Bart Nijman

Bart Nijman: 'De antisemitische smet op het Concertgebouw blijft'

'De oplossing riekt nog altijd naar uitsluiting'

Het goede nieuws is dat de Israëlische cantor Shai Abramson toch mag zingen tijdens de jaarlijkse Chanoeka-viering in het Concertgebouw. Hij was door directeur Simon Reinink geweigerd vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij een ‘controversiële oorlog’, maar er is een compromis gevonden. Maar de oplossing riekt nog altijd naar uitsluiting.

In een gezamenlijke verklaring blijft het Concertgebouw erbij dat de cantor niet kan optreden in het muziekpaleis vanwege zijn (ceremoniële!) positie als Chief Cantor bij de IDF. Daarom is besloten dat er op 14 december een openbaar Chanoeka-concert wordt gehouden waarvan Abramson geen deel zal uitmaken. Vervolgens worden in twee besloten vieringen voor genodigden in de kleine zaal van het Concertgebouw (ik wist niet eens dat er een kleine zaal was, zit die ergens achter een boekenkast of zo?) concerten gehouden waarin cantor Abramson wel religieus voorzanger zal zijn.

‘Beide partijen benadrukken dat bij de besluitvorming het voor Het Concertgebouw geen enkele rol heeft gespeeld dat de cantor Israëli of Joods is,’ stelt de verklaring ook. Dat is een hele rare zin, want Reinink wilde hem niet in het pand hebben vanwege zijn rol in het Israëlische leger. Hoe kan het dan niet uitmaken dat ie Israëlisch is?

En wat is zo’n cantor nou precies, los van zijn ceremoniële rol bij de IDF? Hij komt in Amsterdam geen militaire orders blaffen, maar een gelaagde religieuze geschiedenis bezingen. Dat zijn geen zionistische strijdliederen, het is een lofzang op het licht van de eeuwige kaarsen, dat zovelen in de geschiedenis zo vaak getracht hebben te doven bij de Joden.

‘We zijn tot werkzame afspraken gekomen,’ constateert het Centraal Joods Overleg, dat als bemiddelaar optrad. ‘Goed overleg leidt in Nederland uiteindelijk tot een gedragen resultaat.’ Oftewel: polderen voor de lieve vrede door het probleem levend te begraven, waar het ondergronds kan blijven woekeren.

Ik ben niet Joods, ik heb – behalve wat protestuitingen tegen de weigering – geen aandeel gehad in de reparaties tussen de Chanoeka-stichting en het Concertgebouw. Het is ook niet mijn religieuze viering, ik woon niet eens meer in Amsterdam en toen ik daar nog wel woonde, kwam ik nooit in het Concertgebouw. Dus wie ben ik om wat te vinden van een compromis tussen twee partijen die wél een belang hebben in de kwestie.

Tegelijkertijd: als iedereen er zo over denkt, gebeurt het dus dat Nederlandse Joden zich toch een beetje vrijwillig in het kleine zaaltje van het Concertgebouw laten opsluiten om heel stilletjes, stiekem en bijna lijdzaam naar hun religieuze voorzanger te kunnen luisteren, nota bene tijdens een feest van het licht dat groots gevierd zou moeten kunnen worden. 

Dat kan dus kennelijk niet en dat is meer dan een valse noot. De antisemitische smet op het Concertgebouw blijft.

Column
  • NL Beeld / Patrick van Emst