James Worthy: 'Je moet iemand anders durven zijn, zodat je uiteindelijk jezelf kunt worden'
'Deze persoon heeft dus oude columns van mij naar mijn voormalige werkgever gestuurd, en die worden zonder blikken of blozen geplaatst'
Ik zoek op het internet naar oude columns van mezelf. Op de websites van voormalige werkgevers die mijn stem niet meer konden waarderen, staan nog steeds honderden stukken. Echo’s uit een ver verleden. Misschien zegt dat iets over de tijd waarin we leven: we willen de inhoud, maar niet per se de maker. De woorden en de stijl, maar niet het gezicht erachter.
Het is eigenlijk best intrigerend hoe werkgevers met oude columns omgaan. Het is alsof ik morgen door mijn vrouw aan de kant word gezet, maar dat ze drie jaar later nog twintig foto’s van mij in de kast heeft staan. Het heeft ongetwijfeld iets met macht te maken. We hebben je niet meer nodig, maar gaan wel nog met je werk pronken.
Na een uur kom ik iets geks tegen. Onder een paar ingezonden lezerscolumns die me heel bekend voorkomen, staat een andere naam. Deze persoon heeft dus oude columns van mij naar mijn voormalige werkgever gestuurd, en die worden zonder blikken of blozen geplaatst. Eerst voel ik iets van woede. Dan iets van verbazing. En ik eindig bij ontroering.
Ik was vroeger ook maar een jongen met een droom. Ik deed Giphart, Bukowski, Eggers, Brusselmans en Zwagerman na. Van al hun stemmen maakte ik in het begin mijn eigen stem. Een collage van stemmen, zo schreef ik vroeger. Het leek heel eigen, maar in feite voelde het als playbacken.
Deze jongen wil blijkbaar zó graag schrijven dat hij zich mijn stem aanmeet om gehoord te worden. Misschien is zijn eigen stem nog niet krachtig genoeg. Misschien spaart hij die voor het juiste moment. Dus gebruikt hij de mijne als springplank. Nu voel ik ontzag.
Ik wilde ook heel graag schrijver worden, maar zo roekeloos als deze jongen ben ik nooit geweest. Hij zet alles op het spel. Zijn carrière kan al voorbij zijn voordat die goed en wel begonnen is. Ik respecteer het. En misschien is dit wel de grootste eer die je als schrijver kunt krijgen: niet dat mensen je werk onthouden, of je boeken mee op vakantie nemen, maar dat iemand jouw stem gebruikt om zijn of haar eigen stem te vinden.
Ik stuur hem via Instagram een bericht dat ik niet boos ben. En als ik het al zou zijn, dan zou ik mijn woede eerder botvieren op mijn oude werkgever. Dat die niets doorhad, maakt het verhaal nog schrijnender – en tragikomischer.
Ik vraag of ik hem verder kan helpen met zijn droom. En ik zeg dat ik het niet erg vond om zijn keukentrappetje te zijn. Soms heb je als kunstenaar een klein zetje omhoog nodig om bij het aanrecht van je ambitie te kunnen. Ik was zijn trappetje. Ik was net stevig genoeg, zodat hij zijn eerste sprongetje kon maken.
‘Ik kan niet boos op je zijn,’ schrijf ik, ‘want dit is precies wat schrijven soms is: je moet iemand anders durven zijn, zodat je uiteindelijk jezelf kunt worden.’
- NL Beeld / Pro Shots