Om te besluiten wie zijn media-imperium kon overnemen, besloot Murdoch zijn kinderen tegen elkaar uit te spelen. Die strategie zou uiteindelijk zijn familie uiteenrijten
Het was onvermijdelijk dat Rupert zijn eigen familie verscheurd zou zien worden door een opvolgingsdrama: zijn eigen vader had hem zeventig jaar eerder doordrenkt met een gevoel voor het noodlot. Keith Arthur Murdoch was een norse Schot met een aambeeldvormige neus, een gegroefd voorhoofd en diep gelegen ogen waaruit het besef sprak dat de journalistiek net zozeer gebeurtenissen vormde als politici in de wandelgangen van de macht. Uit de wapenfeiten die hem de beruchtste journalist van Australië maakten, kon zijn enige zoon twee blijvende lessen trekken: regels zijn er om gebroken te worden, en kranten zijn macht.
Als kind had Keith erg last van stotteren. Soms was het zo erg dat hij geen treinkaartje kon bestellen en zijn bestemming op een papiertje moest schrijven om aan de stationschef te laten zien. Misschien dat hij door dit gebrek moest afzien van een loopbaan als predikant en ervoor koos om journalist te worden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verwierf Keith faam als 30-jarige buitenlandcorrespondent voor The Age uit Melbourne. In 1915 stuurde de krant hem eropuit om de Britse invasie van het Turkse schiereiland Gallipoli te verslaan.
Keith was verbijsterd toen hij er getuige van was hoe aristocratische Britse officieren Australische soldaten als kanonnenvoer gebruikten in een rampzalige veldtocht om Constantinopel te belegeren. Keith omzeilde de militaire censoren en bezorgde de premier van Australië een achtduizend woorden lang verslag van het ‘afschuwelijke en kostbare fiasco’. Dit bericht zou bekend worden als Keiths ‘brief uit Gallipoli’.
‘Vader Keith had weinig geduld met Rupert en gaf steeds de indruk dat hij teleurgesteld in hem was,’ zei een kennis uit Ruperts jeugd
Zijn schrijfstijl knetterde van oprechte verontwaardiging, gevechten op leven en dood, opdringerige ego’s en scherp gedefinieerde helden en schurken: allemaal wezenlijke roddelbladingrediënten. Het schilderde een zeer geïdealiseerd beeld van de Australische soldaat die naar de slachtbank wordt gestuurd door gin-tonic slurpende Britten die vijf kilometer verwijderd van de kust bleven. De opgeklopte primeur zette Herbert Asquith, de premier van Groot-Brittannië, ertoe aan om negenduizend man terug te trekken, waarmee hij vele levens redde. ‘Het was misschien niet helemaal eerlijk, maar het veranderde de geschiedenis,’ zei Rupert later over het verslag van zijn vader.
Seks- en gelddingen
Gedurende de rest van de oorlog bleef Keith in Londen, waar hij de duistere kunst van de roddelbladjournalistiek leerde van de heersende peetvader van Fleet Street: persmagnaat Alfred Harmsworth, een man met een rond gezicht, beter bekend als Lord Northcliffe. (Zijn vijanden noemden hem ‘de Napoleon van Fleet Street’. Voor zijn personeel was hij simpelweg ‘De chef’.) Deze befaamde uitgever leidde Daily Mail en Daily Mirror vanuit de overtuiging dat het in journalistiek ging om winst maken, niet om een publieke dienst. ‘Een krant moet gemaakt worden om geld op te brengen... Laat ze de mensen geven wat ze willen,’ verklaarde Northcliffe.
‘De drie dingen die altijd nieuws zijn, zijn gezondheidsdingen, seksdingen en gelddingen,’ vertelde hij zijn personeel. Met dat doel vulde Northcliffe zijn kranten met sensationele verhalen over misdaad, seks en alledaagse zaken. In 1905 schokte hij de Britse gevestigde orde door The Observer te kopen. Drie jaar later veroorzaakte hij paniek onder de elite toen hij het verlieslijdende The Times of London opkocht.
