Drie maanden lang temperaturen onder vriespunt: de strengste winter ooit in Nederland

De winter van 1963 was de koudste van de twintigste eeuw, met een gemiddelde temperatuur van -3,1 graden in De Bilt.

Winterbeeld van de afgelopen dagen

Een ijzige aanloop naar de winter

De winter kondigde zich al in november 1962 aan met sneeuwstormen en temperaturen tot -8 graden. Vanaf 19 december kwam de winter echt op gang, gedomineerd door standvastige hogedrukgebieden boven Europa die continu koude oostenwind aanvoerden.

Het IJsselmeer was al voor de kerstdagen dichtgevroren. Rond de jaarwisseling werd het land getroffen door zware sneeuwstormen die dorpen isoleerden en voor sneeuwduinen van wel drie meter hoog zorgden.

Recordkou in januari en de Elfstedentocht

Januari 1963 was met een gemiddelde van -5,3 graden uitzonderlijk koud. In het noorden werden die maand 25 ijsdagen geteld. Op 18 januari, de dag dat de Elfstedentocht werd gereden, daalde de temperatuur in Joure tot -21 graden.

Ondanks iets hogere temperaturen in de middag, zorgde een stormachtige wind voor een gevoelstemperatuur van tegen de -20 graden. Door deze extreme omstandigheden wist slechts 1 procent van de deelnemers de finish te halen.

De winter houdt aan tot maart

Ook februari bleef met -3,4 graden zeer koud. Halverwege de maand waren er opnieuw sneeuwbuien, gevolgd door dagen met strenge vorst tot wel -20 graden. In het noorden vroor het op sommige plaatsen 26 dagen lang de hele dag. Na enkele zeer koude dagen begin maart, kwam er op 5 maart 1963 eindelijk een einde aan de koudste winter van de twintigste eeuw.

Historie