Column

Foute Jongens: 'Ik ben net als Rutte een mensenmens, maar echt slijmen en likken is mij nooit gelukt'

Deze keer trekken de Foute Jongens een rechte lijn van Donald Trump naar henzelf, omdat zowel de Amerikaanse president als het illustere duo vakkundig werden ingepakt door de huidige NAVO-baas Mark Rutte. Dat het een over de wereldvrede handelde en het ander over een boekwerkje, soit.

Column Foute Jongens

Rob: Zoals altijd van ironie vervuld, noemde Gerard Reve zijn broer Karel, met wie hij nooit goed overweg kon, ‘mijn geleerde broer’.

Voor zover bekend bent u niet mijn broer, mijnheer Van Amerongen. Bovendien kunnen wij wel degelijk goed met elkaar overweg (ook wij hebben onze aanvaringen, maar Anneke Grönloh zong dik zestig jaar terug niet voor niets ‘Rozen hebben doornen, liefde kent verdriet/ Maar bij ware liefde hindert zo iets niet’). Dat ik deze aflevering van onze rubriek desondanks met die uitspraak van Gerard Reve begin, komt doordat ik u mijn geleerde vriend pleeg te noemen.

Ik reken er daarom op dat u op de hoogte bent van het feit dat Lof der zotheid van Desiderius Erasmus een hoog satirisch gehalte heeft. Hij dreef in dit fameuze werk de spot met de kerk en de adel (let wel: het zag in 1511 reeds het levenslicht). Wat het voor mij extra boeiend maakt dat is deze humanist, theoloog en filosoof (over geleerdheid gesproken!) er in werkelijkheid bij dezelfde kerk en adel op los slijmde.

Omdat Erasmus als onafhankelijk geleerde afhankelijk was van de gunsten van de elite, liet hij geen middel onbenut om bij hen in het gevlei te komen. Het blijkt vooral uit zijn persoonlijke correspondentie en ik ben ervan overtuigd dat ook Mark Rutte, als historicus, daarvan met interesse kennis heeft genomen. Volgens mij liet de huidige NAVO-baas zich zelfs door Erasmus’ werkwijze inspireren toen hij zich voor de taak gesteld zag om Donald Trump binnenboord te houden. Nadat Mr. President zijn plan om Groenland ‘goedschiks of kwaadschiks’ in te nemen wereldkundig had gemaakt, dreigde hij met van alles en nog wat, maar Markiemark wist hem toch weer in het gareel te krijgen.

Dat gênante geslijm met ‘Daddy’!

Maar het werkte wel.

Best leuk dat ik voor één keer weet waarover ik heb het heb, mijnheer Van Amerongen. Wij zijn namelijk ervaringsdeskundigen. Nadat wij hem bereid hadden gevonden om het eerste exemplaar van het Grote Foute Jongens Boek deel 1 in ontvangst te nemen, opende Mark Rutte, toen nog minister-president, in februari 2017 schaterlachend de deur van Het Torentje voor ons. Hij ging zo hartelijk en joviaal met ons om dat wij het idee kregen dat wij zijn allergrootste vrienden waren. Ik ben ervan overtuigd dat hij Donald Trump op precies dezelfde wijze inpakte.

Weet u hoe Erasmus er in 1515 in slaagde om de benodigde pauselijke zegen van paus Leo X te verkrijgen toen hij zijn vertaling van het Nieuwe Testament wilde publiceren? Hij prees Leo X als de man die ‘de gouden eeuw van vrede en wetenschap’ terugbracht, vergeleek hem met ‘een hemels licht dat de duisternis van de oorlog verdreef’ en omschreef hem als ‘de ultieme beschermheer van de letteren’. En ja hoor, Leo X accepteerde de opdracht. Erasmus kon zijn werk, dat nota bene vol stond met kritiek op de kerkelijke praktijk, voorzien van een pauselijke aanbeveling uitgeven.

Heet de heer Rutte eigenlijk wel Mark, geleerde vriend?

Is het niet Desiderius?

Arthur: Oom Rob, ik wou dat ik zo goed kon slijmen als Mark Rutte, die ik overigens een prima vent vind, al is het niet mijn type. Tijdens ons onderonsje in Het Torentje begon hij enthousiast over mijn column in de Volkskrant te oreren en hij citeerde zelfs enige passages, die ook nog eens scabreus van aard waren.

Ik ben net als Rutte een mensenmens, maar echt slijmen, likken en rimmen is mij nooit gelukt. Anders was ik nu wel hoofdredacteur geweest bij een krantje van het Vlaamse mediakartel

Ik ben net als Mark een mensenmens, maar echt slijmen, likken en rimmen is mij nooit gelukt. Anders was ik nu wel hoofdredacteur geweest bij een krantje van het Vlaamse mediakartel – lekker een bruin vuistje halen bij baron Christian Van Thillo – of zendercoördinator bij de NPO. Of werd ik als Midden-Oosten- en Paraguay-expert tegen een vorstelijk honorarium uitgenodigd in de babbelshows van Jinek, Pauw of desnoods bij het zieltogende RTL Tonight.

Weet je, grote vriend, zolang ik nuchter ben kan ik bij belangrijke mensen heel charmant zijn. Maar zodra ik een borrel neem, gaat het mis. Je moest eens weten wat ik niet allemaal verknoeid heb dankzij demoon alcohol. Ik zat tijdens het jaarlijkse kerstdiner van De Groene Amsterdammer eens naast Geert Mak, en die liep na een half uur huilend en krijsend weg, als een bipolair wijf. De allerschattigste Trinette, die decennia lang de administratie deed van De Groene, kwam op mij af en zei: “Hoe heb je dat voor elkaar gekregen, Geert is de allerliefste man van de wereld.”

Ik weet het nog steeds niet, Hoogland. Ken je Marja Pruis? Dat is een ouwe taart die in alle belangrijke literaire jury’s zit. Als je haar te vriend houdt, win je – als je romans schrijft natuurlijk – weleens een prijs. Zo’n jury is een grote circlejerk van literatuurmandarijntjes van NRC, Volkskrant en De Groene.

Welnu, ik was ooit autreutel bij Nijgh en Van Ditmar, waar nu mijn ex-schoonzus de scepter zwaait. Met alle schrijvers uit de stal gingen wij deftig uit eten, alvorens we naar het boekenbal gingen. Er werken daar alleen vrouwen, en die luisterden naar mijn dronken tirade over Bobbi Eden, de Haagse pornoster (inmiddels gepensioneerd). Zij had een gruwelijk voorschot gekregen voor haar porno-memoires. Nijgh had tijdens het bieden zelfs Mai Spijkers van Prometheus verslagen.

Ik zei, met mijn dronken kop: “Hebben jullie weleens een film gezien van deze powerwoman?” Al die vrouwen dachten dat Bobbi een feminist was, type Anja Meulenbelt en Sylvana Simons. En toen zei ik: “Weten jullie wat een triple anal is? Met BBC’s?”

Die dames van de uitgeverij hadden zelfs nog nooit een pink in hun poepertje gehad en hun monden vielen open – van verbijstering en van walging –  toen ik de triple anal van Bobbie omslachtig en met veel handgebaren uitlegde. Onze tafel was ineens leeg, vraag maar aan Gabriël Kousbroek.

Marja Pruis gooide voordat ze weg stampte een glas prosecco over mijn smoking en daarom krijg ik nooit meer een literaire prijs. Dit geldt ook voor Marente de Moor en Pieter Waterdrinker, twee geweldige schrijvers, maar ook die kunnen niet slijmen. Mijn enige mucus komt uit mijn longen na twee pakjes Lucky Strike te hebben weggepaft tijdens een bacchanaal, goede vriend.

PS: van het vieze boekje van Bobbi werden 43 exemplaren verkocht.