Rob Hoogland & Arthur van Amerongen

Foute Jongens: 'Net als het grote Ajax ging ik kapot aan geld, drank en lekkere wijven'

In deze aflevering gaan de Foute Jongens dieper in op de teloorgang van Ajax. Wordt het kader inderdaad door pronkzucht gedreven in plaats van clubliefde? En stonden echt een paar dickpics aan de basis van de aftakeling? 

Rob: Op 18 oktober van dit jaar, mijnheer Van Amerongen, woonde ik in de Johan Cruijff Arena de wedstrijd Ajax-AZ bij. Het zal u niet verbazen dat het Ajax-bestuur mij een comfortabele plaats op de eretribune gunde. Ik heb veel contacten in de hogere Amsterdamse kringen en belicht het Gaza-conflict bovendien op Israël-vriendelijke wijze.

Zulks pleegt het invloedrijke deel van de Ajax-misjpoge gunstig te stemmen en daarom kostte het mij geen enkele moeite om – in het gezelschap van filmmaker Eddy Terstall, wiens epos onder de naar Johan Cruijff verwijzende titel Het land van Johan in januari zal worden gepresenteerd – twee stoelen tussen tal van clubiconen te ritselen. Zij beleefden voor de zoveelste maal een frustrerende avond. Zelf trok ik, als geboren Alkmaarder, juist uiterst tevreden huiswaarts: AZ won met 2-0.

Ik vond dat toen nog een prestatie om trots op te zijn, maar de resultaten die de Godenzonen daarna boekten leerden mij inmiddels dat het een doodnormale uitslag was. Vorig jaar veerde de ploeg even op en was er zelfs enige tijd zicht op de landstitel omdat de toenmalige oefenmeester Francesco Ravioli niet alleen de basiself, maar ook de complete reservebank, de technische staf, het bestuur, de ledenraad en alle ballenjongens en -meisjes voor het eigen doel posteerde, zodat er voor de tegenstanders geen doorkomen aan was. Hij lapte de beroemde Ajax-school daarmee aan zijn laars. Maar ook die tijd is voorbij.

Mijn bezoek aan Ajax-AZ hield tevens in dat ik de kans kreeg om door de gangen en galerijen van het imponerende Arena-complex te dwalen. Ik mocht daar weer eens ervaren hoe rijk het verleden van de viervoudige Champions League-winnaar is. De talloze foto’s van de vedetten van weleer aan de muren stemden zelfs mij nostalgisch. Toch is de aanhang nog steeds gigantisch. Volgens de officiële cijfers trekken de thuiswedstrijden dit seizoen gemiddeld 54.476 toeschouwers. Dat is uniek voor zo’n slecht presterende ploeg.

Enig idee wat er aan de teloorgang van Ajax ten grondslag ligt, mijnheer Van Amerongen? Wat er is misgegaan in die ooit zo geroemde jeugdopleiding? Waarom al die dure aankopen mislukken? Insider Benny Garcia, een echte Ajacied die bevriend is met Frank Rijkaard, suggereerde mij laatst tijdens een etentje dat het huidige kader niet door clubliefde wordt gedreven, maar door pronkzucht. Het Ajax-embleem op hun colbert, dáár gaat het ze om.

Ik las ook ergens dat het aan dickpics ligt. Omdat ik een fatsoenlijk mens ben – ik wel – laat ik het aan u om dat gerucht te duiden en houd ik het zelf bij de harde, maar helaas terechte conclusie dat Ajax tot een rechterrijtjesteam is verworden. Nu weet ik toevallig dat u weliswaar een biblebeltproduct bent, gelukkig met minder afwijkingen dan te doen gebruikelijk, maar dat u toch al heel vroeg in uw achtbaanleventje, toen de Meer nog de thuishaven was, Ajax-thuiswedstrijden in onze goddeloze en dus ook ontspoorde hoofdstad bezocht. Ook om die reden ben ik benieuwd naar uw oordeel, al verzoek ik u wel om het netjes te houden.

Arthur: Met je vileine sneer dat ik afkomstig ben uit de shallow end of the gene pool van de Veluwe maak je diverse trauma’s bij mij los, oom Rob. Trauma’s die ik allang een plekje had gegeven, zo dacht ik in mijn naïviteit. Helaas is dat gapende gat in mijn hart nog steeds niet gedicht, want ik zit nu hyperventilerend achter mijn toetsenbord, blazend in papieren zakken.

In genetische zin heb ik trouwens best wel mazzel gehad, want mijn moeder kwam uit een eerbiedwaardig Rotterdams geslacht en mijn vader kwam uit een milieu van notabelen in Barneveld. De eierhoofdstad van Nederland (3 miljoen kippen, do the math) is overigens technisch gezien geen hardcore hillbillie white trash-Veluwe, maar ligt in de Gelderse Vallei. Tout court: er is niks mis met mijn genen en ik heb dan ook overduidelijk niet achteraan gestaan toen de hemelse pottenbakker de smoelen aan het bakken was.

Heb je weleens goed naar je eigen tronie gekeken, met die enorme flaporen die mij doen denken aan Jantje Paternotte, Alfred E. Neuman en die iconische foto van de Amerikaanse fotograaf Roger Ballen, met de tweelingbroers Dresie en Casie uit West-Transvaal in Zuid-Afrika? Iedere keer als jij mij weer vaderlijk omhelst met die enorme kolenschoppen, denk ik: neef en nicht vrijen kennelijk licht in Alkmaar. En dan heb je nog geluk dat je technisch gezien net geen West-Fries bent. Die regio is echt een bak vol genetische narigheid en ellende. Kijk maar naar Gerard Joling en Karin Bloemen, die broer en zus van elkaar zijn, met dezelfde oom (‘van de melkboer’, zeggen ze daar), als biologische vader.

En daarmee kom ik bij jouw opmerking over de biblebelt en de zwartekousenkerk. Mijn moeder had een bijzonder sterke band met God en de Heere Jezus. Het gevolg daarvan was dat ik niet op voetballen mocht, zelfs niet bij de christelijke voetbalvereniging DTS’35, nota bene amateurkampioen van Nederland in 1958. Tijdens mama’s gedwongen verblijf in het dolhuis van Wolfheze (dat raar genoeg aan de spoorlijn van Ede-Wageningen lag, waardoor het de favoriete plek van jumpers werd, hetzelfde geldt voor de voormalige gekkenhuizen van Santpoort, Castricum, Ermelo, Raalte en Hoogeveen) zei mijn lieve papa, op dringend advies van kinderpsychiater Hendrik Finkensieper: ga jij maar lekker voetballen bij DTS.

‘Net als het grote Ajax ging ik kapot aan geld, drank en lekkere wijven, en daar kwamen de diverse narcotica nog bij’

Ik groeide uit tot een van de meest veelbelovende voetballers van de provincie Gelderland. Dit kan je navragen bij Gerdo Hazelhekke, de wereldspits van Wageningen die jarenlang een goedlopende sigarenzaak had aan de Grotestraat in Ede. Maar net als het grote Ajax ging ik kapot aan geld, drank en lekkere wijven, en daar kwamen de diverse narcotica nog bij.

Ik keek bijvoorbeeld naar Ajax-Benfica, heer Hoogland, en ik heb een potje zitten janken. Ik ben blij dat ik het grote Ajax nog heb meegemaakt, met Piet Schrijvers, Dick Schoenaker, Edo Ophof, Peter Boeve, de onvergetelijke Theo Janssen en al die andere Veluwse Parels.

Those were the days, my friend!

Column