Tegen 1914 had Northcliffe 40 procent van de ochtendkrantenmarkt in handen en 45 procent van de avondkranten, een concentratie van persmacht die nooit is geëvenaard. Northcliffe gebruikte zijn enorme invloed om in de tijd voor de Eerste Wereldoorlog het anti-Duitse sentiment onder het Britse publiek aan te wakkeren. Hij was ook een extreme antisemiet en publiceerde krantenkoppen als waarom Joden niet op een fiets rijden. Maar Northcliffes macht was tanend toen de jonge Keith van hem begon te leren. De persmagnaat werd steeds grilliger en leed aan achtervolgingswaanzin. Hij zwaaide met een pistool in de redactiekamer en vertelde mensen dat Duitsers probeerden hem te vermoorden met vergiftigde ijsjes. In 1922 stierf Northcliffe op de leeftijd van 57, wellicht aan syfilis. Tegen die tijd was Keith teruggekeerd naar Australië, waar hij, dankzij relaties van Northcliffe, uitgever werd van The Melbourne Herald.
Keith blies de worstelende avondkrant nieuw leven in met de Northcliffe-formule: korte artikelen, scherpe krantenkoppen en sportwedstrijden. De elite van Melbourne gaf Keith de bijnaam ‘Lord Southcliffe’. Maar de lezers keurden het goed: de oplage van The Herald steeg met 40 procent binnen het eerste jaar na Keiths overname van de krant. Het bestuur promoveerde hem tot algemeen directeur. Keith kocht naast rivaliserende kranten tijdschriften en radiostations op in heel Australië en creëerde zo het eerste nationale mediaconglomeraat van het land. Maar ook al was Keith succesvol, het bestuur weigerde hem een substantieel aandeel in The Herald toe te kennen, wat bij hem de nodige wrevel wekte. Dus gebruikte Keith zijn rijkdom om in stilte persoonlijke aandelen te kopen in kranten van Brisbane en Adelaide.
Tegen het einde van de jaren twintig was Keith een van de rijkste zakenlieden van het land. Hij woonde in een Georgiaans landhuis dat hij versierde met antiek Chinees porselein. ‘Ik weet dat je mij veracht omdat ik zo van geld hou,’ zei hij tegen een medewerker toen hij zijn collectie liet zien, ‘maar hoe kun je anders zulke mooie dingen bij elkaar krijgen als deze?’
Het enige wat Keith nog niet had was een vrouw. In 1927 zag Keith in een societyblad een foto van een 18-jarige debutante met amandelkleurige ogen, genaamd Elisabeth Greene. Een jaar later waren ze getrouwd. Als huwelijksgeschenk kocht Keith een landgoed aan dat op zo’n vijftig kilometer afstand van Melbourne lag. Daar, aan het einde van een lange grindweg met citroeneucalyptusbomen, bouwden ze een landhuis in de stijl van vóór de Amerikaanse Burgeroorlog. Keith noemde zijn paradijs Cruden Farm, naar het dorp in Aberdeenshire waar zijn Schotse vader, predikant Patrick, vandaan kwam. In de nacht van 11 maart 1931 baarde Elisabeth een zoon: Keith Rupert Murdoch. Iedereen noemde de jongen Rupert.
Volgens de meeste bronnen was Rupert als kind eenzaam. Hij bracht vele uren zonder vrienden op het landgoed door, waar hij op konijnen jaagde, mest schepte en op zijn shetlandpony Joy Boy reed. Sir Keith – hij werd in 1933 geridderd – was een afwezige vader voor Rupert en zijn drie zussen Helen, Anne en Janet. Als Sir Keith naar huis kwam, was hij vaak nors en teruggetrokken. ‘Keith had weinig geduld met Rupert en gaf steeds de indruk dat hij teleurgesteld in hem was,’ zei een kennis uit Ruperts jeugd. Rupert ontdekte dat er één ding was dat zijn vaders waardering kreeg: kranten. Rupert begon rond te hangen in de redactiekamer van The Herald. De geur van verse inkt, de ratelende typemachines en de dreunende drukpersen betoverden hem. In het weekend luierde Rupert bij zijn vader op bed terwijl Sir Keith artikelen redigeerde met een pen. ‘Het leven van een uitgever is zo’n beetje het beste leven dat je kunt hebben in de wereld,’ zei Rupert later.
