Premium

Oorlog in Oekraïne is spel zonder grenzen: met drones en VR-brillen doden naar een volgend level

Drones hebben van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne een videogame zonder pauzeknop gemaakt. Goedkope plastic speeltjes van 500 dollar vernietigen tanks van 5 miljoen. Ondertussen verschijnen drones boven Denemarken, België en ook Nederland. Is dit de nieuwe oorlogsvoering en is Europa daar dan wel klaar voor?

Een Oekraïense soldaat bestuurt een drone

In Oost-Oekraïne, iets ten noordoosten van Slovjansk, zit aan de bosrand een jongen aan een campingtafeltje met daarop een laptop, zoals over de hele wereld jongens van begin twintig achter laptops zitten. Er is een duidelijk verschil: dit is geen game waar het doden of gedood worden wordt verwerkt met een blikje energydrink en een handje Doritos.

Dit is echt. Twee kilometer verderop zitten namelijk ook jongens achter laptops, zoekend naar manieren om hun drones naar deze bosrand te sturen, naar de jongen achter de laptop. En naar Marcel van der Steen, oorlogsverslaggever die hier is om een reportage te maken over de rol die drones spelen op het slagveld. 

Netten moeten de Oekraïense bevolking beschermen tegen drones.

‘Doodeng,’ vertelt Van der Steen een aantal maanden later, vanuit zijn woonplaats Sarajevo over de reportage die hij maakte over drones aan het front in Oekraïne. ‘We werden een beetje beschermd door de bomen, maar er was een constante dreiging dat drones je vinden. Je kan heel weinig doen om je veiligheid te vergroten.’

Van der Steen heeft veel frontlinies bezocht in zijn carrière. Daar was het gevaar vaak goed in te schatten, er werden stellingen ingenomen op basis van het gevaar van directe vuurkracht van de tegenstander. ‘In die loopgraven is het duidelijk dat je gevaar loopt, maar als je daaruit bent, is het gevaar doorgaans weg. Door drones is dat niet meer zo.’

Geblindeerd pand

Eenmaal terug van de bosrand en het grootste gevaar, ging hij eten in een restaurant in Kramatorsk. ‘Dat was natuurlijk geen normaal restaurant, maar een geblindeerd pand, met dichtgespijkerde ramen waar dan militairen, journalisten en hulpverleners eten, dat zijn dan de mensen die daar nog zijn. Daar kan je dan even doen alsof er niks aan de hand is. Maar een week later was er een gerichte raketaanval op dat restaurant, waarbij veel mensen omkwamen. Daar had ik dus ook tussen kunnen zitten, als ik daar een week later was geweest.’

De oorlog in Oekraïne gaat de vierde winter in. De Russen boeken de laatste tijd enige terreinwinst, maar er zijn geen grote doorbraken en aan de Russische kant zijn de verliezen groot, naar schatting verloor het meer dan een miljoen manschappen. Ook aan Oekraïense kant groeien de verliezen, maar volgens de weinige betrouwbare cijfers daarover zijn die vele malen kleiner. Wel is duidelijk dat een groot gedeelte van die verliezen niet worden veroorzaakt door man-tot-mangevechten en traditionele wapens als vuurwapens en raketwerpers.

Het gevaar van drones loert constant in Oekraïne.

Naar schatting is zo’n 80 procent van de Russische verliezen veroorzaakt door drones. Goedkope, steeds slimmere vliegende objecten die steeds meer kunnen: verkennen, vernietigen en zeker in het begin van de oorlog een veel machtiger leger tegenhouden. Oekraïne vocht niet alleen als een David tegen een Goliath, ze vochten ook als een tech-startup, waar het product aan het front werd getest en na elke inzet op basis van gebruikersreviews van het leger weer werd geüpdatet en in een verbeterde versie opnieuw op de vijand afgestuurd.

Het Russische leger, log en conservatief, moest wel mee in deze ontwikkeling. Maar sinds Rusland dat doet, overtreft het in schaal en investeringen ruimschoots het kleine broertje. Niet alleen is Oekraïne daarmee een kostbare technologische voorsprong kwijt. Rusland vliegt de drones nu ook steeds vaker ver weg van het front in Oekraïne. Meldingen van drones boven Denemarken, Duitsland en België worden door deskundigen toegeschreven aan Rusland.

Een kapotte drone.

Als de Russen zo makkelijk ons luchtruim in komt, hoe veilig zijn we dan? En: als Nederland net als andere NAVO-partners onder druk van Donald Trump de defensie-uitgaven enorm verhoogt, investeren we dat dan wel op een juiste manier? Moeten we wel investeren in wapens die alleen al in de ontwikkeling miljarden kosten en in de praktijk van de oorlog in Oekraïne veel te duur en kwetsbaar zijn tegen voortdurend geüpdatete drones die een fractie kosten van een dure raket, laat staan bemande vliegtuigen?

Misrekening 

Toen Poetin in 2022 Oekraïne binnenviel, was zijn verwachting dat het verouderde leger van Oekraïne een paar dagen stand zou houden. Rusland, een land met 144 miljoen inwoners, zou de 41 miljoen Oekraïners snel onder de voet lopen. De Russen hadden zich al jaren kunnen voorbereiden op een oorlog en investeren jaarlijks zo’n 60 tot 70 miljard dollar in defensie, tegenover een schamele 6 tot 7 miljard van Oekraïne.

Het Russische leger telde aan het begin van de oorlog ruim 900.000 actieve militairen en bijna 2 miljoen reservisten tegenover het Oekraïense leger, met 200.000 actieve militairen en bijna 900.000 reservisten. De Russen beschikten over meer dan drieduizend tanks, de Oekraïners over zo’n acht- tot negenhonderd. Rusland beschikte over meer dan vijftienhonderd gevechtsvliegtuigen, Oekraïne over ongeveer honderdtwintig. Het zou allemaal meer dan genoeg moeten zijn om binnen een paar dagen vanuit verschillende fronten het buurland op de knieën te krijgen.

De impact van drones is groot.

Toch liep die veronderstelde bliksemoorlog vrijwel meteen vast. De Russische overmacht was indrukwekkend op papier, maar in de praktijk een papieren tijger. De aanval was gebaseerd op verkeerde aannames: Poetin geloofde dat de Oekraïense staat snel zou instorten, dat het leger massaal zou deserteren en dat de bevolking de Russen als bevrijders zou begroeten. Niets daarvan gebeurde. Oekraïense eenheden vochten verbeten, wisten met mobiele teams en westerse antitankwapens complete colonnes stil te zetten en schakelden logistieke lijnen uit. De beruchte 40 kilometer lange Russische colonne richting Kyiv stond na enkele dagen muurvast door brandstoftekorten, kapotte voertuigen en slecht gecoördineerde bevelvoering.

Toen duidelijk werd dat Rusland niet met brute kracht viel te breken, schakelde Oekraïne over op iets wat het wél in overvloed had: vindingrijkheid. Terwijl het front zich stabiliseerde en traditionele middelen schaars werden, begon het land massaal in te zetten op drones. Eerst uit noodzaak, daarna als strategische keuze. Drones waren goedkoop, snel te produceren en bijzonder effectief tegen een vijand die zwaar leunde op grote colonnes, vaste posities en klassieke oorlogsvoering. Wat begon met hobbydrones uit elektronicawinkels groeide binnen enkele maanden uit tot een compleet systeem van fabrieken, ingenieurs, programmeurs en frontsoldaten die voortdurend nieuwe technieken bedachten.

Soldaten kijken constant in de lucht om het gevaar te spotten.

Voor een reportage in The New Yorker kreeg verslaggever Dexter Filkins een inkijkje in een van de supergeheime labs waar Oekraïne bouwt aan drones. In een fabriekje in West-Oekraïne zetten meer dan honderd jonge werknemers tussen 3D-printers en carbonfiber met techno op de achtergrond per dag ongeveer duizend drones in elkaar die rond de 500 dollar per stuk kosten. Dit soort fabrieken duikt overal op, in kelders, oude magazijnen en verlaten fabrieken, en ze vormen samen een netwerk dat uiteindelijk goed is voor meer dan drie miljoen drones per jaar.

Het principe van deze drones is eenvoudig: een licht frame, vier rotoren, camera, batterij, ruimte voor explosieven. Anders dan de miljarden slurpende research & development van de traditionele defensiebedrijven, waar dure ingenieurs jaren sleutelen aan nieuwe wapens, worden deze drones bijna permanent geüpdatet. Soldaten aan het front sturen hun beelden en ervaringen terug, ingenieurs passen de software en sensoren direct aan en een volgende batch vliegt met nieuwe tweaks snel daarna alweer de lucht in. Zo groeit Oekraïne, bijna in stilte, uit tot een soort start-upnatie in oorlogsvoering.

Belangrijkste wapen

Toen de drone-industrie eenmaal op gang kwam, volgden de wapenfeiten elkaar in hoog tempo op. Binnen een jaar groeiden drones uit tot het belangrijkste Oekraïense wapen. Volgens analisten werd vanaf 2024 ongeveer 80 procent van de Russische verliezen veroorzaakt door goedkope FPV-drones die tanks, loopgraven en artilleriestukken uitschakelden. Waar Rusland miljoenen investeerde in klassieke wapensystemen, vernietigde Oekraïne diezelfde systemen met munitie die soms nog geen 500 dollar kostte. Zo schakelde een wegwerpdrone een TOS-1-raketlanceerder uit die 5 miljoen dollar waard was. 

Een soldaat bestuurt een drone met een VR-bril op.

De grootste successen lagen op zee en diep achter de Russische linies. Met een mix van lucht- en zeedrones joeg Oekraïne de Zwarte Zeevloot weg uit de Krim. Patrouilleschepen zoals de Sergey Kotov en landingsschepen als de Ivanovets en Tsezar Kunikov werden uitgeschakeld. De vloot, jarenlang een paradepaardje van het Kremlin in de regio, moest uitwijken naar veiligere havens in de Kaukasus. Het was de eerste keer in de moderne geschiedenis dat een land zonder serieuze marine een regionale zeemacht vrijwel tot stilstand bracht.

Nog opvallender waren de operaties in Rusland zelf. Langeafstandsdrones troffen bases bij Saratov en Rjazan, waar strategische bommenwerpers zoals de Tu-95 en Tu-22M3 beschadigd raakten. Later volgde een operatie waarbij meer dan honderd drones in onderdelen Rusland werden binnengesmokkeld, daar werden ze in elkaar gezet en tot meer dan tweeduizend kilometer achter de grens gelanceerd. Zo werden ongeveer twintig Russische militaire vliegtuigen vernietigd of zwaar beschadigd, waaronder toestellen die nucleaire wapens kunnen dragen. Volgens historici was het de meest ingrijpende aanval op Russisch grondgebied sinds de Tweede Wereldoorlog.

De drones zijn van grote afstand te besturen.

Rusland reageerde uiteindelijk met een forse inhaalslag. Het breidde de wapenproductie uit door fabrieken dag en nacht te laten draaien en haalde duizenden technici uit pensioen. Daarnaast investeerde het zwaar in elektronische oorlogsvoering: krachtige jamsystemen bij elke frontsector, mobiele storingswagens en systemen die GPS-signalen breken of drones voortijdig laten crashen. Rusland produceert inmiddels zelf miljoenen goedkope FPV-drones, snelle en wendbare drones die door één persoon worden bestuurd die met een VR-bril live ziet wat de drone ziet.

Daarnaast beschikt het, zeker als Europa niet structureel veel meer steun biedt, over veel meer explosieven en grondstoffen dan Oekraïne. Daardoor heeft Moskou nu een voordeel in wat een industriële drone-oorlog is geworden: het kan meer drones bouwen, vaker verliezen compenseren en op grotere schaal storingsapparatuur inzetten. De oorlog wordt hierdoor minder beslist door innovatie en meer door volume, uithoudingsvermogen en productiecapaciteit, en precies daar ligt Rusland op dit moment voor op Oekraïne.

