Nieuwe Revu ontmoet Max Terpstra
Waar? Café Hesp in Amsterdam. Nog wat gedronken? Koffie. Verder nog iets? Je kunt Max eigenlijk niet missen op de landelijke televisie, want hij doet Pauw & De Wit én Kassa én 3 op Reis. Die laatste twee gaan van de beeldbuis verdwijnen, dus kijken nu het nog kan.
‘Enorm. Dat heeft niet zozeer te maken met het feit dat ik Kassa en 3 op Reis kwijtraak, maar met de bezuinigingen op zich. We laten het gewoon gebeuren, omdat er in de samenleving een bepaald idee heerst dat het goed is om de NPO te korten. Maar wat levert ons dat nou eigenlijk op? Hooguit 50 cent per persoon per maand.
Ter vergelijking: dankzij de NAVO-norm van Trump gaat iedereen 250 euro per jaar meer betalen. Dat vind ik het moeilijkst om te verteren. Daar komt nog eens bij dat er iconische programma’s verdwijnen zonder dat er überhaupt is gekeken naar de topsalarissen. Ik zeg niet dat de directeuren hun hele salaris moeten inleveren, maar dat kan volgens mij wel anders.’
‘Ik doe dit werk nu al vier jaar, dus ik sta niet meer met klotsende oksels voor de camera. Die tijd is geweest, maar er zit wel altijd een soort spanning in me. In mijn begintijd was dat een negatieve spanning: kan ik dit wel, gaat het wel goed? Nu is het eerder het soort wedstrijdspanning dat ik me ook voorstel bij een topsporter die al een paar jaar op grote toernooien heeft gepresteerd.
Als je iets vaker doet, wordt de druk minder. Ik heb inmiddels meer dan honderd reportages gemaakt, misschien wel honderdvijftig. Incidenteel is een item van mij niet in de uitzending gekomen, maar dat kwam omdat de uitzending te vol zat met ander materiaal, niet omdat mijn reportage niet goed was. Dat geeft vertrouwen.’
‘Toen tijdens mijn deelname aan De slimste mens werd gevraagd of ik het leuk zou vinden om 3 op Reis te presenteren, heb ik gezegd dat het mij vreselijk leek. Vanwege mijn aversie tegen vliegen en boten, maar ook omdat ik op een nieuwe plek minstens twee dagen nodig heb om te landen. Voor 3 op Reis was dat geen probleem, omdat zij niet meer alleen een programma voor reisfanaten willen zijn.
Vóór mij waren er presentatoren als Chris, Floortje, Nienke en Maurice, allemaal heel reislustige types. Bij mij ligt de focus op het verhaal van de plek waar ik ben. Ik ben daar als verslaggever, als presentator en als programmamaker. Het is duidelijk wat me te doen staat, ik ben aan het werk, ik interview mensen, ik maak lange dagen. Reizen wordt op die manier heel functioneel, waardoor ik tijdens de opnames zelden het gevoel heb gehad dat ik soms zelf op vakantie ervaar.’
‘O god, ga ik hier echt voor mijn eigen plezier naartoe vliegen, waarom ben ik op deze boot gegaan? Ik kan niet zo goed stilzitten, wat in principe het hele idee is van een vakantie. Je denkt: ik ga er even tussenuit, want ik ben de laatste tijd druk geweest, dus ik moet tot rust komen. Ik word daar alleen niet rustig van, maar juist onrustig. Afgelopen zomer ben ik met mijn vriendin twee weken lang met de auto naar Spanje en Zuid-Frankrijk geweest.
Toen ik daar op het strand lag, dacht ik vrijwel meteen: wat nu? Dan ga ik maar naar podcasts luisteren en heel veel puzzels oplossen. Ik ben ook een keer op vakantie geweest naar Japan. Dat was perfect, want daar waren heel veel prikkels die me bezighielden. Van een surfvakantie met vrienden word ik ook rustig, omdat ik veel aan het doen ben met mijn lichaam. Maar tijdens een ontspanvakantie draait mijn hoofd juist op volle toeren.’
