Waar was Giulio Regeni? Vrienden in Egypte hadden hem sinds 25 januari 2016 niet gezien, zijn Italiaanse ouders hoorden niets van hem, zijn Oekraïense vriendin in Caïro maakte zich grote zorgen. Normaal reageerde Giulio meteen op telefoontjes of berichten, eind januari 2016 leek hij van de aardbodem te zijn verdwenen. Had hij het dictatoriale regime van generaal Abdel Fattah al-Sisi boos gemaakt of was hij misschien op straat of in een bar de verkeerde tegengekomen? Hij deed gevaarlijk werk, een ‘ongeluk’ was zo gebeurd. In Caïro en andere Egyptische steden werden posters opgehangen, maar hij was begin februari nog steeds spoorloos en het ergste scenario werd gevreesd.
Dit stond vast: Giulio Regeni werd op 15 januari 1988 geboren in het Italiaanse Triëst en groeide op in het nabijgelegen Fiumicello, een dorpje van nog geen 4500 inwoners in de provincie Udine. Hij was op het moment van zijn vermissing 28 jaar, had een zus genaamd Irene, hield van lezen en geschiedenis, sprak vijf talen en ging om met mensen uit alle culturen.
Zijn vader Claudio werkte als salesmanager, moeder Paola gaf les op een lokale school. Ze deelden een gezamenlijke liefde voor Egypte en de Regeni’s keken in 2011 uren per dag naar rechtstreeks uitgezonden beelden vanuit Caïro. Duizenden mensen durfden op het Tahrirplein te demonstreren tegen de autoritaire president Hosni Mubarak en dat leidde tot wat een Arabische Lente leek.
Giulio werd zo enthousiast dat hij besloot naar Caïro te reizen. De toekomst zou nu eindelijk echt beter worden in Egypte, maar die hoop verdween snel toen de opvolger van Mubarak misschien nog wel wreder bleek te zijn. De islamist Mohamed Morsi verbood demonstraties en perfectioneerde de geheime dienst. Dissidenten werden gebrandmerkt met peuken, genitaliën zouden na een verblijf in Morsi’s martelkamers nooit meer even goed functioneren.
Verandering
Giulio liep in 2013 stage bij de Verenigde Naties in Caïro. In de avonden en in het weekend ging hij de straat op om te kijken naar demonstraties, dit keer tegen Morsi’s regime. Alles moest nu echt anders en het protest leidde ook werkelijk tot verandering. Morsi werd uit zijn functie gezet door militairen, Giulio en de meeste liberale Egyptenaren juichten dat toe. De nieuwe president was generaal Abdel Fattah al-Sisi. Giulio schreef aan Britse vrienden hem een eerlijke kans te willen geven, maar nog geen twee weken na zijn aantreden vermoordden de veiligheidsmensen van Al-Sisi achthonderd Morsi-supporters op één dag, dat was zelfs in Egypte nooit eerder voorgekomen.
Niemand kon daarna meer zeggen dat het leven in Egypte beter was geworden, het werd misschien zelfs slechter dan onder Mubarak of Morsi. Nooit eerder werden er zoveel geheime agenten ingezet om de bevolking te bespioneren, iedere gesprekspartner kon een mol van het regime zijn. De martelkamers zaten vol, oppositie mocht niet meer worden gevoerd, journalisten, advocaten, politici en wetenschappers ontvluchtten het land. Steeds meer mensen verdwenen mysterieus en geen agent of politicus kon of wilde zeggen waar ze waren gebleven.
Giulio verliet Egypte in 2014 om te studeren in Cambridge, maar keerde er in september 2015 ondanks het gevaar terug om onderzoek te doen voor zijn doctoraalscriptie: over de rol van onafhankelijke vakbonden bij het afdwingen van sociale veranderingen in Caïro en andere Egyptische steden. Na 2011 was er een spectaculaire toename van vakbonden.