Drones boven West-Europa

De enige redding voor Oekraïne tegen die overmacht is de hulp van Amerika en Europa. Rusland doet er dan ook alles aan om die steun te saboteren. De lijst aan incidenten is lang: een enorme brand in een Pools warenhuis, het beschadigen van stroomkabels in de Oostzee, een aanval met een hamer op een vertrouweling van Navalny in Litouwen, hackpogingen in vitale sectoren zoals de water en stroomvoorzieningen in Nederland en pogingen om verkiezingen te beïnvloeden ten faveure van een Russisch gezinde kandidaat, zoals in Moldavië en Roemenië. De meest recente, en brutale: het opblazen van een spoorlijn in Polen, veel gebruikt als aanvoer van wapens en andere steun aan Oekraïne.

Europese inlichtingendiensten schrijven de incidenten allemaal toe aan de Russen. Het doel: het ondermijnen van de steun aan Oekraïne. Door het gevoel te creëren dat de oorlog niet alleen in Oost-Oekraïne plaatsvindt, maar ook dicht bij huis, hopen de Russen op meer verdeeldheid. De acties boven ons luchtruim hebben gedeeltelijk hetzelfde doel. Die acties kennen sinds dit jaar een steeds brutaler karakter. Het begon voorzichtig, met negentien Russische drones boven het Poolse luchtruim. Daarna verschenen ook drones in Roemenië.

Rusland vliegt de drones nu ook steeds vaker ver weg van het front. Meldingen van drones boven Denemarken, Duitsland en België worden toegeschreven aan Rusland

Ook vlogen Russische straaljagers provocerend het luchtruim van Estland binnen en werd een Duits fregat geïntimideerd door Russische verkenningsvliegtuigen in de Golf van Finland. En dan zijn er de drones: sinds 22 september zijn er in West-Europa minstens 34 meldingen van verdachte drones. Van 27 waarnemingen is door lokale autoriteiten bevestigd dat het inderdaad om drones van onbekende herkomst gaat. Of die ook van vijandelijke aard waren, is in de meeste gevallen nog altijd onduidelijk. 

Patrick Bolder is defensiestrategie en senior analist bij het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) en ziet naast het zaaien van verdeeldheid ook een ander strategisch doel van Rusland. ‘Ze winnen hiermee ook informatie in. De locaties waar ze opduiken, zijn niet willekeurig gekozen: die zijn bij vliegvelden, militaire bases en kerncentrales. Ze verkennen daarmee onze defensieve infrastructuur, en ook hoe we die verdedigen. Hoe snel reageren we als hun drones op onze radars verschijnen? Allemaal informatie die nuttig is in de oorlog met niet alleen Oekraïne, maar ook met de NAVO.’

Hij ziet in de recente incidenten gelijk een groot probleem voor onze verdediging: op dit moment hebben wij namelijk helemaal niet de capaciteit en de technologie om te verifiëren wat voor drones ons luchtruim binnenvliegen. ‘Kleine drones vliegen laag, zijn stil en gebruiken commerciële onderdelen die overal te koop zijn. Daardoor is het moeilijk om vast te stellen of een waarneming een hobbyist is, een foutieve melding of een doelbewuste test van Russische zijde.

Zij kunnen ook lokaal mensen omkopen, of via tussenpersonen die worden aangemoedigd drones de lucht in te sturen. Maar dat kunnen we nu niet bewijzen omdat we daar de systemen niet voor hebben.’ Die systemen heeft Nederland recent wel besteld, maar die zijn naar Oekraïne gestuurd. Bolder: ‘De kern van ons defensiebeleid moet zijn dat we zo sterk zijn dat een tegenstander ons niet durft aan te vallen. Dat afschrikwekkende effect is er nu niet. We moeten dus heel goed nadenken wat voor type wapens we aanschaffen. Die moeten niet te snel verouderd zijn, die moeten we snel kunnen opschalen.’

Skoda’s vs. BMW’s

Een gemiddelde drone heeft een levensduur van een week. Het front in Oekraïne is ongeveer 2000 kilometer lang. Op dit moment bestellen de Europese regeringen nog systemen die honderdduizenden euro’s kosten en niet veel effectiever zijn dan drones. ‘Het is alsof je moet kiezen tussen BMW’s en Skoda Octavia’s,’ legt Eduard Lysenko uit aan The Economist. Hij is officier bij Brave-1, de defensie-techtak van de overheid. ‘Een BMW is sneller en comfortabeler, maar daar heb je weinig aan als je de taak hebt om iedereen een auto te geven.’

Oekraïne heeft zo’n Skoda: de Blyskavka (‘bliksem’) die onlangs in serieproductie ging, is gebouwd met de goedkoopste materialen die beschikbaar zijn. Hij tilt 8 kilo explosieven over 40 kilometer, voor maar 800 dollar. Het land gebruikt deze drone, gebouwd aan de hand van directe feedback van het slagveld, vele malen liever dan de wapens die worden geleverd door Europa, die veel te duur zijn, mede doordat de wapenindustrie er zelf veel aan wil verdienen.

Drones doorboren zonder moeite hele gebouwen.

Oekraïense innovaties hebben nog nauwelijks invloed op waar het échte geld naartoe gaat. NAVO-landen, en dus ook Nederland, zijn bezig hun defensie-uitgaven op te voeren naar 5 procent van het bbp, waarvan 3,5 in wapens. Ook Bolder ziet dat de prioriteiten beginnen te verschuiven, maar veel van de nieuwe investeringen zullen waarschijnlijk nog steeds terechtkomen bij Europese bedrijven die technologie produceren die slecht aansluit op de uitdagingen van de oorlog tegen Rusland.

Ondertussen hebben Oekraïense bedrijven met bewezen successen op het slagveld juist dringend geld nodig. Naar schatting ligt zo’n 40 procent van de totale Oekraïense droneproductiecapaciteit stil. Tijdens een recent Brave-1-evenement in Lviv haalden Oekraïense bedrijven 100 miljoen dollar op in een nieuwe investeringsronde. Dat is vier keer zoveel als vorig jaar, maar stelt weinig voor vergeleken met de tientallen miljarden die nog steeds naar de traditionele wapenindustrie gaan.

Een jongen vertelt dat het net een game was en dat dit hielp om niet te lang stil te staan bij de drone die hij in een tank liet ontploffen. De doden bleven abstract

Het gekke vindt Marcel van der Steen achteraf dat hij daar aan die bosrand helemaal niet bang was. Dat kwam gedeeltelijk door de Oekraïense soldaten. ‘Dat waren echt jonge gasten, begin twintig. Stoere jongens, weinig emoties.’ Zelf had hij dat daar ook niet, hij was scherp, bewust van het gevaar. Maar ook rustig. ‘Toen ik daar weg was, merkte ik pas wat het met me had gedaan, hoe gevaarlijk het was, de ontlading kwam pas achteraf. Best handig ook wel, daardoor stond ik niet te stuiteren toen ik daar kalm moest handelen.’

Hij herinnert hoe hij in een huis kwam waar jonge militairen verbleven. ‘Ze bouwden daar zelf drones en op een tv in de keuken hingen verschillende schermen waar beelden van drones binnenkwamen. Maar ze zaten daar ook gewoon op een PlayStation te spelen. Die twee werelden, het spel en de realiteit, kwamen daar heel dicht bij elkaar.’

Een jongen vertelde dat het gevoel dat dit net een game was juist hielp om niet te lang stil te staan bij de drone die hij net in een tank binnenvloog en daar liet ontploffen. De doden bleven abstract. Van der Steen: ‘Die VR-bril die ze dragen, laat het nog meer als een game voelen, doden als het halen van een volgend level. Maar zonder die bril en de afstand die hij daardoor voelde, zou hij waarschijnlijk niet meer kunnen slapen.’

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct