James Worthy

James Worthy: 'Mijn grootste angst voor 45+-voetbal zat hem in het douchen'

'Mijn 45+-team is letterlijk een geoliede machine'

Sinds kort ben ik oud genoeg voor 45+-voetbal. Dat klinkt als iets wat je doet in een kuuroord, op blote voeten, met een bal van wol. Maar het is gewoon voetbal, met slidings en blessures, en mannen die hun naam vergeten als ze te hard hebben gelopen.

Ik schreef me in bij een club aan de andere kant van de stad, om niemand tegen te komen die me van vroeger kende. Je weet wel, vroeger, toen ik nog dacht dat ik talent had.

De volgende dag fietste ik naar een sportwinkel. De voetbalschoenen leken wel door Willy Wonka ontworpen. Alles glom. Alles had vlammen. Alles beloofde snelheid. Maar mijn platvoeten vroegen om iets degelijks. Iets zonder beloftes. Ik vroeg de jongen in de winkel of ze ook modellen hadden voor mensen met platvoeten en chronische hielspoor. Hij verdween achter een klapdeur en kwam uiteindelijk terug met een schoenendoos waar zo’n dikke stoflaag opzat dat de muizen erop konden skiën.

De scheenbeschermers waren nog een groter probleem. De jongen pakte een meetlint en ging aan de slag alsof hij een rol in een medische dramaserie had. Hij keek naar de uitslag en zei toen: ‘Ik heb nog nooit zulke lange schenen gezien.’ Alsof ik een vondst was. Een anatomisch wonder. Een fout van de natuur.

Twee weken later fietste ik naar de club voor de eerste training van het nieuwe seizoen. De trainer, een man met een pet en een fluitje, noemde het ‘gezellig’ als iemand een bal verkeerd raakte. Alles was gezellig. Ook de bal op mijn neus. Een bal in de sloot. Gezellig. Een iets te robuuste tackle op de enkels. Gezellig. De trainer was gewoon heel blij dat hij niet thuis hoefde te zijn.

We zijn nu een paar maanden verder en hebben zojuist onze derde competitiewedstrijd met 6-1 gewonnen. Ik geef de spijkerbroek dragende scheidsrechter een hand en daarna alle spelers van de tegenpartij. Het zijn slappe handjes van hyperventilerende grootvaders. De keeper en de spits lopen op me af en vragen om een foto van mijn paspoort. Ze geloven niet dat ik 45 jaar oud ben. Even ga ik terug in de tijd, toen ik als 18-jarige jongen een blikje bier wilde kopen in de supermarkt, maar de vrouw achter de kassa het weigerde af te rekenen omdat ze dacht dat ik zestien was.

Ik begrijp de keeper en de spits wel, want ik voelde me vandaag ook helemaal geen 45. Ik voelde me 38. Zij hobbelden over het veld als hobbelpaarden van vlees en bloed, en ik danste en galoppeerde.

Mijn grootste angst wat betreft het inschrijven voor 45+-voetbal zat hem in het douchen. De eerste keer dat ik de doucheruimte betrad, verwachtte ik druipkaarsen van vlees en ballen die als vleermuizen aan het plafond van een grot hingen. Ik verwachtte uit elkaar gebarsten merguezworsten op een barbecue. In mijn hoofd zag de doucheruimte na een 45+-wedstrijd eruit als de eerstehulppost op oudejaarsavond. Een legpuzzel van onooglijkheden. Maar dat is dus helemaal niet zo. Wat blijkt: oude mannen verzorgen hun penis beter dan jonge mannen. Oude mannen zorgen voor hun penis zoals jonge mannen voor hun scooter of hun horloge zorgen. Mijn rechtsback smeert zijn geslachtsdeel wekelijks in met jojoba-olie. En mijn linksvoor doet dit met amandelolie.

We staan na drie wedstrijden stijf bovenaan. Wat dus best logisch is. Mijn 45+-team is letterlijk een geoliede machine

Column
  • NL Beeld / Pro Shots