Slagers, bakkers, pottenbakkers, figuranten in soaps hadden er een en er bleek zelfs een onafhankelijke bond voor dwergen te bestaan. De leden zorgden voor een nieuwe mondigheid in de samenleving en ze waren er volgens vele sociologen medeverantwoordelijk voor dat Egyptenaren durfden te protesteren tegen het regime. De Amerikaanse Midden-Oosten-correspondent Declan Walsh schreef in het magazine van The New York Times: ‘Regeni zag de vakbonden na de mislukking van de Arabische Lente als de wankele hoop voor Egyptes democratie.’
Zijn tweede verblijf in Caïro viel Giulio niet mee. Persvrijheid bestond niet meer, staatsagenten deden invallen in bars en restaurants, buitenlanders werden soms zonder bewijs het land uitgezet omdat ze volgens de geheime dienst spionnen waren. De Australische Al Jazeera-journalist Peter Greste zat dertien maanden vast nadat hij zonder proces was vastgezet wegens het ‘in gevaar brengen van de nationale veiligheid’. Extra gevaar vormden IS-terroristen die westerlingen wilden ontvoeren en vermoorden. Op 22 juli 2015 verdween de Kroatische topograaf Tomislav Salopek en hij werd onthoofd door islamisten.
Giulio huurde een kamertje in de wijk Dokki, niet ver van de piramides en de Nijl. Zijn twee huisgenoten leken gelukkig betrouwbare mensen. De Egyptenaar Mohammed was advocaat, Juliane werkte als Duitse lerares. Het Tahrirplein lag op twee haltes met de metro van Giulio’s woning. Giulio kwam daar graag vanwege de levendigheid en hij leerde Arabisch door met straatverkopers te praten, dronk zoete thee in koffiehuizen, rookte waterpijp in ahua’s (shishalounges) en at meerdere avonden per week in restaurant Abou Tarek, beroemd vanwege de koshari: een Egyptische specialiteit bestaande uit rijst, bruine linzen, pasta, pittige tomatensaus, kikkererwten, gebakken uitjes en heel veel specerijen.
Straatverkopers
Giulio raakte bevriend met schrijvers en andere linksige types en kwam via een ex-journalist genaamd Mohamed Abdullah, baas van de vakbond voor straatverkopers, in contact met de straatverkopers die rond het Tahrirplein cirkelden. Giulio had besloten over hen zijn doctoraalscriptie te schrijven omdat ook zij een vakbond hadden en hij wilde een paar maanden met de straatverkopers rond het Tahrirplein optrekken ‘in de hoop het potentieel van hun vakbond te kunnen inschatten om politieke en sociale veranderingen teweeg te brengen’, staat in een profiel over Giulio.
Giulio won het vertrouwen van de straatverkopers in Caïro door dag in dag uit met ze door te brengen en hetzelfde karige voedsel te eten
De straatverkopers kwamen meestal uit provinciedorpjes om in de hoofdstad een beter leven te krijgen en duwden karretjes voort met sokken, nepkleding, petten en zonnebrillen. Slapen deden ze in hostels vol bedwantsen of in steegjes, dat was nogal een verschil met het paleis waar Al-Sisi en zijn beulen op nog geen kilometer afstand overnachtten. Giulio won het vertrouwen van de straatverkopers door dag in dag uit met ze door te brengen, hetzelfde karige voedsel te eten, niet naar huis te gaan als het regende of stormde of als de geheim agenten van Al-Sisi hardhandig de identiteitsbewijzen kwamen controleren.
Giulio voelde zich vaak onveilig in Al-Sisi’s Egypte, maar hij wilde blijven om zijn scriptie af te maken. Een maand na zijn terugkeer schreef hij een Italiaanse vriend: ‘Het is zeer deprimerend. Iedereen is zich superbewust van alle spelletjes die hier worden gespeeld.’
