Ik had al een tijdje het gevoel dat ik gevolgd werd, maar ik lachte het weg. Wie zou mij nou willen volgen? Mijn dagen zijn net zo middelmatig als mijn leven. Ook vandaag zie ik hem weer. Het is een lange man met een terugtrekkende haarlijn, maar hijzelf trekt zich niet terug. Hij is kennelijk op een missie. De man volgt me al zeker twee weken. Het is zelfs zo erg dat ik me zorgen om hem maak als ik hem niet zie wanneer ik me omdraai.
Hij staat aan de overkant van de straat als ik mijn sportschool binnenloop. Ik twijfel of ik naar hem moet zwaaien om te laten zien dat ik hem doorheb. Maar dat vind ik onnodig schofferend. Misschien is hij pas net begonnen met het volgen van mensen.
Na het sporten staat hij een broodje te eten bij de fietsen. Ik loop op hem af en vraag waarom hij mij volgt. Ik sta op mijn tenen en maak mezelf breder dan ik ben. Van dichtbij is hij jonger dan van veraf. De man is een twintiger met de haarlijn van een veertiger.
‘Ik ben ingehuurd door een vriendin van uw vrouw.’ ‘Zeg maar je, hoor. Doe niet alsof we vreemden van elkaar zijn. Je bent al twee weken mijn schaduw,’ zeg ik. ‘De vriendinnengroep van jouw vrouw gelooft niet dat je drie keer per week sport. Ze zien het niet aan je. Dus denken ze dat je vreemdgaat,’ zegt de jongen met het schaamrood op zijn kaken. ‘Maar ik sport echt drie keer per week. Dat ik niet afval, komt doordat ik ook veel krachttraining doe. Mijn vet verandert in spieren.’
‘Dat klinkt wel logisch. Maar wat nu?’ vraagt de jongen. 'Zeg maar tegen de vriendinnen van mijn vrouw dat ik inderdaad niet zo vaak naar de sportschool ga. En dat je me vaak goedkope hotels binnen ziet gaan. Laat ze maar lekker betalen. Maar dan wil ik wel de helft van wat je krijgt.’
‘Meneer, volgens mij verandert jouw vet niet in spieren, maar in hersenkracht.’
‘Sinds wanneer ben je eigenlijk privédetective? Je ziet er zo jong uit.’ ‘Ik denk sinds vier jaar. Toen mijn vader vreemdging en mijn zus vroeg of ik hem kon volgen. Toen ik hem met die andere vrouw zag, ben ik gestopt met studeren. Puur om mijn vader te plagen. Nu doe ik het fulltime. Monogamie is een illusie. Ik heb altijd wel werk.’ ‘Ik ben dus nog nooit vreemdgegaan. Voor sommigen is het geen illusie.’ ‘Dat is best hoopgevend, meneer.’
‘Heb je tijd voor een biertje?’ vraag ik. ‘Ja, ik moet pas over drie uur in Hilversum zijn. Een of andere presentator doet het met een stagiaire.’
Een paar minuten later proost ik met de jongen die mij moet volgen. Soms is het leven onnavolgbaar.