Van Dijk, bijna 81, zit naast voormalig Brood-gitarist David Hollestelle (69). Allebei aan de muntthee in een bruin café op het grensvlak tussen Amsterdam en Amstelveen. Tegenwoordig woont de muzikant zelfs in die karakterloze voorstad van Mokum. ‘In een buurt vol expats: je ziet alleen maar Musk-auto’s, if you got my point.’ Zijn meegekomen partner Henny Roosen (60) staat net op het punt om weer huiswaarts te wandelen.
Afgelopen juni zijn ze getrouwd. Daarvoor had hij een relatie met zangeres Deedee Dekkers, ooit ook actief in Brood-achtergrondkoortje de Bombita’s. Bij Bombita-van-het-eerste-uur Robbie Schmitz kreeg hij een zoon die nu als chef-kok in een exquis restaurant werkt. En ex-vrouw Astrid (‘we zijn nog steeds goede vrienden’) schonk hem een dochter en een tweede zoon. ‘Stuk voor stuk leuke, creatieve kinderen. Ik heb echt ongelofelijke mazzel gehad.’
Dat laatste geldt evenzeer voor de wijze waarop Hollestelle tien jaar geleden, na een zware operatie en drie weken coma, herrees uit de halfdood: instant clean en twee nieuwe hartkleppen rijker. Gedurende zijn eerste decennium bij de Brood-band, beter bekend als Wild Romance, kon hij zowaar van de coke en speed afblijven. Daarna ging het alsnog los.
David (klopt af): ‘Ik ga er nu vanuit dat ik nog een tijdje door kan. Zonder rare dingen te doen natuurlijk, maar ik neem geen drugs, rook niet, af en toe een biertje, that’s it.’
Koos: ‘En zijn geluk is: hij kwam Henny tegen, die heeft het goed voor elkaar en past een beetje op hem.’
Als de burgerlijke staat van Koos aan de orde komt, toont hij foto’s van zijn vriendin die onder de artiestennaam Miss Donna Dutch burlesque-shows ten beste geeft. ‘Ga d’r maar aanstaan!’ reageert hij semi-terughoudend, gevraagd naar hun leeftijdsverschil. ‘Zij is 35, dan kun je het zelf wel uitrekenen.’
David: “Burlesque houdt je jong.”
Na het overlijden van gitarist Dany Lademacher (75), juni vorig jaar, zijn David en Koos the last men standing uit de harde Wild Romance-kern van weleer. De vaste band die aan het klassieke Brood-album Shpritsz meedeed is niet meer onder ons: behalve Lademacher en Herman himself hebben ook bassist Freddie ‘Cavalli’ van Kampen, drummer Cees Meerman alsmede achtergrondzangeres Monica Tjen A Kwoei het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld. Hetzelfde geldt voor latere bassisten Ruud Englebert, Walter Langdon en Gee ‘Carlsberg’ van Dooren. Om over drummer Anthony Del Monte Lyon plus eerdere gitaristen Ferdi Karmelk en Erik de Zwaan maar te zwijgen.
Koos: “Je moet er niet te veel over nadenken.”
David: “Ja, anders ga je écht nadenken.”
‘Hij is gesprongen!’
Op die bewuste woensdagmiddag, 11 juli 2001, zat David in zijn thuisstudio toen dochter Silia belde. ‘Ze was een jaar of negen en zei: “Papa, weet je dat Herman Brood is overleden?” Hij was ziek, dus ik dacht: och, waarschijnlijk heeft hij een overdosis gehad en is erin gebleven. Totdat jij je meldde,’ zegt hij wijzend naar Koos. De manager en diens ex-vrouw Ria vroegen of hij mee wilde naar het Hilton. ‘”Hoezo?” vroeg ik. “Is hij daar overleden?” Waarop Ria zei: “Nee! Hij is gesprongen!”’
Koos en diens ex-vrouw Ria vroegen of David hij mee wilde naar het Hilton. ‘Hoezo’, vroeg ik. ‘Is hij daar overleden?’ Waarop Ria zei: ‘Nee! Hij is gesprongen!’
Er was op dat moment allang geen sprake meer van een normaal functionerende band, optreden lukte Herman niet meer.
David: ‘Ik heb wel met die bigband meegespeeld, in 1999.’
Koos: ‘Die jazzplaat, Back On The Corner, was het laatste écht grote project. We waren in de studio en toen iedereen wat ging eten, bleef Herman zitten en nam hij My Way op. Al paste dat niet bij de rest van het repertoire. “Voor later,” zei hij ook. Henkjan Smits, de producer, heeft het vervolgens bewaard.’
My Way is een van de meest gecoverde liedjes aller tijden, vooral wereldberoemd geworden dankzij Frank Sinatra. De Brood-versie kwam in augustus 2001 postuum op nummer 1 terecht. Zijn eerste topnotering, ook al was Herman Brood & His Wild Romance tussen 1977 en 1980 alhier een hype van jewelste. In die gloriejaren scoorde hij wel degelijk hits: Still Believe, Never Be Clever, I Love You Like I Love Myself, Hot Shot en (het met Lademacher geschreven) Saturday Night, plus de carnavalssingle Maak van uw scheet een donderslag met De Breedbekkikkers.
De gesjeesde kunstacademiestudent annex ex-pianist van Cuby and the Blizzards werd een tieneridool. Evenals de mannen van Doe Maar destijds, maar dan voorzien van een gevaarlijk seks- en drugsrandje. Evenzogoed zou Herman uitgroeien tot onze nationale troeteljunk. Maar voordat het zover was, kende zijn carrière meerdere ups en downs. Na alle jubel – Saturday Night werd een redelijk succes in de VS, de aansluitende Amerika-tour een deceptie – volgde zijn razendsnelle neergang.
Als je wint, het singleduet met Henny Vrienten, zorgde anno 1984 weer voor een opleving. Zo rolde het Brood-circus voort. Tussen de bedrijven door ontpopte hij zich steeds meer als succesvol kunstschilder, trouwde, werd vader, scoorde heel soms een hit (Tattoo Song, Sleepin’ Bird), verscheen in tv-programma’s en bleef sowieso voor zijn trouwe fans optreden. Al die tijd was Koos zijn ‘coach’, de laatste twintig jaar met David op gitaar.
Geheelonthouder
Het verhaal over de start van hun samenwerking is al vele malen verteld. Als eigenaar van café ’t Pleintje in Winschoten regelde geheelonthouder Van Dijk in 1976 een gelegenheidsband voor Brood, die in zijn zaak zou spelen. Koos: ‘De tent was uitverkocht, en voor z’n optreden deed ik het kantoortje open en zag Herman radeloos aan het bureau zitten. “Koos, is er een apotheek in de buurt?” Was ie z’n naaldje kwijt. “Je kan toch wel een keer zonder?” zei ik. Wist ik veel. En ik moest er niet aan denken: eerst naar de dokter voor een recept, dan richting apotheek, terwijl de tent werd afgebroken. “Waar zat je dan?” vroeg ik. Bij een grote prullenbak, zo bleek. Die dus omgekieperd en samen dat naaldje gezocht.’
David zag Herman voor het eerst in Utrecht. ‘Ik was 17 en weet de dag nog precies: die avond won ABBA het Songfestival. Het was in theater ’t Hoogt, Arti Kraaijeveld, Rob Kruisman, Herman van Boeyen, mijn broer Jan Hollestelle op bas en nog een gitarist zouden er spelen. Ik acteerde als roadie van Jan. Er stond ook een vleugel opgesteld en toen kwam zo’n gast in een beige regenjas binnen.’
Koos: “Herman!”
David: “Die sessie was legendarisch. Maar pas in 1980 speelde ik met Roberto Q. and the Boppers in zijn voorprogramma, in de radioshow van Vincent van Engelen.”
Koos: “God hebbe zijn ziel.”
David: ‘Dany was net (voor de eerste keer, red.) vertrokken, Erwin Java verving hem.’
Koos: ‘Maar dat was tijdelijk, we zochten een gitarist.’
David: ‘Vervolgens werd gevraagd of we een paar keer in het voorprogramma van Herman wilden spelen.’
Koos: ‘Dat was om jong talent te vinden, want Herman had geen zin om naar optredens te gaan. En toen hij in Susteren naar David stond te kijken, zei hij: “Die moeten we hebben!”’
David: ‘Ik vond het te gek, maar in dat dope-gedoe had ik geen zin. Dus zei ik alweer snel: “Koos, ik stop ermee.” Terwijl Herman me net op de radio had aangekondigd.’
Koos: ‘Ja, als nieuwe ontdekking.’
David: ‘Later dat jaar zou Herman met Jan van der Meij en Herman van Boeyen een tour in Duitsland doen, maar dat ontplofte al voordat ze goed en wel waren begonnen. Ik las dat in de Hitkrant en heb toen gebeld: of ik misschien kon helpen.’
Koos: ‘Net op tijd.’
David: ‘Als compromis deed ik eerst met de Boppers het voorprogramma en na de pauze begeleidde ik Herman. En daarna ben ik gebleven.’
Koos: ‘Iets heel belangrijks: Herman is in die tijd afgekickt, hij was toen aan de heroïne.’
David: ‘Hij liep steeds met die groene fles.’
Koos: ‘Crème de menthe.’
David: ‘Nee, het léék crème de menthe, maar het was vloeibare methadon.’
Koos: ‘O dat was het!’
David: ‘Daarmee zijn we later nog gepakt bij de Duitse grens.’
‘Ik woonde in Maarssenbroek en daar is Herman bovenin de nok gaan liggen afkicken van heroïne. Na acht dagen kwam hij weer beneden en zei: ik ben d’r af!’
Koos: ‘Ook weer zo’n ding. Maar goed, toen zei ik tegen Herman: “Doen we het kunstje nog een keer?” Het eerste rondje was achter de rug en Herman had zo z’n hobby’s. Als ie zich kut voelde, nam hij heroïne. Ik woonde toen in Maarssenbroek en daar is hij bovenin de nok gaan liggen afkicken. Ria heeft hem nog verzorgd. En na zo’n acht dagen kwam hij weer beneden en zei: “Ik ben d’r af!” Waarop we opnieuw zijn begonnen, eerst dus met Van Boeyen en Van der Meij, daarna kwam David.”
David: ‘De eerste keer was juli-augustus 1980, dit was december: Berlijn, Hamburg, Keulen, Hannover… Mijn hoogtepunt? Toen ik voor het eerst een album met hem mocht opnemen, Modern Times. Ik was al studiomuzikant, maar dat vond ik een te gekke ervaring: een big star als Herman die je vraagt om nummers mee te schrijven en te spelen. En het album Yada Yada was zeker een hoogtepunt.”
Koos: ‘Voor mij ook: de erkenning dat we echt helemaal terug waren met Yada Yada, dat we met Sleepin’ Bird weer in de hitparade stonden. Na tien jaar waren we weer op het niveau van een Saturday Night. Natuurlijk zijn er tienduizend andere hoogtepunten, maar die erkenning… We hebben daarvoor echt veel stront meegemaakt: Herman werd vertrapt, Herman werd verguisd, Herman raakte aan de heroïne. En toen kwam David en hebben we ons weer herpakt. Eerst met Yada Yada en later nogmaals met Ciao Monkey.”
Hard achteruit
Ciao Monkey uit 2001 zou Hermans zwanenzang-album worden. In dezelfde periode speelde hij met Jules Deelder en Bart Chabot in Apocrief, een ongekend chaotische theatertournee. Brood, afkickend van zo’n dertig jaar speedgebruik, ging zichtbaar hard achteruit en verscheen overal met papegaai Cor op zijn hoofd of schouder. Een weinig verheffende aanblik.
Koos: ‘Heel raar en ook pijnlijk wat er gebeurde. Eigenlijk was de Nederlandse Staat medeverantwoordelijk voor zijn dood. Herman was al vanaf de jaren zeventig aan de speed. Die was er altijd, net als heroïne. Maar opeens dacht men van hogerhand: hoe kunnen we die dope beperken? Eerst werden spuiten moeilijk verkrijgbaar gemaakt: alleen op recept en voornamelijk van die minuscule suikerziektespuitjes. Weer wat later besloot een ambtenaar het hoofdbestanddeel van speed, zoutzuur, te laten beperken, waardoor er overal een tekort ontstond. En toen we die theatertour deden knalde opeens de kleedkamerdeur open: “Koos!” gilde Herman. “De speed werkt niet meer!” Nou, ik weet niet of David erbij was…’
David: ‘Nee, Wild Romance stond daar los van. Dat bandje heette Me Reet. Ze hebben me wel een paar keer uitgenodigd om mee te spelen.’
Koos: ‘Die hele kleedkamer lag dubbel. Maar ik zag zijn gezicht en dacht: er klopt iets niet. Uiteindelijk bevestigde Jules het ook: de kwaliteit van de speed was waardeloos.’
David: ‘Rampzalig voor Herman.’
Koos: ‘Maar omdat hij altijd met zijn neus in medische encyclopedieën zat, geloofde hij dat het lichaam een tolerantie opbouwt, net als met alcohol. Hij dacht dat de speed nog goed genoeg was, maar gewoonweg niet meer werkte. Daarom heeft hij Ciao Monkey geschreven.”
David: ‘Over het aapje op zijn rug.’
Koos: ‘Ja, later werd dat Cor. En uitgerekend dit album kreeg lyrische kritieken, tot en met de leadzanger van The Pixies die de uitdrukking ‘better than Elvis’ gebruikte. Ten slotte kwam er weer goeie speed via landen als Polen, dat nog niet echt bij Europa hoorde. Maar Herman was dat punt al voorbij, hij kon niet meer terug: te veel drank en pillen.’
David: ‘Dat was het begin van het einde.’
Koos: ‘Op het podium zei Herman tegen Jules: “Als ik dan besluit om er toch een einde aan te maken, welk hotel zal ik nemen? Sonesta? Okura? American? Of toch maar het Hilton?” Waarop Jules zei: “Tuurlijk moet je het Hilton nemen: John en Yoko en zo. En je woont in de buurt, dan kun je nog even kijken…”’
David: ‘Z’n huis was vanaf daar nog zichtbaar.’
Koos: ‘Waarop Herman als joke zei: “Jules, weet je wat me dan het allerleukste lijkt, voordat ik als een tomaatje uit elkaar knal? Dat ik nog nét – hij deed ‘t ook voor, knielend – onder het rokje van een meisje kan kijken.”’
David: ‘O, toch te laat…’
Koos: ‘Toen voelde Herman zich al erg ziek… Hij had moeiteloos een overdosis kunnen nemen. Maar dat wou hij niet, dat was te saai.’
David: ‘Terwijl hij hoogtevrees had.’
Koos: ‘Klopt. Twee jaar eerder – later pasten alle puzzelstukjes in elkaar – zei hij: “Ik ga bungeejumpen.” Ik zei: “Jij?!” “Er zijn grenzen om overheen te gaan, Koos.” Destijds stond achter het Centraal Station zo’n hijskraan, daarvan ging hij soms wel twee, drie keer per dag naar beneden.’
David: ‘Op een gegeven moment begonnen die gasten geintjes uit te halen: lieten ze hem even hangen, met z’n hoofd onder water.’
Koos: ‘Ietsje, dat kunnen ze berekenen.’
David: ‘Maar echt niet leuk. Ik krijg nu al angstgevoelens. My god.’
Koos: ‘Ze kunnen het zo berekenen dat alleen je haar nat wordt, beweerde hij. Kwam hij aanzetten met z’n natte kuif. Kijk, daarom had hij ook dat briefje op zak, met aan het eind: “Ik zie jullie nog wel eens. Ik ga nu bungy zonder elastiek. Genade - pappa.” Zo wordt die cirkel rond.’
David: ‘Mijn dieptepunt was dat ie zwak werd, dat ie echt vermagerde. Dan heb ik het over 2000, 2001. Dat vond ik echt verschrikkelijk. Iemand die zo energiek was… Twee weken voordat ie overleed ben ik nog bij hem thuis in Zuid op bezoek geweest. Er was Japans eten, hij lag op dat kamertje boven en ik schrok me kapot toen hij naar beneden kwam: zulke dunne armpjes. Hij was altijd best gespierd…’
Koos: ‘Hij was sterk hoor.’
David: ‘Hij mocht ook niet drinken, maar nipte toch aan de sake als niemand keek. Met papegaai Cor op z’n hoofd, die vervolgens in mijn sushi’s ging zitten schijten…’
Koos: ‘Nee!’
David: ‘Herman lachen natuurlijk, maar ik vond dat zo’n triest moment.’
Koos: ‘De Sprong, zoals ik het noem, is uiteraard mijn dieptepunt. En ook dat hij OD’s nam: overdoses. Zoals met kerst in Duitsland.’
David: ‘Oh man!’
Koos: ‘Kijk, het nadeel van heroïne is dat je nooit weet hoe sterk het is. Herman wist dat ook. Maar daar ging hij, voor de derde keer of zo. In de studio hebben we het ook eens gehad. Mond-op-mondbeademing, jongen hou op. Je ziet hem wegglijden. Dat wil je je toch niet laten gebeuren, iemand waar je zoveel om geeft? Dus daar reed ik dan, op kerstavond in Bochum, dwars door rood achter de ambulance aan, weet je nog David?’
David: ‘Ja nou.’
Koos: ‘Maar ik moet toch even zeggen wat een geluk wij toen hebben gehad. Want in Duitsland moest het ziekenhuispersoneel verplicht aan de politie doorgeven als er drugs in het spel waren. Hebben ze niet gedaan, omdat het fans waren. Ze hebben hem gered. Anders hadden we de tournee kunnen afzeggen en had hij daar in de bak moeten zitten. Dat vergeet ik nooit meer.’
Slijmen over Herman
Een onschuldige vraag over de Brood-boeken van Bart Chabot valt volledig verkeerd.
Koos: ‘Moeten we het daarover hebben?’
David: ‘Jules was te gek, maar Bart is een zielenpiet die zijn bestaan heeft gebouwd op het slijmen over Herman. Zijn humor bestaat bij de gratie van Herman. Ik ga dat gewoon niet lezen.’
Koos: ‘Ik ook niet. Omdat we er zelf bij waren.’
David: ‘Broodje Halfom: wie bedenkt dat als je hoofdpersoon bijna doodgaat?! Hij zag toch ook wel dat er iets aan de hand was? I don’t care a fuck. Ik vind het al verschrikkelijk dat zo iemand getolereerd wordt. Zat ie in talkshows allerlei voorbeelden aan te halen, om te bewijzen dat hij zijn beste vriend was. Ik explodeerde bijna, echt niet te geloven.’
Koos: ‘Zijn beste vriend was Jules, dat zeiden ze allebei. “Wij zijn soulbrothers.” Ze hadden aan een paar woorden genoeg. Hun humor was ook hetzelfde.’
In 2011 werd Wild Romance herboren op initiatief van zakenman Jan ’t Hoen, die zelf achter de drumkit plaatsnam. Eerst heette de band Romanza Brava, daarna Dany Lademacher’s Wild Romance, toen weer Wild Romance. Et cetera. De aansturing verliep vrij zakelijk, het personele verloop was navenant. Ook Koos deed mee, evenals David die ermee stopte toen ’t Hoen hem naar een afkickkliniek wilde sturen. Hun clash werd vastgelegd in de documentaire Buying the Band, een juweeltje dat integraal is te zien op YouTube. Na zijn hartoperatie keerde David uiteindelijk terug, maar Dany’s dood was de definitieve druppel.
David: ‘Ik dacht: ik ga niet meer in die fakeband spelen. Dany was het enige houvast dat ik nog had.’
Koos: ‘David voelde het niet meer…’
David: ‘Ik heb bij zijn kist gestaan, ik speelde tijdens het afscheid. Puur op emotie. Je bent in shock, en toch kán het ineens. Maar een paar dagen later moesten we optreden op een groot festival en na twee nummers heb ik de gitaar neergelegd. Ik ben ook direct gestopt bij de band.’
Koos: ‘Toch had je dat rondje wel moeten afmaken.’
David: ‘Het is me enorm kwalijk genomen. Maar ik denk dat Herman achter me zou hebben gestaan. En Dany ook.’
Inmiddels is hij bezig met Guzz Genser, de ex-Brood-drummer die ook fantastisch kan zingen. Tussen 1998 en 2000 verzorgden bassist Ivo Severijns, Guzz en hij ook het voorprogramma van elk concert.
David: ‘Herman kon geen hele show meer doen. Guzz en ik hebben toen ook samen veel nummers geschreven. Die voerden we uit in de eerste set, daarna kwam Herman erbij. Onlangs hoorde ik die nummers weer en dacht: het is eigenlijk zonde dat we hier niets mee doen.’
Koos: ‘Guzz is van de tweede lichting, net als David, hij heeft zo’n tien jaar met Herman gespeeld.’
David: ‘Hij woont ook in Amstelveen. We kwamen weer in contact en samen zijn we die nummers gaan uitdiepen. En ook nieuwe gaan schrijven. Guzz zingt, zijn zoon drumt en er komt nog iemand bij. We zijn heel fanatiek, het begint ernstige vormen aan te nemen, zeker nu Koos ons coacht. En we spelen ook een paar Wild Romance-nummers.’
Koos: ‘Dat moet wel. Om Herman te eren, zeg maar. Je komt niet los van Herman, al zou je het willen.’
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct