Golden Earring-drummer Cesar Zuiderwijk: 'Ik mis de Earring niet; als het klaar is, is het klaar'

Hij zag het al voor zich, een leven zonder seks, of ziek en gemankeerd op weg naar het einde. Maar Cesar Zuiderwijk (77) had geluk en werd succesvol behandeld voor de prostaatkanker die afgelopen zomer bij hem werd ontdekt. Zijn opluchting stond haaks op de dood van Golden Earring-collega George Kooymans. vorige week verscheen zijn biografie: Cesar. 

Cesar Zuiderwijk

Nieuwe Revu ontmoet Cesar Zuiderwijk 
Waar? Eind oktober bij hem thuis in het ‘warme’ appartement van hem en zijn meer dan leuke echtgenote Hester in hartje Den Haag. Nog iets genuttigd? Goeie koffie en een keur aan lekkernijen. Verder nog iets? Het was een bijzonder geanimeerd en openhartig gesprek met de als Cornelis Johannes Zuiderwijk geboren levende drumlegende. Aan de vooravond van de release van zijn biografie waren auteur en drum-collega Jean-Paul Heck en uitgever Leon Groen ook aanwezig, zij het op gepaste afstand. Het moet ook weer niet té gezellig worden.

Je houdt niet van terugkijken, waarom dan toch zo’n boek vol geschiedenis en anekdotes?  
‘Het was een verzoek van de uitgeverij en ik ken de schrijver, Jean-Paul Heck, al jaren. Hij is zelf drummer en volgt mij al sinds hij een jongen was. Hij is muziekjournalist en zit vol prachtige verhalen. Hij kent echt iedereen. Als hij zegt: “Ik ben gisteren nog met Bill Wyman in de kroeg geweest en heb met David Gilmore een biertje gedronken,” gelooft niemand hem, maar ik weet dat het waar is. Met hem zag ik zo’n project wel zitten.’

In de zomer kreeg je de diagnose prostaatkanker, in de biografie val je vrij snel met de deur in huis door te vertellen over het moment waarop je door het ziekenhuis gebeld wordt met goed nieuws: geen uitzaaiingen.  
Lachend: ‘Ja, dan zit je je tenminste niet het hele boek door af te vragen: overleeft ie het wel? Dan heb je dat maar gehad. Maar serieus, ik wilde er gewoon niet geheimzinnig over doen, er zijn blijkbaar heel veel mannen die dit hebben zonder het te weten en ik vind dat je ook een beetje en voorbeeldfunctie hebt als bekende Nederlander.

Al kan je met je verhaal maar één persoon redden. Een vriend van mij was te laat en ikzelf kwam er bij toeval achter, omdat ik een heel goeie huisarts heb die zei: “We moeten af en toe je cholesterol en wat ‘andere dingen’ gaan checken.” Twee jaar geleden was ik nog puur gezond en ineens was het kaboem!’

Wat deed de diagnose kanker met je? 
‘Het was een schok natuurlijk, maar als je op leeftijd bent, weet je dat er dingen gaan gebeuren. Je moet realistisch zijn en er meteen iets aan doen, en je moet geluk hebben en dat had ik. Ik mocht een nieuw soort behandeling ondergaan die nog niet op grote schaal wordt toegepast, hypoprime heet het. Het is nog niet breed beschikbaar en het is ook niet voor iedereen geschikt, maar voor mij werkte het.

In het Antonius Ziekenhuis in Leidschendam zijn ze er al heel ver mee. Ze hebben daar ook de benodigde apparatuur. De behandeling is wel zwaar, de bestralingen zijn vijf keer zo intensief als gangbare bestralingen. Ik had ook maar vijf sessies nodig in plaats van de vijfentwintig die ervoor staan en ik hoefde geen hormoontherapie.’

En je mocht je prostaat houden. 
Lachend: ‘Ja, als die weggehaald had moeten worden, was mijn Hester niet blij geweest en ik ook niet. Aan de andere kant, als het wel had gemoeten, dan was het natuurlijk ook niet anders.’

Je beide ouders zijn jong aan kanker overleden, dacht je bij de diagnose niet: nu ben ik aan de beurt, de derde uit het gezin Zuiderwijk?  ‘Dat gaat wel door je hoofd, ja. Mijn vader is op zijn 49ste gestorven aan longkanker. Mijn moeder overleed toen ze 69 was aan alvleesklierkanker, ik was toen net vader geworden van mijn zoon Casper.’

Je kreeg het verlossende nieuws een dag nadat je afscheid had genomen van George Kooymans, alweer die combinatie van pijn en vreugde. 
‘Het was heel gek, ik had George kort voor zijn dood geappt dat ik samen met Rinus weer eens bij hem langs wilde komen. Ik had hem ook laten weten dat ik op de uitslag zat te wachten van mijn onderzoek. Hij appte toen nog terug dat bijna alle ‘oude mannen’ prostaatkanker krijgen en dat het goed behandelbaar was.

‘We hadden het onder elkaar weleens over de dood, over wie van ons vieren als eerste zou gaan. Ik dacht altijd dat ik dat zou zijn’

Vijf dagen later was hij dood. We hadden het onder elkaar weleens over de dood, over wie van ons vieren als eerste zou gaan. Ik dacht altijd dat ik dat zou zijn.’

Had je een plan voor het geval de uitslag wel slecht was geweest? 
‘Ik had me wel voorgenomen om dan heel veel weg te gaan geven aan vrienden en om verder helemaal niets meer te gaan doen. Bij goed nieuws was ik juist van plan om van alles te gaan ondernemen. Dus de wereld is nog niet van Cesar Zuiderwijk af.’

Hoe voelt het nu er nog maar drie leden van de Earring over zijn na vijftig jaar samen spelen? Jaren waarin jullie meer waren dan collega’s, meer dan vrienden ook.
‘Het is bizar. Ik ben enig kind en heb nooit broertjes gehad, de jongens van de Earring, George, Rinus en Barry, zijn mijn broers. We waren vanaf het begin één grote familie. Toen ik voor het eerst bij de band kwam, was ik 22 jaar en het voelde meteen als thuiskomen.’

Dus het was niet moeilijk om het een halve eeuw met elkaar vol te houden?   
‘Nee, het ging vanzelf. Je bent vrienden, je maakt samen muziek. We gunden elkaar alles, er was nooit sprake van onderlinge jaloezie. Het draaide om de band, niemands ego was groter dan de Earring. We hadden ook alle vier probleemloos andere projecten naast de Earring.

Door de jaren heen waren er financiële problemen, maar nooit persoonlijke. Dat zou ook niet te doen zijn geweest, we waren dag en nacht samen. We gingen samen on tour, sliepen – zeker de eerste jaren – in dezelfde hotelkamers, zagen elkaar aan het ontbijt, gingen samen uit, we waren een eenheid.’

Was jullie vriendschap de sleutel van jullie succes? 
‘Dat denk ik wel. Ik heb de beste drummers ter wereld zien spelen en dacht soms: ik vind het niet mooi wat je doet, jij bent alleen maar bezig jezelf te profileren. Wij hebben nooit de drang gehad om overdreven te laten zien wat we allemaal konden, het ging om het geheel. Maar we waren wel goed. George man, die ging af en toe tekeer. Dan dacht ik: wat gebeurt hier?

Maar ook Rinus en Barry met zijn geweldige songteksten en die stem. Tegenwoordig komen er zoveel mensen van academies en conservatoria af... Maar kijk naar de jongens van Di-rect, mannen van de straat, net als wij.’ (In plat Haags) ‘Leuk nummertje gemaakt, joh. Mijn vader zegt dat we een plaatje moeten opnemen. O ja, joh? En voor je het weet sta je in de Kuip. Gezworen kameraden zijn het, net als wij.’

En daar kwam niets tussen, ook geen vrouwen? 
Lachend: ‘Nee, zeker geen vrouwen. Ik ben hartstikke monogaam, joh. Mensen denken altijd: seks, drugs en rock-’n-roll, maar dat is gewoon onzin. Ik heb me in al die jaren altijd gedragen. Ik ben geen groupies-man. Ik vind het ook verderfelijk om misbruik te maken van je status als zogenaamde rockster. We gingen voor de muziek en na een concert reden we naar huis. Ik was dan leeg gespeeld en wilde gewoon slapen. Het was ook geen kattenpis wat wij deden tijdens een concert.

‘Ik mis de Earring niet, we hebben vijftig jaar concerten gegeven, hits gehad, in Amerika gespeeld; als het klaar is, is het klaar’

Als we niet op het podium stonden, hadden we trouwens ook de grootste lol samen. Rinus, Barry, George en ik, we lagen altijd blind van het lachen. Verder was het een tijd van hard spelen en hard feesten en dat deden we met zijn vieren. Rinus was er wel altijd bij, maar die dronk geen druppel alcohol, hij dronk zelfs geen cola en kon ons dus altijd veilig rijden. Iedereen was elkaar even lief, George was me net zo dierbaar als Rinus en Barry en dat is zo gebleven tot het eind.’

