Mannen in de knoop: suïcide komt het vaakst voor op middelbare leeftijd

Mannen van middelbare leeftijd scoren het hoogst als het gaat om zelfdoding. Dat was al zo tien jaar terug toen drie bekende schrijvers een einde aan hun leven maakten en dat is nog zo. Hoe komt dat? Omdat mannen hebben geleerd anderen niet met persoonlijke ellende op te zadelen? Omdat ze niet naar een therapeut willen? Nabestaande Babette: ‘Mijn broer verwaarloosde niemand. Met uitzondering van zichzelf.’

Beeld van schaduw ter illustratie

Tien jaar geleden gaf auteur Joost Zwagerman de geest. Zijn einde was, zoals bekend, zelfverkozen. Nog geen twee maanden eerder had goede vriend en vakbroeder Rogi Wieg ook een punt achter zijn leven gezet, na jaren van psychische nood. En een half jaar na Zwagerman koos Wim Brands voor een vervroegd levenseinde. Alle drie mannen uit het literaire bedrijf, zullen de meesten prompt signaleren. Schrijvers die een zekere landelijke bekendheid genoten. Klopt als een bus en op zichzelf alvast een gegeven dat nogal te denken geeft.

Maar Zwagerman, Wieg en Brands hadden nog meer met elkaar gemeen. Het waren mannen van tussen de 40 en 70 jaar. En dat lijkt in deze context nog het zwaarst te wegen. Want: indertijd was dit de demografische groep waar het percentage zelfdodingsgevallen het hoogst lag. Met grote afstand.

Mannen van middelbare leeftijd konden er wat van, zogezegd. Wrang genoeg. En dat kunnen ze nog steeds: het afgelopen decennium is er niets veranderd. Tot op heden zijn ze naar verhouding het kwetsbaarst gebleven voor een dergelijke dood. Wat maakt nou dat deze populatie een onevenredig groot gevaar loopt om op deze manier te eindigen? Al zo lang en zo stabiel. En hoe kijken directe en indirecte slachtoffers ernaar?

Gigantische verschillen

‘Er valt een hoop over te zeggen,’ verzekert Marcel van Kanten van 113 Zelfmoordpreventie, waar hij als marketing- en communicatieadviseur onder andere de campagnes runt waarmee hij deze specifieke problematiek van mannen onder de aandacht probeert te brengen. ‘Maar allereerst vind ik het zaak om nog maar eens de ernst van de kwestie te markeren. Ze staan met stip op één, deze mannen. Over de volle breedte bekeken. Meer dan twee keer zoveel als de vrouwen. Dat zijn gewoon gigantische verschillen.’

Maar: is er een prototype man dat op deze leeftijd de hand aan zichzelf slaat? Valt er op hun levensfase na een bepaalde signatuur te detecteren? Hun sociaaleconomische positie? Hun inkomen? Hun werk? Hun opleidingsniveau? Wat kenmerkt deze mannen? 

‘Een prototype? Nee, daar kun je niet echt van spreken,’ aldus Van Kanten. ‘Ze doorkruisen alle segmenten van de samenleving. Het is ongelooflijk divers, overal komt het voor. In alle soorten en maten. Alleen wil dat niet zeggen dat het maar een betekenisloos allegaartje is. Verre van zelfs. Met 113 hebben we grondig op deze doelgroep ingezoomd. We zijn breder gaan kijken dan slechts hun maatschappelijke eigenschappen en ook toe gaan snijden op hun normen en waarden.

Joost Zwagerman pleegde zelfmoord in 2015.

Ter verheldering een voorbeeld uit de politiek: Jesse Klaver en Thierry Baudet hebben vanuit maatschappelijk oogpunt nagenoeg identieke profielen. Man, geboren begin jaren tachtig, wonend in de Randstad, hoogopgeleid, hooggeplaatst in de politiek en ga zo maar verder. Maar wie de respectievelijke heren ooit heeft horen spreken, weet natuurlijk wel beter. Hun profielen zeggen een boel, maar vooral een heleboel niet. 

Met deze aangepaste ogen zijn wij de mannen van middelbare leeftijd gaan analyseren die uit het leven stapten. En het komt erop neer dat er twee groepen uitspringen: de traditionele burgerij en de moderne burgerij. Kort gezegd is de eerste groep plichtsgetrouw, op fatsoen gericht en erg gehecht aan tradities, gewoonten en bezittingen. Het zijn de mensen die op het platteland leven of in steden die grotendeels uit landelijk gebied bestaan.

De tweede groep is conformistisch, statusgevoelig en op zoek naar evenwicht tussen tradities en moderne waarden als consumeren en genieten. Dat zijn zo’n beetje de bewoners van Vinex-wijken. Dit is kostbare informatie. Het geeft weer waar de meeste urgentie is. Elke maand benemen gemiddeld twee boeren zichzelf het leven. Dat strookt sterk met deze vondsten. En daar kun je dan wat mee wat betreft interventies, bewustwordingsacties en andere vormen van de strijd aangaan. Je weet beter waar je zijn moet.’

Risicofactoren

Meten langs de lat van mens- en wereldbeeld: Van Kanten haast zich te benadrukken dat dit één manier is om naar deze mannen te kijken. Een belangrijke, welteverstaan. Maar niet de enige. Een andere is het identificeren van risicofactoren. En die is mogelijkerwijs nog relevanter. Wat kan een man gaandeweg zijn leven overkomen dat de kans op suïcidale gedachten en neigingen vergroot? Sluimerend. Of misschien wel als bij donderslag.

Een klinische depressie, dat is een flinke. Of medische tegenspoed: chronische ziektes zoals multiple sclerose of parkinson zetten de zaken ook ferm onder spanning. Daarnaast is het verlies van werk ofwel maatschappelijke status een veelvoorkomend begin van dit hellende vlak. En dat is iets waarover Jan Kuipers (63) kan meepraten. Bruusk verloor deze Fries zijn baan. En hij raakte in korte tijd hevig ontregeld.

‘Ik was manager bij een grootschalig IT-bedrijf,’ vertelt hij. ‘En op een gegeven ogenblik werd ik bij een reorganisatie wegbezuinigd. Er waren er te veel met mijn functie. Vrijwel onmiddellijk ben ik diepongelukkig geworden. Door mijn ontslag had ik geen idee meer wie ik was. Voor mijn gevoel was dit alles wat ik had aan identiteit, zal ik maar zeggen. Crisis dus. Ik was volstrekt ontheemd. En wist niet meer waar ik het zoeken moest.’

De somberte kreeg meer en meer greep op Kuipers. Hij was zijn collega’s kwijt, had geen structuur meer in zijn weken en de muren kwamen op hem af. Hij voelde zich een nul en de gedachte dat hij nooit meer nieuw werk zou vinden, bleef maar door zijn hoofd tollen. En zonder een baan was een mens waardeloos. Waarvoor waren we anders hier op aarde? Het werd Kuipers toenmalige partner te zwaar. Ze verbrak de relatie. Nu was hij helemaal alleen. Voor zijn gevoel. 

Marcel van Kanten van 113 Zelfmoordpreventie: ‘Mannen staan met stip op één, meer dan twee keer zoveel als de vrouwen. Dat zijn gigantische verschillen’

‘Ik heb wel vrienden. Altijd gehad ook,’ laat hij met veel nadruk weten. ‘En dat zijn zonder meer mensen bij wie ik mijn ei kwijt zou kunnen. Ze zijn er voor me als ik ze nodig heb. Daar bestaat geen enkele twijfel over. Maar op de een of ander manier slaagde ik er niet in mijn leed met hen te delen. Of ook maar het signaal af te geven dat ik er zo belabberd aan toe was. Ik ben van nature een beetje hulpeloos wat dat betreft.

Woorden geven aan je gevoelens en dergelijke – dat is een harde noot om te kraken voor mij. Het is ook wel een familiekwaaltje, moet ik bekennen. Mijn ouders waren er ook bepaald geen kei in, op zijn zachtst gezegd. Liefhebbend: meer dan. Laat dat helder zijn. Maar praten over gevoelens? Het had wel gekund bij ons thuis. Het was niet verboden, of zo. Maar het werd niet gedaan. En ik ben er zelf ook gewoonweg allesbehalve goed in. Ik kan mijn emoties beter in mijn liedjes kwijt dan in een gesprek met mijn vader.’

En omdat er geen noodklok geluid werd, zag Kuipers om zich heen het leven doorgaan alsof er geen vuiltje aan de lucht was. De afstand tussen hem en de rest van de wereld werd steeds groter. Uit schaamte begon hij zijn vrienden uit de weg te gaan. Zij hadden hun zaakjes prima voor elkaar: werk, romantische relaties, kinderen. Zij hadden een reden om op te staan. Zij hadden recht van bestaan. Zij telden mee. Hij niet. En die confrontatie werd te pijnlijk. Kuipers raakte opgesloten in zijn isolement. En zag op den duur geen andere uitweg meer dan de onherroepelijke.

In totaal deed hij twee pogingen. Die mislukten. Hij werd opgenomen. ‘Ik ging in behandeling. En leerde zodoende mezelf bloot te geven. Ik volgde cognitieve gedragstherapie bij een dame die haar vak voortreffelijk verstond. Ze heeft me op zoveel cruciale inzichten gebracht. Op een gegeven moment stelde ze me de vraag: “Maar Jan, zijn dan al die werklozen, meer dan 500.000 alleen al in Nederland, allemaal waardeloze mensen?” En toen ging er bij mij een knop om. Ik dacht: nee, dat kan ik niet beweren. En daarna dacht ik: maar dan ben ik zelf misschien ook niet waardeloos.

Binnen een paar weken was ik hersteld. Het klinkt zo simpel. Als ik het navertel. Een open deur. Maar dat is achteraf. Het was een van de grootste eyeopeners die ik ooit meegemaakt heb. Met dank aan haar kwam ik er weer bovenop. En met dank aan mijn vrienden. Hen mag ik absoluut niet vergeten. Ze hadden een heel bezoekschema ontworpen waardoor elke dag van mijn opname er minstens één bij me was. Een middagje of avondje. Dat is onbeschrijfelijk ontroerend. Ik ben die mensen eeuwig dankbaar. Stuk voor stuk.’

Binnenvetter

Kuipers overleefde zijn existentiële onheil. Ternauwernood. Richard Deiring (48) niet. Hij was de broer van Babette. En liet twee kinderen achter. En een vrouw. Hij moest minstens zo’n binnenvetter geweest zijn als Kuipers destijds. Maar tegelijk een meester in de schone schijn. Voor iedereen om hem heen kwam Deirings overlijden uit de lucht vallen. Hij groeide op als een vrolijk Utrechts kind. En was van jongs af aan aspiratievol geweest. Schrijven voor de schoolkrant, meerdere sporten beoefenen, nooit blijven zitten, zijn universitaire bul bemachtigen alsof het laaghangend fruit was, sociaal dik in orde, probleemloos een gezinnetje stichten. Het geluk lachte Deiring toe. Op het oog. 

‘Tja, wat moet je erover zeggen?’ vraagt zijn zus zich hardop af. ‘De schok... Die was niet in woorden uit te drukken. Om Richard maakte niemand zich ooit ongerust. Het ging hem voor de wind, hij had nergens last van. Als kind kon ik stikjaloers zijn op zijn talenten, het gemak waarmee het hem allemaal afging... Ik was zo’n zes-min-leerlingetje. Met ontiegelijk veel moeite, ook nog eens. En dat ik al in mijn puberteit voor ogen had wat er van me moest komen – nou, vergeet het maar. Richard had dat wel degelijk, zijn loopbaan zowat in de eerste klas al uitgetekend. De advocatuur. Dat was zijn voorland. Daar zou hij arriveren. En uitblinken.’

Deiring maakte zijn grote woorden waar. In no time had hij zich de hogere regionen van het advocatenuniversum binnen geknokt. Hij maakte werkweken waarvan een buitenstaander steil achterover zou slaan: zeventig uur was eerder regel dan uitzondering. Maar goed, dat waren de mores. Onder die omstandigheden kon je dat geen rode vlag noemen. You worked hard, you played hard. Dat was de cultuur. Zo ging het gewoon. 

‘Hij lustte ook graag een borrel,’ gaat zijn zus verder. ‘Na een lange dag een paar voor de televisie of met zijn directe collega’s als ze een belangrijke zaak hadden gewonnen. Het hoorde erbij. En in het weekend wilde het ook wel... Maar het was nooit alarmerend. In onze beleving. Kijk, met terugwerkende kracht ga je alles in een ander licht zien. Is vijf uur slapen per nacht te kort? Jazeker. Bluste hij de stress van zijn overmatige gezwoeg met drank? Voor een groot deel? Ongetwijfeld. Had hij verdoving nodig om te kunnen blijven functioneren? Zal best.

