Nieuwe Revu ontmoet Loes Haverkort
Waar? Residentie Haverkort in Amsterdam. Nog iets genuttigd? Water. Verder nog iets? Iedereen krijgt in z’n leven te maken met verlies. Misschien treft het jou direct, misschien iemand in je omgeving. Vaak sta je dan met je mond vol tanden, want wat moet je zeggen of doen? Het boek Troost van Loes Haverkort (Alfabet Uitgevers, 112 pagina’s, €19,99) is een mooi cadeau als je iemand wilt steunen, maar geen idee hebt hoe je dat moet doen. Voor wie troost wil geven of zelf zoekt.
Zangeres, actrice, fotograaf... Ben jij echt zo’n alleskunner? Of ben jij iemand die denkt: wat kan mij het schelen, ik ga het gewoon proberen, dan zie ik vanzelf wel hoe het uitpakt?
‘Ik ben een echte maker. Daar heeft fotografie me weer in bevestigd, maar ergens wist ik dat al van mezelf. Toen ik van de toneelschool kwam, heb ik meteen met andere acteurs een theatergezelschap opgezet, Norfolk, omdat we zelf voorstellingen wilden maken. Muziek is iets wat ik me gaandeweg eigen heb gemaakt, vanuit een familie waarin iedereen muzikaal is. Mijn moeder is zangeres en zat samen met mijn vader in een jazzband, mijn zus heeft een supergoede stem.
Het was bij ons normaal dat er voor een verjaardag een vierstemmig lied werd gearrangeerd met eigen muziek eronder. Mijn moeder zei dan: “Jij zingt sopraan, jij doet de alt.” Dat vond ik fantastisch, maar er is daardoor wel een bepaald basisniveau ontstaan en misschien ook een soort angst om te falen. Ik heb lang in mijn hoofd gehad dat ik me moest focussen op één ding, zodat ik ergens écht goed in kon worden. Mijn gedachte was dat mensen me anders ook niet zouden begrijpen, omdat ze me niet konden plaatsen. Dat heb ik dankzij de fotografie kunnen loslaten, wat voor mij ook als een verrassing kwam.
Ik fotografeerde nooit, ja, een beetje rommelen op mijn telefoon, spelen met contrast en saturatie. Maar pas toen ik aan Het perfecte plaatje meedeed, ontdekte ik: hé, dit kan ik ook. Het voelde fantastisch dat wat ik in mijn hoofd had kon vertalen naar beeld. Dat was iets heel nieuws voor me, een soort eurekamoment. Toen dacht ik: waarom zou ik als creatief persoon eigenlijk niet meerdere dingen kunnen doen?’
Is er een rode draad in jouw werk, iets dat het Loes Haverkort maakt?
‘Absoluut. Alles wat ik doe, heeft dezelfde kern en bron, namelijk: mijn verlangen om iets te maken dat mensen raakt, waardoor ze zich getroost voelen. Ik wil verhalen vertellen waardoor mensen zich niet meer alleen voelen. Dat is een gevolg van wat ik zelf heb meegemaakt, denk ik. Toen ik in het tweede jaar van de toneelschool zat, overleed mijn vader heel plotseling. Ik was twaalf toen hij zijn eerste hartaanval kreeg. Daarna kreeg hij nog een hartinfarct, waarbij een derde van zijn hart afstierf.
'Als je door een moeilijke tijd gaat, dan wil je dat er iemand is die tegen je zegt: het komt goed meisje, je bent niet alleen, het wordt beter’
In de vijf jaar daarna leefde hij alsof er niets aan de hand was, maar in het laatste jaar kreeg hij allerlei klachten die erop wezen dat zijn hart niet goed meer werkte. Als je door een moeilijke tijd gaat, dan wil je dat er iemand is die tegen je zegt: het komt goed meisje, je bent niet alleen, het wordt beter. Dat is wat ik wil laten weten aan mensen, op wat voor manier dan ook. Ik wil mensen verbinden. Dat kan ik doen door een rol te spelen, een lied te schrijven, een serie of film te bedenken of een foto te maken.’
Je onlangs uitgekomen boek Troost is een verzameling van prachtige zwart-witfoto’s, gelardeerd met korte, poëtische teksten, zoals: ‘Ik leg mijn hand op het water alsof het stevig land kan worden.’ Hoe begin je aan zo’n project? Of zag je van tevoren al voor je hoe het moest worden?
‘Ik heb het heel intuïtief aangepakt. In mijn agenda had ik momenten ingepland waarop ik aan het boek wilde werken, zodat ik wist dat ik niets anders hoefde te doen. Op die dagen ben ik gewoon gaan wandelen in de natuur en om me heen gaan kijken. Wat zie ik? Wat voel ik? Ik weet nog dat ik op een gegeven moment een veertje op het pad zag liggen.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FIjFloIWtvsCw081765355715.jpg)
Dat veertje pakte ik op, hield ’m in de zon en maakte een foto. In het boek heb ik naast die foto de tekst ‘Sun shines today’ gezet, omdat ik het een mooi, hoopgevend beeld vond. Zo ben ik heel gevoelsmatig te werk gegaan, waarbij ik de vijf stadia van rouw als onderverdeling heb gebruikt. Dat gaf mij richting om foto’s in een bepaalde sfeer te zoeken, omdat ik wist: ik heb nog iets nodig dat woede, depressie, acceptatie, onderhandeling of ontkenning uitdrukt.
Alles bij elkaar is het een proces van ongeveer anderhalf jaar geweest, dat heel organisch is verlopen. Ik hoop dat het boekje mensen troost kan geven, een hart onder de riem in boekvorm. Toen mijn vader overleed, stonden er veel mensen tegenover me met paniek in hun ogen, omdat ze niet wisten wat ze moesten zeggen. Het is fijn als je iemand op zo’n moment iets kunt geven, een gebaar in woord en beeld, waar mensen op hun tijd en tempo mee bezig kunnen zijn.’
Er is de laatste jaren kritiek op de vijf fases van rouw die jij in je boek gebruikt, ontwikkeld door de Zwitsers-Amerikaanse psychiater Elisabeth Kübler-Ross, omdat rouw geen rijtje zou zijn dat je kunt ‘afvinken’, maar eerder een golvend landschap dat heen en weer beweegt. Hoe heb jij dat ervaren?
‘Ik herken de emoties uit de vijf stadia van rouw, maar het zijn geen stappen die je netjes doorloopt. Zo werkt het niet, je vloeit er doorheen. Het ene moment denk je er vrede mee te hebben, dan ontken je het ineens weer, vervolgens word je heel kwaad. Ik was zelf al die jaren na het verlies van mijn vader nooit boos geweest.
Dat hele stadium had ik overgeslagen, maar op mijn veertigste werd ik alsnog ontzettend boos dat hij er niet meer is. Ik heb heel sterk het gevoel dat alle fases er moeten zijn, dat je er een keer doorheen moet. Ik heb mijn gevoelens lang weggestopt, alsof ze er niet waren. Maar daarmee hou je jezelf eigenlijk voor de gek, want je kunt woede, of een andere fase, niet overslaan als je tot diepe acceptatie wilt komen. Het maken van Troost is helend voor mij geweest, omdat ik op zo’n intensieve manier met de vijf fases aan de slag ben gegaan.
Bij alles wat ik zag, dacht ik: wat voel ik hierbij, zit hier iets in dat ik kan gebruiken voor mijn boek? Ik heb me tegen alles aan bemoeid, van het materiaal van de cover tot het formaat van het boek en de prijs. Vaak zijn fotoboeken heel duur, een soort pronkstuk dat je op tafel legt. Ik wilde dat Troost juist toegankelijk zou worden voor iedereen, dus het moest een betaalbaar boek worden. Alles wat in mijn hoofd zat, zie je terug in Troost. Het is precies zo geworden als ik had gehoopt. Daar ben ik heel trots op.’
Hoe ging dat, toen je op je veertigste ineens heel boos werd? Moest de prullenbak het ontgelden? Je gezin?
‘In 2019 ben ik even gestopt met acteren. Ik was steeds dezelfde rollen aan het spelen: de leuke, lieve en aardige vrouw, het type met wat minder diepgang en body dan ik wilde. Ik dacht: als ik alleen maar deze rollen mag spelen, dan hoeft het voor mij niet. Vlak daarvoor had ik mijn single Lost uitgebracht en ik wilde gaan werken aan een album. Teksten schrijven, nummers opnemen. Ik heb m’n agenda leeg geveegd en was eigenlijk net bezig toen corona kwam.
In dezelfde periode overleed mijn tante. Zij woonde in Frankrijk met mijn oom, het broertje van mijn vader. Voordat mijn vader overleed, had hij tegen hem gezegd: “Zorg jij voor mijn meisjes?” Iets wat mijn oom ontzettend ter harte heeft genomen, hij is er zijn hele leven voor mij, mijn zus en mijn moeder geweest. Toen mijn tante overleed, zijn wij als gezin naar Frankrijk gegaan om mijn oom te helpen. We wilden hem een zachte landing geven en hadden bedacht dat we een week zouden blijven. Maar omdat de scholen toch dicht waren, dachten we: we kunnen onze kinderen homeschooling geven in Nederland, maar ook in Frankrijk.
Eén week werd vijf weken, vijf weken werd drie maanden. Langzamerhand ontstond de gedachte: we kunnen hier wat langer blijven. Uiteindelijk zijn we twee jaar gebleven. Dat was heel bijzonder en ook gezellig, want er kwamen veel mensen op bezoek. Ik kon me helemaal richten op het maken van mijn EP, dus ik heb veel muziek gemaakt, maar voelde me ook heel geïsoleerd. Niet omdat ik niemand om me heen had, er waren mensen genoeg, maar omdat ik mezelf had geïsoleerd. Ik was boos omdat mijn vader dood was, boos omdat ik niet gewoon tevreden kon zijn, boos omdat ik niet meer van mijn leven maakte.’
Het klinkt alsof je jezelf keihard bent tegengekomen.
‘Ja, dat was ook zo. Er zaten zoveel overtuigingen over mezelf in de weg. Ik dacht: wie denk ik wel dat ik ben, dat ik muziek kan maken? Maar ook: ik ben veertig en zie mij hier nu lopen, met mijn hond op een berg. Ik voel me tachtig, terwijl ik de wereld nog zoveel te bieden heb. En: ik zit hier in een waanzinnig mooi stukje Frankrijk, samen met alle mensen die ik liefheb, we hebben het supergoed, maar ik voel me toch heel erg alleen.
Het was alsof ik de connectie met de buitenwereld aan het kwijtraken was. Ik miste het acteren, werken in een team. Die periode heeft me duidelijk gemaakt dat ik nog lang niet wil stoppen met acteren en dat ik het heel fijn vind om met mensen samen te werken. Ik ben niet iemand die in haar eentje op een afgelegen plek een boek kan schrijven of een EP maken. Ik kan het, dat heb ik bewezen met de EP Falling die ik in Frankrijk heb gemaakt. Die muziek moest er blijkbaar op deze manier uitkomen en daar ben ik hartstikke trots op, maar de kans is vrij klein dat ik het nog een keer op deze manier ga aanpakken.’
Dacht je, toen je naar die afgelegen plek in Frankrijk vertrok, dat je een grotere einzelgänger was dan je in werkelijkheid blijkt te zijn?
‘Ik kan goed alleen zijn. Waar sommige mensen al na één avond in hun uppie gek worden, vind ik het heel lekker om me terug te trekken in mijn eigen hoofd. Ik vind het heerlijk om een paar avonden per week in mijn eentje te zijn, maar ik heb ook echt uitdaging en de stad nodig. Misschien is dat het wel vooral, ik heb behoefte aan prikkels en energie om me heen. Niet per se van mensen, maar van geluiden, gebeurtenissen, bewegingen.’
Wat heb je verder geleerd over jezelf in die periode, behalve dat je nooit naar een Frans dorp moet verhuizen?
‘Ik heb me heel lang een vreemde eend in de bijt gevoeld. Als kind, maar ook later, toen ik al werkte. Dat komt denk ik omdat ik al vroeg heb geleerd om na te denken over wat anderen belangrijk vinden. Wat willen zij zien, wat hoor ik te doen? Ik heb ook nog een vak waarin iedereen van alles van je vindt, dat helpt niet mee. Daardoor vergeet je jezelf soms en kun je je heel alleen voelen.
Wat ik heb moeten leren, is dat ik er mag zijn. Dat alles er mag zijn. In the end denk ik niet dat ik een vreemde eend in de bijt ben, maar dat iedereen zich weleens zo voelt. We zijn allemaal uniek en tegelijk ook allemaal hetzelfde. De laatste jaren kom ik steeds meer tot de conclusie dat ik goed ben zoals ik ben en merk ik het sneller op als ik toch vanuit een ander aan het denken ben of iets doe omdat ik denk dat het zo hoort. Dat is een hardnekkig patroon, maar ik heb daar wel stappen in gemaakt.’
Komen er daardoor ook andere rollen op je pad, die meer passen bij wie jij bent?
‘Ja, wat dat betreft heeft het geholpen dat ik even afstand heb genomen van het acteren. Niets ten nadele van de rollen die ik hiervoor heb gespeeld, maar als je meedoet aan pak ’m beet een politieserie, dan gaat het niet over jou als karakter, maar over wie de moord heeft gepleegd. Dat kan nog zo’n toffe productie opleveren, maar qua spel is het minder uitdagend. Andere rollen kwamen heel lang niet op mijn pad, maar vlak nadat we terugkwamen uit Frankrijk kon ik al aan de slag met de Videoland-serie Moedermaffia, over vrouwen die andere moeders graag op de vingers tikken als ze iets ‘fout’ doen.
Ik speel Daan, een moeder die na haar scheiding moeite heeft met het ouderschap en het vaak ook allemaal niet weet. Net zoals zoveel vrouwen en ook mannen, want er is geen opleiding voor. Kinderen zijn levende wezens die je op een bepaalde manier moet sturen, maar hoe je dat precies moet doen, dat weet niemand. Wat dat betreft, zouden we wel wat meer begrip voor elkaar mogen hebben. Iets liever voor elkaar mogen zijn als je de mist ingaat, zoals bij Daan vaak gebeurt.
Er zit natuurlijk in elk personage dat je speelt iets van jezelf, een bepaald trekje of je vergroot iets uit. Maar Daan was wel echt een uitdaging om te spelen, omdat zij zo ontzettend ver van mij afstaat. Ze is iemand die openlijk faliekant zegt wat ze denkt, zonder na te denken over de gevolgen. Ik ben juist veel bedachtzamer, altijd bezig met het wikken en wegen van mijn woorden. Het is heerlijk dat ik haar nu al drie seizoenen mag spelen.’
Je komt over als iemand die redelijk introvert en verlegen is, maar je hebt een vak uitgekozen waarbij je constant in het middelpunt van de belangstelling staat. Dat lijkt nogal ambivalent.
‘Ik was een kind dat tijdens de kerstoptredens van de familie Haverkort achter de benen van mijn moeder kroop, omdat ik zo verlegen was. Maar tegelijkertijd wilde ik per se meedoen als mijn zus ergens een optreden had. Dan wilde ik ook op het podium staan, dansen en zingen. Ik herinner me nog dat ik op mijn zevende een keer pal voor mijn zus ben gaan staan, een hele act opvoerend, terwijl dat eigenlijk haar moment was.
Het voelde voor mij heel logisch en natuurlijk, misschien ook omdat ik als kind al vaak meeging met mijn opa. Hij was amateuracteur en stond elk weekend met zelfgeschreven stukken voor volle zalen in Twente. Tijdens de voorstellingen zat ik in de coulissen, dus het acteervak zag ik als iets vanzelfsprekends, wat niet betekent dat ik het meteen onder de knie had.
Ik weet nog dat er op de toneelschool tegen me werd gezegd: “Jij bent overduidelijk thuis op het podium, dat is jouw plek, maar wie ben jij zelf?” Ik stond er wel, maar ik liet mezelf niet zien. Het is heel cru, maar pas toen mijn vader overleed lukte het me om het masker, dat ik blijkbaar altijd op had, te laten vallen. Voor mijn gevoel had ik niets meer te verliezen, het was allemaal zo relatief en onbelangrijk. Hier heb je me, doe ermee wat je wilt. Toen zeiden ze op de toneelschool: “Nu zien we jou.”’
Steeds meer Nederlandse acteurs spelen rollen in grote buitenlandse series en films. Is dat van jou ook een stiekeme droom?
‘Een droom is een groot woord, maar ik zou het leuk vinden om in buitenlandse producties te spelen. Ik heb in Styx gespeeld, een Belgische horrorserie. Dat was een mooie ervaring, dus ik zou het leuk vinden als zoiets nog een keer gebeurt. Maar ik zie het allemaal wel, het is geen ambitie die ik najaag. Ik vertrouw ook een beetje op wat het leven te bieden heeft, op wat er gebeurt. Daar zit ook een soort tegenstelling in, maar dat past ook wel bij me.
'Ik ben wel echt donker, depressief en boos geweest. Ik ben heel blij dat ik nu meer in balans ben. Dat is voor iedereen beter’
Ik hou van stilte, maar heb ook prikkels nodig. Ik wil het graag goed doen, maar besluit ook om zonder enige fotografieopleiding een fotoboekje te maken. Op dit moment ben ik een serie aan het ontwikkelen, iets wat ik ook nog nooit heb gedaan, maar ik denk dat ik het kan. Ik wil regisseren, ik wil grote rollen spelen. Er staat genoeg op mijn verlanglijst, maar ik geloof ook dat het allemaal stap voor stap gaat.
Mijn grootste ambitie is en blijft om verhalen te maken die iets doen met mensen. Daar kom ik steeds weer bij terug, met mijn acteerwerk, met mijn muziek en nu ook met mijn boek. Ik heb het gevoel dat ik voorbij de midlifecrisis ben, dat is wel lekker. Ik ben wel echt donker, depressief en boos geweest. Op hoe ik in Frankrijk zat en mijn leven had ingericht, maar ook op anderen. Daar heeft mijn gezin, met name mijn man, wel last van gehad. Ik ben heel blij dat ik nu meer in balans ben. Dat is voor iedereen beter.’
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct- NL Beeld