardoor ging het weer heel erg over die heftigheid van het verhaal. Dus dat heb ik gedropt. Ik wil nu juist veel meer laten zien hoe je met tegenslagen omgaat. Wat je daarvan kunt leren. Nogmaals: ik heb mijn verhaal breder getrokken.’
Een eerste poging daartoe deed Ferry met zijn eerste boek Souvenirs, in 2020. In dat boek schrijft hij uitvoerig over de nacht van de aanslag, 13 november 2015, maar vooral over hoe deze avond zijn leven veranderde. Daar verkocht hij er ruim 60.000 van. Ferry: ‘Had ik zomaar een bestseller in handen, als nietszeggend schrijvertje. Bizar hoe dat allemaal ging.’
Peter R. de Vries
Ferry is vooral Peter R. de Vries dankbaar. ‘Die zat bij RTL Boulevard en hield mijn boek letterlijk tien minuten lang omhoog, terwijl hij bleef roepen: “Iedereen moet dit lezen!” Echt, hij was lyrisch. Binnen een kwartier waren er duizenden exemplaren besteld, terwijl we er maar duizend hadden laten drukken. Ik kreeg honderd appjes in tien minuten. Pure paniek.
Mijn uitgever moest zelfs in het buitenland op zoek naar papier om bij te drukken. Er kwamen uiteindelijk vier verschillende edities, elk met een ander formaat omdat het papier op was. Dat schrijf ik ook allemaal in mijn nieuwe boek. En dat ik op één avond bij Beau en weet ik waar allemaal zat. Het voelde bijna opschepperig om zoiets op te schrijven, maar het is gewoon echt gebeurd.’
We lopen van de Witte de Withstraat door het centrum naar de oevers van de Nieuwe Maas. Onderweg passeren we een restaurant genaamd La Pizza. Ferry zwaait naar binnen. ‘Hier werk ik ook,’ zegt hij. ‘In de bediening. Parttime. Niet voor het geld, hoor. Maar gewoon, omdat ik er van geniet. Als ik pizza’s en bier naar tafels moet brengen, denk ik nergens anders aan. Geen afleidingen. Heerlijk. Morgen sta ik hier weer.’
‘Ik ben weer in de Bataclan geweest. Gewoon om te zien wat het met me doet. Stond ik gewoon te feesten met een beveiliger die er toen óók had gewerkt’
We lopen verder maar Bar Bertha, een klein maar hip etablissement waar Ferry aan de bar vertelt hoe hij na het daverende succes van zijn eerste boek met zichzelf heeft afgesproken om elke vijf jaar een boek te schrijven. ‘Er is genoeg gebeurd in mijn leven voor een deel twee. Zonder dat het dus te veel over die aanslag hoeft te gaan.’ Als voorbeelden noemt hij: ‘Het succes van mijn eerste boek. Mijn vader die overleed. Mijn persoonlijke ontwikkeling. Een giftige relatie. Mijn ‘tweede familie’ in Amerika.’
Over zijn vader zegt hij: ‘Vorig jaar zakte hij dood in elkaar. Een week na de release van mijn boek. Precies zoals hij het gewild had.’ Dat klinkt vreemd. Ferry: ‘Ik bedoel: hij wilde nooit een ziekbed. Dus dat is ’m gelukt. Al was hij veel te jong, eind zestig.’
Al met al vond Ferry Souvenirs II ‘veel leuker’ om te schrijven dan Souvenirs. ‘Ik vond dat eerste boek heel fijn om te doen, maar mentaal ook zwaar. Dit tweede boek was, hoe zal ik het zeggen... luchtiger. Minder trauma’s om uit te schrijven.’
Veredeld zelfhulpboek
Waar zijn eerste boek leest als een minutieuze reconstructie van de Bataclan-aanslag, omschrijft Ferry zijn opvolger eerder als een veredeld zelfhulpboek. ‘Maar dan wel een Rotterdams, nuchter zelfhulpboek.’
Thema’s die aan bod komen: dankbaarheid en mindfulness. ‘Termen waar ik vroeger zelf ook ontzettend jeuk van kreeg, echt waar. Bij woorden als ‘meditatie’ dacht ik: doe normaal! Maar dat ‘zweverige’ heeft mijn leven toch echt veranderd. Op aanraden van een kennis meldde ik mij vijf jaar geleden aan voor een cursus ‘transcendente meditatie’.
Mijn docent wilde een of andere ceremonie uitvoeren en vroeg of ik fruit en een bloem wilde meenemen. Ik dacht echt: yo, waar the fuck heb ik me voor opgegeven? Nu mediteer ik twee keer per dag, twintig minuten lang. Ik ben zóveel minder gestrest in het leven. Schrijven gaat veel beter. Ik ben gelukkiger. Alles gaat beter sinds ik mediteer.’
