Meral Polat
Interview

Actrice Meral Polat: 'Als ik kijk naar de wereldleiders, dan is het soms alsof ik een tekenfilm heb opgezet'

Wat doe je als je terechtkomt in een apocalyptische zonnestorm die de digitale infrastructuur van Nederland platlegt? Meral Polat ondervond het aan den lijve in de nieuwe Telefilm Please Try Again Later, waarin zij in de hoedanigheid van een heldhaftige ambulancemedewerker dealt met stroomuitval en chaos. Is ze in het echt net zo ijzerenheinig als haar personage?

Fleur Baxmeier

Nieuwe Revu ontmoet Meral Polat
Waar? Podium Mozaïek in Amsterdam. Nog iets genuttigd? Thee. Verder nog iets bijzonders? Polat is op zaterdag 31 januari op NPO 3 te zien in de Telefilm Please Try Again Later. De film verschijnt tegelijk ook online op NPO Start. Daarnaast tourt ze door het land met haar nieuwe album Meydan. Op haar website meralpolat.nl is een overzicht te zien van waar ze optreedt. 

Het uitgangspunt van de Telefilm Please Try Again Later is dat het leven letterlijk even stilvalt. Heb je dat zelf ooit meegemaakt? 
‘Er is voor mij een leven voordat mijn vader stierf en nadat mijn vader stierf. Het gebeurde vijf jaar geleden uit het niets, midden in de coronatijd. Alles viel weg. Er was voor mij niets anders dan zijn overlijden. Ik weet nog dat ik in de week na zijn begrafenis naar de Dirk van den Broek bij mij in de buurt ging. Daar waren mensen boodschappen aan het doen alsof er niets aan de hand was, maar mijn vader was dood! Ik voelde me een alien. Het leven om mij heen ging gewoon door, maar mijn wereld stond volledig op z’n kop. Alles was zwart.’ 

‘Ik weet niet wat er was gebeurd als mijn vader niet was overleden, maar zijn dood heeft me een sterke impuls gegeven om mijn eigen pad te bewandelen’

Wat is er voor jou veranderd sinds je vader er niet meer is? 
‘Rationeel wist ik natuurlijk wel dat we allemaal sterfelijk zijn. Iedereen gaat dood, onze tijd op aarde is beperkt. Maar door het plotselinge overlijden van mijn vader kwam dat ineens heel dichtbij. Het is het grootste verlies dat ik ooit heb meegemaakt, waardoor er in mij een diep, wezenlijk besef is ontstaan van de sterfelijkheid die we hebben. Dat heeft me heel erg met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik heb niet het eeuwige leven, dus wat wil ik doen met de tijd die ik heb?’

Heb je het antwoord op die levensvraag inmiddels gevonden?
‘Na het overlijden van mijn vader vond ik in een lade van zijn bureau allemaal boekjes. Notitieblokken vol met gedichten die hij had geschreven, in het Koerdisch en Turks. Ik realiseerde me meteen: dit is de nalatenschap van mijn vader, ik moet hier iets mee. Muziek heeft altijd al een belangrijke rol in mijn leven gespeeld, maar ik ben me er na het overlijden van mijn vader nog veel meer op gaan focussen. Mijn werk is altijd heel diep verbonden geweest met wie ik zelf ben, dus dat is allesomvattend geweest.

Ik ben echt even een andere wereld ingegaan door me te richten op internationale muziek, wat absoluut niet betekent dat ik nooit meer ga acteren. Ik hou ervan om te spelen, dat blijf ik ook zeker doen. Maar deze nieuwe richting heeft me heel veel gebracht. Ik heb een eigen culturele stichting opgericht: stichting Babisko. Er is een team van gelijkgestemden om mij heen ontstaan met wie ik muziek, theater en andere podiumprojecten maak. En ik heb het album Ez Kî Me uitgebracht, een muzikale verkenning van mijn Koerdisch-Alevitische roots met teksten van mijn vader.’