In december 2015 ging hij naar een verboden bijeenkomst van vakbondsleiders, Giulio schreef er een stuk over dat hij onder een pseudoniem liet publiceren in Italië. Tijdens de bijeenkomst zag hij een gesluierde jonge vrouw die foto’s van hem nam met haar mobiele telefoon. Was ze een spion? Liep hij gevaar? Hij overwoog niet voor het eerst terug te keren naar Fiumicello, maar die gedachte verwierp hij snel. Eerst zijn scriptie afronden, pas daarna zou hij een zorgvuldig genomen afweging maken. Zijn Italiaanse nationaliteit zou hem bovendien vast beschermen. Giulio’s geboorteland had uitstekende banden met Egypte, Al-Sisi’s beulen zouden hem vast nooit iets durven aandoen.
In de avond van 25 januari 2016 verliet Giulio zijn huis om naar metrostation Bahouth te lopen. Hij moest daar heen vanwege een afspraak met zijn Italiaanse vriend Gennaro, een hoogleraar Midden-Oostenpolitiek aan de British University in Caïro. Vlak voor zijn vertrek stuurde Giulio een berichtje naar zijn vriendin Valeriia en om 19.40 uur belde hij Gennaro om te laten weten dat hij onderweg was naar de metro. Daarna heeft niemand meer van hem gehoord.
Valeriia sloeg de ochtend erna alarm, vrienden startten de onlinecampagne #whereisgiulio. Was hij gekidnapt door islamisten? Daar vreesden zijn vrienden toen nog het meest voor. De politie werd gebeld, maar Egyptische agenten hadden duidelijk weinig zin om onderzoek te doen en ook de mensen van de geheime dienst wisten echt van niets. Italiaanse kenners geloofden niet dat dit mogelijk was. Een linkse buitenlandse onderzoeker als Giulio Regeni was ongetwijfeld 24 uur per dag in de gaten gehouden door Al-Sisi’s informanten, niets kon ze zijn ontgaan.
Bebloed lichaam
Op 3 februari 2016 reed er vroeg in de ochtend een bus over een snelweg bij Cairo. De chauffeur stopte omdat hij een bebloed, half ontkleed lichaam zag liggen. De persoon leefde duidelijk niet meer en dat kon ook helemaal niet met alle wonden die hij had. Sigaretten waren uitgedrukt op zijn borst, rug, benen en gezicht, het haar was aangekoekt door opgedroogd bloed.
Tanden waren gebroken of eruit getimmerd, in het hele lichaam was gestoken met een mes, tenen en vingers waren gebroken, zeven ribben, de schouderbladen, de rechterbovenarm, polsen en beide kuiten waren gebroken. Een oorlel ontbrak en de nek was zo verdraaid dat het knakte. In een van de handen was met een mes de letter X gekerfd, ter hoogte van het rechteroog en aan de zijkant van de wenkbrauw stond een ingekerfde M. Was dit de vermiste Giulio? De lijkschouwer zei van wel.
Giulio moest met onvoorstelbaar veel pijn zijn gestorven, de lijkschouwer noemde het ‘een langzame dood’
Giulio’s ouders waren een paar dagen eerder naar Caïro gevlogen om hun zoon te zoeken en logeerden in hun zoons huis. De Italiaanse ambassadeur belde op de dag van de vondst bij ze aan, Giulio’s moeder Paola liet zich vallen toen ze het nieuws hoorde. De autopsie was een paar dagen later en werd gedaan door Italianen. De uitkomst verraste toen al niemand meer: Giulio moest met onvoorstelbaar veel pijn zijn gestorven, de lijkschouwer noemde het ‘een langzame dood’.
Italiaanse rechercheurs vlogen over vanuit Udine en Rome om de toedracht te achterhalen, maar ze kregen amper hulp van Egyptische collega’s, leken eerder te worden gesaboteerd. Op elke straathoek in Caïro hangen camera’s, maar belangrijke beelden waren ineens gewist, getuigen durfden niet te praten, telefoongegevens werden niet vrijgegeven omdat de Egyptische agenten zogenaamd de privacy van hun burgers wilden waarborgen. De beste Italiaanse onderzoeksjournalisten waren toen ook al in Caïro, maar ook zij hadden grote moeite de waarheid boven water te halen.
Ze kregen wel anoniem te horen dat Giulio was ‘gestorven als een Egyptenaar’. Daarmee werd bedoeld: gemarteld, vermoord en weggeworpen alsof hij een vuilniszak was. De Italiaanse onderzoekers concludeerden daarom dat de beulen van Al-Sisi achter de moord moesten zitten. Woordvoerders van de dictator vonden dat een schandalige insinuatie, zulke aantijgingen zouden grote gevolgen hebben voor de van oudsher uitstekende relatie met Italië.
De politiechef van Caïro suggereerde dat Giulio door een auto-ongeluk was gestorven, waarschijnlijk was hij de wagen uitgeslingerd, vandaar al die wonden en daarom lag hij bloedend in die berm. Lokale journalisten verspreidden het gerucht dat de buitenlander stiekem een vieze vuile homo was, hij liep vast de verkeerde tegen het lijf. Andere versies: hij was een goddeloze drugsdealer die iemand had opgelicht of een spion voor de Moslimbroederschap, de CIA, MI6 of de Mossad. Al-Sisi’s minister van Binnenlandse Zaken benadrukte op een persconferentie dat de veiligheidsdienst er niets mee te maken had, en dat was het laatste dat hij er ooit over zou zeggen.
Stille tochten
Giulio’s lichaam werd naar Italië gevlogen. Meer dan drieduizend mensen uit het hele land kwamen naar de begrafenis in zijn dorpje Fiumicello. De rouwenden legden bloemen, kaarsen en boeken van zijn favoriete auteurs Herman Hesse en Spinoza bij zijn steen. De dagen en weken erna vonden er stille tochten voor hem plaats, deelnemers droegen bordjes met ‘Verità per Giulio’, waarheid voor Giulio. De Italiaanse premier beloofde die waarheid te achterhalen en die waarheid kon best ‘een ongemakkelijke waarheid’ zijn voor het regime van Al-Sisi.
Een forensisch onderzoeker onthulde op 1 maart 2016 dat Giulio een week was gemarteld. De sessies duurden tien tot veertien uur per dag en pas toen bezweek het slachtoffer. In het Europees parlement werd half maart 2016 een motie ingediend om de Egyptische regering te veroordelen want ‘volgens mediaberichten en volgens de Italiaanse ambassadeur in Caïro vertoonde het lichaam van de heer Regeni sporen van zware mishandeling en meerdere vormen van foltering’.
De Italiaanse politie beschikte ‘over een geloofwaardige getuige die heeft gezien dat de heer Regeni op de avond van zijn verdwijning werd tegengehouden door veiligheidsagenten in burger’. Ook zo verdacht: de vindplaats ‘van de heer Regeni werd zwaar bewaakt en was voorzien van controleposten’. De Egyptische minister van Buitenlandse Zaken herhaalde dat alle beschuldigingen ‘ongerechtvaardigd en zonder bewijs’ waren.
Op 24 maart 2016 vertelde de politiechef uit Caïro dat zijn mensen de moordenaars van Giulio hadden opgespoord en gedood na een Hollywoodachtige schietpartij. Giulio Regeni was in een minibusje gesleept, beroofd, mishandeld en vermoord. Dat was gedaan door vijf Egyptenaren gespecialiseerd in het elimineren van buitenlanders en het stelen van hun bezittingen en geld. Bij een inval hadden agenten Giulio’s paspoort en creditcard gevonden, een overduidelijk bewijs van hun schuld. Goed nieuws volgens de minister: de moordenaars waren bij een schietpartij allemaal om het leven gekomen.
Geen Italiaan trapte erin en Giulio’s vrienden zette een nieuwe campagne op met de hashtag: #noncicredo, ik geloof het niet. Getuigen vertelden Italiaanse journalisten onder strikte anonimiteit dat de vijf mannen in hun rug waren geschoten door gemaskerde mannen en er kwamen nog andere opvallende zaken naar buiten. Zo wezen telefoongegevens uit dat de vermeende leider van de ‘ontvoeringsbende’ 60 kilometer buiten de hoofdstad was toen hij Giulio zogenaamd kidnapte.
Mohamed Salah
Giulio’s moeder eiste de waarheid en niets dan de waarheid. Acteurs, modellen, zangers en sporters deden op tv en sociale media smeekbedes aan de Italiaanse regering om Caso Regeni (de zaak-Regeni) op te lossen. Profvoetballers uit de Serie A en B ontvouwden in april 2016 grote spandoeken op het veld met de slogan: ‘Verità per Giulio’.
Belangrijke vraag vooraf: zou de Egyptische sterspeler Mohamed Salah van AS Roma en officieel Egyptisch toerisme-ambassadeur van AS meedoen met de actie om Caso Regeni landelijk bekend te maken? Het antwoord kwam op 25 april: nee. AS Roma zag af van de actie om Salah ‘niet in verlegenheid te brengen’ en de ballenjongens droegen het doek het veld op voor de topper tegen Napoli.
Een deel van de waarheid leek toch aan het licht te komen en die bleek inderdaad ongemakkelijk voor Salah en het Egyptische regime. Een Amerikaanse politicus van de Obama-regering vertelde journalist Declan Walsh van The New York Times in 2017: ‘Het staat voor ons vast dat de top op de hoogte was. Ik weet niet zeker of ze verantwoordelijk waren, maar ze wisten het. Ze wisten het echt.’
Zijn zo betrouwbaar lijkende ‘vriend’ Muhammad Abdullah bleek informant voor de veiligheidsdienst en ook twee huisgenoten zaten in het complot
Volgende explosieve onthulling: Italiaanse rechercheurs ontdekten dat minstens drie vertrouwelingen in Egypte Giulio hadden verraden. Zijn zo betrouwbaar lijkende ‘vriend’ Muhammad Abdullah, die het contact legde met de straatverkopers, bleek een informant voor de veiligheidsdienst te zijn en nog veel schokkender was de onthulling dat Giulio’s twee huisgenoten in het complot zaten. De advocaat Mohammed liet de geheime dienst soms binnen in hun woning om Giulio’s kamer te laten onderzoeken, daar kreeg hij geld voor.
Mohammed vertelde hun andere huisgenoot Juliane op een middag over zijn vermoeden dat Giulio een spion voor de Israëlische geheime dienst Mossad was en dat geloofde ze. Giulio had haar eens toevertrouwd dat hij een vriendin uit Israël had en hij bezocht dat land een keer. Juliane klikte deze informatie door aan geheim agenten en Giulio’s verdwijning was voor Mohammed en Juliane alleen maar een bevestiging dat hun huisgenoot inderdaad voor de Mossad had gewerkt.
Giulio’s ouders richtten de beweging Popolo Giallo op, Gele Mensen (een ode aan Giulio’s favoriete kleur), met als doel de zaak van hun zoon zoveel mogelijk in de belangstelling te houden en gerechtigheid voor hem te krijgen. Duizenden Italianen marcheerden op de datum van zijn verdwijning in 2017, 2018 en 2019 door de straten van Fiumicello met gele sjaals, linten en bordjes met zijn foto en de tekst: ‘waarheid voor Giulio’. Zijn ouders, zus en hun advocaat marcheerden altijd mee en na afloop hielden ze speeches over de mensonterende manier waarop de Egyptische autoriteiten Caso Regeni in de doofpot probeerden te houden.
Mensenrechtenactivisten vroegen zich af waarom de moord zo openlijk was gepleegd. Waarom moest Giulio dood als een Egyptenaar? Iedereen kon weten dat zo’n misdaad op een westerling tot mondiale verontwaardiging zou leiden, waarom was hij bijvoorbeeld niet begraven in de woestijn? Een politicus van de Obama-regering zei in The New York Times: ‘Wilden ze dat hij werd gevonden?’ Hij voegde eraan toe ervan overtuigd te zijn dat mensen uit de ‘hoogste regionen’ van de Egyptische regering de marteling en Giulio’s dood hadden besteld ‘om een signaal af te geven aan andere buitenlanders en buitenlandse regeringen’. De regering-Al-Sisi deed wat het wilde, daar kon niemand iets aan doen en ze rekenden ook af met buitenlandse wereldverbeteraars die ongewenste zaken wilden onderzoeken of misstanden wilden beschrijven.
Twee fregatten
Kwam Al-Sisi hiermee weg? Daar begon het in 2020 steeds sterker op te lijken. Premier Giuseppe Conte keurde op 11 juni de verkoop van twee fregatten aan Al-Sisi goed voor 1,2 miljard dollar. Volgens The Arab Weekly zou de bestelling in werkelijkheid nog een veel hogere waarde hebben: 10,7 miljard dollar. Daarmee zou het de grootste transactie zijn geweest sinds de Tweede Wereldoorlog.
Giulio’s ouders Paola en Claudio Regeni reageerden met: ‘De schepen en wapens die we aan Egypte verkopen, zullen worden gebruikt om de mensenrechtenschendingen in stand te houden.’ Al-Sisi had toen al gezellig getafeld met Angela Merkel bij de piramides, de Amerikaanse president Donald Trump ontving de Egyptische dictator niet lang na de moord met open armen en een grote glimlach in het Witte Huis.
Pas later dat jaar leek er toch gerechtigheid voor Giulio te komen. In november 2020 klaagde een Italiaanse officier van justitie in Rome vier Egyptische regeringsfunctionarissen van de Nationale Veiligheidsdienst aan voor de ontvoering en martelmoord op Giulio Regeni: generaal Tariq Sabir en de officieren Athar Kamel, Uhsam Helmi en Magdi Ibrahim Abdelal Sharif.
De rechtszaak begon elf maanden later in het Romeinse Hof van Assisen. De verdachten kwamen niet opdagen omdat Al-Sisi ze blijft beschermen en daarom ging de zaak in absentia van start. De Italiaanse advocaten tekenden gelijk bezwaar aan wegens procedurefouten, het proces werd stilgelegd en het is nog niet duidelijk wanneer het wordt hervat. De zoveelste tegenslag leidde tot woede en ongeloof bij Giulio’s ouders, maar ze zeiden na het horen van het nieuws wel meteen: ‘We geven niet op.’
Een film zal hun nieuwe wapen zijn om hun zoon onder de aandacht te houden. Op 25 januari 2026 is het precies tien jaar geleden dat Giulio verdween. De Gele Mensen zullen dan weer gele bordjes dragen met de slogan ‘Verità per Giulio’, maar bijna niemand gelooft meer dat die waarheid ooit helemaal zal worden gevonden. Precies op die dag komt er een documentaire over hem uit: Giulio Regeni – Tutto il male del mondo, (al het kwaad in de wereld). De première vindt plaats in zijn geboortestad Fiumicello, zijn ouders en zus zijn de eregasten.
Vanaf 3 februari kan Giulio Regeni – Tutto il male del mondo in heel Italië worden bekeken, op die datum is het tien jaar geleden dat zijn lijk werd gevonden. ‘Het vertellen van dit verhaal is geen keuze, maar een plicht,’ zei regisseur Simone Manetti in een Italiaanse krant en hij volgde Giulio’s ouders Paola en Claudio jarenlang tijdens hun strijd om de waarheid over hun zoon ondanks alle tegenwerking toch boven water te krijgen. De filmtitel verwijst naar een uitspraak van moeder Paola, die na de identificatie van Giulio, die ze enkel herkende aan het puntje van zijn neus, in het mortuarium van Caïro de befaamd geworden woorden sprak: ‘Al het kwaad van de wereld heb ik nu gezien.’
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct