Nieuwe Revu ontmoet Ruben Terlou.
Waar? In café-restaurant Dauphine, alwaar de altijd vriendelijke serveerster Ruben meteen herkent, omdat hij er vaker komt als hij mediagerelateerde afspraken heeft. Nog iets genuttigd? Een gewone thee en een gemberthee, heel karig eigenlijk, als je bedenkt dat we er bijna twee uur hebben doorgebracht. Verder nog wat? Vanaf begin maart kun je Ruben en makker Jelle live zien in theaters door het hele land, met hun eigenste theatercollege. Op de site opreistheater.nl zie je in één oogopslag waar in de buurt je ze kunt treffen. In de tussentijd kun je op tv kijken naar Ruben langs de Zuid-Chinese Zee, zijn nieuwe achtdelige reisserie.
China is jouw unique sellingpoint, Rusland de specialiteit van Jelle Brandt Corstius. Wat is die gezamenlijke ‘nieuwe wereld’, waar jullie het publiek vanaf het podium mee naartoe nemen?
‘De nieuwe wereld is de veranderende wereld. Democratieën worden steeds vaker vervangen door autocratieën en landen als Myanmar, Oekraïne en Taiwan dreigen te worden overgenomen. Ondertussen brokkelt de opperheerschappij van de Verenigde Staten steeds verder af, met een groeiende machtspositie van Rusland en China in het ontstane vacuüm. Europa kijkt vanaf de zijlijn toe en moet een nieuwe weg zien te vinden in dit landschap.’
Hoe hebben Jelle Brandt Corstius en jij elkaar gevonden?
‘Eerder hebben we samen de documentaireserie Langs de nieuwe zijderoute gemaakt. Dat klikte wel. We doen hetzelfde soort werk, leiden hetzelfde soort leven en hebben te maken met dezelfde soort onrust en spanning als het gaat om je verhouden tot Nederland, thuis zijn en wat dat betekent voor je leven en de mensen om je heen. Het zwaartepunt in onze voorstelling ligt bij menselijke ontmoetingen die de geopolitieke ontwikkelingen symboliseren, maar er is ook ruimte voor anekdotes en onderlinge gesprekjes. Waar vind jij nog de hoop, wat betekent je werk voor jou, hoe hou je het vol?’
Dat klinkt best dramatisch, voor twee mensen die op het oog een droombaan hebben.
‘Klopt, dat realiseer ik me ook, maar ik maak nu twaalf jaar documentaires en Jelle nog langer. Dat is een voorrecht, ik vind het leuk en weet dat er veel mensen zijn die willen doen wat ik doe. Dat schrijven ze me ook: “Hoe ben je dit gaan doen?” Tegelijkertijd eist het ook tol van mijn leven. Al dat reizen is belastend, het vermoeit mijn lichaam en is in het verleden moeilijk geweest voor relaties. Los daarvan hebben de reizen zelf ook veel impact. Je komt op allerlei nare plekken, in conflictgebieden, je hoort de vreselijkste verhalen. Dat is ook iets wat ik op het toneel met Jelle ga bespreken. Wat gebruik je als tegenwicht om jezelf niet te verliezen? Hoe kom je tot rust?’
Nou, brand maar los!
‘Vogels. Bij mij zijn vogels mijn ontspanning. Ik ben net terug van de Indische Oceaan. Drie weken lang heb ik met een aantal wetenschappers op een kleine zeilboot zeevogels bestudeerd. Dat zijn mijn lievelingsvogels. Elke ochtend stond ik om 5 uur op en zag ik de zon opkomen, terwijl ik op het dek oefeningen deed en de horizon afzocht naar vogels. Dat doe ik al sinds ik in de buggy zit. Het hoort bij me, ik hou van kijken naar vogels.
'Ik wilde buiten zijn en vogels kijken. Televisie was niet mijn ding. Dat is het eigenlijk nog steeds niet’
Ik denk dat het me een gevoel van vrijheid geeft. Vogels interesseren me, ik vind het mooi om hun gedrag te bestuderen en de puzzel op te lossen. Wat is dit voor vogel, hoe oud is deze vogel, is het een mannetje of vrouwtje, is hij al in de rui geweest? Van zeevogels weten we weinig, er was nog nooit een expeditie geweest zoals wij dat hebben gedaan. Dat is spannend, je gaat ontdekken.’
Kun je je werk tijdens zo’n reis helemaal loslaten?