‘Ik heb altijd al het idee gehad dat ik iets wilde doen waar je applaus zou krijgen. Op de basisschool hadden we eens in de zoveel tijd een open podiumpje. Dat praatte ik als jong ventje al aan elkaar. Het was mijn grote droom om later Martijn Krabbé te worden, wat op de middelbare school veranderde in de ambitie om acteur te worden. Maar dat wilde niet echt, omdat ze op de Toneelschool niet echt op zoek zijn naar iemand zoals ik.
Toen dacht ik: als advocaat praat je ook voor een groep en krijg je net zo goed erkenning als je cliënt wordt vrijgesproken of strafvermindering krijgt. Daarom ben ik rechten gaan studeren, maar al na één dag ontdekte ik dat je het gros van de tijd alleen maar met je neus in de boeken zit. In die tijd zat ik niet lekker in mijn vel. De fijne wereld van de middelbare school was weg, al mijn vrienden waren iets anders gaan doen, ik zat middenin een gokverslaving en het enige wat ik dacht was: ik moet iets kiezen waar ik goed in ben en niet te veel moeite voor hoef te doen. Zo ben ik uitgekomen bij de studie media & cultuur en daarna het opleidingstraject van BNNVara.’
‘Ik ben heel lang bang geweest dat ik in het bijzijn van andere mensen moest braken’
‘Ik ben heel lang bang geweest dat ik in het bijzijn van andere mensen moest braken. Daardoor vermeed ik steeds meer sociale situaties, wat ook een van de redenen is geweest dat ik vrij snel ben gestopt met mijn rechtenstudie. Ik durfde niet meer naar hoorcolleges of werkgroepen, omdat ik de angst had dat ik daar in paniek zou raken en moest spugen. Gokken was een heel fijne manier om niet te denken aan alles waar ik bang voor was. Als ik gokte, voelde ik me ook even niet schuldig over alles wat ik vermeed.
Ik kon helemaal verdwijnen in de virtuele wereld die ik via mijn laptop betrad, een wereld die van mij was en waarvan ik dacht dat ik er controle over had. Het was een toevluchtsoord waar ik veelvuldig gebruik van maakte. Toen ik uiteindelijk hulp zocht voor mijn gokverslaving, was een van de eerste stappen in het behandelingstraject dat ik iets moest gaan zoeken waarin ik kon wegvluchten, zonder dat het mijn portemonnee of mijn naaste omgeving raakte. Dat is voor mij lange tijd schaken geweest.’
Ik ben op papier onderdeel van de jongere generatie Gen Z’ers, maar ik voel mezelf veel meer een millennial. Dat verschil benadruk ik omdat ik Gen Z een te gekke generatie vind. Ze zijn op een bepaalde manier activistisch en hebben een soort woede in zich: “Dit leenstelsel pikken we niet!” Mijn generatie, die van de millennials, is er veel meer eentje die denkt: het is nu eenmaal wat het is en daar moet je je vooral niet te veel over uitspreken, want dan ben je een beetje cringe. We zijn heel bang om onszelf te etaleren, om jezelf neer te zetten. Moet je nou wel een serie maken over je eigen gokprobleem? Moet je jezelf nou wel filmen met je telefoon terwijl je vertelt hoe jij naar de problemen op de wereld kijkt?’
‘Ik stel ze ook aan mezelf en soms doe ik het wel, soms ook niet. Maar Gen Z denkt gewoon: joh, doen, film jezelf lekker tijdens het koken, voordat je het weet heb je 200.000 volgers en kun je je hele verdere leven koken. Millennials vinden het eerder een beetje triest, iemand die zichzelf de hele tijd vastlegt alsof hij of zij een bioscoopfilm aan het regisseren is. Dat is zonde, want uiteindelijk moet je gewoon doen waar jij je goed bij voelt.
Tegelijkertijd denk ik dat mijn generatie als het gaat om mentale problemen opener is dan ooit, wat ik alleen maar toejuich. Als werkgevers klagen omdat zij terug willen naar een werksituatie waarin mensen gewoon 40 uur per week werkten en er over trauma’s niet werd gesproken, dan denk ik: dat zegt meer over jou als werkgever dan over wat er mis is met de huidige generatie.’
‘Vóór mij zijn er heel veel generaties geweest die in relatief rustige omstandigheden leefden. Een kernoorlog was het allerergste wat er kon gebeuren. Dat hield ze bezig, daar demonstreerden ze tegen. Mijn generatie heeft in vijf jaar tijd een pandemie meegemaakt, we zien dat er oorlog wordt gevoerd in Europa, er is een complete etnische zuivering geweest in de Gazastrook waar wij als land ook zelf wapens naartoe hebben gestuurd. Er is zoveel aan de hand in de wereld! Dat heeft een enorme emotionele impact op mensen. Ik vind het logisch dat de generaties van nu daar iets emotioneler onder zijn en wat sneller praten over wat ze voelen en vinden.’
‘Allereerst vind ik dat een compliment, dank je wel. Ontwapenen vind ik het allerleukste aan het werk dat ik doe. Ik krijg het echt niet altijd voor elkaar, maar als ik het wel voor elkaar krijg, dan geeft dat een enorm goed gevoel. Mijn ‘geheim’ is denk ik dat mijn interesse in mensen oprecht is. Ik ga ook in gesprek met ze als de camera’s nog niet draaien.
Hoe zit dit, hoe zit dat, hoe voelt dat voor jou. Niet omdat ik op zoek ben naar spannende of bijzondere antwoorden, maar omdat ik dat echt wil weten. Daardoor voelen mensen zich gezien en krijgen ze vertrouwen in me. Dat zorgt ervoor dat ze zich makkelijker kunnen openstellen als de camera wel aangaat.’
‘Tom Waes is iemand die ik enorm bewonder. Hij was in eerste instantie televisiemaker en daarna pas presentator en acteur. Dat merk je aan hem. Hij weet hoe je goede televisie moet maken. Als hij in z’n programma’s mensen interviewt, dan voelt dat helemaal niet in scène gezet. Het is eerder alsof ze elkaar toevallig zijn tegengekomen en aan de praat zijn geraakt.
Dat vind ik heel knap. Toen ik het opleidingstraject van BNNVara ging doen, merkte ik ook al snel dat het makersproces me ligt: creatief nadenken over een format, bedenken hoe je een verhaal vertelt. Het was helemaal niet mijn bedoeling om voor de camera te gaan staan en iets te presenteren. Mijn idee was dat ik vooral programma’s zou gaan maken. Dat vond ik veel vetter.’
‘Ik hoop dat ik dat ontwapenen ooit aan een tafel mag doen, als talkshowhost. Elke dag, in de vooravond. Dat lijkt me fantastisch. Maar, dat zeg ik er ook meteen bij, dat is zeker niet iets wat ik nu al wil, totaal niet. Er zijn nog veel te veel andere programma’s te maken en nog van alles aan dit wereldje dat ik wil zien en ontdekken, maar op een gegeven moment ga ik wel mijn best doen om mijn talkshowwens in vervulling te laten gaan.
Ik zie mezelf dan geen programma maken waarin de focus alleen maar ligt op het nieuws van de dag en politiek, het mag van mij veel breder zijn. Zoals bij DWDD, waar zoveel op dat moment nog onbekende, nieuwe talenten werden uitgenodigd om aan tafel te praten of op te treden. Hoogleraar Herman Pleij, Alexander Klöpping, Chef’Special, Peter Pannekoek… Dat lijkt me fantastisch om over een jaar of tien te doen, als daar dan nog goesting voor is, om even in het Vlaams van Tom Waes te blijven.’
‘Ik genoot heel veel van hem, maar ik vind het zelf eerder jammer dat er zoveel mensen zijn die hem terug willen op televisie. Omdat er achter de schermen bijna niemand van hem genoot. Ik denk dat het goed is dat hij niet meer op televisie is, want ik denk dat dat voor mensen die slachtoffer zijn van zijn gedrag vreselijk zou zijn, om te zien dat iemand daar gewoon mee weg kan komen.’
Anne doet weleens dingen voor tv, maar ze zit vooral in de films. Dat is best wel leuk, vind ik, omdat je elkaar kunt enthousiasmeren over hoe je iets aanpakt. Zij kan over een korte scène van 30 seconden heel lang en diep nadenken: het moet er zus en zo uitzien, we pakken het op die specifieke manier aan met het licht. Dat inspireert mij soms in mijn werk ook om eens met een andere blik te kijken naar bepaalde opnames.