Overheersende moeder
Waar Sir Keith terughoudend was, was Elisabeth overheersend. Rupert herinnerde zich dat zijn moeder hem leerde zwemmen door hem in het zwembad van een cruiseschip te gooien tijdens een reis naar Engeland. ‘Ik moest als een hondje naar de kant zwemmen en ik krijste het uit.’ Een andere keer liet Elisabeth hem in een hut op het landgoed slapen om hem te ‘harden’. ‘Misschien dachten ze in die tijd dat ik een oud monster was,’ gaf Elisabeth toe.
In Oxford zette Rupert zijn linkse rebellie door. Het was algemeen bekend dat hij een buste van Lenin op de schoorsteenmantel van zijn studentenkamer had neergezet, waardoor hij de bijnaam ‘Rode Rupe’ kreeg
Toch waren er ook momenten waarop Elisabeth haar zoon verwende. Ze stimuleerde Rupert om tijd door te brengen met haar losbandige vader, Rupert ‘Pop’ Greene, een zwaar drinkende wolhandelaar en gokker. ‘Hij wedde altijd op paarden en kaarten... en hij had geen enkel benul van verantwoordelijkheid,’ zei Elisabeth. Pop verwende Rupert met ijsjes en liet hem in zijn auto rijden nog voordat zijn voeten zelfs maar de pedalen konden bereiken. Sir Keith verachtte de slechte invloed van zijn schoonvader. ‘Het was een van mijn vaders nachtmerries dat ik ooit net zo zou worden als mijn grootvader, en dat is misschien ook wel een beetje gebeurd,’ zei Rupert. Maar Elisabeth had ook haar principes – later zou ze gruwen van de sensatiezucht van Ruperts roddelbladen.
Toen Rupert tien was, stuurde Elisabeth hem naar de prestigieuze kostschool Geelong Grammar, het Eton van Australië. Rupert verafschuwde het. Hij was mollig op een school waar belang werd gehecht aan competitieve sporten. Buiten het veld keerden zijn welgestelde klasgenoten zich van Rupert af. Rupert weet deze vernedering aan zijn vaders ordinaire kranten. ‘Ik voelde me een eenling op school, waarschijnlijk door mijn vaders positie,’ herinnerde Rupert zich.
Rupert ging ook gebukt onder Geelongs strenge disciplineregels. Hij stalde een motorfiets buiten de campus en glipte naar buiten om op paarden te wedden. Als hij gesnapt werd, kreeg hij er van de leraren met een rietje van langs. ‘Ik kan me één fascistisch type in het bijzonder herinneren, die met extra veel genoegen op me losging,’ zei Rupert. De aframmelingen van de leraren ontstaken in Rupert een algemeen verlangen naar vergelding, die hij later vond in de strijd tegen zijn rivalen in de mediawereld.
Rupert nam, wellicht om erbij te horen, de socialistische politiek over die in de mode was onder jongeren uit de hogere klasse. Klasgenoten noemden hem spottend ‘Kameraad Rupert’. ‘Niemand nam hem serieus,’ vertelde Richard Searby, een klasgenoot in Geelong, die later tientallen jaren zou werken onder Rupert. ‘Het leek nogal ongerijmd dat de zoon van Sir Keith Murdoch een ongebreidelde socialist kon zijn. Iedereen was het erover eens dat het gewoon de dwaling van een jonge man was.’