‘Nou, niet helemaal, want er komt waarschijnlijk een fototentoonstelling uit voort. Naast documentairemaker ben ik ook fotograaf, dat werk heb ik een paar jaar in China gedaan voordat ik geneeskunde ging studeren. Ik fotografeerde landschappen, mensen, van alles eigenlijk. Het was mijn plan om tijdens mijn reis op de Indische Oceaan zeevogels te fotograferen, maar uiteindelijk heb ik vooral veel foto’s gemaakt van de Indische Oceaan zelf.
Dat had ik niet voorzien, het was het resultaat van de omstandigheden. Er was weinig wind, vogels zie je in de Indische Oceaan bijna niet en er zitten heel veel uren in een dag. We hebben duizenden kilometers afgelegd, maar we bewogen heel langzaam, met de zee als een soort fluwelen lichaam om ons heen. Tijd en ruimte vielen helemaal samen, iets wat ik nog nooit had meegemaakt. Het was bijna een spirituele ervaring. Dat ben ik gaan fotograferen. Wacht, ik laat het je zien op mijn telefoon.’
Je vader werkte als traumapsycholoog in conflictgebieden in Afrika en Latijns-Amerika. Is het daarmee begonnen, dat je dacht: ik wil net zo’n avontuurlijk leven als hij?
‘Als kind droomde ik ervan om ontdekkingsreiziger te worden, archeoloog, ergens ver weg. De Bosatlas was mijn favoriete boek. Ik leerde alle kaarten uit mijn hoofd en vroeg me af hoe het zou zijn in de Himalaya of op andere afgelegen plekken. Ik was heel nieuwsgierig, maar ook snel verveeld. In de klas zat ik alleen maar naar buiten te kijken, ik wilde weg, eropuit. Niet omdat ik dacht: ik vind het hier stom, maar ik wilde ontdekken.
Ik was altijd bezig met de vraag: waar zal ik naartoe gaan als ik vrij ben, na de middelbare school? Dan had ik mijn plicht gedaan en kon ik uitvliegen. Ik kwam uit op China, dat was een land in opkomst waar weinig westerlingen woonden. Niemand was in 2003 met China bezig, maar ik had wel door dat het land snel veranderde. Ik dacht: ik ga het traditionele leven van de etnische volkeren vastleggen, nu het nog kan.’
Stonden je ouders enthousiast te springen toen je je wilde plan ontvouwde?
‘Ze hebben altijd gezegd dat ik moest doen waarin ik geloof. Het zijn heel ruimdenkende mensen, waarschijnlijk door het leven dat ze zelf hebben geleid. Ze lieten me mijn eigen gang gaan, wat best goed ging. Ik ging een taalcursus doen en meldde me aan bij een uitzendbureau om geld te verdienen voor mijn reis. De kloterigste baantjes heb ik gehad, van bevroren kip inpakken en ’s nachts aan de lopende band werken. Mijn no-go was op de vuilniswagen staan, omdat ik dacht: dan zien mijn vrienden in de stad me, dat leek me gênant.’
Stal China meteen je hart?
‘Ja, eigenlijk wel. Er ging letterlijk een wereld voor me open. Het land veranderde zo snel, er gebeurde zo veel. In korte tijd raakte ik enorm vergroeid met het land, maar na twee jaar moest ik wel concluderen dat het niet was gelukt om in China een gevierde fotojournalist te worden. Mijn geld was op, dus ik ben teruggegaan naar Nederland. Mijn zus was in de tussentijd geneeskunde gaan studeren en ik vond biologie altijd wel leuk, dus ik dacht: weet je wat, dat ga ik ook doen, dan kan ik in de toekomst als dokter de wereld overreizen.
Ik ben teruggekomen, heb zeven jaar aan het AMC gestudeerd en ondertussen veel gereisd en gefotografeerd, onder meer in Afghanistan in tijden van oorlog. De combinatie van de Chinese taal spreken en veel in Afghanistan zijn geweest, leidde ertoe dat ik werd benaderd voor een documentaireserie voor de VPRO over China.’
Daar ging je ontdekkingsreizigershart vast sneller van kloppen.
‘Ja, zeker. Maar het was ook een van de moeilijkste beslissingen in mijn leven. Ik zat op het moment dat ik het aanbod kreeg letterlijk in het ziekenhuis, waar ik promotieonderzoek deed naar leukemie. De intellectuele uitdaging vond ik leuk, maar ik werd niet zo gelukkig van werken in een laboratorium. Ik voelde me opgesloten. Pas als ik door de schuifdeuren naar buiten liep, kon ik weer ademen. Maar ja, ik had jarenlang gestudeerd, een studiebeurs gekregen... Ik voelde de druk om daar iets mee te doen, mijn verantwoordelijkheid te nemen.
Maandenlang heb ik ervan wakker gelegen, ook omdat ik bang was. Ik wist niet of ik dat kon, een documentaire maken. Sterker nog: ik wist helemaal niet wat de VPRO inhield. We hadden thuis wel een tv, maar daar keek ik nooit naar. Ik wilde buiten zijn en vogels kijken. Televisie was niet mijn ding. Dat is het eigenlijk nog steeds niet. Ik heb in mijn volwassen leven nog nooit een televisie gehad.’
Kijk je weleens iets terug, al was het maar om te zien wat je collega’s maken?
‘Heel af en toe. Ik denk soms ook weleens: misschien ben ik wel niet zo goed in wat ik doe, want ik heb geen referentiekader. Als iemand uit het vak zegt dat ik niet goed genoeg ben, dan is dat best goed mogelijk, want ik kan niet toetsen of wat ik maak vergelijkbaar is met wat collega’s maken. Er zijn sowieso verschillende maakstijlen in televisieland, waarbij ik val onder de categorie ‘show, don’t tell’, waarbij je de ontmoetingen voor zichzelf laat spreken. Er zijn ook makers die zichzelf veel meer in beeld brengen, omdat ze van alles willen uitleggen. Maar ik wil dat het over de mensen gaat die ik volg, wat me natuurlijk soms wel iets doet, maar daar probeer ik niet te veel de aandacht op te vestigen.’
Wat betekent je werk voor jou?
‘Mijn werk is de wereld voor me. Sommige mensen in mijn omgeving vinden dat ongezond. Ergens snap ik dat wel, maar voor mij is mijn werk niet zomaar reizen en iets zien. Het is mijn leven, dat waar ik betekenis in vind. Zingeving, daar gaat het mij om. Dat is niet altijd zo geweest, toen ik tien jaar geleden begon, vond ik erkenning ook heel belangrijk en prettig. Ik was in die periode nog heel erg aan het zoeken en twijfelen: wie ben ik, wat ben ik, wat ben ik waard?
Maar vanaf het moment dat mijn eerste documentaireserie Langs de oevers van de Yangtze werd uitgezonden, ben ik enorm verwend geweest met positieve aandacht voor mijn werk. Van het ene op het andere moment had ik één tot anderhalf miljoen kijkers bij alles wat ik deed, jarenlang. Er was genoeg geld, we kregen alle steun en bij de NPO was veel mogelijk, heel anders dan nu. Dat was ontzettend luxe en heel fijn, maar ik ben niet verslaafd geraakt aan dat gevoel van succes. Ik hoef dat niet meer.’
Makkelijk praten, als alles wat je aanraakt in goud verandert...
‘Nou, ik heb net een driedelige serie gemaakt over de rellen in Myanmar, heb je die gezien? De kijkcijfers waren by far het laagste van alles wat ik ooit heb gescoord, ik durf het niet eens op te zoeken. Maar tegelijkertijd zie ik die serie als het hoogtepunt uit mijn carrière, omdat het eigenlijk onmogelijk was om te maken. Ik ben illegaal een land binnengekropen waar ik niet mocht zijn, met alleen een cameraman, om een hachelijk gebied te betreden waar heftige gevechten plaatsvonden.
Daar hebben we jongeren gevolgd die aan het strijden waren, wat niet altijd vrolijk was, maar ik krijg zoveel mooie reacties van die jongens en meisjes die we hebben gefilmd. Ik weet dat de kijkcijfers voor de grote bazen heel belangrijk zijn, dat snap ik ook, maar zij hebben andere belangen dan ik. Ik wil mooi werk maken, werk dat ertoe doet. Dat is mijn drive, daarom doe ik wat ik doe.’
Ben je bang dat jouw reisseries door de NPO weggesaneerd worden, in navolging van veel andere programma’s die al zijn gesneuveld?
‘Reisseries lijken de dans enigszins te ontspringen, omdat ze passen bij de visie van de NPO op buitenlandse journalistiek. Er zijn voor het type werk dat ik doe garanties uitgesproken tot en met 2028. Ik heb ook gewoon een contract bij de VPRO, maar dat betekent niet dat ik dus ‘gewoon’ al die reisseries maar mag maken. Tijden zijn echt veranderd, plannen worden niet meer eenvoudig goedgekeurd.
Misschien is dat niet alleen maar slecht, maar het laat me ook niet onberoerd dat ik de VPRO zie veranderen. Tegenlicht is gestopt, Zomergasten stopt. Ik zie goede collega’s vertrekken, ik zie grote namen weggaan. Dat vind ik zonde. De journalistieke afhankelijkheid van een publieke omroep is zoveel waard. Het zegt eigenlijk iets over de gezondheid van een land. De publieke omroep is onze thermometer.’
Op die thermometer is deze maand jouw nieuwste reisserie te zien, waarin je de landen rond de Zuid-Chinese Zee afreist. Wat wil je laten zien?
‘Ik werd op een nacht wakker met de gedachte: wat als de Zuid-Chinese Zee een land zou zijn en je zou langs al die grenzen reizen, wat zou je dan tegenkomen? Dat vond ik een interessant idee, want om de Zuid-Chinese Zee liggen allemaal backpackersbestemmingen: Maleisië, Vietnam, de Filipijnen. Daar weten we niet zoveel van. De Zuid-Chinese Zee is ook de zee waar de meeste spullen over worden vervoerd én een zee die geclaimd wordt door alle acht landen die eraan liggen, waaronder China en Taiwan.
Je hebt er veel koloniale geschiedenis, de eilanden zijn nog jong. Zo ontstond het idee om een serie te maken langs de grenzen van de Zuid-Chinese Zee om te kijken wat de mensen in de landen die daar leven verbindt en verdeelt. Het is een grote, veelzijdige serie geworden, waar veel mensen aan hebben gewerkt.’
Je hebt ook gefilmd in China, waar buitenlandse journalisten niet erg welkom meer zijn. Hoe was dat voor jou?
‘Pijnlijk. Ik kom al ruim twintig jaar in China, vanaf dat ik 19 jaar was. Als ik al mijn reizen bij elkaar optel, dan ben ik zo’n zes jaar van mijn leven in China geweest. Ik heb er relaties gehad, heb er vrienden gemaakt, mensen zijn er altijd goed voor me geweest. Ik vind het leuke, lieve, grappige mensen. Ik hou van dat land, maar de afgelopen jaren dacht ik steeds vaker: ik ben er wel een beetje klaar mee. Het is heel moeilijk geworden om er te werken, een soort mission impossible. Mijn vrienden daar zeggen dat ook, net als de familie van mijn vriendin.
‘Ik hou van China, maar de afgelopen jaren dacht ik steeds vaker: ik ben er wel een beetje klaar mee’
Zij komt uit China, maar ze woont al vijftien jaar in Europa. In die tijd is China zo veranderd. Iedereen en alles wordt in de gaten gehouden. Je kunt niets zeggen of doen zonder dat het wordt gemonitord. Dat is vreselijk, maar voor een journalist is het natuurlijk juist een interessante tijd. Misschien moet ik er wel weer doorheen gaan reizen, om te kijken hoe het met de gewone mensen gaat. Dat is een gedachte waarmee ik speel, alleen is het de vraag of het zou lukken. Het huidige China is echt heel anders dan tien jaar geleden.’
Je nieuwe programma heet Ruben langs de Zuid-Chinese Zee. Dat klinkt een beetje als de titel van een stripboek van Kuifje, vind je niet?
Lachend: ‘Dat wil ik juist niet! Mijn voornaam staat sinds de vorige serie in de titel, een idee van de omroep. Ze hopen dat er op die manier meer mensen naar gaan kijken. Van mij hoefde het niet. Ik wil niet lijken op Kuifje, ik wil mezelf zien als serieuze journalist. Naar mijn idee is dat ook wat ik doe met mijn documentaireseries, serieuze journalistiek bedrijven. Ik doe dat zo graag en volgens mij kan ik het ook, dus ik wil niet dat het stopt.
Maar er spelen ook nog genoeg andere dingen. Ik ben het fotograferen weer meer aan het oppakken, ik sta in het theater en ik zou het leuk vinden om met iemand een podcast te maken. Tot nu toe heb ik daar altijd nee op gezegd, omdat het niet te combineren is met vier of vijf maanden per jaar in het buitenland zijn. Maar wie weet, lukt het nu wel. Als ik maar verhalen kan maken. Dat staat bovenaan mijn wensenlijstje, in welke vorm dan ook.’
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct