Je kan de ingehouden adem in de straat bijna voelen. De hele mensenmassa: allemaal tegelijk zijn ze stil. Daar komt de duivel aangerend, recht op het eerste matras vol baby’s af. Een goede aanloop en een sprong. Stap, stap, en de volgende sprong. Zo over drie matrassen op rij heen, feilloos, terwijl de pasgeborenen die er liggen geen idee hebben wat hen overkomt.
De dreigende drum gaat verder, de dansers die om de matrassen heen staan doen een paar stappen. Zodra de duivel over de volgende drie matrassen is gesprongen, komt het gedeelte van de zegening. De priester prevelt het een en ander bij een geïmproviseerd altaar, waarna hij de matrassen met baby’s afgaat om wiegend met wierook daar als afgevaardigde van God de baby’s een goed leven te wensen. Ze hebben de sprong van de duivel overleefd, dus dan zal het verder ook wel goed komen in hun toekomst.
Kinderen dopen
We zijn in Castrillo de Murcia, een dorpje met honderdvijftig inwoners in het noordelijke binnenland van Spanje, een half uur rijden van de stad Burgos. Dit is de Salto del Colacho, de sprong van de duivel: het lokale dorpsfeest waarbij een wel erg opmerkelijke manier is ontstaan om kinderen te dopen. Intussen is het uitgegroeid tot een groot feest, waarbij bewoners van omliggende dorpen en mensen die allang elders wonen nog altijd langskomen, om hun pasgeborenen klaar te leggen voor een duivelssprong.
Al eeuwenlang draait het feest hier om het babyspringen. ‘Vierhonderd jaar, om precies te zijn,’ zegt de 68-jarige Justino Santamaria, die met zijn neef op het muurtje voor de kerk zit te kijken. ‘En vierhonderd jaar lang gaat het al allemaal goed, dus daar hoef je je echt geen zorgen over te maken.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FSifthFJbhQ7oYl1763046293.jpg)
De neef knikt driftig mee. Zijn pasgeboren zoontje lag vorig jaar nog op een van de matrassen, en daar maakte hij zich heus geen enkel moment zorgen over. Maar wat nou als de duivel struikelt, vraagt de bezoekende Nederlander bijna met wanhoop in je stem. Wat als hij zich net op het verkeerde moment verstapt? Nope, geen zorgen. Echt niet. Het vertrouwen is groot in dit dorpje.
Het is overigens maar goed dat Santamaria vandaag niet zelf over de baby’s zal springen. Daar is hij ondanks het vroege uur van de dag al veel te aangeschoten voor, of zeg maar gerust bezopen. Sowieso klinkt het Spaanse dialect hier rondom Burgos altijd al alsof iemand net een flesje Mahou of vier, vijf weggetikt heeft, maar bij deze man komt boven op dat onverstaanbare gebrabbel nog een serieuze dronkenschap. Nou ja, hij is dan ook al zeven jaar met ‘vakantie’, zoals hij het zelf zegt. En wat houdt je als pensionado hier in het binnenland van Spanje tegen om op het lokale dorpsfeest dan even goed door te zakken?
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FWoj7y9pYSWPxoi1763046818.jpg)
Toch blijkt Santamaria ook weer niet zo zeker van zijn zaak. Want zelf durfde hij het eigenlijk nooit aan om die rol van duivel te spelen. ‘Ook toen ik jonger en frisser was, heb ik dat nooit willen doen,’ verzekert hij. Want tja, zelf is hij niet de handigste. Ook niet als hij nuchter is.
Nadat het festival wat meer internationale bekendheid kreeg, ontvingen de dorpelingen nogal wat kritische opmerkingen. Vooral nadat een aantal Franse journalisten vol verbazing een reportage over het feest had gemaakt. Of ze soms helemaal gek waren om zulke risico's te nemen. Wat als de duivel struikelt en breeduit op een bed vol baby's smakt? ‘Toen hebben we dus de matrassen gedraaid,’ zegt Santamaria lachend. ‘Nu springt de colacho in de breedte en niet meer in de lengte. Nu kan het natuurlijk al helemaal niet meer misgaan.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FE1RtiEWh3ED1341763046321.jpg)
Wie in Spanje woont of er regelmatig komt, kan het niet ontgaan zijn: vooral in de zomermaanden gaat het hier van het ene dorpsfeest over in het andere. In de hoofdstad Madrid is de maand augustus berucht vanwege alle patroonheiligen die per wijk geëerd moeten worden met luidruchtige feesten vol drank en muziek, tot diep in de nacht. Langs de Baskische kust vraag je je in de zomers soms af of er ook een dorpje is waar niet een of ander lokaal feest gaande is.
Veel van die feesten hebben hun eigen, soms ietwat bizarre, tradities. Welbekend is uiteraard het Tomatina-festival van Buñol, waarbij rond oogsttijd mensen elkaar bestoken met kilo’s rijpe tomaten. De foto’s daarvan zijn in menig reistijdschrift en gids over Spanje te vinden.
Men was vergeten een stier te bestellen bij een traditie waarbij mensen voor een stier uit door de straten rennen. Toen deden ze dat maar met een stadsbus
Maar in het land zijn nog veel meer opmerkelijke dorpsfeesten die gevierd moeten worden. Of het nu stieren zijn die met brandende horens door de straten worden gedreven, of groepen mensen die opgejaagd worden door een stadsbus. Want geloof het of niet, men was ooit vergeten een stier te bestellen bij een traditie vergelijkbaar met Pamplona waarbij de stier door de straten rent en de mensen voor dat dier uit sprinten. Dus toen deden ze maar hetzelfde met een stadsbus, wat zo’n succes bleek dat ze nooit meer een stier bestelden. Kortom, opmerkelijke festivals genoeg voor Nieuwe Revu om eens in de auto te springen en er een aantal te bezoeken.
Strijd van de Wijn
In Haro begint het wijnfeest al erg vroeg. Of beter gezegd: het houdt eigenlijk niet op. Zaterdagavond gaat iedereen in fonkelwitte kleren de straten van het centrum in, om in dit dorpje in de gemeenschap La Rioja op het centrale plein naar muziek te luisteren en om veel rode wijn te drinken. Hier bevind je je midden tussen de wijnranken, het landschap is hier een en al wijn, waarvan in deze Spaanse regio jaarlijks meer dan 250 miljoen liter wordt geproduceerd – voornamelijk van de tempranillo-druif.
De wijn is zo belangrijk dat de locals gedacht moeten hebben dat daar ook wel een feestje bij hoort. Elk jaar vieren de inwoners dan ook traditioneel al honderden jaren lang de Batalla del Vino: de Strijd van de Wijn. Nadat het nachtelijk gehos in het dorp voorbij is, begint om zeven uur ’s ochtends de romería: een pelgrimage naar een kapel aan de noordkant van het dorp. Lopend, achter op de trekker of simpelweg ladderzat in de auto: op deze ochtend is het een stroom aan dorpelingen en bezoekers die de tocht aflegt dwars door de velden, langs de druiven die mooi door de opkomende zon worden belicht. Aangekomen op de bestemming wordt al gauw duidelijk wat het doel van de traditionele witte kleren is, want zodra de eerste liter wijn door de lucht gaat, zie je wat een mooie paarsrode vlekken deze in die kleren maakt.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FX5owleu1Eib3cw1763046455.jpg)
Officieel moet er gewacht worden op de mis in de kapel en daarna op het officiële startschot door middel van een vuurpijl, maar een kniesoor die daarop let. Aangekomen aan de voet van de bult waarop de kapel staat, begint de strijd al gelijk. De ene heeft een Super Soaker gevuld, de ander loopt met een emmer om een ongelukkige in één keer helemaal zeiknat te maken. Muziek knalt uit autoradio’s en het feest gaat gewoon door als de avond ervoor. Een groep mannen, die voor de gelegenheid witte koksmutsen draagt, geeft een eerste fles sherry door om zich hier om half acht ’s ochtends wat moed mee in te drinken.
De 70-jarige Pablo Iglesias geeft, terwijl hij een leren veldfles met wijn vult, toe dat hij eigenlijk helemaal niet zo’n wijndrinker is. ‘Maar dit is traditie, en tradities moet je in ere houden. Hier, neem nog een glas sherry.’ Waar die traditie precies vandaan komt, daarover zijn de meningen hier op het veld verdeeld. Het lijkt er ook niet op dat iemand dat vierhonderd jaar geleden nauwkeurig heeft vastgelegd. Combineer een stel Spaanse wijnboeren die op deze dag ’s ochtends een mis vieren, een vete tussen wijnproducerende families en de standaard concurrentiestrijd zoals die tussen dorpen wordt gevoerd, en je hebt de chaotische wijnoorlog zoals die hier jaarlijks tussen de dronken Spanjaarden woedt.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FLRfsBdBxGIX54W1763046489.jpg)
Opvallend is ook hier weer dat sterk christelijke element in de feestelijkheden, net als bij de duivelssprong. Terwijl iemand een emmer over een ander heen gooit, wordt daarbij de doop gezegd: en el nombre del Padre, del Hijo y del Espíritu Santo. Vervolgens is het zorgen dat de ogen dicht zijn, voordat de liters wijn over je heen gegoten worden – want ondergetekende kan bevestigen dat een plens rode wijn in je gezicht flink prikt in de ogen.
Tienduizenden liters wijn gaan er op deze dag doorheen. Verspilling, allicht, maar een voor een verzekeren de feestgangers dat het om restwijn gaat: de onbruikbare liters die wijnboerderijen normaal gesproken weggieten, of het bocht dat voor 1 euro per kartonnen pak Don Simón in de supermarkt verkocht wordt.
Onderweg terug vanaf de kapel terug naar het dorpje Haro vertellen twee toerismedocenten hoe deze regio de wieg van de Spaanse taal is. Op vijftig kilometer naar het noordwesten vanaf Haro ligt het dorpje Valpuesta, waar de eerste geschreven woorden in het Spaans gevonden zijn op kloosterdocumenten uit de 9de eeuw. Daardoor wordt aangenomen dat de taal zich vanuit hier verspreidde, totdat het zoals nu door honderden miljoenen mensen wereldwijd als moedertaal werd gesproken.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FKvwWAUOmduo0vO1763046532.jpg)
Maar vooral is dit de regio van de wijn, verzekert de 48-jarige docente Nieves Peña tijdens de wandeling langs de velden. Of dat nu is in de vorm van wijnproeven bij een van de vele wijnboeren hier, door vlees te eten dat is gegrild op hout van oude druivenplanten, of door jezelf in te smeren met een olie op basis van rode wijn bij een lokale spa. Alles is hier wijn. Wacht even... Jezelf insmeren met wijn? ‘Jazeker,’ lacht Peña, die nog onder de rode wijn zit van de batalla. Ze veegt een beetje van haar arm. ‘Rode wijn is hartstikke goed voor je huid. Het heeft allemaal weldadige stoffen.’
Terug in de stad gaat het feest door in de besmeurde kleren. Vanuit de straten stijgt een misselijkmakende geur van zure wijn op. In de kroegen wordt gelachen en gezopen. Dit is het oude Europa, van de barretjes met zwaar houtwerk en baksteen, waar de cultuur en traditie honderden jaren terug in de tijd gaat.
Levende geit
De meest gruwelijke feesten en tradities in Spanje zijn intussen aangepast of gestopt. Zo was er dat dorpje in Zaragoza waar een levende geit vanaf de kerktoren op het plein werd gesmeten, bij el salto de la cabra – de sprong van de geit. Beneden op het plein stonden andere feestvierders met een doek in een poging de geit op te vangen.
Het was allemaal in het teken van het naspelen van een mythische gebeurtenis, maar dierenactivisten hebben de dorpelingen zover gekregen hiermee op te houden. Het is op zich al bijzonder dat dit gelukt is, in het toch niet altijd diervriendelijke, stierenvechtende Spanje. Een tijd lang hebben ze nog een plastic geitenpop naar beneden gesmeten, maar daarmee was de lol er al gauw af.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2F4nULFkG9Dg5f1u1763046639.jpg)
Waar ze wel gerust nog met een plastic alternatief doorgaan, is in het Baskische kustplaatsje Lekeitio, gelegen tussen Bilbao en San Sebastián in. Dit jaar werd daar voor de zevenhonderdste keer de Día de los Gansos gevierd: de dag van de ganzen. En ook al suggereert de naam het tegenovergestelde, dit was voor de ganzen nooit een feestdag.
Het idee van het feest is namelijk dat een gans ondersteboven aan een koord boven het water van de haven wordt gespannen. Een boot met feestgangers vaart voorbij, waarbij een van hen de gans stevig bij de nek vastgrijpt. Vervolgens laat een groep mannen het koord vieren, om het daarna opnieuw op te spannen, waardoor de gans met de persoon om de nek zo meters de lucht in schiet. Dit gaat op en neer, op en neer, totdat de ganzennek het niet meer houdt.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FH0IGtp7Dr9w53M1763046694.jpg)
Gaat dit echt zo? ‘Jazeker, en wist je dat we dit met levende ganzen deden tot nog maar een aantal jaar geleden?’ zegt de vrolijk aangeschoten tiener Airea, die tussen het gedrang van het publiek staat toe te kijken. De eerste boot vaart richting de – intussen gelukkig van plastic gemaakte – gans. Airea en haar vriendinnen lachen en juichen.
De gruwelijkste tradities zijn intussen aangepast of gestopt. Zo was er dat dorpje in Zaragoza waar een levende geit vanaf de kerktoren op het plein werd gesmeten
Het werkt ook wel een beetje op je lachspieren. Eerst die roeiboot die zo traag de gans nadert, dan de man of vrouw die vanaf de achtersteven zich stevig vastgrijpt aan de gans. En daar gaan de koordtrekkende mannen hier op de kade, op het commando van een fluitje, naar rechts, het touw viert, naar links, het touw spant aan. De gans wordt met persoon en al uit het water gelanceerd. Een paar keer heen en weer en dan komt alleen het ganzenlichaam omhoog uit het water. De nek is los geknapt.
Airea haalt lachend haar vinger langs haar keel. ‘Heel goed,’ roept ze met een aangeschoten schorre stem boven de mensen uit. ‘De kop is eraf. Heel goed.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FZTZoTozVzT4ImP1763046747.jpg)
De jonge Baskische uit Guernica – ‘je weet wel, van dat schilderij’ – verdwijnt al gauw in de massa met haar vriendinnen, die allemaal zoals het hier hoort rondlopen met een meerliterfles tinto de verano, wijn met prik. Want flink drinken, dat is wel echt een van de grote overeenkomsten tussen alle feesten hier in Spanje, of het nu hier in het extreemlinkse bastion Baskenland is of in het jolige Andalusië – toch een beetje het Brabant van Spanje.
De Basken vragen of we wel weten dat dit tot voor kort met levende ganzen gebeurde? Je kan aan hun dronken ogen zien dat ze die tijd eigenlijk wel missen
Maar waarom die gans? Met die vraag doen we nog even een rondgang langs de Basken, die broodjes worst staan te eten bij de biertenten en juichen zodra de volgende gans met een hardnekkige vasthouder de lucht in schiet. Het levert niets op. Niemand lijkt te weten waarom toch die gans. Wel vragen ze allemaal hetzelfde, met enthousiasme en trots, of we wel weten dat dit tot voor kort met levende ganzen gebeurde? God ja, je kan aan hun dronken ogen zien dat ze die tijd eigenlijk wel een beetje missen. Dat gespartel van die gans moet toch nog een extra element aan de festiviteiten hebben gegeven.
Unieke ervaring
Een stuk van de drukte van de kade vandaan, wordt op een strandje een volgende boot voor vertrek klaargemaakt. Een stuk of vijftien roeiers, allemaal in het oude model boot zoals die hier al honderden jaren voor het feest worden gebruikt. De vijftiger Anders Akarregi kan zijn trots niet verbergen: vandaag zal zijn 17-jarige zoon de gans grijpen, vertelt hij. ‘Dit is een unieke ervaring,’ zegt Akarregi snel voordat zijn boot, nummer 55, het water in wordt geduwd. ‘Je voelt je deel van alles, het is een gemeenschap.’
En dat gemeenschapsgevoel, dat is in Baskenland sterk. Tot in 2011 was hier nog de terreurgroep ETA actief, die met geweld afscheiding van Spanje probeerde af te dwingen. Ook al zijn de wapens intussen neergelegd, het gevoel van wij tegen zij zit er nog sterk in hier in deze regio: van de kreet ‘Independentzia Euskal herria’ (onafhankelijkheid voor het Baskische volk) die hier op de muren is gekalkt, tot de Baskische vlaggen overal – hoewel die vanwege de geopolitieke gebeurtenissen nu ook plaats hebben gemaakt voor de Palestijnse vlag, waarmee de Basken zich verbonden voelen.
Ook Akarregi heeft geen idee waarom het toch in godsnaam een gans is die wordt opgespannen. Wel weet hij te vertellen dat bij de vroegere feesten degene die won, door zo lang mogelijk de gans vast te houden voordat de kop eraf schoot, het ganzenlichaam mee naar huis kreeg om daarmee een feestmaal voor de familie te bereiden. In tijden van barre armoede hier in het regenachtige Baskenland moet dat inderdaad een fikse prijs geweest zijn.
Intussen is het zeker geen armoede meer hier in Baskenland. Het is na Madrid de rijkste regio van Spanje en dat zie je aan alles af: van de verzorgde gevels van de gebouwen hier, tot aan de jachten die in het haventje van Lekeitio dobberen. En terwijl de Basken hun welvaart hier aan de kade wegdrinken met het rijkelijk vloeiende bier uit de tap, maken deze relatief nuchtere Nederlandse journalisten zich langzaam maar weer eens uit de voeten. Hoewel... Onderweg het dorp uit in de laatste kroeg dan toch nog een laatste stop, een laatste caña zoals een Spanjaard dat ook zou doen. En met de dorpelingen kijken we naar de televisie in de hoek waar de beelden van het gespring met ganzen worden uitgezonden.
Een paar boten komen voorbij, en dan is de boot die aankomt nummer 55. Die van Ander Akarregi en zijn 17-jarige zoon. Dat is de moeite waard om naar te kijken natuurlijk, hoe die zoon van die trotse Baskische vader het doet. En jawel, hij doet het erg goed. Negen keer vliegt hij op en neer uit het water voordat de ganzennek losschiet. Het is een fantastische score, misschien wel de beste die we tot nog toe gezien hebben. We kunnen niet anders dan toch ook even mee-applaudisseren met de dorpelingen hier in de kroeg. God ja, je zou bijna vergeten dat ze dit honderden jaren lang met levende ganzen hebben gedaan.
Stelletje mafkezen.
- Eline van nes