Afscheid van de bittere smaak
Veel volwassenen herinneren zich spruitjes als de grote boosdoener op het kerstbord. Die afkeer was niet onterecht; de groente bevatte vroeger veel meer bitterstoffen. Evolutionair gezien zijn mensen geprogrammeerd om bitterheid te associëren met giftigheid, wat de weerstand verklaart.
Echter, de afgelopen 25 jaar hebben kwekers en boeren hard gewerkt om die bitterheid weg te selecteren. Door verschillende rassen te kruisen en de biochemie te analyseren, is de spruit getransformeerd tot een veel toegankelijker ingrediënt. Inmiddels geeft bijna twee derde van de mensen aan spruitjes lekker te vinden.
De invloed van vorst en genetica
Naast kweektechnieken speelt de natuur een cruciale rol in de smaakbeleving. Boeren weten dat spruitjes het lekkerst smaken nadat de vorst eroverheen is gegaan. De plant maakt dan een soort natuurlijk ‘antivries’ aan om de cellen te beschermen, wat de suikerspiegel verhoogt en de groente zoeter maakt.
Toch blijft het kweken een balansact: de bittere stoffen die wij niet lekker vinden, dienen vaak als natuurlijke bescherming tegen insecten. Haal je alle bitterheid weg, dan wordt de plant kwetsbaarder voor plagen.
De toekomst en techniek
We staan aan de vooravond van een nieuw tijdperk met de komst van genetische bewerking. Waar het traditionele kruisen van planten wel twaalf jaar kan duren, stelt moderne technologie onderzoekers in staat om heel gericht DNA aan te passen.
Hierdoor kunnen we in de toekomst spruitjes verwachten die niet alleen beter bestand zijn tegen klimaatverandering, maar ook nog lekkerder smaken. Wie spruitjes nog steeds weigert, leeft dus eigenlijk in het verleden; de moderne spruit verdient een tweede kans op je bord.
- BBC
- NL Beeld / PA Images