Is het toeval dat in diezelfde periode ook je relatie op de klippen liep?
‘Nee, dat denk ik niet. Hij was de man van wie ik dacht dat we samen kinderen zouden gaan krijgen, dus ik zou gewoonlijk veel meer tijd nemen voor zo’n grote, radicale verandering. Ik weet natuurlijk niet wat er was gebeurd als mijn vader niet was overleden, maar zijn dood heeft me een heel sterke impuls gegeven om mijn eigen pad te bewandelen. Voorheen was mijn vader mijn veilige basis, degene die mij een zetje in mijn rug gaf als ik dat nodig had.

Het maakte niet uit of ik aan de andere kant van de wereld zat, ik had een baba, een vader die er voor me was en zei: “Vlieg, ga meisje.” Na zijn overlijden moest ik mijn eigen berg zijn, mijn eigen kracht. Ik moest tegen mezelf zeggen: “Je kunt het meisje, ga maar vliegen.” Dat is iets wat ik nu, op mijn veertigste, nog steeds onder de knie probeer te krijgen.’ 

Meral Polat.

Gaat dat je goed af?
‘Zeker, ik kom meer en meer op de plek waar ik wil zijn.’ 

Hoe past de Telefilm Please Try Again Later in dat plaatje?
‘Ik speel de teamleider van de ambulancemedewerkers, waaronder Alima (Adanna Unigwe) die net haar moeder heeft verloren. Dat doet haar heel veel, ze is ontzettend verdrietig. Maar ze wil die pijn niet delen en stopt het weg, vanuit een urge om te blijven functioneren. Toen ik het script las, herkende ik mezelf enorm in haar personage.

Het verhaal resoneerde, omdat ik na het overlijden van mijn vader ook alsmaar doorging. Dat is aan de ene kant heel goed en krachtig, maar op een gegeven moment moet je ook dingen gaan voelen. De emoties gaan niet weg, ze nestelen zich in je lichaam. Je kunt niet blijven wegrennen voor je gevoelens, daar moet je iets mee.’

Heb je ter voorbereiding op je rol een paar zinderende ritjes gemaakt in een ambulance?
‘Mijn personage zit de hele film lang op het hoofdkantoor, omdat ze de planning maakt voor de ambulancemedewerkers. Een paar andere acteurs zijn wel meegegaan met een ambulance, maar ik dus niet. Helaas. Ik hou er als acteur heel erg van om in andere werelden te duiken. Voor de serie Noord Zuid, waarin ik een rechercheur speelde, heb ik schietlessen gehad en moest ik keihard rondscheuren in Amsterdam-Noord.

Doodeng! In het tweede seizoen van Het Gouden Uur gebeurt er iets met mij waarvoor ik twee uur lang les heb gehad over hoe je valt, hoe een lichaam zich gedraagt in een bepaalde situatie, op welke manier je dan moet bewegen. Toen ik met Orkater de voorstelling Kamp Holland deed, waarin we militairen spelen die in Afghanistan bij Kamp Holland zitten, hebben we dagenlang meegelopen tijdens trainingen van het leger.’ 

Zijn dat de krenten uit de acteerpap?
‘Absoluut. Als kind was het mijn diepste wens om een onzichtbaarheidsmantel te hebben, zodat ik kon meelopen op plekken waar ik normaal nooit zou komen. We leven allemaal in onze eigen bubbel en subculturen. Ik ben van jongs af aan nieuwsgierig geweest naar alle ervaringen die je als mens op aarde kunt hebben. In mij zit een drive om alle verschillende gemeenschappen te leren kennen en beleven.

In 2024 heb ik voor de NTR bijvoorbeeld een muziekdocu gemaakt waarin ik op zoek ga naar de roots van de Turkse popmuziek. Ik ben langsgegaan bij de Nederlands-Turkse band Altin Gün, ik heb muzikanten ontmoet die zich laten inspireren door de muziekstroming uit de jaren 60 en 70 die wij nu Anadolu-pop zijn gaan noemen. Dat vind ik wonderschoon, om een onderwerp helemaal uit te diepen.’

Het klinkt alsof je ook heel goed journalist had kunnen worden.
‘Ik wist nooit echt wat ik wilde worden. Vanuit mijn Koerdisch-Alevitische cultuur hoorde poëzie, muziek, zingen, dansen en spelen heel erg in het dagelijkse leven. Als er visite bij ons kwam eten, dan was het helemaal niet gek als iemand een instrument pakte om oude liedjes te zingen of ineens een gedicht ging voordragen. Dat kende ik wel, dat was de normaalste zaak van de wereld. Maar in Zaandam, waar ik ben opgegroeid, kende ik niemand die iets artistieks deed als werk. Ik had er geen idee van dat er zoiets bestond als de toneelschool. Mijn idee was: als je actrice wilt worden, dan word je ontdekt bij de bushalte. Zo’n verhaal had ik ooit gelezen over een actrice uit GTST, dus dat zat in mijn hoofd.

In mijn omgeving was het gebruikelijk dat je naar het mbo of het hbo ging, vervolgens kreeg je een baan, ging je trouwen, kocht je een huis en kreeg je kinderen. Het kwam niet in me op dat je ook kunt kiezen voor een toekomst als actrice of zangeres. Totdat mijn vader me op een dag bij zich riep en zei: “Jij bent ongelukkig.” Ik was een jaar of zestien en studeerde toerisme, maar dat lag me eigenlijk helemaal niet. Mijn vader zag dat en vroeg: “Wat wil jij wel doen?” Dat was acteren, spelen. Mijn vader heeft me altijd gesupport om te doen wat ik wilde, ook als dat voor hem een ver-van-zijn-bedshow was.’

Als klein meisje hield je je al bezig met de vraag wat de zin van het leven eigenlijk is. Vonden je ouders dat ergens niet zorgwekkend?
‘Nee hoor, mijn moeder zei laatst nog tegen me dat ik echt een ‘waarom’-kind was. De hele dag door vroeg ik: waarom is dit zo, waarom is dat zo. Alles wilde ik weten. Mijn moeder vond dat heel irritant, mijn vader niet. Hij nam mijn vragen serieus en zocht met me uit hoe het zat, ook toen ik aan hem vroeg: “Papa, wat betekent het voor jou om mens te zijn?” Hij had kunnen denken: komt zij weer met haar vragen, weet ik veel, wat is dat voor ingewikkelde kwestie.

Maar hij schreef uit zichzelf als antwoord op mijn vraag een gedicht in het Koerdische dialect Kirmanci. Ik kon dat niet lezen, dus ik vroeg aan hem of hij het voor me wilde vertalen. Dat deed hij niet, dus ik moest eerst Kirmanci leren. In het gedicht zegt hij, vrij vertaald, ik ben een mens, ik ben een mogelijkheid tot vrijheid, in mijn kern ken ik geen discriminatie en bestaat er geen separatie. Het eindigt met: ik ben een dorp, ik ben een stad, ik ben een land, ik ben de wereld, ik ben een mens. Heel mooi, maar waarom vertelde ik dit ook alweer? O ja, omdat ik als kind door mijn vader werd gestimuleerd om nieuwsgierig te zijn. Dat werd niet als zorgelijk gezien, maar gehonoreerd en gestimuleerd. Ik snap eigenlijk nog steeds niet waarom niet iedereen zich afvraagt wat de zin van het leven is. Toch?’

Ben je nog steeds een ‘waarom’-vrager?
‘Zeker. Laatst zat ik met een vriendin te praten die haar vader ook heeft verloren. Dan zeg ik: “Wat is er dan na de dood?” De een heeft het over reïncarnatie, de ander denkt dat er niets is. Ik vraag me de hele dag door van alles en nog wat af. Vorige week las ik in de krant dat het heelal uitdijt. Dan denk ik: hoezo, het heelal was toch al oneindig? Ik stel niet alleen vragen bij de buitenwereld, maar ook over alles wat met mezelf te maken heeft. Ik zit vaak over mezelf na te denken. Waarom gedraag ik me altijd zus of zo in relaties? Wat zijn onbewuste factoren in mezelf die aan dat gedrag bijdragen? Ik snap niet waarom andere mensen niet ook wat nieuwsgieriger zijn.’

Misschien omdat het ook behoorlijk vermoeiend kan zijn, voor jezelf en de mensen om je heen, als je je de hele dag van alles afvraagt?Lachend: ‘Ik word soms ook gek van mezelf. Waar een ander misschien denkt: prima, ik doe het gewoon op de manier waarop andere mensen het ook doen, ga ik nadenken, wikken en wegen en zelf het wiel opnieuw uitvinden. Achteraf gezien had ik veel makkelijkere wegen kunnen kiezen, of wegen die al door anderen waren gemaakt. Dan kun je iets inkoppen, maar ik wil het zelf doen, ervaren en uitzoeken. Het is best wel intuïtief, hoe ik beslissingen maak over wat ik wel of niet ga doen in mijn leven, maar over het algemeen gaat mijn voorkeur ernaar uit om dingen te doen die nieuw of onbekend zijn. Het is prima om een keer een rol te spelen waarvan je weet: dit is een herhaling van zetten. Maar tegelijkertijd denk ik: je hebt maar één leven, dus dat moet je niet te vaak doen.’

Vind je het belangrijk dat je werk altijd ergens aan bijdraagt? Of mag het ook gewoon voor de leuk zijn?
‘Wat ik doe, heeft altijd een bepaalde betekenis. Dat hoeft niet altijd hoogdravend of allesomvattend te zijn. Je kunt ook denken: we gaan hier zitten en luisteren naar mooie muziek, even ons hart openen, dansen en voelen. Of: we voeren hier samen een mooi gesprek. Dat is voor mij ook al een bijdrage.’

Doe je wel eens iets puur en alleen voor je eigen plezier, ook als het totaal nutteloos is?
‘Dat wil ik echt graag. Ik vind het ook balen dat alles wat ik zie, lees, denk of doe is gekoppeld aan een bepaalde vraag, iets wat ik wil ontdekken of uitvogelen. Zelfs als ik op vakantie ben, kan ik dat niet loslaten. Overal waar ik ga, heb ik boekjes bij me omdat ik denk: ik moet opschrijven wat ik meemaak. Mijn streven is wel om dit jaar wat meer dingen te doen om te doen, zonder specifieke reden.’

Hoe ontspan jij überhaupt?
‘Er zijn een paar dingen die mij gegrond houden. Om te beginnen bomen en vogels. Als ik in een drukke stad ben, dan focus ik heel erg op de bomen en de vogels om me heen. Ik doe ook ademhalingswerk, of dat nu in de vorm van meditatie is of door puur met mijn ademhaling zelf bezig te zijn. Dat is de bron van alles. Als je ieder onderdeel van het leven stript, dan is je ademhaling wat overblijft.

Op drukke dagen of als ik gestrest ben, omdat ik bijna het podium op moet, dan helpt het mij enorm om even bewust te ademhalen. Of ik ga even bij de artiestenuitgang naar buiten en koffiedrinken, met uitzicht op een boom. Als ik naar zo’n boom kijk, dan realiseer ik me: dit is het leven. Deze boom staat hier al honderden jaren, lang voordat ik er was en lang nadat ik er niet meer ben. Kijken naar vogels werkt ook heel relativerend. Dat maakt me rustig.’ 

Ben je iemand met een bloeiend sociaal leven? Of vermaak je je net zo lief in je eentje? 
‘Ik kan mezelf helemaal isoleren van de wereld om me heen. Dat vind ik prima, om een paar dagen achter elkaar alleen te zijn. Ik verveel me nooit en heb in sommige periodes veel me-time nodig, zeker als ik iets aan het maken ben. Als ik weet dat ik ’s avonds op het podium moet staan, dan bewaar ik al mijn focus, aandacht en energie voor dat moment.

Soms voelt dat eenzaam, omdat het leven een beetje aan me voorbij lijkt te gaan. Maar ik weet ook dat ik na een paar maanden weer uit mijn grot kom, dat ik dan weer ga leven. Gelukkig heb ik een grote gemeenschap om mij heen, verdeeld over verschillende lagen, waar ik kan duiken. Met mensen die ik liefheb, mensen die mij inspireren.’ 

Je vader runde achtereenvolgens een videotheek, een café en een schoonmaakbedrijf voor in de bouw. Heb jij zijn ondernemende genen geërfd? 
‘Mijn vader was heel technisch, ondernemend en analytisch. In mijn broertje zie ik die kant van hem heel erg terug. Tegelijk was mijn vader ook artistiek, poëtisch en gevoelig. Dat heb ik van hem geërfd. Wat mijn broer en ik allebei van hem hebben overgenomen, is zijn doorzettingsvermogen. Hij is naar Nederland gekomen met niets meer dan een basisschoolopleiding, meer was het niet.

Op zijn negende ging hij al werken, veel kansen heeft hij niet gehad. Maar hij was vastbesloten om iets voor zichzelf op te zetten, ook al wist hij dat het moeilijk zou gaan worden. Mijn moeder stond er hetzelfde in: mouwen opstropen en ervoor gaan, niet bang zijn. Dat vind ik een heel mooie instelling.’ 

In jou zit veel idealisme, de wens om het goed te doen, mensen met elkaar te verbinden. Ben je nooit eens cynisch als je naar de wereld om je heen kijkt?
‘Tuurlijk wel. Ik vind het fokking belachelijk hoe wij de wereld hebben vormgegeven. Laatst las ik dat de wol die wij dragen afkomstig is van lammetjes uit Australië en Nieuw-Zeeland. Hun huid wordt zonder verdoving weggeschraapt zodat wij wollen truien kunnen dragen. De belachelijkheid van hoe wij met dieren omgaan, van hoe wij met mensen omgaan, van hoe wij bepaalde systemen hebben bedacht.

‘Als ik kijk naar de wereldleiders, dan is het soms alsof ik een tekenfilm heb opgezet. De woorden die deze mensen gebruiken… vreselijk’

Ik woon in Amsterdam, waar niemand met een modaal inkomen nog een huis kan kopen. Hoe is dat in vredesnaam mogelijk? Als ik kijk naar de wereldleiders, dan is het soms alsof ik een tekenfilm heb opgezet. De woorden die deze mensen gebruiken… Vreselijk, om over hun daden nog maar te zwijgen. Ik kan blijven doorgaan met hoe cynisch ik ben, haha. Wil je nog meer horen?’

Ondanks je cynisme blijf je stug doorgaan met je pogingen om de wereld een beetje mooier te maken, met je muziek, theatervoorstellingen, films en series. Waarom?
‘Omdat er geen andere optie is. Een klaproos kan zelfs onder het beton vandaan een weg vinden om naar boven te groeien. Dat is hoop. Het is hopeloos romantisch wat ik nu zeg, maar ik heb heel veel hoop. In liefde, in goedheid. Er is op de wereld heel veel liefdeloosheid: voor anderen, voor onszelf.

Daar kan en wil ik iets tegenoverstellen. Ik ben opgegroeid met de gedichten en liedjes van een volk dat niet mocht bestaan en ondanks al het leed, de pijn, de onderdrukking en genocide nog steeds zegt: we zijn er, we zijn mens, de liefde zal overwinnen. Dat is het volk waar ik uit voortkom en daarom zal ik hoopvolle, liefdevolle druppels in de emmer blijven doen. Ik denk dat het altijd weer te maken heeft met teruggaan naar jezelf en je hart openen. Denk niet: het heeft toch geen zin, want alles heeft altijd zin.’ 

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct