Microplastics in wasstrips: je wast dus met plastic. Maar is dat meteen “microplastic”?

Als iets oplost in je was, is het dan ook echt weg? En nog preciezer: wanneer mag je iets “microplastic” noemen? 

Microplastics in wasstrips: je wast dus met plastic. Maar is dat meteen “microplastic”?

“Plasticvrij wassen.” Het stond (en staat soms nog) groot op doosjes wasstrips, wasdoekjes en wasmiddeldoekjes. Tot Keuringsdienst van Waarde de boel openbrak: in alle 13 onderzochte merken zat polyvinylalcohol (PVA). Gemiddeld bestond een strip zelfs voor 60% uit PVA. 

PVA is het bindmiddel dat een strip bij elkaar houdt. En ja, experts noemen het gewoon plastic. Maar dan komt de echte vraag: als iets oplost in je was, is het dan ook echt weg? En nog preciezer: wanneer mag je iets “microplastic” noemen? 

Hier is de heldere versie, zonder slogans, mét checkpunten waar je als consument wél iets aan hebt. 

Waarom wasmiddeldoekjes zo populair werden (los van de hele PVA-discussie) 

De meeste mensen stappen niet over naar wasstrips omdat ze fan zijn van chemie. Ze stappen over omdat traditionele wasmiddelen op drie fronten frustreren: 

1) Plastic flessen en gesleep 
Een kartonnen doosje voelt simpel en praktisch. Geen grote flessen, geen geknoei, en het past letterlijk in een lade. 

2) CO₂ en “water vervoeren” 
Vloeibare wasmiddelen bestaan vaak voor 80 tot 90% uit water. Je koopt dus deels iets wat al uit je kraan komt, en dat water wordt ook nog eens vervoerd in zware verpakkingen. Wasdoekjes zijn juist gemaakt om dat om te draaien: geconcentreerd product, zonder toegevoegd water, dat pas in je machine water ontmoet. 

3) Minder onnodige toevoegingen en irritatie 
Een groot (en vaak onderbelicht) motief is: weg van “onnodig gedoe” in ingrediënten. Veel consumenten zoeken mildere formules, minder parfum, minder optische trucjes, en minder irritatie. Sommige merken positioneren wasstrips expliciet als alternatief zonder ingrediënten zoals optische witmakers, kleurstoffen, bepaalde conserveermiddelen en andere toevoegingen waar mensen gevoelig op kunnen reageren. 

Belangrijk: deze voordelen gelden niet automatisch voor elk merk. En precies daar begint de nuance. 

De “plasticvrij” claim klapte als eerste: PVA zit (bijna) overal in 

De aanleiding is simpel: op ingrediëntenlijsten dook “Polyvinyl Alcohol” op. Plasticexpert Katja Loos is daar stellig over: PVA is een kunststof, dus plastic. Plasticonderzoeker Heather Leslie schaart PVA ook onder synthetische polymeren: fabriekspolymeer, dus plastic. 

En het bleef niet bij één merk. Loos liet 13 wasstrip-merken onderzoeken op de aanwezigheid van PVA. De uitkomst: alle onderzochte wasstrips bevatten PVA, zelfs wanneer het niet vermeld stond. Gemiddeld bestond de strip voor 60% uit PVA. 

Waarom? Omdat je een binder nodig hebt om van “alleen zeep” een stevig vel te maken dat niet uit elkaar valt. 

De praktische les: als een merk PVA gebruikt, kan “plasticvrij product” niet betekenen “zonder polymeren”. 

Oplossen is niet hetzelfde als afbreken (en daar komt de verwarring vandaan) 
Een wasstrip verdwijnt in je trommel. Dat ziet eruit als “weg”. Maar verdwijnen voor je ogen is iets anders dan verdwijnen in het milieu. 

Wat je wél kunt zeggen: 

  • Oplossen betekent: het materiaal gaat in oplossing en is niet meer zichtbaar als vel. 
  • Biologisch afbreken betekent: micro-organismen zetten het om naar natuurlijke eindproducten (zoals CO₂ en water) binnen een bepaalde tijd en onder bepaalde omstandigheden.

Keuringsdienst van Waarde benadrukt de spanning: dat de strip oplost, betekent niet automatisch dat het plastic ook daadwerkelijk is afgebroken. In dezelfde context wordt ook genoemd dat biodegradatie van PVA volgens die uitleg alleen goed lukt onder strikt gereguleerde omstandigheden met specifieke bacteriën en enzymen, rond hogere temperaturen (ongeveer 60°C). 

Dat klinkt alsof “PVA dus altijd blijft hangen”, maar dat is te kort door de bocht. De echte nuance is: PVA is niet één ding. De afbreekbaarheid hangt af van de variant (grade) én van omstandigheden.  

Is PVA dan microplastic? 

In veel discussies wordt “plastic” automatisch “microplastic”. Alleen: microplastics zijn geen scheldwoord, maar een definitie. 

In de EU-context gaat het in de kern om: 

  • synthetische polymeerpartikels 
  • kleiner dan 5 mm 
  • die niet (voldoende) biologisch afbreekbaar zijn 

En hier wordt het interessant: wateroplosbare polymeren vallen niet automatisch onder dezelfde “microplastics”-restrictie als ze als volledig biologisch afbreekbaar worden beschouwd. Rond PVA is er daarom discussie. In marktanalyses wordt beschreven dat de EU PVA (voorlopig) niet onder het microplasticverbod schaart, maar dat er wel monitoring en meer onderzoek nodig is naar wat er in de praktijk gebeurt. Tegelijk stellen ngo’s zoals Plastic Soup Foundation dat PVA voor een deel door waterzuivering kan glippen en dan langzaam afbreekt. 

De consumentenvraag blijft dus logisch: oké, maar wie toont het bewijs? 

Niet alle PVA en niet alle wasstrips zijn gelijk: dit is waar je op moet letten 

Als je één ding onthoudt, laat het dit zijn: 

Vraag niet om meningen. Vraag om testdata. 

De belangrijkste “reality check” bij biodegradatie 

Veel tests die rondgaan in marketing gebeuren bij warme, ideale omstandigheden. Handig om te weten, maar niet altijd relevant voor wat er in Nederland gebeurt. 

Waar je specifiek op wilt letten: 

  • Temperatuur rond 20 tot 25°C 
    Dat benadert veel beter “realistische” omstandigheden dan een test die pas bij hoge temperaturen mooi scoort. 
  • Tijdvenster 28 dagen 
    Dat is een veelgebruikte standaardperiode. 
  • Benchmark 
    Minimaal 80% biodegradatie binnen 28 dagen is een sterk signaal. Rond 90% binnen 28 dagen zit je aan “wereldklasse” transparantie. 

En dan nog iets: biodegradatie is één spoor, microplastics een ander spoor 

Veel mensen halen dit door elkaar. Je hebt echt twee verschillende bewijzen nodig: 

Spoor 1: PVA biodegradatie (oplosbaar polymeer) 
Bijvoorbeeld via een OECD-test die % afbraak over tijd meet, inclusief temperatuur. 

Spoor 2: Microplastics analyse (vaste deeltjes) 
Een test die kijkt of er vaste microplasticdeeltjes aanwezig zijn, met een duidelijke detectielimiet. 

Een “geen microplastics gevonden” uitslag zegt niet automatisch iets over hoe snel PVA biologisch afbreekt. En een biodegradatierapport zegt niet automatisch dat er geen microplasticdeeltjes in het product zitten. 

Je wil allebei. 

Hoe “bewijs op tafel leggen” eruitziet (voorbeeld van transparantie) 

Een merk dat dit expliciet doet is Mother’s Earth. Zij publiceren welke tests ze laten doen, door wie, en met welke uitkomst. 

1) Biodegradatie van hun PVA 

  • Lab: TÜV Thüringen 
  • Test: OECD 301B 
  • Temperatuur: ±22°C 
  • Resultaten: ongeveer 61% (7 dagen), 80% (14 dagen), 90% (28 dagen) 

Dit is precies het soort bewijs dat consumenten in deze discussie missen: labnaam, methode, temperatuur en percentages, in plaats van alleen een sticker met “biodegradable”. 

2) Microplastic analyse 

Mother’s Earth beschrijft ook een onafhankelijke microplastic-analyse door SGS Analytics Sweden AB. Daarin rapporteren ze dat er geen microplastics zijn aangetroffen binnen een detectielimiet van 20 tot 50 µg per kg product. 

3) Impact op waterleven en waterzuivering 

Daarnaast verwijzen ze naar OECD-tests (zoals OECD 201, 202 en 209) die kijken naar effecten op algen, watervlooien en waterzuiveringsbacteriën, en rapporteren bij realistische concentraties geen schadelijke effecten, en geen remming van bacteriële activiteit. 

Let op: dit is geen “eindvonnis” over de hele categorie wasstrips. Maar het is wél een zichtbaar verschil in houding: je kunt hun claims controleren. 

De 60-seconden check: zo prik je door greenwashing heen 

Gebruik dit als snelle scorekaart. Hoe meer vinkjes, hoe minder je op “vibes” hoeft te kopen. 

Groene vlaggen (sterk) 

  • Ingrediëntenlijst staat online en is volledig. 
  • Het merk vermijdt “plasticvrij product” en maakt onderscheid tussen product en verpakking. 
  • Ze leggen uit wat ze bedoelen met “microplasticvrij”. 
  • Ze publiceren biodegradatiedata met: 
  • testnaam (bijv. OECD 301B) 
  • labnaam 
  • temperatuur rond 20 tot 25°C 
  • % na 7, 14 en 28 dagen 
  • Ze publiceren een microplastic analyse met detectielimiet. 

Oranje vlaggen (twijfel) 

  • “100% biologisch afbreekbaar” zonder testmethode, temperatuur of rapport. 
  • “Microplasticvrij” zonder definitie of detectielimiet. 
  • Alleen keurmerken of logo’s, geen meetdata. 

Rode vlaggen (afhaken) 

  • Geen ingrediëntenlijst, geen rapporten, alleen marketingclaims. 
  • “Plasticvrij” terwijl PVA (of andere polymeren) onduidelijk blijft. 
  • Vage uitspraken als “gecertificeerd” zonder te noemen door wie en met welke standaard. 

Dus, was je met plastic? 

Eerlijk antwoord: veel wasstrips bevatten PVA, en PVA is plastic in de chemische zin. Maar dat betekent niet automatisch dat je “microplastics” aan het wassen bent. 

De discussie draait om gedrag in het milieu: vormt het vaste deeltjes, blijft het hangen, of breekt het af, en onder welke omstandigheden? Omdat merken hierin verschillen, is er maar één betrouwbare manier om te kiezen: 

kies op transparantie. 

Als je wasmiddeldoekjes wil blijven gebruiken om minder plastic flessen, minder transport van water, en vaak ook mildere ingrediënten, dan hoef je niet te gokken. Koop bij een merk dat meetdata publiceert die je kunt controleren, met relevante temperatuur, duidelijke percentages, én een microplasticsanalyse. 

En als je ergens wilt beginnen: begin bij het merk dat z’n rapporten gewoon online zet, in plaats van alleen een groen blaadje op karton.