Van niche naar mainstream: er zit muziek in podcasts

Nog niet eens zo heel lang geleden moest je muziekpodcasts nog met een loep zoeken, nu word je bijna bedolven onder de uitingen, voornamelijk bedoeld om de verkoop van en de interesse in een nieuw album te vergroten. ‘Met dank’, uiteraard, aan Taylor Swift. Maar ook de fan van de wat meer obscure muziek komt aan zijn trekken.  

Taylor Swift

Aan het begin van het millennium waren muziekpodcasts nog iets bijzonders, haast underground, een soort geluidsversie van de aloude zine, waarin fans ongestoord en zonder lastige redacteuren eindeloos konden delibereren over hun hobby en helden, een audiovervolg op de blog. De podcast was de vrije ruimte die de internetideologen ons ooit hadden beloofd; iedereen kon het doen, op een zolderkamertje, met een microfoon en wat software. Ongebruikelijke playlists, tributes, een duik in een undergroundscene, alles kon. 

‘Een podcast is veel minder formeel dan een radioprogramma of documentaire. Voor de luisteraar voelt het alsof ze getuige zijn van een interessant gesprek’

Het kan nog steeds, maar sinds pakweg 2005 zagen platenlabels, radiozenders, kranten en tijdschriften dat de podcast een uitgekiende manier is om een groter publiek te bereiken. Ze gooiden gepraat, interviews en hitgevoelige liedjes in de mix, die interesse moeten opwekken en de verkoop van een product (een song, een artiest, een tijdschrift) moeten bevorderen.

En toen Spotify en iTunes in 2015 de muziekpodcast toevoegden aan hun oneindige arsenaal luistermogelijkheden was het gedaan met het aandoenlijke amateurisme. De jongen die in een kelder een podcast maakt over deathmetal uit Stavanger en het meisje dat diep ingaat op de technoscene in Ljubljana, ze bestaan nog wel, maar zijn bedolven onder alle andere podcasts die zich dankzij het grote geld en gehaaide promotie op de voorgrond dringen.

Taylor Swift

De transformatie van niche naar mainstream werd voltooid toen Taylor Swift dit jaar besloot om de komst van haar nieuwe album aan te kondigen in New Heights, een videopodcast over American football en popcultuur. Haar vriend, footballspeler Travis Kelce, is een van de twee presentatoren. Zo’n 1,3 miljoen mensen keken naar de livestream, en gedurende de twaalf uur erna werd de uitzending bijna negen miljoen keer op YouTube bekeken. Inmiddels staat de teller op 24,4 miljoen.

Een podcast heeft veel voordelen. Je kunt lange gesprekken voeren. Die van Joe Rogan kunnen zo twee, drie uur duren. Je kunt wormholes verkennen. Er wordt doorgaans weinig in gesneden, zodat je als geïnterviewde redelijk in de hand hebt wat er wordt overgebracht. En hoewel de interviews journalistiek lijken, beschouwen de meeste muziekpodcasters zichzelf niet als zodanig.

Taylor Swift.

Het directe van de jaren negentig en het literaire van de popjournalistiek uit de jaren zeventig vind je nauwelijks terug. ‘Podcasters creëren een gevoel van geborgenheid. Hun doel is intimiteit, niet per se verantwoording,’ schrijft Jessica Testa in The New York Times.

Volgens podcaststatistics.com zwierven er in 2025 in totaal tussen 3,55 en 4,57 miljoen podcasts in de cyberruimte, met een geschatte 584 miljoen mensen die daar regelmatig naar luisteren. Ze kunnen kiezen uit 175 miljoen episodes. Alhoewel hun aandeel verbleekt bij dat van true crime, nieuws en comedy, maken muziekpodcasts tussen 5 en 10 procent (afhankelijk van hoe je een muziekpodcast definieert) uit van het totale aanbod. 

De liefhebber kan kiezen uit ontelbare interessante podcasts, de meeste gratis. Vaak is het hit or miss; je typt de naam van een artiest over wie je iets wilt weten in het searchvakje van je app (dat hoeft geen Spotify of Apple te zijn, maar kan bijvoorbeeld ook een kleinere speler zijn, zoals Pocket Casts), en gaat dan klikken en luisteren. 

