Suriname viert 50 jaar onafhankelijkheid en voetbalsucces: 'Natio' maakt Suriname trots

Suriname viert deze week dat het land vijftig jaar onafhankelijk is van Nederland. In de week ervoor vecht het nationaal voetbalelftal voor WK-kwalificatie, dat uiteindelijk niet lukt. Toch is geschiedenis geschreven, zegt iedereen. De teneur: door ‘Natio’ is Suriname misschien wel meer één geweest dan ooit in hun vijftigjarig bestaan.

Uitzinnige Surinamers zijn trots op de 'Natio'

Jagny Anderson (47) staat met een Heinekenbiertje – ‘Ik drink geen Parbo-bier, dan krijg ik last van mijn maag’ – voor het Dr. Ir. Frank Essed Stadion aan de Jaggernath Lachmonstraat in het zuiden van Paramaribo. Hij draagt een shirt met ter hoogte van het hart de woorden: ‘I Love Su’. Over de breedte van het shirt is de Surinaamse vlag te zien. Het is donderdagavond, anderhalf uur voordat de WK-kwalificatiewedstrijd tegen El Salvador begint en Anderson moet toegeven: hij is weleens meer ontspannen geweest. Dat deze wedstrijd in 4-0 zal eindigen en dat Suriname daarmee een reuzenstap zal zetten richting het WK, dát weet hij op dat moment natuurlijk nog niet. Hij heeft ‘behoorlijke wedstrijdspanning’, zegt hij. ‘Daarom die biri toch. Ik moet een beetje afkoelen.’

Waar Anderson al snel over begint, is dat hij trots is op Suriname. Dat Suriname het verdient om naar het WK te gaan. Dat hij niet had gedacht dat hij ooit mee zou maken dat Suriname zó dichtbij een WK zou komen. Dat hij het Surinaamse volk het WK gunt, na de recente jaren vol financiële moeilijkheden, van economische malheur, van drugscriminaliteit, van corruptie, van hyperinflatie met een voor veel Surinamers vrijwel onbetaalbaar leven tot gevolg. Het land verdient betere tijden, zo zegt Anderson en Natio, zoals het Surinaams voetbalelftal liefkozend wordt genoemd, bréngt betere tijden. Nu al. 

Anderson ratelt lekker door. Hij is op dreef. ‘Het belang van Natio is groot,’ zegt hij. ‘We vieren over twee weken de vijftig jaar staatkundige onafhankelijkheid van Suriname. We vieren dat Natio vijftig jaar bestaat. Dat dit nu samenvalt, is geen toeval. Het heeft zo moeten zijn.’ 

Hij neemt een slokje van zijn bier. Zijn collega bij de Surinaamse Postspaarbank, Mac-Galphio Lagadeau (34), komt erbij staan. Zonder bier, maar met een zakje gebrande pinda’s in zijn rechterhand die hij met zijn linkerhand in razend tempo een voor een opeet. Het zal met de wedstrijdspanning te maken hebben, Lagadeau zegt dat hij afgelopen nacht niet heeft kunnen slapen. Anderson: ‘Heel Suriname is hier aanwezig, ja toch Mac? Is het niet hier in het stadion, dan wel voor de tv. Hier of in Nederland. Alle Surinamers zijn erbij!’

Wan pipel

Het is een veel gehoord geluid, zegt ook Desney Romeo een dag na de wedstrijd tegen El Salvador. Dat Surinamers waar ook ter wereld in de dagen voor de wedstrijden van Natio meer één zijn dan misschien wel ooit tevoren. Wan pipel, één Surinaams volk, bestaat het dan echt? De kritiek op Natio en de beleidsmakers bij de Surinaamse Voetbalbond was juist lange tijd dat de spelers die sinds 2019 met een sportpaspoort uitkomen voor Natio geen échte Surinamers zouden zijn, maar Europeanen, jongens van de Noordzee. Voetballers die met een gek accent praten, geen Sranantongo kunnen en hooguit misschien een keer in Suriname zijn geweest om vakantie te vieren. Geen ‘trutru Srananman’ dus, maar Hollanders die de lokale voetballers uit Suriname, spelend voor clubs als Transvaal en Robinhood, in de weg zitten. 

De 70-jarige Romeo wordt in Suriname beschouwd als de nestor van de sportjournalistiek, gespecialiseerd in voetbal, en hij is sinds jaar en dag hét gezicht van de belangrijke nieuwszender ABC, opgericht door journalist André Kamperveen, die daarnaast ook nog eens vicevoorzitter bij de FIFA was, tot het moment dat hij, samen met veertien anderen, in december 1982 in Fort Zeelandia door het militaire regime van Desi Bouterse zonder enige vorm van proces standrechtelijk werd geëxecuteerd. Hij werd slechts 58 jaar oud. 

Jong en oud vieren de onafhankelijkheid van Suriname.

De zender wordt tegenwoordig gerund door zijn zoon, Henk Kamperveen, die ten tijde van de moord op zijn vader 35 jaar oud was. De Decembermoorden hebben de afgelopen 43 jaar als een rode draad gelopen door het leven van ABC, door het leven van de familie Kamperveen en eigenlijk door het leven van heel Suriname.

Na de Decembermoorden vluchtten vele duizenden Surinamers weg uit het land, uit angst voor de militairen, uit angst voor de dictatoriale uitspattingen van de steeds onberekenbaar wordende Bouterse die ruim twee jaar voor de Decembermoorden op gewelddadige wijze aan de macht was gekomen, uit angst voor wat hij nog meer in petto had en zonder hoop dat de democratie onder Baas Bouta ooit nog zou terugkeren in Suriname. Suriname was na de Decembermoorden geen plek om te blijven.

Velen die de dictatuur van de militairen na de Decembermoorden ontvluchtten – of door de militairen het land werden uitgezet – kwamen terecht bij vrienden en familie die hen in 1975 waren voorgegaan. Wie toen kon, wie het durfde, wie het kon betalen en wie het wilde, had Suriname rond de onafhankelijkheid al verlaten. De Nederlandse PvdA-politicus Joop den Uyl had bij zijn aantreden als minister-president voor velen vanuit het niets het idee gepresenteerd om de staatkundige banden tussen Nederland en Suriname te verbreken.

Suriname moest onafhankelijk worden vond hij, precies zoals de links-moralistische mores van de jaren zeventig voorschreef, en hij had in de Surinaamse politicus Henck Arron een medestander gevonden. Net als Den Uyl verraste ook hij zijn bevolking toen hij na zijn verkiezingswinst van 1973 ineens een toespraak hield waarin hij verkondigde dat Suriname uiterlijk in 1975 onafhankelijk moest worden. 

Het nieuws sloeg in als een bom in de gesegmenteerde Surinaamse samenleving. Men vreesde voor onlusten zoals in buurland Brits-Guyana waar verschillende bevolkingsgroepen na hun onafhankelijkheid lijnrecht tegenover kwamen te staan en er zelfs een kleine burgeroorlog uitbrak. Vooral de Surinaamse hindoestanen zagen onafhankelijkheid niet zitten en waren bang om overheerst te worden door de creoolse intellectuele elite die wel uitgesproken voor een onafhankelijk Suriname was. 

Onzeker bestaan

Vele tienduizenden Surinamers pakten hun biezen nog voordat het land daadwerkelijk onafhankelijk was, uit vrees om bij een zelfstandig Suriname hun Nederlands paspoort te verliezen. Alleen al in 1975 verruilden zeker 40.000 mensen het warme Suriname voor een onzeker bestaan aan ‘de Noordzee’. Huizen en kavels werden in allerijl verkocht, bedrijven hielden massaal opheffingsuitverkopen, mensen die generaties lang bij elkaar op het erf woonden namen afscheid van elkaar. Families potten geld op voor een enkeltje Schiphol met wat de ‘Bijlmerexpress’ werd genoemd. Talloze Surinamers lieten hun familie en hun geboortegrond achter. Wie niet weg is, is gebleven, werd onder de achterblijvers in Suriname een bekend gezegde.

Desney Romeo vertelt lachend dat hij er met zijn neus bovenop stond toen Suriname onafhankelijk werd. Hij werkte als 19-jarige jongeman als ober in Torarica, het bekendste hotel van Paramaribo, prachtig gelegen aan de Surinamerivier, toen daar het staatsbanket voorafgaand aan de onafhankelijkheid werd georganiseerd. Hij bediende een piepjonge prinses Beatrix en schonk de glazen in voor prins Claus. In een koffiezaak aan de Johannes Mungrastraat zegt hij Joop den Uyl, Jan Pronk en al die andere Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders nog zo te zien zitten, strak in het pak, hevig zwetend in het snikhete Suriname.

‘Dat je erbij mag zijn als je land onafhankelijk wordt, is niet iedereen gegeven. We hebben die dag en nacht echt genoten’

En, vertelt hij met een grote glimlach: hij jatte na zijn dienst een dure fles Franse rode wijn mee uit het hotel. Hij liep er zo onder de arm mee het hotel uit, om de wijn later die avond, om middernacht precies, met zijn vrienden in het Suriname Stadion te ontkurken. Op het moment dat de Surinaamse vlag voor het eerst werd gehesen.  ‘We hebben gefeest die nacht. Zoals je dat doet als je jong bent. Het was een geweldige dag, het was geweldig om mee te maken. Dat je erbij mag zijn als je land onafhankelijk wordt, is niet iedereen gegeven. We hebben die dag en nacht echt genoten.’ 

Maar lang niet iedereen zag dat dus zo. Mensen waren al weg, mensen gingen weg en bleven weggaan. Ook na 25 november 1975 verlieten nog vele duizenden Surinamers het nieuwgeboren land, tot 1978 konden ze dat doen met behoud van de Nederlandse nationaliteit. Op papier een gulle geste van het socialistische kabinet-Den Uyl. In de praktijk betekende het dat vrijwel het gehele kader van het jonge land ervoor koos om in Nederland een bestaan op te bouwen. Het waren juist de mensen die Suriname hard nodig had om zijn eigen instituten vorm te geven.

De onafhankelijkheid, de onzekerheid die daarbij kwam kijken, de niet-ingeloste beloften van politici als Henck Arron die na 25 november 1975 gevoelig bleken voor corruptie en zelfverrijking, de militaire coup die daarop in 1980 volgde, de Decembermoorden van 1982, de militaire dictatuur van Desi Bouterse. Daarna nog meer corruptie, de introductie van de cocaïnesmokkel, Nederland die definitief zijn handen van het land aftrok en na 8 december 1982 een stop zette op het uitbetalen van de bij de onafhankelijkheid afgesproken ontwikkelingsgelden van 2,5 miljard gulden. Een immense economische recessie. Het gebrek aan basisbenodigdheden als voedsel en medische hulpmiddelen. Het zorgde er allemaal voor dat binnen een tijdsbestek van een paar jaar nadat Suriname op eigen benen stond het land knock-out in de touwen lag. 

Belletje uit Suriname 

Brian Tevreden (44), de technisch directeur van de Surinaamse Voetbalbond (SVB) en de motor achter het proces om met profvoetballers uit Europa met Surinaamse roots naar het WK te gaan, is een kind van twee van al die Surinaamse mensen die, om wat voor reden dan ook, naar Nederland trokken. Geboren in 1981 in Amsterdam. Voetballend in de jeugd van Zeeburgia en Ajax. Daarna uitkomend voor kleinere clubs als FC Emmen en Volendam. 

Brian Tevreden, technisch directeur van de Surinaamse Voetbalbond, begroet de internationals.

Hij werd een talentvol jeugdtrainer bij Ajax om vervolgens td te worden bij Reading in Engeland en algemeen directeur in België. Hij maakte naam in de voetballerij en bouwde gestaag aan een carrière in Nederland, zoals zoveel Surinamers er na een moeilijke start in Nederland er het beste van probeerden te maken. In 2021 kreeg hij ineens een belletje uit het geboorteland van zijn ouders.

Hij werd benaderd door de Surinaamse Voetbalbond om na het vertrek van bondscoach Dean Gorré het project om met profspelers het WK te behalen een vervolg te geven. In 2019 had de toenmalige president Desi Bouterse daar per presidentieel decreet toestemming voor gegeven: na een jarenlange lobby mochten spelers uit de diaspora met een sportpaspoort voor Suriname uitkomen. Tevreden twijfelde na dat telefoontje in 2021 geen moment. Hij zette zijn carrière voort in Suriname.

Nu zit Tevreden op het terras van het Marriott Hotel, pal gelegen aan de Surinamerivier, met twee telefoons binnen handbereik. Deze gaan continu af. Tevreden neemt ze steeds op met een zucht. Het is twee dagen voor de thuiswedstrijd tegen El Salvador, het is drukte alom. Het land staat op zijn kop en leeft massaal toe naar een historisch moment: Suriname naar het WK. Niemand in het land dacht dat Suriname ooit zó dichtbij een grote eindronde zou komen.

'Suriname had veel eerder gebruik moeten maken van onze jongens in Nederland. Ook Frank Rijkaard en Ruud Gullit hadden voor ons moeten spelen’

Toch kreeg het project met de diaspora-spelers in eerste instantie een hoop kritiek te verduren, ook omdat de prestaties in de begin dagen uitbleven. De kritiek was dat Surinamers die in Nederland waren geboren, opgegroeid en opgeleid geen Surinamers konden zijn. Dat het slechte voetballers waren die alleen voor Suriname kozen omdat ze niet goed genoeg waren voor het Nederlands elftal. Lokale spelers zouden beter zijn. En ga zo maar door. 

Tevreden blikt met een zucht terug op al die kritiek. ‘Wij kunnen er toch niets aan doen dat onze ouders naar Nederland zijn gekomen. Zijn wij daarom minder Surinaams? Het is onzin. Wij zijn net zo goed Surinamers. Hou op hoor.’ 

Ook Anderson zegt voor het Essed-stadion niets te willen horen over ‘Nederlandse jongens dit, Nederlandse jongens dat’. ‘Het woord diaspora maakt mijn hoofd moe. Het zijn Surinamers. Wij zijn Surinamers. Suriname had veel eerder gebruik moeten maken van onze jongens in Nederland. Ook Frank Rijkaard en Ruud Gullit hadden voor ons moeten spelen.” Zijn collega Mac-Galphio Lagadeau: “Kluivert, Davids, Seedorf, allemaal.” 

Kuitenbreker

Henk Fraser, assistent-bondscoach onder hoofdtrainer Stanley Menzo, is geboren in Paramaribo. Het grootste gedeelte van zijn familie woont nog altijd op Lelydorp, een plaatsje ten zuiden van Paramaribo. Zelf kwam hij uit voor allerlei jeugdteams van het Nederlands elftal en speelde hij zes interlands voor het grote Oranje. In zijn clubcarrière maakte hij vooral naam als kuitenbreker bij het iconische Feyenoord van de jaren negentig. Naast spelers als John de Wolf en Ruud Heus, onder trainers als Willem van Hanegem en Wim Jansen. Een Nederlandse carrière dus, net als dat zijn trainersloopbaan zich in Nederland afspeelde. 

Assistent-bondscoach Henk Fraser.

Op het terras van Marriott, terwijl Tevreden even een dutje is gaan doen, wijst hij op het belang van Natio voor het Surinaams volk. Hier en in Nederland, zegt hij. ‘Ik weet dat er mensen zijn die zo bekrompen denken, dat Surinamers in Nederland geen Surinamers zouden zijn. Ik heb altijd duidelijk gemaakt: ik heb nooit een keuze hoeven maken. Nederland is mijn land, Suriname is mijn land. Het openstaan voor diversiteit is juist het mooie van Suriname. De verschillende bevolkingsgroepen, de moskee en de synagoge die hier naast elkaar staan. Hier weten we dat we het beste met elkaar voor hebben. Wij zijn allemaal Surinamer en dat is gewoon een fantastisch gevoel.’ 

Fraser neemt een slok van zijn koffie. Hij vervolgt: ‘Sport kan enorm verbinden. De nieuwe president van Suriname, Jennifer Simons, kan er hopelijk voor zorgen dat het land stappen gaat maken zoals wij dat met het voetbal hebben gedaan. Politiek is moeilijke materie, maar voetbal ook. Ik hoop dat wij een voorbeeld kunnen zijn.’

Ook Desney Romeo wijst op het belang van Natio, een week voordat Suriname zijn vijftig jaar onafhankelijkheid viert. De avond voor het interview won Suriname met 4-0 van El Salvador. Het stadion zat bomvol, de binnenstad was bomvol. Er werd vuurwerk afgestoken bij het stadion en in het uitgaansgebied in het centrum. Talloze mensen trokken met djogo’s – literflessen Parbo-bier – de straat op.

Toen de spelersbus na de wedstrijd richting hotel reed, werd ie midden op de weg geblokkeerd door uitzinnige fans. Zij vielen een uitzinnige Etienne Vaessen in de armen. De in Den Haag geboren Tjaronn Chery hing zwaaiend uit een raam van de bus. Justin Lonwijk van Fortuna Sittard, geboren in Tilburg, pakte alle handen die hij vast kon pakken. Jonge Surinamers probeerden de spelersbus binnen te komen om hun helden van dichtbij te zien. Het was uitzinnig.

Romeo: ‘Men houdt nu rekening met Suriname. Men weet nu dat Suriname kan voetballen. Eerder waren wij in de regio een soort Andorra. We verloren met 7-0, met 8-0. Maar kijk wat er nu gebeurt. De coach van El Salvador spreekt met zoveel respect over Suriname. Voor mij als journalist en als nuchter mens zegt dat heel veel. Onze hele status in de regio is veranderd.’ 

Hij vertelt dat hij vaak aan buitenlandse collega’s op internationale sportconferenties op de kaart moest aanwijzen waar Suriname lag. Niemand die het land kende. ‘Als wij het WK halen, is dat over. Dan weet iedereen waar Suriname ligt. Door Natio worden wij letterlijk op de kaart gezet. Dit had niemand anders voor ons kunnen doen dan Natio.’ 

Dat het Nederlandse jongens zijn, niemand die het ook nog maar iets interesseert, zegt Romeo. ‘Iedereen in Suriname heeft familie in Nederland. Kinderen, kleinkinderen. Iedereen kraakt voor Natio. Hier en daar.’

Afstand dichten

In de afgelopen decennia hebben verschillende politici getracht de afstand tussen Suriname en de Surinamers in Nederland te dichten. De vorige president, Chan Santokhi, richtte zelfs een heuse staatscommissie op om de diaspora in Nederland te enthousiasmeren terug te keren naar Suriname.

In een interview met Twan Huys in het programma College Tour deed hij in 2021 een expliciete oproep aan de jonge Surinaams-Nederlandse studenten in de zaal: het zal niet makkelijk zijn, zei hij, maar kom naar Suriname om het land te helpen opbouwen. Ook schemerde hij regelmatig met het kapitaal dat Nederlandse Surinamers in Nederland zouden hebben, het zou gaan om vele honderden miljoenen, en hoe die ingezet zouden gaan worden voor de ontwikkeling van Suriname. Van al deze voornemens is nooit iets concreets terechtgekomen. 

Een paar dagen na de 4-0-zege op El Salvador en een dag voor het beslissende duel met Guatemala, zit Melvin Wirjosemito (25) met zijn linkerbeen omhoog in een stoel in een tattooshop aan de Wilhelminastraat in Paramaribo-Noord. Het tattoopistool wordt vastgehouden door Shaquille Hessen (27). De spanning is enorm. Ook bij de twee jeugdvrienden.

Melvin Wirjosemito laat de beeltenis van keeper Etienne Vaessen op zijn been tatoeëren.

Wirjosemito laat op zijn onderbeen het gezicht van Etienne Vaessen tatoeëren. Hessen: ‘We waren afgelopen zaterdag op een gender reveal party en Melvin zei dat hij een tatoeage van Natio wilde. Toen bedacht ik dit. Die Vaessen is wreed, man. Als hij zegt dat iets niet gebeurt, gebeurt het niet. Hij krijgt geen goal meer tegen. Hij vecht als een leeuw voor het land.’ 

Melvin twijfelde dan ook geen moment. Hij is een trotse Surinamer, zegt hij. ‘Ik las het verhaal van Vaessen. Over dat zijn opa Surinamer was, dat die op zijn tiende naar Nederland kwam. Dat zijn vader hem pas laat erkende als zijn zoon. Dat verhaal greep me aan. Zijn opa heette Burnet. Ik zie Etienne Vaessen als een echte Burnet, als een Surinamer.’

‘Dat deze jongens helemaal vanuit Europa komen om Suriname te helpen, is toch geweldig?’

Dat Vaessen is geboren in Nederland en nu pas zijn eerste woorden Sranantongo leert, maakt hem niets uit. ‘Dat deze jongens helemaal vanuit Europa komen om Suriname te helpen, is toch geweldig? Ik wil laten zien dat wij als Suriname achter hen staan. Wat er ook gebeurt. Ook als we niet naar het WK gaan, is dit geschiedenis. De geschiedenis wordt nu geschreven.’ Hessen: ‘En ze vliegen gewoon economy class, hè!’

Hoe Melvins omgeving reageerde op het plan om het gezicht van de keeper van FC Groningen op zijn been te laten tatoeëren? ‘Mensen vroegen me: met wat in je hoofd ben je opgestaan? Maar er zijn hier ook mensen met een tatoeage van Messi. Ik heb liever een speler van Natio.’ 

Etienne Vaessen heeft al gezegd ook een tatoeage te willen van Hessen, zegt Hessen trots. ‘Hij heeft me een bericht gestuurd en gezegd langs te komen. Hij is welkom hier. Ze zijn allemaal welkom!’

Trots ondanks nederlaag

Direct na de 3-1-nederlaag tegen Guatemala is de sfeer bedrukt in de binnenstad van Paramaribo. Niet Suriname, maar Panama heeft zich door een 3-0-overwinning op El Salvador gekwalificeerd voor het WK. Duizenden Surinamers waren naar het centrum getrokken om daar, op het Onafhankelijkheidsplein of in een van de vele kroegen, hun Natio aan te moedigen. Dat Suriname zich door de nederlaag niet direct kwalificeert, is een domper, zegt Abdull Kul (27). ‘Maar ik ben alsnog trots, hoor. We moeten gewoon doorgaan.’ 

Ook Sergio Pinas (26) is teleurgesteld, maar ook vooral trots: ‘Natio heeft laten zien waar Suriname toe in staat is. We komen er ooit. De jongens hebben laten zien dat alles mogelijk is. We blijven dromen.’ En Chivano Paulus (23): ‘Er is sowieso geschiedenis geschreven.’

In maart strijdt Suriname samen met Nieuw-Caledonië, Bolivia, Congo-Kinshasa, Jamaica en Irak in intercontinentale play-offs voor de laatste twee WK-tickets.