Foute Jongens: 'De BBC belazerde de boel structureel'
Deze keer gaan de Foute Jongens dieper in op het BBC-schandaal rond de berichtgeving over Donald Trump en concluderen dat ook in dit polderlandschap verschillende media vooringenomen zijn.
Rob: Dus als ik het goed begrijp, mijnheer Van Amerongen, kwam het bij de BBC zo’n beetje op het volgende neer: als Donald Trump ‘I don’t like this guy’ zei (ik verzin maar iets), dan schrapten ze bij het editen ‘don’t’.
In de vertroebelde ogen van de medewerkers van de Britse staatsomroep was/is de huidige Amerikaanse president het absolute kwaad. Om die reden beschouwden zij dergelijke Noord-Koreaanse manipulaties als noodzakelijk. De onthullingen over die aanpak, met name door de Britse Telegraph, heeft tot nu toe twee hotemetoten hun baan gekost.
Vooral dankzij die krant weten we nu eindelijk meer over de schandelijke werkwijze van de BBC in de verslaggeving van niet alleen de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021, maar ook van de transgenderkwestie, van de Britse immigratieproblematiek en van het Gaza-conflict. Het links-liberale BBC-journaille ging zo vooringenomen te werk dat ik inmiddels zelfs de indruk heb dat een lidmaatschap van Hamas een voorwaarde was voor een arbeidscontract bij BBC Arabic.
Staat de BBC daarin alleen?
Neen.
Wij lopen allebei al een tijdje mee in dit vak, mijnheer Van Amerongen, samen een jaar of 95 (ik 53 jaar, u 42 jaar). Voordat u tot inkeer kwam, vertoefde u zelfs jarenlang aan gene zijde, oftewel: aan de kant van de deugmedia die zichzelf in al hun arrogantie tot taak hebben gesteld het plebs op te voeden. Dat er daar sprake is van een systematische afwijking van de werkelijkheid en de objectiviteit, oftewel van bias, is zonneklaar. Vraag het anders maar aan collega Theodor Holman, die er bij Het Parool op de meest laaghartige wijze werd uitgewerkt omdat hij te pro-Israëlisch was.
Daarom vind ik het zo vermakelijk hoe de minstens zo activistische polderlandse media reageren op de onthullingen van The Telegraph. Zo sprak de NOS over ‘fouten’ bij de BBC, hetgeen wel héél eufemistisch was: de BBC belazerde de boel structureel. Om bij het reeds genoemde geval van The Donald te blijven: inderdaad werden uitspraken van hem dusdanig bewerkt dat er een totaal andere realiteit mee werd gecreëerd. Ik ben geen fan van Mr. President en ik blijf er ook bij dat die hork zijn Jay Sixers bij hun aanslag op de Amerikaanse rechtsstaat in het Capitool onverbiddelijk tot de orde had moeten roepen.
'Dat de linksmens in het algemeen en de journalist in het bijzonder nauwelijks in staat is zijn ongelijk te bekennen: het blijft een dingetje'
Dat hij een miljard schadevergoeding van de BBC eist als de reportage niet wordt teruggenomen, snap ik daarentegen wel. En ook kranten als de NRC en de Volkskrant zijn veel te terughoudend in hun berichtgeving over de affaire. Sterker nog, ze krijgen alle ruimte om glashard te beweren dat het allemaal wel meevalt en dat ‘radicaal-rechts’ helaas met het onderwerp aan de haal is gegaan.
Dat de linksmens in het algemeen en de journalist in het bijzonder nauwelijks in staat is zijn ongelijk te bekennen: het blijft een dingetje. ‘Als je onafhankelijke journalistiek wil bedrijven, moet je bereid zijn om de feiten te volgen, zelfs als die je wegleiden van wat je dacht dat waar zou zijn,’ zeiden uitgever A.G. Sulzberger en voormalig hoofdredacteur Joseph Kahn van The New York Times eens.
Zal het er ooit van komen?
Arthur: Wanneer jij BBC schrijft, heer Hoogland, denk ik aan iets heel anders dan aan British Broadcasting Corporation. Ik zal je even helpen: ik denk dan niet aan British Born Chinese en ook niet aan Broken Bone Club, de formele term voor mensen met botbreuken. Bone komt trouwens wel aardig in de richting inzake mijn associatie met BBC. Meer vingerwijzingen ga ik niet geven.
Ach, wat is er toch gebeurd met good old Auntie Beeb (Monty Python, Fawlty Towers, Dad’s Army, Are You Being Served en The Two Ronnies)? Maar laat ik het gezellig houden, met een fraaie BBC-anekdote uit mijn ouwe doos.
Tijdens mijn correspondentschap in Jeruzalem had ik namelijk kennis aan een juffrouw van de Arabische BBC. Zij werkte voor de radiopoot en was vrijwel dagelijks een paar keer te horen. De schat kwam uit Jordanië en was geen Palestijnse vluchteling of iets in die geest, maar kwam uit een voornaam Arabisch geslacht met een directe lijn naar het Hasjemitisch koninkrijk en dus naar de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem).
Ik ging regelmatig met haar op stap in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever (Judea en Samaria voor de Joodse lezers van de Nieuwe Revu) want ze was geweldig en vooral heel professioneel gezelschap. Bovendien dronk ze als een tempelier. Wolla broer, van het een kwam het ander en ik eindigde na een dag wapengekletter in haar schitterende appartement in de sjieke Joodse wijk Rechavia van Jeruzalem.
En nu komt het, oom Rob: het goede mens had een hartstikke lieve snoet, maar woog 150 kilo schoon aan de haak. Ik hoor jou al ‘Jerry, Jerry!’ roepen, een subtiele verwijzing naar die geweldige show van Jerry Springer. Daarin wemelde het van de feeders en moddervette personen die uit hun etage getakeld moesten worden om naar de televisiestudio te geraken. Wat er die nacht gebeurd is in haar gepantserde ledikant, zal pas vijftig jaar na mijn dood publiekelijk gemaakt worden.
’s Anderendaags zat zij al weer vrolijk en opgewekt voor de BBC te roeptoeteren (40 miljoen luisteraars) terwijl ik volledig gekraakt en met een gruwelijke kater het liefst een einde aan mijn toch al zo onbeduidende leven wilde maken. Ik kon uit het raam springen, maar ze woonde op de begane grond, of ik kon haar vragen om nog een paar resterende stijlfiguren uit de Kamasutra te praktiseren. Later die ochtend sloop ik als een geslagen hond achter haar aan naar de bar van het American Colony Hotel in Oost-Jeruzalem, alwaar wij beiden een ‘hair of the dog’ gingen nuttigen. Een herstelwhisky zogezegd.
Zij had afgesproken met een collega, ene Tarik Afala. Hij zou later de grote baas van de Arabische tak van de BBC worden. Ik kreeg vreselijke ruzie met die knakker toen hij zei dat de meeste slachtoffers van terrorisme moslims zijn, waarop ik – na mijn derde ochtendwhisky – ‘de meeste daders zijn ook mohammedanen, habibi!’ riep. Als BBC-bobo vermeed hij zorgvuldig het begrip islamitische moslimterrorist, want dat straalde slecht af op de islam (immers een vredelievend clubje).
De Jordanese Bessie Turf schold mij vervolgens uit voor islamofoob en ik hoefde die avond niet meer bij haar te ‘logeren’. En zo heeft onze column toch nog een happy ending, heer Hoogland. Google maar eens op Death by Snu Snu (en daarna BBC) bij Urban Dictionary.
- Paul Tolenaar