Interview

Hugo Metsers jr. openhartig: 'Ik dacht dat mijn leven voorbij was'

Het leek Hugo Metsers jr. (57) voor de wind te gaan. Als acteur, filmmaker en docent camera-acteren was hij een vaste naam in de film- en tv-wereld, totdat hij in één klap werd gecanceld. Een periode van isolatie en zelfonderzoek volgde, met als afsluiter het boek Blootgegeven, waarin hij ongecensureerd terugblikt op z’n onconventionele jeugd, zijn succesjaren als acteur en de val die volgde na beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag. Waar staat hij nu?

Fleur Baxmeier
Acteur Hugo Metsers jr.

Nieuwe Revu ontmoet Hugo Metsers
Waar? Bij Bam Boa op de Weesperzijde in Amsterdam. Nog iets genuttigd? Koffie en water. Verder nog wat? Metsers arriveert in het café in gezelschap van zijn twee honden, die loslopen en zich keurig blijken te gedragen. Hij is open en praat makkelijk en veel, over alle facetten van zijn leven, maar helaas hebben we op deze plek maar drieduizend woorden tot onze beschikking. Voor de extended versie: lees z’n boek Blootgegeven

Er lag al zoveel over je op straat. Waarom moest er ook nog een boek komen waarin je jezelf blootgeeft?
‘Een paar maanden voor mijn cancel las mijn toenmalige vriendin iets over EMDR-therapie. Zij had duidelijk trauma’s en EMDR zou goed werken, niet complex zijn en ook niet jarenlang duren. Ik stelde voor om mee te gaan naar de sessies, zodat ik haar een beetje kon begeleiden. Na afloop vertelde ze erover, waardoor ik nieuwsgierig werd wat voor effect het op mij zou hebben.

‘Ik vroeg aan de therapeut: mag ik een keer een intake doen, om te kijken of het iets voor mij is? Na tien minuten zei hij: jij hebt duidelijk een trauma’

Niet dat ik dacht dat ik een trauma had, maar ik heb in mijn leven zoveel therapie gehad dat ik wilde weten wat het inhield. Ik vroeg aan de therapeut die haar behandelde: “Mag ik een keer een intake doen, om te kijken of het iets voor mij is?” Na tien minuten concludeerde hij al: “Nou, jij hebt duidelijk een trauma, hoor.”’

Waar ging jouw trauma over?
‘De scheiding van mijn ouders. Er zat zoveel pijn bij die beelden. Ik kon helemaal emotioneel worden als ik er alleen al over praatte, dus ik ben het EMDR-traject ingegaan en anderhalve maand later werd ik gecanceld. Dat was een nieuw trauma voor me, al besefte ik dat eerst zelf niet. Ik was in paniek, paranoïde en durfde niemand meer in de ogen te kijken, omdat ik dacht: wat vind jij, denk jij ook dat ik slecht ben?

Ik had daar veel last van, ik had geen acteer- en regiewerk meer, alleen nog de filmacteerschool die ik zelf heb opgericht. Die probeerde ik overeind te houden, maar ik had ook met de docenten afgesproken dat ik vanwege alle reuring tijdelijk geen les meer zou geven of beoordelen. Mijn therapeut zag dat allemaal aan en zei vrijwel meteen dat we aan de slag moesten gaan met het trauma van mijn cancel in plaats van over de scheiding, want hoe sneller je met EMDR bovenop een trauma zit, hoe sneller je ervan af bent.

Dat hebben ze in de jaren tachtig ontdekt, door de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro en het hielp zelfs bij soldaten die in Vietnam waren geweest. Na een tijdje zei die therapeut: “Moet je niet wat dingen opschrijven, om het overzichtelijker te maken, want je vliegt zo heen en weer door de tijd.” Dat ben ik gaan doen en daar kwam zoveel uit dat hij mij doorverwees naar een goeie schrijfcoach. Toen ben ik echt het boek gaan schrijven.’ 

Het was dus een onderdeel van je eigen verwerkingsproces. Maar ongetwijfeld wilde je er ook iets mee rechtzetten?
‘Klopt. Alle verhalen die over mij zijn verschenen in de afgelopen jaren zijn door andere mensen verteld. En ze gooiden mij op één hoop met allerlei idioten die misschien wel allemaal misdaden hebben begaan of iemand aangerand, verkracht of wat dan ook. Ik heb context gecreëerd. Niet als excuus of rechtvaardiging van mijn fouten, maar om te laten zien: dit is het echte verhaal. Dat vond ik vooral belangrijk voor mijn nageslacht. Ik heb drie kinderen en zij kennen het verhaal, maar ik wil dat ook hun kinderen later weten hoe het zit. Dat was een duidelijke reden, maar terwijl ik met het boek bezig was, ontdekte ik dat het voor mij eigenlijk ook de cyclus rondmaakte.

In eerste instantie wilde ik niet over mijn jeugd schrijven, maar mijn schrijfcoach zei: “Dat moet je wel doen, want als je het boek op die manier opbouwt, krijgen mensen een veel beter beeld van wie jij als persoon bent en wat jou drijft.” Ik had daar helemaal geen zin in, want ik heb in therapie al zo vaak gepraat over mijn jeugd. Dat begon al toen ik zelf nog een kind was, met een kinderpsycholoog. Hij was de buurman en ik vond het gewoon gezellig met hem. Ik weet nog dat hij altijd zei: “Kom eens hier, dan krijg je een berenknuffel van me.” Ik heb daar veel aan gehad, meer dan aan alle therapie in de twintig jaar erna.’

Wat voor therapieën heb je allemaal gehad in die twintig jaar?
‘Dat waren vooral freudiaanse psychoanalyses en ik kan goed babbelen, dus ik zat mezelf daar dan een beetje te analyseren. Na een traject van een aantal sessies zeiden die therapeuten steevast goedkeurend: “Jij weet heel goed hoe je in elkaar zit, ik heb er alle vertrouwen in dat je weet wat je te doen staat en eruit gaat komen.” Vervolgens kwam ik buiten en dacht ik: ik weet helemaal niet wat me te doen staat!

Dat heeft me weinig geholpen, totdat ik de lichaamsgerichte therapie ontdekte. Ik kwam een beetje terecht in de zweefhoek, met NLP en bodymind. Nou, dat deed wel wat hoor, in de zin dat ik leerde accepteren dat je geen vader meer nodig hebt als je in de dertig bent en dat je je familie ook in andere hoeken kunt vinden in je leven.

Maar wat me echt vooruit heeft geholpen, was die EMDR-therapie. De essentie ervan is dat je je linker- en rechterhersenhelft weer met elkaar gaat verbinden, wat niet na één sessie al lukt, maar door het expres oproepen van het beeld dat pijn doet, het niet uit de weg te gaan, realiseert je linkerhersenhelft zich: dat was toen, dat is niet nu, dus je hoeft niet in paniek te raken. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik niet meer zo emotioneel word als ik het over de scheiding van mijn ouders heb, waardoor ik dacht: laat ik mijn jeugd dan toch maar meenemen in mijn boek. Dat maakt de cirkel ook rond, want er is niets dat niet wordt besproken. Alles zit erin.’

Je jeugd was bepaald niet doorsnee, als zoon van twee acteurs in het roerige Amsterdam. Hoe zagen jouw jonge jaren eruit, binnen dat onconventionele hippiemilieu?  ‘Van wat ik me kan herinneren, was het altijd onrustig thuis. Er waren vaak andere mensen over de vloer die ik meestal niet kende, met mijn moeder als een warm, centraal middelpunt bij wie je graag in de buurt wilde zijn. Maar zodra de gasten weg waren, verdween dat volledig, dan was ze vaak heel verdrietig, bijna depressief. Mijn moeder was heel lief, ze is nooit slecht voor mij geweest, maar ik ben een heel sensitieve jongen. Ik voelde haar verdriet, haar teleurstelling, haar gevoelens van onvermogen en onmacht, omdat ze mijn vader niet meer aan zich wist te binden.

Nadat hij Blue Movie had gedraaid, toen ik nog heel jong was, was hij veranderd. Hij had geen idee dat die film zo’n succes zou worden, want hij was tot die tijd heel anarchistisch ingesteld. Maar ineens was hij beroemd, had hij geld, de wereld lag aan zijn voeten. Hij had met alles en iedereen affaires, van Willeke van Ammelrooy tot Sylvia Kristel. Het gekste was dat hij na een tijd weg te zijn geweest besloot om weer terug te keren en in hetzelfde huis kwam wonen: hij boven, wij onder.

Het was goed bedoeld, vanuit de gedachte dat hij op die manier contact met zijn kinderen kon blijven houden, maar hoe bedenk je het? Overdag was zijn vriendin er niet, maar ’s avonds kon ik mijn vader horen met zijn vriendin. Ik heb zelfs tussen hen in gelegen terwijl mijn moeder beneden was. Dat zijn toch heel schadelijke dingen.’

Waarom stond je moeder niet meer op haar strepen?  
‘Mijn moeder heeft me later verteld dat zij de grillen van mijn vader accepteerde omdat ze van hem hield en heel lang is blijven hopen en geloven dat hij bij haar terug zou komen, ondanks het verdriet dat hij haar aandeed. Voor mij als kind was dat contrast heel gek, hoe ze was in gezelschap en hoe ze was als er geen gasten waren. Ik kreeg daardoor als kind het idee dat ik niet genoeg was voor mijn moeder, want ze was alleen echt vrolijk en gelukkig als er andere mensen waren, niet als ze alleen met mij was. Het gevolg was dat ik overal wilde zijn, behalve thuis.

We woonden vlakbij het Vondelpark, wat destijds nog geen yuppenbuurt was, maar waar toen de eerste Surinamers, Marokkanen en Turken kwamen wonen. Ik vond dat heel interessant en zocht die ‘andere’ kinderen heel erg op, om afgeleid te worden van wat er thuis speelde. Eigenlijk was ik altijd ergens buiten te vinden, op zoek naar kinderen om mee te spelen. Dat ging vaak eventjes goed, maar ik had ook veel ruzie. Ik zocht op straat de controle die ik thuis niet had en wilde altijd precies bepalen wat er gebeurde.’ 

Je vader hertrouwde uiteindelijk met Pleuni Touw, die in jouw puberjaren een pikante fotoshoot deed waar veel om te doen was. Hoe was dat voor jou?
‘Dat was precies in de tijd dat ik zelf seksuele gevoelens kreeg en Playboy las als opwindingsding. Pleuni heb ik altijd een aantrekkelijke vrouw gevonden, als klein jongetje al. Ik begreep dat mijn vader blij met haar was, zeg maar. Het was voor mij dus heel ambivalent en dubbel dat zij in de Playboy stond. Ik vond het aan de ene kant opwindend om haar erin te zien, maar ik vond het ook erg vreemd en werd ermee gepest.

Ik weet nog dat jongens uit mijn klas snorretjes op haar foto’s hadden getekend, nou, ik ontplofte! Op zulke momenten wilde ik iedereen in elkaar rammen. Mijn vader en Pleuni hebben nog wel een poging gedaan om het uit te leggen en voordat de Playboy uitkwam, gingen ze met mijn stiefbroer en mij zitten, zo van: “Jongens, we doen dit niet omdat we het zo leuk vinden, maar we hebben echt geld nodig, anders moeten we uit ons huis.”

Ze konden een ton krijgen voor die shoot. Een ton, dat was in die tijd een ongelofelijk bedrag, niet normaal. Ze waren in één klap van hun problemen af, dus wij hadden er ook wel begrip voor, alleen had ik toen nog geen idee van de consequenties. Uiteindelijk domineerde toch het klotegevoel.’ 

Je had weinig regels en veel vrijheid, was veel op straat, schurkte tegen criminaliteit aan. Hoe komt het dat het niet helemaal verkeerd met je is afgelopen?
‘Ik wilde heel graag bij de stoere jongens horen, maar dat lukte sowieso niet. Ik was een puistenkoppie, mager. Ik kon heel goed met meisjes, altijd al, dus ik had vriendinnetjes bij de vleet, maar die wilden alleen maar met me kletsen. Als ik ze wilde kussen, dan was het: ik kan zo goed met je praten. Ze vonden me nog niet aantrekkelijk. Eigenlijk hoorde ik nergens echt bij, totdat ik bij Circus Elleboog kwam. Het voelde voor het eerst van mijn leven alsof ik ergens op mijn plek was, ik hoorde erbij en vond een soort nieuwe familie bij dat circus.

Hugo Metsers jr. tijdens de premiere van De openbaring.

Dat ik ook nog leerde steltlopen en op een podium stond, was voor mij eigenlijk bijzaak. Iedereen had het al m’n hele leven over mijn vader en wat voor werk hij deed. Ik denk dat 70 procent van de gesprekjes met oudere mensen erover ging dat ze hem ergens in hadden gezien of met hem hadden gewerkt. Veel mensen zeiden ook tegen me: “Jij gaat vast ook acteren, hè?” Als castingdirector Hans Kemna op bezoek was, dan zei hij altijd: “Er zit een acteur in.” Ik voelde daardoor veel weerzin voor ‘het vak’, maar tegelijkertijd ben ik altijd heel gebiologeerd geweest door film en televisie.

Mijn moeder zat in de bijstand en was arm, maar we hadden op een gegeven moment een zwart-wit-tv’tje waar ik de hele dag voor zat. The Muppet Show, Hill Street Blues. Toen ik ontdekte dat ik in het buurthuis in Oud-West films kon zien, vond ik dat meteen een stuk interessanter dan de toneelstukken van mijn vader, waar ik elk jaar naartoe moest. Ik begon alles te kijken en dacht: dat wil ik ook wel, acteur worden. Maar ik ontdekte ook al snel dat er geen opleiding was voor filmacteurs. Dat is hoe ik later, nadat ik zelf jaren als acteur had gewerkt, op het idee kwam om faaam op te richten, de film actors academy amsterdam.’

Een inmiddels berucht onderdeel van het lesprogramma van faaam was het vak ‘functioneel naakt’, waarin je jonge acteurs leerde hoe ze tijdens intieme scènes hun eigen grenzen kunnen opzoeken en bewaken. Kwam dat voort uit je eigen ervaringen?
‘Ik ben doorgebroken als Boris in Diamant, een rol die mij op het lijf was geschreven: een enfant terrible dat met z’n negatieve acties schreeuwt om aandacht. Zo was ik ook, ik ging helemaal op in mijn succes, omdat ik voor mijn gevoel eindelijk echt werd gezien. Dat is een grote valkuil geweest, want de roem, dat is niet het echte leven.

Ik werd ook steeds gevoeliger voor de beïnvloeding van andere mensen. Godzijdank ben ik nooit verslavingsgevoelig geweest, want ik heb zoveel verschillende drugs uitgeprobeerd in die tijd. Ik heb maar één keer zelf drugs gekocht, voor een vriend uit Nieuw-Zeeland die me zo ongeveer smeekte om mdma te regelen, voor de rest kreeg ik het de hele tijd. In de serie Diamant had ik een relatie met mijn zus, gespeeld door Kiki Classen, die al heel bekend was door Zeg ’ns Aaa. Zij was al ervaren en nam mij helemaal mee in de vele seksscènes die we moesten spelen.

Ik heb daar nooit problemen mee gehad, ook later niet, maar ik zag wel dat het strubbelingen en ongemak opleverde bij andere acteurs. Daarom dacht ik: hier moeten we iets mee in de opleiding, want dat is handig. Ik had een rotsvast vertrouwen in de veilige omgeving die we hadden, maar dat is achteraf iets waarin ik me heb vergist. Het feit dat jij je veilig voelt, wil niet zeggen dat iedereen zich veilig voelt. Ik zat in een hiërarchische, controlerende positie en de studenten niet. Vanaf het begin is een beetje de miskleun van mij geweest dat ik onderschatte hoeveel waarde die mensen aan mij hechtten als leider, als bepaler, als oordeler.’ 

Hoe dat uitpakte was in 2022 te lezen in een groot artikel in de Volkskrant, waarin 34 oud-studenten van faaam jou beschuldigden van grensoverschrijdend gedrag. Kwam dat voor jou als donderslag bij heldere hemel? 
‘Er waren vooraf al studentes die mij hadden gebeld: “Joh, er worden vragen gesteld voor een artikel, wat is dit?”, maar ik wist niet wat erin zou komen te staan. Je hebt het vast gelezen en als je kijkt naar het bewijs, dan zijn er weinig harde dingen die gestaafd kunnen worden. Wat klopt is dat ik een paar keer op een feestje heb gezoend met studentes.

‘Wat klopt is dat ik een paar keer op een feestje heb gezoend met studentes. Dat is klote, ik heb me op een aantal momenten niet beheerst’

Dat is klote, ik heb me op een aantal momenten niet beheerst, dat is absoluut niet goed geweest. Maar al die andere dingetjes in de aantijgingen, het kontknijpen, het vastpakken, dat ik een erectie zou hebben gehad bij een omhelzing, dat is bullshit. Ik ben een fysiek persoon, dus het is zo gegroeid dat docenten studenten soms omhelsden. Het is gezonder om wat meer afstand te houden, dus dat zou ik nu nooit meer doen. Maar verder herken ik me totaal niet in het beeld dat is geschetst.

Het was een beetje wat Marco Borsato ook zei tijdens zijn rechtszaak: “Ik ben dat niet.” Ik voel me absoluut niet verwant met zaken waarin aanranding en verkrachting een rol spelen, maar ik heb zijn zaak wel met aandacht gevolgd, als studiemateriaal. Ik vind het heel heftig, dat hij zes jaar lang persona non grata is geweest, zeker als je weet waar hij vandaan komt. Van halfgod naar zielenpoot...’

Heb je ooit aan jezelf getwijfeld, toen je in een vrije val raakte?
‘Ik heb wel een tijdje het idee gehad dat mijn leven voorbij was. Ik ben geen acteur meer, geen actieve regisseur meer. Het klopt dat ik fouten heb gemaakt, daar neem ik ook mijn verantwoordelijkheid voor. Ik heb het machtsverschil tussen docent en student onderschat, daar heb ik van geleerd en dat zal nooit meer gebeuren. De enige andere aanklacht die er lag, was nergens op gebaseerd en is uiteindelijk geseponeerd. Het voelt als een onrechtvaardige straf dat ik alles ben kwijtgeraakt waar ik zoveel jaren aan had gewerkt.

Ik ben met mensen in gesprek gegaan die ook zijn gecanceld, in andere branches, om te vragen: hoelang gaat dit duren? Helaas, toch wel vijf tot zeven jaar, minimaal, gaven zij aan. Eigenlijk ben je voor altijd gebrandmerkt, want de informatie is tot het einde der dagen op internet te vinden. Godzijdank blijven er nog steeds mensen naar mijn school komen, waar ik inmiddels ook weer lesgeef. Dat gaat goed, er zijn voldoende aanmeldingen, maar een vetpot is het niet.

Ik heb nooit kunnen leven van de school alleen, want ik deed er altijd dingen naast: voice-overs, acteren en films regisseren. Er ligt een nieuw filmscript klaar en ik heb nog meer ideeën. Ik ben sowieso altijd een multitasker geweest en dat is wat ik weer hoop te worden. Dat is geen gemakkelijke weg, en de afgelopen jaren hebben ook hun tol van mij geëist, maar ik accepteer niet dat het op deze manier eindigt.’ 

Rudi Huisman, Brunopress' Arjofrank fotografie
Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct