James Worthy: 'Dit is geen sollicitatieprocedure, maar een auditie voor wie zichzelf het beste kan verloochenen'
'Juist wij, juist de kunstenaars, zouden expressief en rebels moeten zijn. Maar ons stille verzet heeft veel weg van overgave'
In de wachtruimte van het bedrijf waar straks mijn sollicitatiegesprek plaatsvindt, zitten vier andere mensen. We zijn met z’n vijven over. Het gaat dus tussen ons. Iemand wordt volgende week gebeld en die kan dan voor een paar jaar de huur betalen en twee keer per jaar op vakantie. De rest zal moeten blijven aanmodderen in het drijfzand dat we het volwassen leven noemen.
Het pijnlijke is: we kennen elkaar allemaal. De man met de bruine kalfslederen schoenen is een kunstschilder. De vrouw met de gele diadeem is een actrice. De man met de krulsnor is ook een acteur. En de vrouw in de paarse maillot is een balletdanseres. Met mij erbij is vanochtend bijna de hele kunstsector aanwezig.
Het is pijnlijk om te zien. De baan waarop we solliciteren is leuk, uitdagend ook, maar als we allemaal nog zouden kunnen rondkomen van dat wat ons hart laat kloppen, zouden we hier niet zitten. We komen niet meer rond, dus moeten we maar andere vormen aannemen.
‘Als boeren bang zijn dat ze hun bestaansrecht verliezen, gaan ze protesteren. Ze blokkeren wegen, steken dingen in brand en hangen de Nederlandse vlag ondersteboven op. En wat doen wij? Wat doen de kunstenaars van wie de toekomst onzeker is? Wij kopen een nieuw overhemd en gaan solliciteren,’ zegt de acteur. Hij heeft gelijk. De kunst is een stille dood aan het sterven. Een weinig theatrale dood ook.
Daar waar de boeren zichzelf zichtbaar, massaal en radicaal aan Nederland opdrongen, lijken wij te hebben gekozen voor de symbolische en inhoudelijke manier van opdringen. We schrijven manifesten en open brieven. En we hopen op een open einde, maar het einde staat al vast. En daarom zitten we gezamenlijk in deze ruimte. Juist wij, juist de kunstenaars, zouden expressief en rebels moeten zijn. Maar ons stille verzet heeft veel weg van overgave. De boeren hadden rode zakdoekjes. Wij hebben een witte vlag.
‘Ik zou best met mijn gezelschap het Zwanenmeer willen dansen op de A10. Met mijn spitzen op het asfalt. Maar dan? Wat levert het op?’ zegt de balletdanseres.
‘Moet het per se iets opleveren? Het is beter dan dit toch? Het solliciteren. Het flirten met andere beroepen. Ik zou het een wonderschoon beeld vinden. Ballet op de snelweg. Tutu’s en al dat getoeter. Als jullie dat doen, zit ik ook op de A10 om een schilderij van jullie te maken,’ zegt de kunstschilder.
‘Als. We moeten stoppen met als. Dit gaat om ons bestaansrecht. Onze toekomst is met stoepkrijt op het trottoir getekend en het gaat de komende twee weken regenen. We verdwijnen. Gekleurd regenwater, dat zal er van ons overblijven. Denk je dat boeren aan ‘als’ denken als ze met een tractor de snelweg blokkeren?’ vraag ik.
Het blijft even stil. In de stilte droom ik weg: ik hang in een tuigje aan een kantoorgebouw naast de A10. Met verf schrijf ik een column op de muur. Als ik naar beneden kijk, zie ik de vrouw in haar paarse maillot over de snelweg dansen. Ze is zo lichtvoetig dat haar benen op tl-buizen lijken. Op de vluchtstrook zit de kunstschilder te schilderen. De acteur en de actrice spelen een moderne versie van de balkonscène uit Romeo en Julia. Julia hangt aan het grote blauwe bord boven de snelweg. Romeo staat op de linkerbaan.
Mijn naam wordt geroepen. Het sollicitatiegesprek begint. Ik loop naar binnen, maar kijk nog één keer om. Dit is geen sollicitatieprocedure, maar een auditie voor wie zichzelf het beste kan verloochenen.
- NL Beeld / Regiofotografie