Hoe kunnen we nog iets meer sjeu geven aan een op het eerste gezicht best wel toffe reportage? Tegelijkertijd kan ik ook tegen Anne zeggen: “Joh, leuk dat jij denkt dat je vijftien mensen nodig hebt om dit te maken, maar in de tv-wereld doen we dit met drie man.” Je hoeft niet overal iemand voor in te huren. Soms moet je ook vertrouwen dat je iets zelf kunt. Dat is een gigantisch verschil tussen die twee werelden.’
‘Voetballen. Ik zit in een voetbalteam in Amsterdam-Oost. Dat heb ik de laatste tijd weer opgepakt. Ik vind het ook heerlijk om bier te drinken met vrienden in de kroeg en dan de dag erna uitpuffen van al dat bier. Ik ben ook een fervent bioscoopganger. Niets leuker dan films kijken met Anne of vrienden. Ik kijk ook best veel tv, dat deed ik vroeger als kind al. Dat zijn echt niet alleen maar hoogstaande programma’s zoals Buitenhof of talkshows.
Ik vind het ook belangrijk om op de hoogte te zijn van de programma’s waar het grote publiek naar kijkt. Een tijdje geleden ging het de hele tijd over de Hanslers, zo’n familie die bekend is geworden door Winter vol liefde. Er is nooit iets in mij geweest dat me ertoe aanzette om naar zo’n programma te kijken, maar als het publieke debat zo door een onderwerp wordt beïnvloed, dan moet ik dat ook even zien.’
‘Oef, ik ben blij dat ze mijn schoonmoeder niet is.’
‘Tegenwoordig kan iedereen zichzelf filmen met z’n iPhone, waardoor ze veel volgers krijgen en vervolgens de kans krijgen om grote programma’s te maken. Er is daardoor veel minder dan vroeger een duidelijke koers naar succes. Dat zorgt ervoor dat ik niet heel veel druk voel, omdat ik denk: ik heb het toch niet echt zelf in de hand. Het is mij natuurlijk niet onopgemerkt gebleven dat ze bij BNNVara blij zijn met mij als programmamaker en presentator, maar tegelijkertijd denk ik ook: ik doe mijn werk en dat probeer ik zo goed mogelijk te doen, maar als het niet gaat, dan gaat het niet.
Er wordt weleens gezegd dat het werk dat ik doe topsport is. Daar ben ik het niet helemaal mee eens, want bij topsport is het zo dat je misschien net niet hard genoeg hebt getraind als je het podium niet haalt. Maar in mijn werk zijn er zoveel factoren waar je zelf geen invloed op hebt dat iets ook kan mislukken als jij wel alles uit jezelf hebt gehaald. Daar baal ik dan op zo’n moment van, maar zo werkt het nu eenmaal.’
Programma’s maken waar mensen beter van worden in plaats van de portemonnee van de zenderbazen te spekken, dat is mijn drijfveer’
‘Nee, nee. Desperate times call for desperate measures, dat is een feit. En wie weet, komt er ooit een offer I can’t refuse. Maar uiteindelijk ligt mijn hart wel heel erg bij de publieke omroep, omdat programma’s daar niet worden gemaakt op basis van commercie of winstoogmerk. Dat is voor mij in mijn werk het allerbelangrijkste, dat voel ik in alles.
Als de publieke omroep ooit helemaal wordt opgedoekt, dan zie ik eerder voor me dat ik vijftig goede mensen aan hun mouw trek om zelf een nieuwe zender op te zetten dan dat ik overstap naar SBS6 of RTL 4. Die nieuwe zender heeft dan als doel om zo min mogelijk reclames uit te zenden en zoveel mogelijk programma’s te maken waarin niet heel opzichtig een zak Lay’s-chips in een bakje wordt gegooid. Programma’s maken waar mensen beter van worden in plaats van de portemonnee van de zenderbazen te spekken, dat is mijn drijfveer.’
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct