Zal ik eens een opgewekt stukkie tikken? Sinds ik bijna vier jaar geleden naar Portugal ben verhuisd, heb ik Nederland zien veranderen. Ten goede. Voordat u denkt: huh, die Nijman vindt toch altijd alles vreselijk in de polder, onherkenbaar omgevolkt en aan de wolven overgeleverd?, even een disclaimer: er gaat inderdaad een boel mis. Ik bedoel: Rob Jetten wordt premier. Dan is er iets fundamenteel naïefs aan de hand in Nederland. Toch is het land opgewekter.
In de nasleep van corona, nadat de pandemie voorbij was, was ons landje een open inrichting van verwarring, woede, argwaan, wantrouwen en miskenning. Bijna niemand leek lekker in z’n vel te zitten en dat merkte je aan alles. Agressief weggedrag was een dead give-away, met golven van getergde remlichtjes als zichtbare schuimkoppen op de woelige baren van het nationaal gemoed. Maar je voelde het overal. Nederland had een chronisch schijthumeur.
De één gedijde goed bij de stilte van lockdowns en minder mensen, maar vond zich nu terug in de drukte van daarvoor. Het ‘Nieuwe Normaal’ was gewoon weer de oude stress en drukte van het Hollandse hamsterwiel. De coronacritici voelden zich miskend in hun kritieken, juist nu zo duidelijk is dat zowel economisch als zeker ook mentaal een flinke dreun was uitgedeeld tijdens de virusjaren – eentje waarvoor geen vaccin bestond, maar waarover ook niemand verantwoording wilde nemen (of ooit zal nemen).
Op straat, in winkels en in de horeca hing een sfeer van mensen die iets in te halen hadden, iets goedgemaakt wilden zien, op excuses wachtten voor gemaakte fouten (gaat ook nooit gebeuren), en die hun kinderen hadden zien vastlopen op de grens tussen puberteit en volwassenheid in een wereld die geen sociale warmte kende. Het was ronduit ongezellig, en dat bleef nog best lang zo. In Nederland landen was vaak even diep inademen, en hopen dat je niemand verkeerd aankeek.
Inmiddels zijn we een paar jaar verder en jazeker: wie het nieuws volgt, en sommige sociale spanningen bekijkt, kan niet anders dan zich zorgen maken over bepaalde ontwikkelingen. De wereld is in rumoer, en Nederland nog altijd in een zekere mate van verwarring en ongerief – vooral politiek. Maar: mensen zijn vriendelijker. Op straat is het knikje en de kleine groet terug, horecapersoneel lijkt meer zin in de bediening te hebben en in het ov laten mensen een ander eerst uitstappen, zelfs in de spits.
Ook op de weg lijken mensen wat meer ruimte aan elkaar te gunnen. Zelfs het opgestoken handje bij het verlenen van voorrang is terug. De jaren na corona waren zo mogelijk nog somberder en chagrijniger dan tijdens de pandemie. Maar als periodiek passant in de polder kan ik toch opgewekt rapporteren: we hebben onszelf inmiddels behoorlijk herpakt. Gezellig!