Zo kom je als je Golden Earring intoetst bijvoorbeeld terecht op A Breath of Fresh Air van de Australische podcaster Sandy Kaye, die in november vorig jaar drummer Cesar Zuiderwijk interviewde. Op de vraag waarom, antwoordt Kaye: ‘Golden Earring was enorm populair in Australië toen ik tiener was. Radar Love was lange tijd veel op de radio te horen en het was een van onze favoriete nummers om naar te luisteren tijdens het autorijden. Ik wilde met een van de bandleden praten en Cesar was gemakkelijk te bereiken.’ 

Cesar praat honderduit over van alles en niks, en Kaye, die nauwelijks iets van Golden Earring weet, draait een nummertje van zijn nieuwe band Sloper. Een uur later ben je klaar, om daarna snel weer over te stappen op iets anders. Bijvoorbeeld The Vinyl Guide van de in Australië wonende Amerikaan Nick Aguilar, die met muzikanten over hun bijzondere platenverzameling praat. 

Ben je dat beu, en wil je eigenwijze, diepgravende analyses van baanbrekende albums dan moet je naar That Record Got Me High luisteren. En wil je je verliezen in de details van de carrières van Britpopbands als Elastica en Suede dan is Bandsplain van Miranda Sawyer er speciaal voor jou. Als een ontrouwe hond slenter je van podcast naar podcast, totdat iets je zo raakt dat je voor elke nieuwe aflevering terugkeert, en dan een ‘follower’ wordt.

Rock’s Backpages

Dat zou Rock’s Backpages kunnen zijn, gemaakt door de gerenommeerde 66-jarige Britse muziekjournalist Barney Hoskyns, die onder meer de biografie van Tom Waits op zijn naam heeft. De podcast was in eerste instantie bedoeld om het gigantische Rock’s Backpages online muziekjournalistiek archief (ruim 55.000 artikelen) onder de aandacht van het publiek te brengen, vertelt Hoskyns.

De show was aanvankelijk een gesprek van twintig minuten tussen Hoskyns en RBP-archivaris Mark Pringle. ‘Na vijf afleveringen hadden we onze eerste gast en realiseerden we ons al snel dat we ook de verhalen konden vertellen van de mensen die Rock’s Backpages mogelijk maken: onze schrijvers.’ 

Het trio achter de podcast Rock’s Back-pages met vlnr: Jasper Murison-Bowie, Barney Hoskyns en Mark Pringle.

Weldra klonk ook een derde stem, die van Jasper Murison-Bowie, een paar decennia jonger dan Hoskyns en Pringle. ‘Naast zijn waardevolle technische kennis heeft hij een jongere energie en perspectief toegevoegd aan de gesprekken die we in onze podcast voeren,’ zegt Hoskyns.

De RBP-podcast, doorgaans ook voorzien van historische interviewclips, leidt nu een eigen leven, grotendeels los van de archieven. Soms ontaardt het in ouwe-jongens-krentenbrood, soms in nerdy discussies over de vraag of Sgt. Pepper nou echt grensverleggender was dan Jimi Hendrix’ Are You Experienced. Maar meestal is het uiterst informatief. ‘Een podcast is veel minder formeel dan een radioprogramma of een documentaire. Voor de luisteraar voelt het alsof zij getuige zijn van een interessant gesprek,’ zegt Hoskyns.

Er zijn inmiddels ruim tweehonderd RBP-afleveringen beschikbaar, inclusief gesprekken met grootheden als Greil Marcus, die met Mystery Train in de woorden van Hoskyns ‘het beste boek over Amerikaanse muziek ooit’ heeft geschreven. Het is overigens niet zijn favoriete aflevering. Die eer komt toe aan Pet Shop Boy Neil Tennant, die werd uitgenodigd vanwege zijn schrijfwerk voor Smash Hits. ‘Hij was bescheiden, nuchter en kwam met heerlijke verhalen en inzichten,’ zegt Hoskyns.

De Machine

Ook Nederland kent natuurlijk muziekpodcasts. Maar het zijn er minder dan je zou verwachten van een land dat na de vruchtbare 60s en 70s (Golden Earring, Q65, Focus) nu vooral op het gebied van dance stevig aan de weg timmert. ‘In de loop der jaren zijn er niet zo superveel muziekpodcasts bijgekomen. Als je ziet hoeveel podcasts over wielrennen er al zijn...’ verzucht Atze de Vrieze, maker van De Machine, de podcast die NPO 3FM wekelijks uitzendt.

Net als Rock’s Backpages is De Machine al jaren bezig en zijn er meer dan tweehonderd afleveringen gemaakt. De Vrieze was er van begin af aan bij betrokken, eerst samen met de wat oudere Niels Aalberts, en daarna met de achttien jaar jongere Malou Miedema. ‘De Machine in kwestie is de machine die de muziekindustrie draaiende houdt,’ zegt hij. 

Elke aflevering duurt ongeveer een uur, en de twee presentatoren buigen zich als gretige, nieuwsgierige muziekfans over wat zich achter de schermen van de popmuziek afspeelt. ‘Wij zijn ervan overtuigd dat dat een heel belangrijke rol speelt bij de manier waarop muziek tot ons komt. Een voorbeeld: Kanye West zet zijn contract online en dan kijken wij wat daar dan in staat. We merken dat de muziekliefhebbers die echt vooroplopen daar ook geïnteresseerd in zijn.’ 

Keer op keer belichten ze andere aspecten van de muziekindustrie. Zo kijken ze in aflevering 241 getiteld De kloof tussen kunst en content naar de machtsovername van door AI geproduceerde achtergrondmuziek voor restaurants en winkels. ‘En als het tegen 5 december loopt, gaan we het hebben over de mensen die bezig zijn met het lanceren van nieuwe Sinterklaasliedjes,’ zegt De Vrieze, die Switched on Pop van musicoloog Nate Sloan en songwriter Charlie Harding als zijn favoriete podcast noemt. 

Hij heeft geen idee hoeveel luisteraars De Machine trekt. Het is geen mainstream podcast, maar wel een die een specifiek en geïnteresseerd publiek trekt. ‘Nerdy stuff,’ aldus De Vrieze. Er is een WhatsAppgroep met ruim negenhonderd leden die wekelijks het gebodene onder de loep nemen en nieuwe onderwerpen aandragen. De Vrieze noemt het ‘een kleine dedicated community’. 

Alhoewel De Machine zich op een nichemarkt richt, is het natuurlijk wel onderdeel van een groter bedrijf, in dit geval de NPO. Dat betekent dat de makers een salaris krijgen en een technicus hebben die de opnamen verzorgt – een verwaterde versie van het oorspronkelijke anarchistische idee van een podcast. 

Mojack

Twee mannen die nog gewoon heel eigenwijs, compromisloos en belangeloos hun eigen gang gaan, zijn de Canadezen muziekfanaten Brant Palko (50) en Ryan Rodier (48). Ze woonden in dezelfde stad en speelden in dezelfde bands. Tegenwoordig wonen ze op flinke afstand van elkaar, maar ze hielden altijd contact, berichtten elkaar over nieuwe platen en muziek. Op een dag haalden ze het in hun hoofd om een podcast te wijden aan iedere release die het onafhankelijke Amerikaanse platenlabel SST in de loop der decennia heeft uitgebracht. Ze gaven de podcast de naam You Don’t Know Mojack.

Brant Palko (l) en Ryan Rodier van de podcast You Don’t Know Mojack.

Het in 1978 opgezette SST was het geesteskind van de Californische punkgitarist Greg Ginn. In eerste instantie wilde Ginn vooral platen van zijn eigen hardcoreband Black Flag uitbrengen, maar al snel verschenen andere beroemdheden uit de Amerikaanse undergroundscene op SST, zoals Hüsker Dü, Sonic Youth, Dinosaur Jr, Bad Brains, Descendents en Soundgarden. In totaal bracht SST 364 genummerde releases uit. Daarnaast waren er ook zogenaamde ‘blank releases’, zodat we op een totaal van pakweg vierhonderd komen.

Omgerekend betekent dat bijna acht jaar wekelijks werk voor Brant en Ryan. En waar de eerste pakweg honderd SST-releases kunnen rekenen op veel kritische bijval, wordt het latere SST-werk steeds obscuurder. Wat te denken van de band Mojack... What! You don’t know Mojack? Inderdaad, daar was de titel voor de podcast.

Brant en Ryan hielden moedig stand, dwars door de eindeloze covidperiode. Luisteraars vinden het heerlijk, heel herkenbaar: luisteren naar twee nerds die eindeloos lullen over obscure muziek en die speels ruzie maken over welk album of welke track nou beter is. Maar jarenlang, elke week? Wat houdt het spannend?

‘Het ontdekken van verborgen pareltjes in de SST-catalogus is een van meest bevredigende dingen,’ zegt Brant, die toegeeft dat hij en Ryan slechts een fractie van de SST-releases kenden toen ze met de podcast begonnen. ‘We doen deze show voor ons plezier, dus als het niet meer leuk is en meer als werk voelt, nemen we een pauze totdat we het weer gaan missen.’

Het duurde even eer ze op gang kwamen. De eerste paar afleveringen zijn slechts het aanhoren waard vanwege het aandoenlijke amateurisme van het tweetal. Maar al snel gaat het met sprongen vooruit, de mannen zitten steeds beter in hun vel, maken grappen, zeiken elkaar af en slagen erin interessante gasten in de uitzending te krijgen die allerlei details kunnen geven waar niemand weet van had: muzikanten, producers, schrijvers, ontwerpers. Brant is de interviewer, Ryan doet de editing. Elke podcast kost het tweetal tussen tien en twintig uur aan voorbereiding en nazorg. ‘Ik kan nu eenmaal niet zomaar een interview improviseren,’ zegt Brant, die altijd uitstekend beslagen ten ijs komt.

‘Historici’

Inmiddels is de hoeveelheid opgedoken nieuwe informatie rond SST en de bands zo gigantisch dat ze al ‘historici’ worden genoemd, een compliment waar het tweetal erg mee in zijn nopjes is. ‘Zonder al te pretentieus te willen klinken, denk ik dat dat in zekere zin waar is. We zijn er trots op dat we een deel van dit materiaal documenteren en bewaren, en we streven ernaar om dat zo goed mogelijk te doen,’ zegt Brant. Achtergronden bij de diverse afleveringen zijn terug te vinden op de Mojack-pagina’s op Instagram, Facebook en Substack. 

Er is evenwel een groot gemis: er is in You Don’t Know Mojack geen seconde muziek te horen. Brant en Ryan praten over bands als Tom Troccoli’s Dog, Trotsky Icepick en Zoogz Rift, en je hebt als luisteraar geen idee hoe die klinken. De hoofdreden is dat labelbaas Greg Ginn bekendstaat als een lastige man, een querulant die rechtszaken aanspant tegen iedereen die hem in zijn ogen onrecht heeft aangedaan (een van de bekendste Black Flag-songs heet niet voor niets My War).

'Het is onze hobby, we doen het voor ons eigen plezier. Het werk is zijn eigen beloning'

Brant en Ryan hebben geen zin in dergelijk gezeur. Ginn zou natuurlijk ook de ultieme gast in de podcast moeten zijn, maar tot nu toe heeft hij ondanks herhaalde verzoeken geen sjoege gegeven. ‘Ik weet wel dat hij op de hoogte is van onze show,’ zegt Brant.

De mannen zijn inmiddels bij aflevering 298 aangeland, A Random History of the Avant-Groove van Hotel X, een obscure jazzband. Nog maar twee jaar te gaan. Nee, zegt Brant, ze hebben er nooit over gepiekerd om het bijltje erbij neer te gooien. ‘Het is onze hobby, we doen het voor ons eigen plezier. Het werk is zijn eigen beloning.’