Peter (zijn achternaam is bekend bij de redactie) werd in 1979 geboren in het moederhuis Tamar in Lommel. De familie van zijn moeder had haar daar ondergebracht nadat ze ongewenst zwanger was geraakt. Ze moest er in alle discretie bevallen, onder het toeziend oog van enkele zusters van de congregatie Kindsheid Jesu, die Tamar uitbaatten. Ook andere meisjes belandden in dezelfde situatie. De families van die meisjes dienden te betalen voor de opvang en alle andere kosten. Maar dat was niet voldoende: de zwangere meisjes moesten ook gratis werken in het atelier van de zusters: ze maakten er tapijten.
Peters moeder werd verteld dat ze buitenshuis moest gaan werken. Tijdens haar afwezigheid werd haar kind meegegeven aan een Nederlands-Belgisch koppel
Maar de voornaamste bron van inkomsten waren de baby’s. Want de nonnen van Tamar, geleid door de intussen overleden hoofdzuster Marie-Johanne Palmaers, deden er alles aan om de meisjes over te halen om hun kind na de geboorte meteen af te staan. ‘Dat is beter voor het kindje,’ zeiden ze. ‘Je kan er toch niet alleen voor zorgen, en je familie wil het ook zo.’ Een deel van de meisjes liet zich overtuigen en stonden hun kind af. In ruil voor een ‘donatie’ aan de kloosterorde werd de baby dan meegegeven aan adoptieouders.
Volledig geïsoleerd
Maar niet elk meisje liet zich ompraten. Peters moeder bleef hardnekkig weigeren om afstand te doen van haar kind. Na zijn geboorte lieten de zusters van Tamar dan maar toe dat moeder en kind in het gebouw bleven wonen. In ruil moest Peters moeder wel werken voor kost en inwoning. Maar toen Peter inmiddels een jaar oud was, sloeg Marie-Johanne Palmaers alsnog toe. Toen Peters moeder weer in Tamar aankwam, bleek haar baby dus weg. Volledig geïsoleerd van de buitenwereld en zonder netwerk om op terug te vallen, moest ze dat lot aanvaarden.
‘De zusters hadden mijn biologische moeder wijsgemaakt dat ze het geld dat ze buiten Tamar zou verdienen deze keer mocht houden en dat ze het kon gebruiken om kleertjes te kopen voor mij,’ zegt de tegenwoordig in Nederlands Limburg wonende Peter. ‘Maar toen ze na haar werkdag terugkwam, was ik dus verdwenen.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2F1bQQN6vvGfrRyO1764592535.jpg)
Toen ik die versie van mijn biologische moeder voorlegde aan mijn adoptieouders, wisten ze niet wat ze hoorden. Zij hadden op die bewuste dag van mijn adoptie een heel ander verhaal te horen gekregen. De nonnen hadden hen verteld dat mijn biologische moeder hen niet wilde zien omdat ze het afscheid te pijnlijk zou vinden. Maar dat was totaal gelogen. Zo smerig hebben die nonnen dat dus destijds gespeeld.’
De Nederlander Peter, eigenlijk dus een Belg van geboorte, benadrukt dat hij in een warm en liefdevol gezin is opgegroeid. ‘Ze hebben mij een fijn thuis gegeven.’ Op vrij jonge leeftijd vernam hij al dat hij geadopteerd was. Het verhaal dat hij te horen kreeg, was dat zijn moeder niet voor hem kon zorgen en hem had afgestaan. Dat was ook wat Palmaers aan Peters adoptieouders had verteld.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FAPWlBGWm9WhuR41764592583.jpg)
Rond zijn achttiende ging Peter op zoek naar zijn roots. Hij is naar eigen zeggen een doorbijter, en dat bleek ook nodig, want veel medewerking kreeg hij niet. Dossiers bleken ineens onvindbaar of onvolledig. Maar stap voor stap, en na jaren van intens opzoekwerk, kon hij toch zijn verhaal reconstrueren. Zo kwam hij te weten dat zijn adoptieouders al enige tijd in contact stonden met de zusters van Tamar om aan een kind te komen. En dat zijn adoptievader enkele weken voor de adoptie nog een stevige donatie had gedaan aan de orde, die steeds beweerde dat ze in financiële nood zat en met moeite de eindjes aan elkaar kon knopen.
‘Kort daarna hebben de nonnen van Tamar me meegegeven aan mijn adoptieouders,’ vertelt Peter. ‘Blijkbaar was die donatie dus cruciaal. Mijn adoptieouders dachten overigens echt dat de nonnen van Tamar het financieel moeilijk hadden. Vandaar dat ik niet het gevoel heb dat ze me gekocht hebben. Maar ik bén wel verkocht: zonder die donatie was ik niet meegegeven. Die verhaaltjes over de financiële moeilijkheden bleken overigens verzinsels: de congregatie bezat verschillende panden.’
Meer nog: volgens getuigen die de intussen overleden Marie-Johanne Palmaers nog gekend hebben en die ons te woord wilden staan, lagen er soms dikke stapels cash geld op haar bureau.
Kinderroof door nonnen
In de NTR-documentaire Dossier Afgestaan uit 2024, over misstanden bij binnenlandse adopties in Nederland, wordt Marie-Johanne Palmaers ook genoemd. Het toont aan hoe nauw de Belgische en Nederlandse adoptiepraktijken met elkaar verweven waren.
Peter vond niet alleen de donatiebrief van zijn adoptieouders terug. Hij kwam na veel zoekwerk ook in het bezit van documenten die aantoonden dat zijn moeder later, toen ze uit de klauwen van de zusters van Tamar ontsnapt was, aangifte had gedaan van de kinderroof door de nonnen. Zonder dat daar gevolg aan is gegeven vanuit justitie. Ook opvallend: in Peters adoptiedossier zat geen enkel document waaruit blijkt dat zijn biologische moeder afstand van hem had gedaan. En zo’n bewijs is cruciaal bij een adoptie.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FAGhZnyt8agyFN71764592694.jpg)
Het verhaal van Peter staat niet op zichzelf, zo blijkt uit de televisiereeks De Nonnen die onlangs werd uitgezonden door de Vlaamse commerciële omroep VTM. Ook Lieve Soens (51) werd door de zusters van Tamar op frauduleuze manier aan een adoptiegezin bezorgd. Haar biologische moeder beviel onder narcose. Toen ze bij bewustzijn kwam, werd haar door Palmaers wijsgemaakt dat haar kind doodgeboren was.
In werkelijkheid kwam de baby bij een West-Vlaams gezin terecht. Pas 45 jaar later slaagde Soens erin om haar biologische moeder, die dus niet van haar bestaan wist, te vinden. Die weigerde, nadat ze bekomen was van de schok dat haar ‘doodgeboren kind’ intussen een volwassen vrouw bleek, alle contact met haar. Het is een slag die Soens maar moeilijk kan verwerken.
Ook Peter vond uiteindelijk zijn biologische moeder. Er is contact, maar slechts sporadisch. ‘Voor mensen zoals wij is er geen enkele begeleiding voorzien,’ zegt hij.
Tijdens Peters speurtocht raakte hij nog op de hoogte van vele andere, vergelijkbare zaken. Hij heeft er sindsdien zijn missie van gemaakt om voor gerechtigheid voor al die kinderen en vrouwen te zorgen. Want ook die laatsten waren slachtoffer. ‘De zwangere meisjes werden opgesloten, moesten dwangarbeid verrichten, werden gemanipuleerd en bestraft. Ze werden constant vernederd en hen werd verteld dat ze niets waard waren,’ vertelt hij.
Verkracht door priester
Een van de vrouwen die dat meemaakte, is Elise Vandevenne (75). Zij werd in 1973 verkracht door een priester bij wie ze inwoonde als dienstmeid. Toen ze daarna zwanger bleek, probeerde de priester haar over te halen om een abortus te plegen. Vandevenne weigerde. De priester besloot daarop haar onder te brengen bij de zusters van Tamar.
In ruil voor een wisselend maandelijks bedrag (omgerekend naar nu soms zelfs 1500 euro) werd ze daar vastgehouden tot ze moest bevallen. Haar identiteitskaart en geld werden afgenomen en een dokter van het nabijgelegen ziekenhuis verklaarde haar ontoerekeningsvatbaar. Toen haar ouders haar wilden bezoeken, werd dat door Marie-Johanne Palmaers geweigerd. Vandevenne moest tot vlak voor haar weeën gratis werken in het atelier van de zusters.
Toen haar water brak, werd Vandevenne in een auto gestopt en naar Frankrijk gereden. Vlak over de grens met België, in Malo-les-Bains, bevond zich de kliniek La Vilette. Daar konden vrouwen anoniem bevallen, onder het zogenaamde systeem van ‘Sous X’ (waarbij de vrouw op de medische documenten geregistreerd werd als ‘mevrouw X’). Op die manier werd het haast onmogelijk gemaakt om daarna nog de band tussen moeder en kind te achterhalen.
Vandevennes bevalling ging gepaard met ernstige complicaties. Ze bloedde hevig. Tijdens de urenlange rit van Lommel naar Frankrijk verloor ze meermaals het bewustzijn. Ze dacht dat ze ging sterven. Meer dood dan levend kwam ze in La Vilette aan. Daar beviel ze van een zoontje en zakte ze weg in een coma. Toen ze enkele dagen later weer bij bewustzijn kwam, was haar kind al verkocht. Door het gebrek aan medische zorgen tijdens de autorit is ze levenslang gehandicapt en kon ze ook geen kinderen meer krijgen.
Ook voor vrouwen als Lieve Soens en Elise Vandevenne deed Peter aangifte bij de politie. ‘De agente keek mij verbaasd aan, want zoiets had ze nog nooit meegemaakt. Ik bleek de eerste in de Belgische geschiedenis die aangifte deed van zijn eigen ontvoering. En dat is het ook: ik ben tegen de wil van mijn moeder meegegeven met anderen. Dat is dus een ontvoering, dat is kinderroof.
En ik ben meegegeven omdat er eerst betaald is. Dat is kinderhandel. Dat zijn twee misdrijven die tot stand zijn gekomen door misleiding en administratieve fraude. Dat die intussen verjaard zijn? Daar ben ik het niet mee eens. De verjaring start pas als het misdrijf ophoudt, niet wanneer het misdrijf begaan is. In die zin vind ik dus dat er nog geen verjaring is en dat er dus een onderzoek moet worden gestart.’
Intussen heeft Peter echter te horen gekregen dat de Belgische justitie geen gevolg geeft aan zijn klacht. Dat moest hij vernemen van een journalist, die naar aanleiding van de uitzending van De Nonnen informeerde naar de stand van zaken van het onderzoek. Voor Peter een zoveelste kaakslag. ‘Niet enkel voor mij, maar voor alle andere slachtoffers.’
Geïnspireerd door Peter deden ook vier andere ‘Tamar-kinderen’, onder wie Lieve Soens, aangifte van hun ontvoering. Ook zij kregen nul op het rekest. Toch blijft Peter verder strijden en hopen op een grondig onderzoek naar wat er allemaal fout is gelopen in Tamar, maar ook op andere plekken in België en Nederland waar vergelijkbare praktijken plaatsvonden. Hij kijkt dan vooral naar de politiek, die nu volgens hem veel te weinig doet.
‘Er is dringend nood aan een onafhankelijke parlementaire onderzoekscommissie die dit hele zaakje uitspit. Voor de slachtoffers is het enorm belangrijk dat er erkenning komt van wat er is gebeurd. Het knaagt dat die er nooit is geweest. Ook niet toen de paus in 2024 naar België kwam. Na alle heisa rond wantoestanden in de Belgische kerk (vooral rond seksueel misbruik, waarbij zelfs een bisschop betrokken was, red.) zou de paus tijd vrijmaken om kort met enkele slachtoffers te speken.
Ik was met twee andere geadopteerden uitgenodigd voor de speech van paus Franciscus aan de Belgische natie op het koninklijk paleis en zou net als andere slachtoffers hem ook even kort mogen spreken, maar kreeg uiteindelijk te horen dat ik dan toch niet het verhaal van de misstanden in de moederhuizen mocht vertellen. Binnenkort mogen de personen die toen wijlen paus Franciscus hebben gesproken naar Rome om de nieuwe paus te spreken, maar weer mogen de slachtoffers van misstanden door nonnen hier niet bij aanwezig zijn. Men blijft deze groep mensen zo als een soort tweederangs slachtoffers behandelen. Keer op keer worden de slachtoffers van de kinderhandel door nonnen opzij geduwd. Maar dit verhaal moet in de geschiedenisboeken terechtkomen.’
Concrete stappen
Zowel de Belgische kerk als de congregatie Kindsheid Jesu heeft intussen, naar aanleiding van de uitzending van De Nonnen, kort hun spijt uitgedrukt over wat er met Peter en de andere slachtoffers is gebeurd. Maar daar blijft het bij. Concrete stappen om de slachtoffers te helpen in hun zoektocht naar de waarheid en naar erkenning volgen niet. Ook de politiek blijft Oost-Indisch doof. ‘Voor alle duidelijkheid: ik heb niets tegen de kerk of katholieken an sich,’ zegt Peter. ‘Maar wat die nonnen in Tamar hebben gedaan, was misdadig en mensonterend. Dat kan toch niemand meer ontkennen? Het wordt tijd dat dit eindelijk erkend wordt.’
‘Ik heb niets tegen de kerk of katholieken, maar wat die nonnen in Tamar hebben gedaan, was misdadig en mensonterend. Dat kan toch niemand meer ontkennen?’
Als Belgisch binnenlands geadopteerde met een Nederlandse adoptievader valt Peter in Nederland tussen de wal en het schip. Omdat hij niet in Nederland is geboren, wordt hij niet beschouwd als binnenlands geadopteerde, maar omdat zijn adoptie niet via een Nederlandse adoptiedienst verliep – want zijn Nederlandse adoptievader woonde toen in België – valt hij evenmin onder de groep ‘interlandelijk geadopteerden’. Deze zogenoemde ‘buitenlandse geadopteerden’ blijven in Nederland grotendeels onzichtbaar: ze worden niet meegenomen in onderzoeken, beleid of in publieke aandacht rond adoptie.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FEW1KtqFry700H41764592877.png)
Toch gaat het om een aanzienlijke groep, vooral geadopteerden uit België, waaronder ook andere kinderen uit het moederhuis Tamar in Lommel. Nu steeds meer Nederlanders buiten Nederland wonen en daar volgens de regels van hun thuisland kinderen adopteren, zal deze groep alleen maar groeien. Peter pleit er daarom voor dat Nederland ook de buitenlandse geadopteerden betrekt bij de aandacht en inspanningen rond adoptie.
Ook misstanden in Breda
Ook Nederland kent een verleden van misstanden binnen katholieke moederhuizen. Een bekend voorbeeld is het moederhuis Moederheil in Breda, waar ongetrouwde vrouwen in de vorige eeuw in het geheim moesten bevallen en hun kinderen vaak onder invloed van kalmeringsmiddelen in hun bedjes lagen. Veel moeders werden onder druk gezet of zelfs gedwongen om afstand te doen van hun kind, waarna deze baby’s werden geadopteerd. Net als in België, waar tamarlommel.be de geschiedenis van het moederhuis Tamar in Lommel blootlegt, probeert in Nederland de website moederheil.nl de verhalen van de betrokken vrouwen en kinderen zichtbaar te maken, om erkenning te krijgen en het stilzwijgen over dit pijnlijke verleden te doorbreken.
- Privéarchief