En toch: een terroristische aanslag waarbij 89 mensen om je heen worden kapotgeschoten, wis je niet zomaar uit. ‘Natuurlijk speelt die avond nog steeds een grote rol in mijn leven. En dus ook in mijn nieuwe boek. Ik wijd bijvoorbeeld een hoofdstuk aan de rechtszaak uit 2021. Daar mochten overlevenden hun verhaal doen tegen enkele medeplichtigen van de terroristen. Ik was ook uitgenodigd om iets te zeggen. Ik ben niet gegaan. Ik had echt geen zin mezelf dat aan te doen. Tijdens mijn eerste boekpresentatie heb ik als enige overlevende al eens in een rechtszaal gestaan. Ik kon daar nu niks aan toevoegen.’
‘Nu mediteer ik twee keer per dag, twintig minuten lang. Ik ben zóveel minder gestrest in het leven. Ik ben gelukkiger. Alles gaat beter sinds ik mediteer’
Wel heeft Ferry in Souvenirs II de rechtszaak gereconstrueerd, op basis van getuigenissen uit een Frans verslagboek. ‘Ik las dat boek en na één hoofdstuk voelde ik al: dit móét ik samenvatten in mijn eigen woorden. Voor het eerst kreeg ik een scherp beeld van wat er achter de schermen gebeurde tijdens de aanslag. Hoe het was georganiseerd, wat er precies gebeurde buiten en binnen. Ik vond dat heel interessant, vooral de getuigenissen van mijn lotgenoten. Zoals het stelletje dat op hun eerste date in de Bataclan was. Een van de twee werd kapotgeschoten. Dat greep mij bij de keel. Mensen die iets persoonlijks delen, daar hou ik van.’
Volgens Ferry kunnen dat, zelfs in dit hoofdstuk, ook grappige dingen zijn. ‘Ik beschrijf een moment in de rechtszaal waar een van de daders zich tegenover de rechter presenteert als ‘strijder van IS’. De rechter keek op van het dossier en antwoordde droogjes: “Ik lees hier: uitzendkracht.” Dat heb ik opgeschreven, met mijn eigen toevoeging: ‘Ik heb zelf ook weleens mijn cv aangedikt.’’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2F8zhUGLxeAWfgNc1763022842.jpg)
Verderop in het boek schrijft Ferry over de zelfmoord van Bataclan-overlevende Fred Dewilde. ‘Hij was iemand die net als ik lezingen gaf en boeken schreef. Toen ik hoorde dat hij zichzelf van het leven had beroofd, raakte mij dat keihard. Juist omdat ik altijd dacht: met Fred gaat het goed. Dat zei hij ook, hè. En ik zeg dat zelf óók vaak: het gaat goed met mij. Dat nieuws was voor mij een soort alarmsignaal. Ik merkte: ik moet blijven inchecken bij mezelf. Klopt het nog wat ik tegen de buitenwereld zeg? Voel ik me vanbinnen ook echt zo?
Dat is waar ik de lezer in meeneem: niet per se in zijn verhaal, maar in wat het met míj deed. In die kronkelweg in mijn hoofd, van schrik en ongeloof naar eerlijk kijken waar ik zelf sta. Welke vragen stel je jezelf dan? De les die ik eruit trek is simpel, maar lastig: je kunt sterk lijken, je kunt heel functioneel zijn en alles ‘op de rit’ hebben, maar je moet jezelf blijven aftasten. Regelmatig. Niet pas als het misgaat. Dat heb ik van Fred geleerd, en daarom heb ik het opgeschreven.’
Geen nachtmerries
Tien jaar na de aanslag zegt Ferry er ‘geen last’ meer van te hebben. ‘Geen nare gedachten, geen nachtmerries.’ Waar hij in de eerste jaren na ‘Parijs’ na elke lezing slecht sliep of van slag was, stapt hij nu na een heftige vertelavond in de auto en speelt er direct weer andere muziek in zijn hoofd. ‘De eerste vijf jaar bleef ik na elke lezing toch langer in die emotie hangen. Nu voelt het na afloop hetzelfde als wanneer ik een dag gewoon gewerkt heb.
Ik ben weer met mijn leven bezig, niet met wat ik vroeger heb meegemaakt. Ik geniet er zelfs meer van dan vóór de aanslag. Tegelijkertijd weet ik niet of zoiets als ‘een aanslag verwerken’ überhaupt bestaat. Als hier nu iemand begint te schieten, word ik heus wel terug geslingerd naar die avond. Maar vergeleken bij acht, negen jaar geleden... Ik ben van ver gekomen. Eigenlijk werk ik al tien jaar non-stop aan mijzelf.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FJt8q7jTaLHsAG21763022618.jpg)
Ferry noemt praten met zijn vrienden en mede-overlevenden Bob, Dexter en Frank, de lezingen zelf, schrijven, EDM-therapie, contact met lotgenoten en nog een hele rits handelingen en prestaties als redenen voor zijn nieuwe geluk. ‘Ik ben ook alweer in de Bataclan geweest, hè?’ zegt hij. ‘Gewoon om te zien wat het met me doet. Stond ik daar gewoon te feesten met een beveiliger die er tijdens de aanslag óók had gewerkt. Een mooie ervaring.’
Ook deed hij tien avonden stand-upcomedy. ‘Dat is een apart verhaal, ja. Martijn Koning zei een keer na afloop van een talkshow tegen mij: “Jij hebt echt iets grappigs, man, jij moet comedy gaan doen.” Ik dacht: hou op joh, ik ben helemaal geen cabaretier. Maar het bleef hangen. Een paar maanden later dacht ik: fuck it, ik ga het gewoon proberen. Zonder aankondiging, zonder dat iemand weet wie ik ben. Gewoon kijken of ik écht mensen aan het lachen kan krijgen.’
Ferry pauzeert even voor een slok van zijn Negroni en bouwt dit spannende verhaal als een doorgewinterde cabaretier op. ‘Dus daar stond ik, in een volle Comedy Club Haug, hier in de buurt. Ik had gelukkig al wat podiumervaring, maar comedy is echt een andere sport, man. Je móét grappig zijn, anders ga je keihard op je bek. Ik vond het best spannend. Eigenlijk heb ik alleen maar kutgrappen gemaakt over de aanslag. Ik begon met: “The Eagles of Death Metal is sowieso zo’n band waarbij je pas na een paar minuten doorhebt dat er wordt geschoten.” Daar werd om gelachen. Gelukkig.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2Fd0c5ivkTaa3vkj1763022672.jpg)
Even later maakte hij een komische referentie naar zijn oude beroep van fysiotherapeut. ‘Die ging zo: “Als fysio leer je dat als iemand met knieklachten komt, je niet meteen de knie zelf moet behandelen. Moet je je voorstellen dat ik dat die avond in de Bataclan had gedaan. Dat iemand daar ligt met een dwarslaesie van een kogel en ik vraag: nou, waar denk je zelf dat het probleem vandaan komt? Hoe is de relatie met je ouders?”’
Ferry moet er nog steeds om lachen. ‘De grappen kwamen er lekker uit, ze lachten vanaf het eerste moment. Het was een leuke ervaring. Dat was vorig jaar. Sindsdien heb veel respect voor comedians. Het is écht moeilijk om grappig te zijn.’
Pornoacteur
Ferry Zandvliet wordt inmiddels zó vaak herkend en aangesproken op straat, dat hij een tatoeage heeft laten zetten op zijn rechteronderarm: ‘Bataclan’. ‘Als iemand me weer zo aankijkt met die vragende blik, steek ik gewoon m’n arm uit en wijs ik deze aan,’ zegt Ferry. ‘En als ik er écht geen zin in heb, zeg ik: “Ja, je kent mij zeker van internet. Ik ben pornoacteur.” Dan lopen ze metéén weg.’
Ferry wijst naar een vrouw van middelbare leeftijd aan de overkant van de bar. ‘Zie je haar?’ vraagt hij. ‘Die kijkt al de hele avond onze kant op, met zo’n blik die ik inmiddels direct herken. Zij denkt: “Ik ken die gozer ergens van, maar waarvan?” Dat heb ik zó vaak.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FSg6qnYj4pCD8Mr1763022770.jpg)
Met een nieuw boek én het 10-jarige ‘jubileum’ van de aanslag in het vooruitzicht zal die aandacht de komende tijd weer gaan aanzwellen. ‘Als er weer media-aandacht komt, zou ik daar dankbaar voor zijn,’ zegt Ferry.
Aandacht, roem en succes als het gevolg van een aanslag overleven: is dat fout? Hij geeft zelf het antwoord. ‘Ik bied mensen gewoon eerlijke inzichten in wat er gebeurt tijdens en na zo’n aanslag,’ concludeert Ferry. ‘Dat is mijn werk geworden. En ja, daar word ik voor betaald. Mag dat dan niet? Alsof het ineens fout is omdat het over iets heftigs gaat. Ik heb dit nooit gepland, hè. Ik ben niet opgestaan met het idee: laat ik eens carrière maken van de Bataclan. Het is gewoon zo gelopen. Ik heb er nooit bewust mijn werk van gemaakt, maar het ís wel mijn werk geworden.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2F2enFuSmUqd2Ic41763022898.jpg)
Eerlijk is eerlijk: als ik die aanslag niet had meegemaakt, had niemand me geboekt om ergens te spreken. Zo simpel is het. Dus ik heb het ook maar omarmd. Weet je, er zijn zóveel mensen die iets ingrijpends meemaken en daar iets over te vertellen hebben, maar die krijgen nooit de kans. En ik zit dan gewoon ’s avonds op de bank en dan komt er een mailtje binnen: “Hé Ferry, we willen je betalen om je verhaal te komen doen.” Dat vind ik nog steeds bijzonder. Dat wil ik nog jaren blijven doen. Zolang mijn verhaal iemand kan raken of helpen, blijf ik het delen.’
Souvenirs II van Ferry Zandvliet verschijnt op 13 november.
- NL Beeld, e.a.