James Worthy

James Worthy: 'De kinderen kunnen misschien niet voetballen, maar ze zijn heel goed in het zijn van kinderen’

'Mart kijkt naar hoe de kinderen de sneeuw langzaam interessanter vinden dan de bal en samen een sneeuwpop maken in een van de goals'

Het sneeuwt zacht over het trainingsveld van FC Noorderlicht, maar dat houdt niemand tegen. Nou ja, bijna niemand. Trainer Mart van Zijl staat op de zijlijn en kijkt alsof iemand vanochtend zijn sokken in de vriezer heeft gelegd. Hij háát kerst. Niet een beetje. Niet gewoon. Hij haat het als een strafschop voor Feyenoord in de laatste minuut. ‘Te veel lichtjes, te veel gelach, te veel... alles,’ bromt hij terwijl de jeugdspelers door de sneeuw slalommen op gekleurde voetbalschoenen.

Vroeger was Mart dol op de feestdagen, maar toen zijn vrouw op kerstavond 1999 overleed terwijl ze samen naar een kerstfilm keken, emigreerde zijn drang naar gezelligheid naar een land dat nog ontdekt moet worden. Zijn hart voelde als een kerstbal op de onderste tak die door een jonge kat uit de boom werd getikt. Er brak iets in hem. Sinds die dag is Home Alone geen film meer, maar zijn werkelijkheid.

Om niet altijd alleen te hoeven zijn, traint hij al bijna twintig jaar de jeugd van FC Noorderlicht. Althans, hij traint de jeugd die de officiële trainers niet willen trainen. De talentlozen, de afdankertjes – zijn jongens en meisjes.

En dit alles doet hij op vrijwillige basis en niet omdat hij geen geld wil verdienen, nee: vrijwillig is een woord dat hem vrolijk maakt. De naam van zijn vrouw was Wil. Elke avond als hij hier op het veld staat, denkt hij aan de nachten waarop hij nog met Wil kon vrijen.

Mart kijkt naar hoe de kinderen de sneeuw langzaam interessanter vinden dan de bal en samen een sneeuwpop maken in een van de goals. Alice rent naar de kantine om te kijken of de mevrouw achter de toonbank een wortel voor de pop heeft. ‘Dat heb ik niet, maar een kaassoufflé lijkt best op een wortel,’ zegt Karin.

Ondertussen grijpt Mart met zijn koude vingers naar de fluit die om zijn nek hangt. ‘PARTIJTJE!’ schreeuwt hij. 

Vol trots, maar de variant die niet zichtbaar is voor anderen, kijkt hij naar zijn afdankertjes. Ruben met zijn te grote muts, Mo met zijn vingertoploze handschoentjes en Nadia met haar twee verschillende voetbalkousen. ‘Trainer!’ roept Finn, de kleinste van het stel, die nog kleiner is geworden door de recente scheiding van zijn ouders. ‘Mag ik keepen met m’n sjaal om?’

‘Finn, jij mag keepen met een dekbed om, als je die bal maar tegenhoudt,’ bromt Mart.

Herman de hulptrainer komt het veld opgelopen. Zijn buik hangt over zijn trainingsbroek als de spoiler van een sportwagen. Hij heeft dertien bekertjes en twee thermosflessen gevuld met warme chocolademelk in zijn handen. 

Het partijtje eindigt in 0-0. De kinderen kunnen misschien niet voetballen, maar ze zijn heel goed in het zijn van kinderen. Ze drinken chocomelk en zingen slecht vertaalde kerstliedjes. Daarna bouwen ze een sneeuwpop naast de sneeuwpop die ze al hadden gebouwd. Dan ziet Mart het. Die eerste sneeuwpop moet hem voorstellen. Van dichtbij kijkt hij naar de sneeuwpop. Er schaatst een traan over zijn wang. ‘Ben je nou aan het janken, Mart?’ vraagt Herman.

‘Nee, natuurlijk niet. Ik ben gewoon allergisch voor kaassoufflés,’ lacht hij.

Column