Dat eind kwam heel abrupt in 2019, toen George de diagnose ALS kreeg. Was het meteen duidelijk dat jullie zouden stoppen? 
‘Ik wist onmiddellijk dat we nooit meer samen zouden spelen en er was niemand die riep: laten we met z’n drieën verder gaan. We hebben gezworen dat niet te doen. Wij zonder George, dat was en is onmogelijk. Hij was het boegbeeld van de band, de man van de nieuwe ideeën en degene die zich ontwikkelde tot een van de beste songschrijvers in de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek. Veel mensen weten niet hoe goed hij gitaar kon spelen; hij kon echt alles op dat instrument.’

Door de dood van George kwam het vroege overlijden van je vader weer boven, dubbele rouw? 
‘Zoiets. Ik was net 13 jaar toen mijn vader thuis lag opgebaard en ik naast zijn open kist zat en tegen hem praatte. Ik heb hem toen beloofd dat ik ooit iets zou gaan doen waar hij trots op zou zijn. Praten tegen een dode is natuurlijk onzin, maar het gaf mij houvast.’

En toen waren jij en je moeder met zijn tweeën? 
‘Ja. Mijn moeder heeft zich er goed doorheen geslagen al was ze heel verdrietig. Maar we hadden elkaar en dat was heel liefdevol, ik ben ook tot mijn 26ste bij haar blijven wonen. De laatste keer voor haar dood dat ik bij haar was, ben ik lekker tegen haar aan gaan liggen, dat is een mooie herinnering.’

Mis je het spelen met de Earring niet ontzettend na al die jaren? 
‘Nee, zo zit ik niet in elkaar. We hebben een vreselijk mooie tijd gehad samen, vijftig jaar. We hebben duizenden keren gespeeld met de Earring, hits gehad, naar Amerika geweest... En elke keer als je elkaar weer zag, gaf dat een heerlijk gevoel. Het was elke avond opnieuw een jongensdroom die uitkwam. Maar als het klaar is, is het klaar. Ik heb gelukkig ook genoeg andere dingen te doen. Ik speel met de band Sloper met Mario Goossens, ik geef nog les, ik geef workshops en met mijn programma De naakte waarheid sta ik nog tot eind mei 2026 in het theater.’

Je hebt vanachter je burcht, je drumstel, een halve eeuw naar de ruggen van Barry, George en Rinus staan kijken. Hoe is het als je daaraan terugdenkt?    
‘Dat is heel emotioneel, bijna niet te omschrijven. Als het licht uit ging, werden we boksers die voor knock-out gingen. We gingen voor elkaar, met een soort killer-instinct.’ 

Over killer-instinct gesproken, wanneer vond je het tijd worden om te stoppen met die dodensprong over je drumstel waar je zo beroemd om bent? 
'Haha, dat weet ik niet meer precies, ik weet alleen dat ik dacht: ik ben hier wel klaar mee, ik doe dit al zo lang. Straks heb ik twee roadies nodig om me over dat drumstel heen te helpen. Of een trampoline erachter, dat je door twee man wordt gelanceerd en dan een paar man ervoor om je op te vangen.’

Cesar Zuiderwijk

Volgend jaar zijn er de vijf afscheidsconcerten in Ahoy, verheug je je daarop?
‘Ik verheug me er altijd op om te spelen met leuke mensen. Dit wordt een grote happening. We hadden Ahoy wel twintig keer kunnen vullen, maar genoeg is genoeg.’

In het boek vertel je hoe je van Cornelis, ofwel ‘Cor’, Cesar bent geworden. Dat was dankzij je hond.  ‘Ik kreeg op mijn twaalfde een pup in handen gedrukt van een man die het dier bij het asiel moest afleveren. “Wil jij ’m niet hebben?” vroeg ie. En daar stond ik met die pup in mijn armen. Mijn moeder wilde hem eerst niet in huis die ‘vlooienbaal’, maar uiteindelijk mocht hij blijven. Ik noemde hem Cesar, want ik dacht dat het een grote herdershond zou worden, maar hij is altijd klein gebleven.

Toen ik later – nog voor het Earring-tijdperk – bij de Ladybirds speelde, als enige man tussen allemaal meiden, vonden ze Cor niet klinken, er moest een artiestennaam komen. Mijn hond scharrelde rond in de repetitieruimte en toen ik zei: “Hé Cesar, even weg daar,” werd meteen geopperd dat die naam wel bij me paste. De rest is geschiedenis.’

Wat vind je de leukste anekdote uit het boek?
‘Toch wel toen ik werd gevraagd om met de Luchtmachtkapel en het regiment van de Koninklijke Landmacht zes avonden in Ahoy onder meer Radar Love te spelen op een rijdend drumstel. Daarvoor hadden ze een speciaal podium laten maken. Een commando in een camouflagepak zou met een afstandsbediening dat rijdende podium in beweging zetten. Maar op de drukbezochte zaterdagavond ging het faliekant mis.

Ik had een heel drukke dag gehad en zat even uit te puffen in de kleedkamer toen er werd geroepen: “Cees, Cees, je moet spelen.” Ik hoorde vanuit de verte het orkest al het intro van Radar Love inzetten. Al rennend en springend over hekken en via trappen probeerde ik het nog te halen. Onderweg brak ik een teen en toen kwam ik bij de poort in de grote zaal die ze speciaal als decor hadden gebouwd. Wat bleek? Het karretje met mijn drumstel erop was al weggereden. Ik zie mijn drumstel zo zonder mij door de arena van Ahoy rollen.

De plichtsgetrouwe commando die het mobiele drumpodium bestuurde, had volgens bevel netjes op de go-knop geduwd. Bevel is bevel, ook al zit de hoofdact niet achter zijn drumstel. Al rennend ben ik achter dat podium aangegaan en toen ben ik er – met mijn gebroken teen – op gesprongen. Het publiek lag in een deuk, want iedereen dacht dat het erbij hoorde. Behalve mijn vrouw Hester, die dacht dat ik backstage een hartaanval had gekregen of zo toen ze mij niet meteen achter dat drumstel zag zitten.’

Wat beschouw je als de meest bepalende gebeurtenis in je leven?
‘Dat ik door de Earring werd gevraagd. Daarvoor waren mijn ouders bepalend, zij waren echt heel goed met elkaar en hebben me een fijne jeugd gegeven. Ze namen me mee naar het theater, Toon Hermans, het circus. Ik wilde ook dolgraag clown worden. Bepalend was later ook de geboorte van mijn twee kinderen. Mijn jongste, Selma, heb ik zelf mogen halen en op de buik van haar moeder mogen leggen, haar gelukzalige blik zal ik nooit vergeten.’ 

Je huwelijk met de moeder van je kinderen liep stuk, voelt dat achteraf als falen?  
‘Nee, ik weiger daar zo naar te kijken. Iets is niet mislukt als er twee mooie kinderen uit voortkomen. Natuurlijk had ik het liever anders gewild, je trouwt niet voor niets met elkaar. Er waren ook goede tijden en we zijn al met al vijftien jaar samen geweest.’

Zo lang ben je inmiddels ook getrouwd met Hester, heeft zij je leven veranderd?
‘Heel erg. Ze heeft rust gebracht. Het is bijna een goede raad: trouw een keer, laat het mislukken – zonder de kinderen de dupe te laten worden – en dan weet je voor de volgende keer wat je niet moet doen. Hester is mijn soulmate, ik geloof niet dat wij ooit uit elkaar zullen gaan. Als de puzzel in elkaar past, dan moet je ’m laten liggen en niet nog een keer uit elkaar gaan halen.’

Hester vertelt dat ze de eerste keer dat jullie samen sliepen, wakker werd en dacht: verdomme, ik lig in bed naast Cesar Zuiderwijk. ‘Haha, en ik dacht: waar lig ik nou naast, wat een lekker ding. We waren gewoon hartstikke verliefd en dan denk je niet in termen van overwinning, dan weet je dat het goed zit, dat voel je.’

Je denkt nog niet echt over met pensioen gaan en hebt een hoofd vol plannen.  
‘Ik heb veel plannen en ideeën, maar ik leg me er ook bij neer als dingen niet gaan gebeuren. Ik heb mijn idee van duizend en later tweeduizend drummers op het strand van Scheveningen verwezenlijkt, dat was mooi, maar het heeft me ook heel veel tijd en geld gekost. Ik vind dat je er ook vrede mee moet hebben als dingen niet allemaal lukken, maar wie weet lukt er nog wel wat.’

Cesar – Het verhaal van een drummer; Cesar Zuiderwijk en Jean-Paul Heck; Uitgever Unieboek Het Spectrum; €22,99.

Wat geeft je op het moment de meeste vreugde in je leven?
‘Dat de open haard aan is en ’s avonds de kaarsen, dat Hester en ik een paar dagen samen thuis zijn. Dat ik morgen lekker boodschappen ga doen met mijn dochter en dan ga koken voor Hester en mijn kinderen en hun partners. Mooie, kleine dingen.’

Het hoeft allemaal niet meer zo groots en meeslepend.
‘Welnee, mijn motto is, indachtig Julius Cesar: ik kwam, ik zag en ik dronk een glaasje wijn.’

Interview
  • Anne van Gelder