Maar het was al jaren de gang van zaken. En Richard haalde geen maffe dingen uit. Hij leverde niemand streken, misdroeg zich nooit. Juist het tegendeel: hij had oog en aandacht voor zijn vrouw en kinderen. Was er voor zijn familie. Verwaarloosde niemand. Je kon hem hoe dan ook bereiken. Vakantie, midden in de nacht: hij nam op. En op ook sociale gelegenheden was Richard opvallend belangstellend. Partijtjes en zo. Je wilt niet weten hoeveel mensen ik hem heb horen prijzen om zijn interesse in de ander. Nee, hij verwaarloosde niemand. Met uitzondering van zichzelf. Denk ik.’

Babette herinnert zich dat haar broer uitzonderlijk behendig was in het bepalen van de koers van het gesprek. Je had de vraag nog niet gesteld of je was alweer over jezelf aan het praten. Zonder dat je het doorhad. En vooral dat maakt het nagenoeg onmogelijk om een verklarende slinger te geven aan zijn daad. Het te kunnen bevatten, door zijn ogen te kijken. Hoewel sporadische dagboekachtige aantekeningen op zijn laptop een en ander suggereren. 

‘Ja, als je dat leest, begint dat volmaakte plaatje toch wel scheuren te vertonen,’ stelt zijn zus vast. ‘Iemand die lang niet zo zelfverzekerd in zijn schoenen stond als hij deed geloven. En bevreesd was dat hij zou falen. Niet zo ver zou komen als hij wilde. Zuchtte onder de prestatiedruk. Zich klein kon voelen. En ook in heel sterke mate iemand die zich geen enkele raad wist met zijn sores. Praten, dat paste een man van zijn statuur niet. En dat was ook wel met de paplepel ingegoten. Onze vader was een man van niet klagen maar dragen. Hard werken en geen gemekker. Op volle kracht vooruit.’

Beslissende rol

Een ander in vertrouwen nemen: mannen an sich zijn er vrij onbeholpen in. En die van middelbare leeftijd lijken de kroon te spannen. Volgens 113-medewerker Van Kanten speelt dit een beslissende rol in hun vatbaarheid voor zelfdoding. Het heeft alles van doen met sociale afwijzing. Of op z’n minst de projectie daarvan. Wat zullen anderen wel niet van me denken?

Die vraag speelt hen parten. ‘Het zit in het DNA van de mannen uit die oudere generaties,’ stelt hij, ‘om anderen niet met je persoonlijke ellende op te zadelen. Zo werd dat gezien in hun jonge jaren. Je zadelt de ander ermee op. Je valt diegene lastig. Als man had je te zwijgen. Mond dicht en dóór. Ik herken dat goed. Ik behoor zelf ook tot deze categorie. Naar de therapeut tijgen, dat is niets voor mannen.’ 

Hij houdt even in, weegt zijn woorden tactvol en voegt er dan hoopvol aan toe: ‘En daarom ben ik ook zo verheugd om tekenen op te vangen dat mannen zich minder gehinderd voelen om naar een mental coach te gaan. Of een variatie op die titel. Niet dat klassieke woord: therapeut. Of psycholoog. Maar dus wel een luchtiger, toegankelijker naam.

Dat schijnt dan toch minder beladen op hen over te komen, de drempel te verlagen. Tuurlijk, het is niet een-op-een hetzelfde, maar het draait erom dat ze zich ten minste openstellen. Ergens. Bij iemand. Weer adem vinden. Daarmee is een belangrijke eerste stap gezet naar herstel en naar het licht. En zo bekeken ben ik een behoorlijke pragmatist: als dat het verschil maakt, laten we daar dan naar handelen.’

Jan Kuipers: ‘Vrienden hadden een bezoekschema ontworpen waardoor elke dag van mijn opname er minstens één bij me was. Ik ben die mensen eeuwig dankbaar’

Geef lucht aan je zielenroerselen: het kan een zaak van leven of dood zijn. En dat is niet overdreven. Ook de Friese Kuipers weegt het als een onmisbaar wapen in de strijd tegen zelfdoding. Voor mannen van middelbare leeftijd, maar feitelijk voor welk type mens dan ook. We kunnen de wereld niet in ons eentje dragen. Die binnenin ons evenmin. En Kuipers snijdt nog een essentieel punt aan, iets wat hem fundamenteel geholpen heeft om de weg naar beter te vinden. En daar dan ook op te blijven. Tot op de dag van vandaag. Te weten: levensdoelen. Zingeving. En dan liever breed dan smal. Niet uitsluitend gecentreerd in je werk, bijvoorbeeld. Zoals bij Kuipers het geval was. Leg je eieren in meerdere mandjes. 

‘Als werkloze leek mijn leven zinloos,’ legt hij uit. ‘Uiteindelijk ben ik meer out of the box gaan denken. En zo kwam ik tot het stellen van mijn eerste en belangrijkste levensdoel: het hebben en behouden van innerlijke rust. Het tweede omspant het steunen van andere mensen. En het derde gaat over mijn creativiteit: vorm aan mijn interne zijn geven, mezelf tot uiting laten komen. Ik schrijf, wat overigens resulteerde in Het einde van de strijd, een zelfhulpboek voor mensen met psychische problemen. En ik maak muziek, zoals gezegd.

En dan heb ik nog twee andere levensdoelen: mijn huidige geliefde en de relatie met mijn vader. Alleen hij, want helaas is mijn moeder er niet meer. En ja, dat alles houdt mij op de been. Wanneer je geen betekenis geeft aan je leven of je die puur ontleent aan dingen die je niet geheel in eigen hand hebt, hoeft er niet veel te gebeuren om met jezelf in de knoop te komen zitten.

Dat heb ik aan den lijve ondervonden. En dat is ook wat ik aan de man probeer te brengen. Als ik ergens een toespraak houdt over dit onderwerp, wat ik al best wat jaren doe. Of met lotgenoten spreek, mede in mijn werk als ervaringsdeskundige bij GGZ Friesland. Zorg er in godsnaam voor dat je het ergens voor doet. Dat is de crux.’

De boer op met deze kennis: maak het probleem bespreekbaar en korte metten met het taboe. Een adagium dat opgaat voor het thema in zijn algemeenheid. En 113 Zelfmoordpreventie beijvert zich daar onvermoeibaar voor, met als een van hun klapstukken de Nederlands editie van de jaarlijkse Wereld Suïcide Preventie Week in september. Aan de hand van een veelvoud van activiteiten en voorlichtingsbijeenkomsten komt het land ieder jaar tot in alle windstreken zeven dagen lang in het teken te staan van zelfmoordpreventie. Een door en door behartigenswaardig initiatief. 

Tot besluit ziet Van Kanten zich genoodzaakt ons nog een les aan het verstand te brengen. Eentje die hij opdeed naar aanleiding van de dood van Joost Zwagerman. In de nasleep. En ons: dat zijn wij mensen. Zeker. Maar de media in het bijzonder. ‘Verheerlijk zelfdoding niet!’ bezweert Van Kanten. ‘Spreek er in de openbaarheid niet in zachte termen over. Dat iemand nu eindelijk rust heeft, naar een betere plek is gegaan. Of wat daar ook maar op lijkt.

Op een keer hadden we voor een podcast over suïcide Ronald Giphart te gast, die innig bevriend was met Zwagerman. In de betreffende aflevering heeft hij het over een telefoontje dat hij kreeg van een psychiater. Vlak voor de in memoriam-uitzending die De wereld draait door had georkestreerd, als laatste eerbewijs aan de schrijver. Een dag nadat het gebeurd was. Met intimi en anderen die in zijn leven veelbetekenend waren geweest.

Giphart zou natuurlijk ook plaatsnemen aan die tafel. Maar wat wilde die psychiater nou van hem? Wel, die verzocht hem met klem om de keuze van zijn vriend vooral niet te romantiseren. Dan is de kans op kopieergedrag namelijk het kleinst. En zeker bij zelfdoding door een bekende persoon. Is allerlei internationaal onderzoek naar gedaan. Die psychiater had daar weet van. En daarom waarschuwde hij Giphart. Die vervolgens naar eer en geweten heeft geopereerd.’

Alles bijeengenomen: werk aan de winkel. Nou en of. En voor iedereen. En om met een hoopgevende noot af te sluiten, licht Van Kanten nog een tipje van de sluier over de allernieuwste statistieken: voor het eerst in vele jaren tekent zich het beeld af dat zelfdoding onder mannen van middelbare leeftijd ietwat aan het afnemen is. Heel voorzichtig. Ergo: het is niet onmogelijk. Laat dat gelden als een impuls, een impuls om ons extra in te spannen.