Rob: Leest u de NRC, mijnheer Van Amerongen? U slaapt goed, verzekerde uw verloofde mij onlangs tijdens een intiem samenzijn. Ik neem daarom aan van niet. Toch wil ik u erop wijzen dat die krant een columniste genaamd Caroline de Gruyter op de payroll heeft staan. Zij is een heuse Europa-deskundige en schreef begin januari dat Europa als respons op Trumps claim op Groenland troepen naar dat grootste eiland ter wereld moest sturen. De heisa die daarna nog aangaande Groenland volgde zal zelfs tot u zijn doorgedrongen, daar in het Algarviaanse niets, maar het idee van de NRC-medewerkster bleef mij wel bezighouden.
Ten oorlog!
Hoe dan, mevrouw De Gruyter? Met wie? Waarmee?
Dat was het eerste wat ik dacht na lezing van deze column over dit nieuwe staaltje idiotie van Trumpje Nooitgenoeg. Want dat was het natuurlijk wel, een staaltje idiotie. Een NAVO-land attaqueerde een NAVO-land. Ongehoord, net als Trumps opmerking dat Denemarken de wereldvrede in gevaar bracht toen het legereenheden naar Groenland dirigeerde. De proleet draaide het gewoon om! Blijkbaar was het geslijm van Mark Rutte bij Daddy toch ook weer niet zó succesvol.
Hoe dan ook wees Caroline de Gruyter er bijna watertandend op dat de Europese Unie een ‘rapid deployment capacity’ heeft, waarbij vijfduizend man gemobiliseerd kan worden. Hoe Calimero wil je het hebben? De VS hebben 2,1 miljoen militairen. Of wil Caroline dat elk Europees land het tekort aan manschappen afzonderlijk opvult? Welnu, Nederland heeft het aantal beroepsmilitairen de laatste paar jaar naar 54.000 weten op te krikken, waar voor 2030 nog 46.000 manschappen moeten bijkomen. Dat schiet ook niet erg op, me dunkt, net als trouwens wanneer ter oplossing van dit probleem de dienstplicht weer zou worden ingevoerd.
Over dat laatste aarzel ik overigens. Ik kijk namelijk weleens om mij heen. Dan zie ik Duncan Laurence-types met vlasbaardjes en een wollen mots op hun hoofd op hun Macbook aan een bij voorbaat kansloze pitch voor een start-up werken, of iets dergelijks, terwijl ze een liedje van Passenger neuriën. De schrik slaat mij op die momenten om het hart. Moet dat namens ons het slagveld betreden? Waar ligt bovendien de loyaliteit van onze islamitische jongeren als er een moslimland tot de orde dient te worden geroepen?
Ik voorzie daarom nog veel meer S5-gevallen dan in onze tijd, mijnheer Van Amerongen. Al besef ik ook dat ik eigenlijk geen recht van spreken heb. Toen ik die Amsterdamse keuringskazerne back in the sixties betrad, wist ik al dat ik te lang voor de militaire dienstplicht zou zijn. Welnu, het eerste wat men deed was meten. Kleed je uit, zei de dienstdoende sergeant. Hoeft niet, antwoordde ik, ik ben te lang. UITKLEDEN!!! schreeuwde hij toen zo luid als sergeant-majoor ‘Shut Up’ Williams in de legendarische serie ‘It Ain’t Half Hot, Mum’. Ik volgde zijn bevel toch maar op en nam plaats onder de meetlat. Aankleden, zei hij toen, je bent 2.03 meter.
Zou dat de reden zijn waarom ik soms ietwat recalcitrant ben?
Arthur: Ik val maar met de deur in huis, goede man, zonder mijn gebruikelijke hoffelijkheid en bonhomie. Ik kom zo op jouw terug op jouw ‘desertatie’.
Als jij het over een intiem samenzijn met mijn ‘better half’ hebt, denk ik toch vooral aan een copieus maaltje in de geest van Gargantua, dat legendarische personage van François Rabelais (een Franse schrijver). Willem Frederik Hermans vertaalde diens meesterwerk Gargantua en Pantagruel, een van de belangrijkste werken van de wereldliteratuur.
Hier het dieet van de vriendelijke reus: ‘Des morgens, na opgestaan te zijn, wreef hij zich de buik, geeuwde, en begon aan zijn ontbijt met gebakken pens van zes ossen, gegrild vlees van zes schapen, gestoofde haan, ham, en een dikke sippet-brouwselsop. Maar dat was nog niets: de ware maaltijd bestond uit driehonderdzesenzestig ossen, zevenhonderd schapen, ontelbare varkens, kalveren, geitenbokken, hazen, konijnen, fazanten, patrijzen, ganzen, eenden, duiven, kapoenen, en nog veel meer, alles in enorme porties, met kazen, broden, taarten en vaten wijn erbij.’
'Ik was nog nooit op Groenland en weet alleen dat een biertje daar twintig euro kost'
Tot zover mijn interpretatie van jouw ‘intiem samenzijn’ met mijn verloofde en ik zal je besparen wat mevrouw Hoogland mij in het oor fluisterde tijdens onze maandelijkse tête-à-tête in Fun4Two in Moordrecht. Caroline de Gruyter ken ik overigens vrij goed. We woonden gelijktijdig in Jeruzalem en haar meest opvallende eigenschap was dat ze – als een soort gestudeerde versie van Sylvie Meis of Estelle Cruijff – alleen maar relaties had met mannen van aanzien.
Ik begreep haar aantrekkingskracht niet want ze is ze zo broodmager dat je haar door een willekeurige brievenbus kan schuiven. Verder was ik nog nooit op Groenland en weet ik alleen dat een biertje daar 20 euro kost, en dat de eskimo’s snel dronken en agressief worden omdat ze net als hun rasverwanten in Azië aan een genetisch defect lijden (het ALDH2-enzym).
Om terug te komen op jouw gemiste diensttijd: ik ben van lichting 1959 en die werd uitgeloot, mede omdat het een briljant jaar was qua geboortelingen en qua wijn, denk aan de Château Lafite Rothschild van 1959. Als ik wel had moeten komen opdraven om de koningin te dienen, was ik naar de keuring in Zwolle gegaan in de lingerie van mama, op haar hoge hakken, met overdadig veel hairspray in mijn glamrock-coiffure (Mud, The Sweet), Keuls water onder mijn oksels en in mijn kruis, en ik had mijn lippen knalrood geverfd (ik hoor je nu roepen: “Geil, Tuurtje!”).
Wel raakte ik als kind vertrouwd met het leger want ik groeide op in garnizoensplaats Ede. Ik woonde bijkans in het Protestants Militair Tehuis (PMT), dat werd uitgebaat door de ouders van mijn schoolvriendje Bobbie de Boer: een pretpark vol flipperkasten, biljarttafels en kaartende militairen. Ik heb daar leren zuipen, vloeken én de soldatentaal geleerd.
Mijn hele jeugd was doordrenkt met militarisme. Zo was ik figurant in A bridge too far, die deels werd opgenomen op de Ginkelse Heide. Alle vijf broers van mijn moeder hadden in Ons Indië gediend. Eentje had een stoma overgehouden aan het avontuur, niet echt een leuk onderwerp bij een huzarenslaatje en opengebarsten kaassoufflés.
Ondanks mijn traumatische jeugd, ben ik zo oorlogszuchtig als de neten en hoop ik dat Donald en Bibi de ayatollahs naar hun verzonnen schepper jagen. Daarover over twee weken meer, kletsmajoor!