Nieuwe Revu ontmoet Nasrdin Dchar
Waar? Een kantoor in Rotterdam, waar hij net een zakelijke bespreking heeft gehad over zijn voorstelling. Nog iets genuttigd? Water. Verder nog wat? Vijf jaar na z’n laatste voorstelling is Nasrdin terug in de theaters met Wat als... Hij neemt zijn publiek mee op een soms beklemmende, maar ook hilarische reis door het spookhuis in zijn hoofd. Waar moeten we echt bang voor zijn en wat komt wel goed? Op nasrdinspeelt.nl vind je een compleet overzicht met alle theaters waar hij te zien is.
Eerder maakte je al een voorstelling over je moeder, over je vader en je vrouw Amy. Hebben zij je aangespoord om de spotlights nu maar eens op jezelf te richten?
‘De afgelopen jaren heb ik me veel beziggehouden met identiteit, gekoppeld aan het migratieverhaal van mijn ouders en de liefde tussen mijn vrouw en mij. Dat heb ik gelinkt aan het maatschappelijk debat en wat er in Nederland speelt op dat gebied. Maar ik heb ook vaak gedacht: ik wil iets doen met wat er in mijn hoofd gebeurt, specifiek hoe de irrationaliteit het kan overnemen van de rationaliteit.
Ik wist gelijk dat de voorstelling Wat als... moest gaan heten, een verwijzing naar de angstbeelden en doemgedachtes in mijn hoofd, maar ook naar de situatie waarin we als wereld terecht zijn gekomen.’
Wat voor angstbeelden spoken er zoal rond in jouw hoofd?
‘Toen ik ooit met mijn vrouw voor een familievakantie in Marokko was, ben ik teruggevlogen naar Nederland omdat ik er heilig van overtuigd was dat ik een hersentumor had. Afgelopen zomer zou ik in het buitenland een korte film draaien, maar zat ik na zes dagen alweer in het vliegtuig terug omdat ik zo’n pijn aan mijn verstandskies, keel en hoofd had dat ik dacht dat ik elk moment kon sterven.
Het gaat eigenlijk altijd over de dood en enge ziektes. Mijn hoofd werkt blijkbaar zo dat gedachtes mij eerder naar het negatieve dan naar het positieve brengen. Wie weet werkt deze voorstelling therapeutisch, zodat ik de cirkel eindelijk kan doorbreken.’
Ben je officieel gediagnosticeerd als hypochonder?
‘Ik heb nooit laten onderzoeken of ik dat echt heb, maar ik denk het wel. De meeste paniekaanvallen komen voort uit het feit dat ik denk dat er iets mis is met me. Als ik pijn in mijn nek of been heb, hoef ik niet eens te googelen wat dat zou kunnen zijn. Door de jaren heen heb ik alle symptomen van elke ziekte en aandoening opgeslagen.
Wat ik interessant vind, is dat een groot percentage van onze samenleving last heeft van paniekaanvallen. Dat weet ik pas sinds kort, omdat er een soort taboe omheen hangt. Door veel mensen wordt praten over je angsten als een zwaktebod gezien.’
Zie jij het bij jezelf ook als een zwaktebod?
‘Niet meer, denk ik. Omdat ik me er niet door laat leiden. Als ik me wel had laten sturen door de gedachtes en angsten in mijn hoofd, dan was ik niet op een podium terechtgekomen, had ik nooit voor de camera gestaan en zou ik me niet uitspreken over maatschappelijke issues. Toch zoek ik dat allemaal op.
Het is vaak een blok aan mijn been, dus ik zou het graag willen doorbreken. Maar aan de andere kant doe ik dat al, door te doen wat ik doe. Ik ben niet in een hoekje aan het wachten totdat ik echt ziek word of doodga. Dat had ook gekund. Ik kan mezelf aan de ene kant neerhalen, maar ik denk ook: wacht eens even, als ik het omdraai, dan ben ik eigenlijk best goed bezig.’
Heb je enig idee waar je angsten vandaan komen?
‘Mijn vader had mentale problemen, mijn oma ook. Sommige mensen staan op en denken: wat als de zon vandaag schijnt? Ik sta op met de gedachte: wat als het morgen nog slechter weer wordt dan vandaag? Het is een mindset die ik altijd al heb gehad, als kind al, terwijl ik een topjeugd heb gehad. Ik ben geboren en getogen in het Brabantse Steenbergen.
Lekker voetballen, veel vrienden, zorgeloos. Mijn ouders hadden het niet breed, maar daar had ik geen last van. Het was de buitenwereld die dat soms op mij projecteerde: “Dat kunnen je ouders toch niet betalen.” Die zin is zo blijven plakken dat ik met mezelf heb afgesproken dat mijn kinderen ’m nooit te horen krijgen. Dat gaat volgens mij vrij aardig.’
Brengt die afspraak met jezelf veel druk met zich mee?
‘Nee, gelukkig niet. Ik moet wel zeggen dat ik sinds we ons eerste kind kregen, wat inmiddels elf jaar geleden is, bewuster aan de slag ben gegaan met de toekomst. Hoe regelen we dat voor onze kinderen? En voor onszelf? Voor die tijd kon het me geen bal schelen. Ik was blij dat ik gewoon mijn geld verdiende en geen zorgen had over het betalen van mijn rekeningen. De kinderen hebben ervoor gezorgd dat ik veel bewuster ben gaan kijken naar onze financiën. Ik vind het belangrijk om voor hen alles netjes te regelen.’
Je moeder vertelde dat ze zich nog goed herinnert hoe charmant en energiek jij als kind was: een gangmaker die iedereen aan het dansen kreeg. Waar kwam dat vandaan?
‘Doordat ik als kind al veel angsten had, ging er automatisch veel aandacht naar me toe. Laatst had ik het er nog met mijn zus over. Zij zei dat ik vaak uitsprak dat ik bang was voor de dood. “Help papa en mama, ik ben bang, ik weet niet wat ik moet doen.” Ik vroeg en kreeg veel aandacht van mijn ouders.
Al jong voelde ik dat mijn angsten niet fijn waren. Niet voor mij, maar ook niet voor mijn omgeving. Daar ben ik onbewust een entertainer tegenover gaan zetten. Zo van: dit ben ik ook. Ik ben niet alleen maar die angsthaas, je kunt ook met me lachen, ik zorg ervoor dat we plezier hebben. Ik was een beetje de clown van het gezin.’
Wel een maatschappijkritische clown, want je spreekbeurten gingen steevast over racisme of aanverwante onderwerpen. Was daar lef voor nodig, als jochie in de jaren tachtig?
‘Ik vond het eigenlijk heel logisch dat ik dat deed. Mijn achtergrond is altijd onderdeel geweest van wie ik ben en hoe ik in het leven sta. In Steenbergen waren in mijn jeugd drie families met een migratieachtergrond, waarvan wij er eentje waren. Ik voelde dat er veel onwetendheid was, over Marokko, over Marokkaans zijn, een ander geloof.
We waren toch anders dan de rest. Al die dingetjes stopte ik in mijn spreekbeurten. Op de middelbare school ging ik me steeds meer verdiepen in wat er op dat vlak in Nederland en de rest van de wereld gebeurde. Ik kreeg zelf ook te maken met racisme. “Ga toch naar je eigen land, stink-Turk.” Scheldpartijen, uitsluiting. Noem het maar op en ik heb het wel meegemaakt.’
Hoe heeft jou dat gevormd?
‘Gelukkig viel ik niet in de valkuil van de self-fulfilling prophecy, wat je helaas wel ziet gebeuren in de maatschappij en in de samenleving. Jongeren die denken: als je me toch al ziet als de kakkerlak van de maatschappij, dan ga ik me er ook naar gedragen. Het idee van fuck jullie, die middelvinger naar de samenleving, dat heb ik nooit gehad. Ik had het tegenovergestelde, omdat ik wilde laten zien: kijk, ik ben een goeie.
Van huis uit kregen we ook mee dat we hier te gast waren, ook al was dat allang niet meer het geval. Als je te gast bent, dan moet je dankbaar zijn en de beste versie van jezelf laten zien. Heel erg eigenlijk, maar zo was het wel. Ik ging overcompenseren, dus bijna netter spreken dan mijn Nederlandse vrienden, extra keurig gedrag vertonen. Met terugwerkende kracht denk ik: jeetje, dat is ook wat, als je dat als tiener al voelt en doet.’
Heb je dat kunnen loslaten?
‘Nee, het is eerder een rode draad in mijn leven geworden. Het zit zo in wie ik ben, in mijn vezels, dat ik het onbewust nog altijd doe. Daar is ook niets mis mee, ik vind het goed om netjes te zijn en mensen met U aan te spreken. Het heeft er ook voor gezorgd dat ik de verhalen ben gaan vertellen die ik vertel. Over Nederland, over hoe er wordt gekeken naar en wat dat doet met mensen met een migratieachtergrond.
Ik probeer altijd om vanuit mijn persoonlijke verhaal een groter verhaal te vertellen dat kan fungeren als spiegel naar het publiek, waardoor zij als kijkers hopelijk over het onderwerp gaan nadenken: hoe sta ik erin? Voel ik me aangesproken? En: wat vind ik ervan?’
Waarom is dat voor jou zo belangrijk?
‘Veel mensen zijn zich er totaal niet van bewust wat het met je doet om een migratieachtergrond te hebben. Ik heb na de voorstellingen over mijn ouders zo vaak gehoord: “Goh, ik had nooit zo stilgestaan bij het verhaal van je ouders.” Dat is ergens best pijnlijk om te horen, want ze zijn al vijftig jaar in Nederland en met hen een hele generatie.
Zolang de verhalen van mijn vader en al zijn leeftijdsgenoten, die hier net als hij naartoe zijn gekomen en keihard hebben gewerkt om dit land te maken tot wat het nu is, zolang zij niet worden gezien, zolang hun verhalen niet worden gehoord en geen onderdeel zijn van het Nederlandse DNA, heb ik er een verantwoordelijkheid in om dat te blijven vertellen, precies zoals ik als kleine jongen ook de verantwoordelijkheid voelde om een spreekbeurt te houden over Marokko.’
Geloof je dat je met jouw verhalen een verschil kunt maken?
‘Ja. Mijn hoofd is pessimistisch, maar naar buiten toe wil ik zo optimistisch mogelijk blijven. Wat blijft er nog over als er geen hoop meer is? Helemaal als je kinderen hebt, die hebben er niks aan als je de hoop opgeeft. Ze hebben wel wat aan eerlijkheid, waar misschien ook wel de pijn van deze tijd in zit.
‘De afgelopen twee jaar is mijn activisme een groot onderdeel van mijn leven geweest. De genocide die in Gaza plaatsvindt, daar moet ik iets mee’
Ik merk dat zij, en wij vroeger ook hè, niet het hele verhaal meekrijgen. Dat kan bijvoorbeeld gaan over geopolitiek, maar ook over Palestina. Als ik met mijn kinderen naar het Jeugdjournaal kijk, dan vind ik dat daar dingen achterwege worden gelaten. Dan is het mijn taak om te zeggen: ja maar jongens, jullie moeten niet vergeten dat dit en dat er ook nog bij hoort.’
Hoe leg je dat uit aan twee kinderen die allebei nog op de basisschool zitten?
‘Dat het verschrikkelijk is wat er op 7 oktober 2023 is gebeurd in Israël, maar dat het ook verschrikkelijk is wat er al 77 jaar in Palestina gebeurt. De geschiedenis begint niet bij 7 oktober, die begint al veel eerder. Ik probeer mijn kinderen uit te leggen waarom ik 7 oktober niet zie als een beginpunt, maar in de context van waarom Palestina is geworden wat het is geworden. Dan kom je uit bij woorden als bezetting, apartheid en etnische zuiveringen. Natuurlijk vertel ik mijn kinderen niet alle gruwelijkheden, daar zijn ze veel te jong voor. Maar ik kan ze wel laten inzien dat er wordt gemeten met een rare dubbele maat.’
In hoeverre wordt jouw leven in beslag genomen door wat er in Gaza gebeurt?
‘De afgelopen twee jaar is mijn activisme een groot onderdeel van mijn leven geweest. De genocide die daar plaatsvindt, daar moet ik iets mee. Dat voel ik heel sterk, alleen ben ik heel erg op zoek naar de vorm en wat ik ermee wil vertellen. Er is zoveel wat ik wil delen, over mezelf, hoe ik het de afgelopen jaren heb beleefd. De machteloosheid, het verdriet en de boosheid, maar ook je stem laten horen.
Tegelijkertijd kan ik ook een groter verhaal laten horen over irrationaliteit. Over hoe het mogelijk is dat wij Nederlanders altijd zeggen dat we ergens voor staan, maar nu effe niet. Medemenselijkheid, internationaal recht, mensenrechten. Noem al die dingen maar op, ze zijn allemaal geschonden en toch blijven we maar de kant kiezen van de partij die al deze rechten schendt. Het is een ontmaskering van de zogenaamde westerse moraal. Daar blijf ik me maar over verbazen. En over uitspreken.’
Hoe verhouden je maatschappijkritische theatervoorstellingen zich tot de rollen die je speelt in populaire series als Mocro Maffia en Het gouden uur?
‘Als acteur wil ik zo verschillend mogelijke rollen spelen. Als kleine jongen deed ik al films na. Als tiener ging ik naar de bioscoop met vrienden en zei ik tegen hen: “Er komt een dag dat je naar de film gaat en mij ziet op het scherm.” Ik ben 47 en kan hardop zeggen dat het is gelukt. Ik leef mijn droom wat betreft mijn werk en o man, dat is zoiets moois. Tuurlijk zitten daar ook struggles bij, zeker in het begin. Ik doe dit werk nu 25 jaar en de eerste jaren moest ik eigenlijk niets hebben van dat hele camera-acteren.
Zwaar geïntimideerd voelde ik me op de set, door alles en iedereen. Ik dacht: geef mij maar lekker theater. Ik begon het langzaam leuker te vinden toen ik een vaste rol kreeg in de serie Deadline en vlieguren kon maken. Vanaf dat moment leerde ik het vak steeds beter kennen en begon ik er langzaam van te houden. Door de jaren speelde ik altijd de good guy, de troubled mind. Gelukkig wel in allerlei variaties, maar op een gegeven moment was ik ook wel toe aan iets anders.’
Dat ‘anders’ werd de op wraak beluste crimineel Potlood in Mocro Maffia. Critici zeggen dat geweld in die serie wordt verheerlijkt. Hoe kijk jij daarnaar?
‘Het mooie van Mocro Maffia is dat de personages allemaal menselijk blijven, ondanks de heftige dingen die ze doen. Potlood is in de basis ook niet echt een crimineel. Hij is een boekhouder, iemand die tussen de boven- en onderwereld zit. Maar hij wordt langzaam steeds meer in het circuit gezogen.
Dat is een heerlijke rol om te spelen, helemaal omdat Potlood ook nog heel slim is. De serie gaat voor mij niet over verheerlijking van geweld, maar over de nachtmerrie waarin je terecht kunt komen. Hoe je daarin verzeild kan raken en dat er eindelijk maar één endgame is: de kist of de gevangenis. Dat is de boodschap die wij aan iedereen willen laten zien, dat het slecht met je eindigt als je je in die wereld begeeft.’
Wat trok je aan in de thrillerserie Het gouden uur, waarin je de Afghaans-Nederlandse rechercheur Mardik speelt?
‘Het is allereerst een Jason Bourne-achtig verhaal van de Lage Landen. Heel spannend, heel vet gemaakt. Maar wat ik zo belangrijk vind aan die serie is dat het gaat over vooroordelen. Over de frames die bijvoorbeeld de politie heeft op mensen met een migratieachtergrond en wat dat frame met iemand doet. Toen Bobby Boermans mij benaderde voor de rol van de hoofdpersoon, heb ik ook eerst tegen hem gezegd: “Nee, dit ga ik niet doen, ga maar op zoek naar een acteur met een Afghaanse achtergrond.” Omdat ik me dat niet wilde toe-eigenen, snap je?
Zo’n rol moet worden gespeeld door een Afghaanse acteur. Die hebben ze niet gevonden, dus toen kwamen ze toch weer bij me terug: “Wil je alsjeblieft auditie doen?” Ik heb ingestemd, op één voorwaarde, namelijk dat ik alle tijd zou krijgen om het Dari goed te krijgen. Het is niet zo dat ik de taal heb leren spreken, maar ik heb er wel voor gezorgd dat je gelooft wat je Mardik hoort uitspreken. Daar ben ik heel blij mee en ook trots op.’
De volgende crimeserie heeft zich ook al aangediend, want je speelt volgend jaar in de Videoland-serie Narcostad, naar je eigen idee. Werk je ook weleens niet?
Lachend: ‘Absoluut. Het was iets wat ik heel graag wilde, zelf een serie bedenken en maken. Dus daar gaat op dit moment veel van mijn tijd naartoe. Maar ik ben zeker ook weleens vrij, best vaak eigenlijk. Dan ben ik meestal thuis, bij mijn gezin en mijn familie. M’n kinderen zien opgroeien vind ik een van de allermooiste dingen in m’n leven. En ook heel moeilijk, moet ik zeggen.
Ik moet me steeds weer opnieuw tot ze verhouden, want ze veranderen elke dag. Soms kan ik verlangen naar de babytijd. O, wat was dat ergens overzichtelijk! De afgelopen twee jaar heb ik padel gevonden. Dat doe ik zo’n twee keer per week en I love it. Ik ben ontzettend fanatiek en wil sowieso winnen. Dat is mijn mindset bij alles. Winners never quit and quitters never win.’
Wat betekent winnen voor jou, als je kijkt naar het leven als geheel?
‘Dat zit ’m voor mij niet in hoeveel ik verdien of in de hoeveelheid roem. Het grootste succes dat een mens kan hebben, is het verwezenlijken van je dromen. Nou, dat ben ik aardig aan het doen, al een groot aantal jaren. Ik doe wat ik altijd het liefste heb willen doen, maar waarvan ik had gedacht dat het nooit zou gebeuren, als jongetje uit Steenbergen, Marokkaans van afkomst ook nog eens. Maar ik doe het wel. Daar ligt doorzettingsvermogen aan ten grondslag, want het is me niet komen aanwaaien.
‘Ik durf hardop uit te spreken dat ik trots ben op de deuren die ik zelf heb ingetrapt. Ik heb letterlijk mijn eigen kansen gecreëerd’
Ik merk dat ik dat naarmate ik ouder word steeds meer durf te zeggen. En steeds meer own. Ik durf hardop uit te spreken dat ik trots ben op de deuren die ik zelf heb ingetrapt. Ik heb letterlijk mijn eigen kansen gecreëerd. Daar gaat winnen voor mij over. Doe de dingen die je wilt doen, want je leeft maar één keer. Haal daar alles uit.’
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct