Ze zitten naast een slootje in Amsterdam-West. Ik parkeer mijn fiets in het gras en geef iedereen een hand. Ze doen dit wekelijks. De therapeut noemt het vistherapie. In zijn mail schreef hij dat huisartsen het soms voorschrijven. Vissen als vervanging voor medicatie. Hij vertelde ook over oorlogsveteranen die op deze manier van hun PTSS af kunnen komen.
Hij geeft me een hengel en ik ga zitten op een wankel klapstoeltje met een bekerhouder. In de houder staat kamillethee. ‘Weet je wat het is, James? Dat water is donker. Je ziet niet wat er onder de oppervlakte gebeurt. Dat geldt voor deze jongens ook. Je kijkt naar ze, maar ziet alleen donker water. Hun verhalen, hun angsten, hun worstelingen zitten verstopt in het riet,’ zegt de therapeut. Hij draagt een paarse bodywarmer en heeft diepe rimpels in zijn gezicht.
Naast me zit een jongen van begin twintig. Geen schoenen. Zijn natte sokken vallen me op. ‘Mijn schoenen zitten in mijn fietstas. Ze zijn nieuw,’ zegt hij. ‘Ik heb liever natte sokken dan vieze nieuwe schoenen. Begrijp je?’
Ik begrijp hem beter dan hij denkt. Daarom heb ik vanochtend oude schoenen aangetrokken.
‘Helpt het? Het vissen?’ vraag ik.
‘Lastige vraag, meneer. Wat als het niet helpt? Moet ik dan stoppen? Ik hoop het niet. Vissen draait om geduld. Wanneer ik voel dat het helpt, geef ik een gil. Oké?’
Ik knik en kijk naar mijn dobber. Het water schuift langzaam van links naar rechts. Een reiger zit op een lantaarnpaal en kijkt naar ons. Misschien is dat therapie voor reigers. Kijken naar vissers.
‘Ik wil eigenlijk helemaal niet dat de vissen bijten,’ zeg ik.
‘Ik ook niet, meneer. Die dobber, dat zijn wij. Ik wil niet ondergaan. Dat water is koud en donker. Ik wil gewoon blijven dobberen.’
‘Dat begrijp ik. Ook ik wil niet de donkerte ingetrokken worden.’
‘Daarom doe ik nooit iets aan mijn haakje. Geen wurm of brood. Maar dat moet je niet doorvertellen aan de therapeut. Hij denkt dat we meer baat hebben bij het vangen van een vis. Hij is nogal zweverig.’
‘De vis staat symbool voor de mentale problemen. Je vangt ze, kijkt ze even in de ogen, en gooit ze weer terug.’
‘Ja, precies dat soort gelul,’ zegt de jongen.
Ik kijk weer naar mijn dobber en het zacht stromende water. Daarna naar de jongens. En weer terug naar het water. Hopelijk neemt de stroming iets mee dat voor hen te zwaar is om te dragen.