Rupert haalde zijn examen in de lente van 1950. Hij wilde de universiteit overslaan en meteen voor The Herald gaan werken. Keith wees dit plan af en gebruikte zijn invloed om Rupert het Worcester College van Oxford binnen te krijgen. Rupert was woedend. ‘Mijn enige tastbare doel in die tijd was om de wereld te veranderen. En niet naar Oxford te gaan,’ zei Rupert. Rupert zette zijn linkse rebellie daar door. Het was algemeen bekend dat hij een buste van Lenin op de schoorsteenmantel van zijn studentenkamer had neergezet, waardoor hij de bijnaam ‘Rode Rupe’ kreeg. In brieven aan zijn vader prees Rupert Lenin als ‘de Grote Denker’. Op een dag kon Rupert zijn studentenkamer niet meer in nadat hij een bijeenkomst van Daily Worker in Londen had bijgewoond. Dus overnachtte hij in het kantoor van de lokale Communistische Partij. De volgende ochtend stapte een arbeider met een rode ster op zijn pet naar binnen en begroette Rupert met: ‘Goedemorgen, Kameraad.’
Rupert had zich misschien Das Kapital eigen gemaakt, maar hij had weinig tijd besteed aan studieopdrachten in zijn hoofdvak, politiek en economie. ‘Tegen die tijd kon ik haast niet wachten om naar huis te gaan en krantenwerk te doen,’ herinnerde hij zich. Aan het einde van zijn eerste jaar dreigde Keith hem in grote afkeuring terug te slepen naar Australië. Keith zette alleen niet door omdat Elisabeth erop stond dat hij Rupert een tweede kans zou geven. Ze waarschuwde haar zoon dat hij haar ‘laatste restje respect’ zou verliezen als hij zich niet beter ging gedragen.
Inmiddels had Keith twee keer een hartaanval gehad en leed hij aan prostaatkanker. Hij drukte de vrees uit dat zijn onervaren eerste zoon niet klaar zou zijn om drie kranten te erven – The Courier-Mail van Brisbane, The News van Adelaide en Sunday Mail – die Keith had verkregen via zijn holdingmaatschappij Cruden Investments. ‘Ik kan het me niet veroorloven om te sterven. Ik wil zien dat mijn zoon zich vestigt, en hem niet als een lam naar de slachtbank laten lopen,’ vertrouwde Keith een vriend toe. In januari 1948 dicteerde Sir Keith zijn laatste wil en testament: ‘Ik wens dat mijn genoemde zoon Keith Rupert Murdoch de geweldige kans krijgt om een nuttig, altruïstisch en waardevol leven te leiden in kranten- en omroepactiviteiten, en uiteindelijk een positie met grote verantwoordelijkheid in dat vakgebied te bekleden met de steun van mijn beheerders, als zij hem die steun waardig achten.’
Voogd
Wat Keith nodig had was een voogd die zijn jonge prins kon verzorgen. Deze taak viel Rohan Rivett ten deel, een Londense correspondent van The Herald. Rivett, een roodharige, lange journalist, was iets over de dertig, maar al een legende in zijn thuisland. Hij schreef een veelgeprezen autobiografie over zijn hartverscheurende ervaringen als gevangene van de Japanners in de Birmese jungle tijdens de Tweede Wereldoorlog. Rupert aanbad Rivett als een oudere broer. Hij bracht hele weekends door met Rivett en zijn vrouw Nan in hun landhuis, een uur reizen vanaf Oxford. In de lente van 1951 maakte Rupert met het stel een tour van 2900 kilometer door Oostenrijk en Zwitserland. Rivett hield Keith op de hoogte van Ruperts ontwikkeling. ‘Hij zal zijn eerste miljoen met groot gemak verdienen,’ schreef Rivett aan Keith.
Het nieuws was erg welkom, want Keiths gezondheid verslechterde. In de zomer van 1951 maakte Keith met Rupert een reis door de Verenigde Staten. Ze ontmoetten Harry Truman in het Witte Huis en Arthur Sulzberger, de uitgever van The New York Times, op Hillandale, het landgoed van de Sulzbergers in Connecticut. Keith was verrukt dat Rupert eindelijk rijpheid toonde. ‘Ik denk dat hij het in huis heeft,’ zei hij tegen Elisabeth. Op een avond in oktober in het jaar daarna zat Sir Keith op zijn bed om zich uit te kleden. Hij deed zijn horloge af en legde het net op het nachtkastje toen hij voelde dat zijn lichaam begon te stuiptrekken. De hartaanval betekende zijn onmiddellijke dood. Hij was 67.
‘Het was zo heerlijk makkelijk voor Keith, maar zo ontzettend moeilijk voor ons allen,’ zei Dame Elisabeth later. Rupert kreeg het nieuws te horen terwijl hij duizenden kilometers ver weg in Engeland was, en hij kon niet op tijd thuis zijn voor de begrafenis. De rest van zijn leven leek Rupert gedreven om zijn vaders twijfels te logenstraffen. ‘Sommige mensen leven voor altijd in de schaduw van hun voortreffelijke vaders,’ zei Larry Lamb, vaste redacteur van The Sun. ‘Hoe het ook zij, Rupert was altijd vastbesloten dat hij zijn vader zou overtreffen.’
Rupert wilde onmiddellijk terugkeren naar Australië om zijn vaders kranten te gaan leiden. Maar eerst moesten juristen de tijd krijgen om zijn vaders ingewikkelde erfenis te ordenen. Elisabeth, die misschien dacht aan haar mans scholing op Fleet Street, stuurde Rupert naar Londen om zijn scholing bij Lord Beaverbrook van Daily Express af te ronden. De paranoïde en meedogenloze Beaverbrook, in Canada geboren als William Maxwell Aitken, had Northcliffe vervangen als de heersende persmagnaat van Fleet Street. De uitgeeffilosofie van Beaverbrook kon worden samengevat als een opgevoerde versie van Northcliffe. ‘The Beaver’, zoals hij werd genoemd, viel met zijn kranten op kwaadaardige wijze zijn vijanden aan en propageerde rechtse doelen. Evelyn Waugh vereeuwigde Beaverbrook als de fictieve Lord Cooper in zijn beroemde roman Scoop.
Rupert kreeg een kick van Fleet Street. Hij woonde in het Savoy Hotel en bracht zijn dagen door in ‘het bordeel van Beaverbrook’, zoals Rupert de nieuwsredactie van Express noemde. Rupert nam waar hoe redacteuren elke dag de krant vulden met roddel, seks, misdaad en rechtse politiek – een recept dat Rupert zou overnemen in zijn eigen kranten. Rupert had er zelfs zo’n geweldige tijd, dat hij in Londen wilde blijven. Hij telegrafeerde zijn moeder: ‘Ik blijf hier.’
Maar problemen thuis dwongen hem terug te gaan. Rivett stuurde Rupert een dringend telegram: Keiths vroegere werkgever, de Melbourne Herald Group, lanceerde een zondagseditie van The Advertiser in Adelaide om Murdochs Sunday Mail weg te concurreren. Rupert zag het als een wraakactie omdat zijn moeder het aanbod van The Herald had afgewezen om The News en Sunday Mail over te nemen. ‘Het maakte me boos. Ik dacht dat ze misbruik van mijn moeder probeerden te maken,’ zei Rupert.
‘Sommige mensen leven voor altijd in de schaduw van hun voortreffelijke vaders, maar Rupert was altijd vastbesloten dat hij zijn vader zou overtreffen’
Op 8 september 1953 keerde Rupert terug naar Australië met één doel: wraak. Binnen enkele dagen ging hij naar Adelaide om zijn eerste krantenoorlog te beginnen tegen zijn vaders maatschappij, de Herald Times Group. Die kreeg een onheilspellend begin. Toen hij de parkeerplaats van The Adelaide News op reed, werd hij niet herkend door een opzichter, die schreeuwde: ‘Hé jochie! Je mag hier niet parkeren.’
Roofdier
Murdoch was eraan gewend om onderschat te worden. Terwijl anderen hem zagen als een opportunistisch roofdier, klaar om datgene wat binnen zijn blikveld viel te vernietigen, zag Rupert zichzelf als een moralist, de vijand van de willekeur van de gevestigde macht. Rupert en Rivett schreven een voorpagina-artikel over de campagne van The Herald om Dame Elisabeth te dwingen tot verkopen. Rupert verlaagde de kosten van de nieuwsredactie en ging een harde oplagestrijd aan die The Herald net zoveel pijn deed als hemzelf. Rupert kon de pijn het beste verdragen. Na twee jaren van grote verliezen hees The Herald de witte vlag en fuseerde de zondagkrant The Advertiser met Ruperts Sunday Mail. Met zijn overwinning bevestigde Rupert zijn reputatie van waaghals. Mensen begonnen hem ‘The Boy Publisher’ te noemen.
‘Uitbreiden of ten onder gaan!’ was Ruperts credo. In 1955 benutte hij de cashflow van zijn kranten in Adelaide om een in Melbourne gevestigde tijdschriftenuitgeverij en The Sunday Times in Perth op te kopen. Daarna legde hij de hand op kranten in Darwin, Alice Springs en het centraal-noordelijk territorium. In 1957 verkreeg Rupert de vergunning om een televisiestation in Adelaide te exploiteren. Hij bracht maanden door in New York en Los Angeles om de rechten binnen te halen voor het uitzenden van Amerikaanse programma’s in Australië.
Ruperts persoonlijke leven werd ook omvangrijker. In 1954 ontmoette Rupert een blonde stewardess en parttime fotomodel, genaamd Patricia Booker. Het was een ongerijmde combinatie. Booker was vier jaar ouder en kwam uit een familie met bescheiden middelen. ‘Ik wist niet wie Rupert Murdoch was en ik vond hem helemaal niet zo aardig,’ zei ze later. Ze wees zijn eerste verzoek om een date af, maar zwichtte uiteindelijk onder zijn vasthoudendheid. Ze trouwden in 1956, tot groot ongenoegen van Dame Elisabeth.
Twee jaar later werd een dochter geboren, Prudence. Wat het huwelijk geen goed deed, was dat Rupert een afwezige vader was, net als zijn vader was geweest. ‘Ik ging helemaal op in het bedrijf – misschien was dat wel heel asociaal,’ zei Rupert. Binnen enkele jaren werd het duidelijk dat het een gedoemd huwelijk was. Rupert rechtvaardigde zijn ouderlijk falen als de prijs voor de overwinning. Hij stond op het punt om de grootste en meest competitieve krantenstad van het land te betreden.
Aan het eind van de jaren vijftig werd de keiharde krantenmarkt van Sydney beheerst door twee rivaliserende familiebedrijven: de Fairfaxes en de Packers. Geen van beide nam Rupert uit Adelaide serieus. En dat was de reden dat de Fairfaxes in 1960 het roddelblad The Mirror aan Rupert verkochten. ‘Ik stond versteld dat ze akkoord gingen,’ zei Rupert. ‘Ze waren er heel zeker van dat het een fiasco zou worden.’
Murdoch spoorde zijn redacteuren aan om nog sterker te shockeren dan de concurrentie. ‘Bende verkracht meisje (10), indringer rukt vrouw kleren van lijf,’ schreeuwden de krantenkoppen
Rupert nam de leiding in de nieuwsredactie van The Mirror op zich met een gedrevenheid die grensde aan messianisme. Hij spoorde zijn redacteuren aan om nog sterker te shockeren dan de concurrentie. Bende verkracht meisje (10), indringer rukt vrouw kleren van lijf, blote borsten in bus, schreeuwden de krantenkoppen. Redacteuren verzonnen zelfs complete nieuwsberichten. Toen een buitenlandcorrespondent van The Mirror er niet in slaagde zijn bericht over de burgeroorlog in Nederlands Nieuw-Guinea te versturen, publiceerde de krant een fictief bericht onder zijn naam, wemelend van racistische clichés, compleet met beschrijvingen van gekrompen hoofden en kannibalen. Ruperts uitgeversfilosofie van ‘Alles mag’ boezemde zijn statusbewuste moeder Elisabeth afschuw in. ‘Rupert, je moet iets doen om onze naam te redden,’ zei ze tegen hem. Als reactie lanceerde Rupert The Australian, de eerste nationale broadsheet van het land.
Het leven in Sydney vergiftigde Rupert. ‘In die dagen was ik in alles onmatig. Drinken, roken, gokken, hoerenlopen, noem maar op,’ herinnert hij zich. In 1962 viel hij voor een 19-jarige journalist van The Mirror, genaamd Anna Torv. De half Estse, half Schotse Anna had staalblond haar en ze had Ruperts aandacht getrokken toen ze hem interviewde voor het personeelsblad van The Mirror. ‘Hij kwam als een wervelwind de kamer binnen. Het was onweerstaanbaar,’ herinnert ze zich. Algauw waren ze een stel.
Rupert maakte er erg veel vaart mee. In 1967 scheidde hij van Patricia zodat hij met Anna kon trouwen. Het was een treurige en bittere scheiding. Patricia kreeg een kort en tumultueus tweede huwelijk met een zwaar drinkende kapper uit Adelaide, genaamd Freddie Maeder. De ontreddering was het grootst bij hun 8-jarige dochter Prue, die zich genegeerd voelde door hun snelle levensstijl. ‘Dan stond je op om naar school te gaan en dan zeiden ze: “Nee! Laten we naar de paardenraces gaan!”’ herinnerde Prue zich jaren later. ‘Alle kinderen willen weten waar ze aan toe zijn. Als je opstaat en je trekt je schooluniform aan, dan wil je naar school.’ Maeder verbruikte de schikking van Patricia’s scheiding om in een Spaans sinaasappelsapbedrijf te investeren. Toen het huwelijk op de klippen liep, schoot Patricia in een depressie en sleet ze haar dagen met financiële steun van Rupert in een bescheiden flat in Adelaide.
Rivett zou een volgend slachtoffer worden van Ruperts ongebreidelde ambitie. Toen Rupert tien jaar eerder bij The News van Adelaide kwam werken, beloofde hij dat hij zich niet zou gedragen ‘als een arrogante klootzak’. Rivett liet zelf zijn loyaliteit blijken door Rupert tot de peetoom van zijn derde kind te maken. Maar voor Rupert waren beloftes als ongemakkelijke feiten: inwisselbaar als ze de winst in de weg gingen zitten. Rupert mengde zich bijna vanaf het begin in redactionele beslissingen, waarmee hij Rivetts autoriteit ondermijnde en het personeel deed klagen over ‘rupertiaanse bemoeizucht’.
Nadat Rivett Ruperts verzoek had afgeslagen om advertenties te zetten op de achterpagina die gereserveerd was voor sport, wachtte Rupert simpelweg tot Rivett op een lange vakantie ging en voerde de verandering toen zelf door. Rupert lengde ook Rivetts verslag van een lokale moordzaak aan, omdat het Ruperts inspanningen ondermijnde om in de gunst te komen bij overheidsfunctionarissen die lucratieve televisievergunningen voor hem konden goedkeuren.
In de zomer van 1960 opende Rivett een getypte brief van Rupert waar ‘persoonlijk en vertrouwelijk’ boven stond. ‘Na een lange en moeilijke afweging ben ik tot de droevige conclusie gekomen dat je afstand moet doen van je hoofdredacteurszetel. Ongetwijfeld zou je het niet eens zijn met mijn redenen hiervoor – en dat zijn er vele – dus het is beter om daar in deze fase niet over uit te weiden,’ schreef Rupert. Terwijl het Rivett duizelde, ontdekte hij een vlot met de hand geschreven briefje dat in dezelfde envelop was gestopt. ‘Tot het besluit komend om ‘een eind te maken aan je inkomsten’ als redacteur van The News, ben ik niet uit het oog verloren wat je allemaal bereikt hebt, en onze lange persoonlijke vriendschap maakt het allemaal ontzettend moeilijk. Maar het is niet anders!’ Rivett voelde zich overvallen door Ruperts verraad. Maar Rupert zelf toonde weinig emotie. Hij had al een griezelig vermogen ontwikkeld om relaties te verbreken die zijn bedrijfsbelangen niet dienden.
Na Rivetts vertrek liet Rupert het laatste restje linksigheid uit zijn Oxford-tijd vallen. Hij ontwikkelde een antipathie tegen vakbonden en werd sociaal-conservatief. Rupert verbood zijn redacteuren om nog langer overhemden en suède schoenen te dragen, omdat die volgens Rupert alleen werden gedragen door poofters, een Australisch scheldwoord voor homoseksuele mannen.
Nu Rupert de krantenoorlogen van Sydney had overleefd, begon hij een echte magnaat te worden. Hij kocht een jacht dat hij de Ilina noemde, en een bijna 10.000 hectare grote schapenfarm in Cavan, op ongeveer een uur rijden ten noorden van de hoofdstad Canberra. ‘Ik moest het toegeven. Ik was een verdomde kapitalist,’ zei Rupert. Deze speelgoedjes waren symbolen van zijn succes, maar Rupert smachtte bovenal naar macht. En om die te verkrijgen, moest hij Australië verlaten.
Het leven van Rupert Murdoch
1931-1952: afkomst en begin
Keith Rupert Murdoch werd geboren op 11 maart 1931 in Melbourne. Zijn vader, Sir Keith Murdoch, was een bekende Australische oorlogscorrespondent en krantenuitgever. Na een studie aan Oxford keerde Murdoch in 1952 terug naar Australië om het krantenbedrijf van zijn overleden vader over te nemen. Al snel stond hij bekend om zijn voorkeur voor sensationele koppen, zijn harde manier van zakendoen en zijn bereidheid om over de grenzen van journalistiek fatsoen heen te stappen.
1950-1970: sensatie als strategie
In de jaren vijftig en zestig breidde Murdoch zijn krantenbezit in Australië en Nieuw-Zeeland snel uit. In 1969 betrad hij de Britse markt met de aankoop van News of the World en later The Sun. Deze kranten werden berucht om hun agressieve tabloidjournalistiek, waarbij privélevens van beroemdheden en schandalen centraal stonden. Critici zagen hierin een bewuste ondermijning van journalistieke ethiek, maar de oplagecijfers vlogen omhoog.
1970-1990: macht en politieke invloed
Vanaf de jaren zeventig bouwde Murdoch ook in de Verenigde Staten een stevige positie op met onder meer de aankoop van de New York Post. In 1985 werd hij Amerikaans staatsburger, een juridische vereiste om zijn mediabelangen in dat land verder te kunnen uitbreiden. Met de oprichting van Fox Broadcasting en later Fox News vergrootte hij zijn politieke invloed aanzienlijk. Fox News kreeg een reputatie als uitgesproken rechts en werd regelmatig bekritiseerd vanwege misleidende berichtgeving en nauwe banden met rechtse politici.
1990-2011: groei en schandalen
Hoewel Murdochs imperium bleef groeien, namen ook de controverses toe. Dit culmineerde in 2011 in het Britse telefoonhackingschandaal, waarbij journalisten van News of the World voicemailberichten van onder meer beroemdheden, politici en zelfs misdaadslachtoffers en hun nabestaanden bleken te hebben afgeluisterd. De publieke verontwaardiging leidde tot de sluiting van de krant en parlementaire verhoren waarin Murdoch zich moest verantwoorden. Hoewel hij formeel afstand nam van de werkwijze van zijn krant, werd zijn leiderschap breed bekritiseerd.
2011-2023: familieconflict om nalatenschap
Murdoch heeft zes kinderen, van wie vooral Lachlan en James Murdoch een rol speelden in het mediabedrijf. Lachlan geldt als de erfgenaam die het dichtst bij zijn vaders conservatieve visie staat en bekleedt leidinggevende functies bij Fox Corp en News Corp. James Murdoch daarentegen distantieerde zich steeds meer van Fox News, met name na de berichtgeving rond Trump en de verkiezingen van 2020 (Fox kwam toen in zwaar weer door het verspreiden van onbewezen claims over verkiezingsfraude) en verliet in datzelfde jaar de bestuursraden. In 2023 trok Rupert Murdoch zich terug uit zijn leidinggevende functies.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct