Waar? In Trammhuys, het Voorburgse restaurant van Pierre Wind, met een oude HTM-tram waarin een open keuken is gebouwd. Alleen geopend op zaterdagavond, want Wind is van mening dat je het als bekende chef niet kunt maken om een restaurant te runnen waar je zelf niet in de keuken staat. De gasten komen voor hem, dus dan zullen ze ’m krijgen ook. Nog iets genuttigd? Een latte en water. Verder nog wat? Als je een keer wilt eten in een tram, en wie wil dat nu niet, dan kun je terecht in de Hofftramm van Pierre Wind en Bobby van Galen: een rijdend tramrestaurant in Den Haag. Wel reserveren, net als voor een etentje bij hun Trammhuys, want het is volle bak bij Wind. Liever een hapje nuttigen tijdens een theatershow? Koop dan een kaartje voor Hitspot met Worst, de theatershow van Wind & Westbroek.
‘Totale chaos, dat vooral. We hebben een band met topmuzikanten, de Nederpop All Stars, die speelt twaalf nummers, allemaal liedjes over eten die iedereen kent en kan meezingen. Achter hen zie je beelden op een grote videowall, klassiek gemonteerd, maar ook met wat AI erin. En daarvoor heb je Henk en mij, zingend, pratend en kokend. Bij elk liedje maak ik een bijpassend gerechtje, bijvoorbeeld iets met tomaat tijdens The Ketchup Song. Dat bedenk ik vlak van tevoren pas. We hebben wel een script, maar op de dag zelf kan ik alles nog omgooien. Ik kan niet tegen herhaling. Dan word ik onrustig.’
‘Mijn motto is dat je alleen dingen moet doen die je leuk vindt. Zodra iets routine wordt, ben ik weg. Dat is geen divagedrag, maar omdat ik mijn energie anders niet kwijt kan. Ik werk me al heel lang de pleuris, maar dat doe ik omdat ik dat zelf wil. Je wordt van de theaterbusiness ook niet rijk, hè. Dat doe je omdat je er plezier in hebt. Henk en ik kennen elkaar al zo’n dertig jaar. We zijn vrienden, maar soms zien we elkaar maanden niet. En dan ineens weer wel, even samen eten.
Op een zondagmiddag hadden we het over onze wensen, geen dromen, maar dingen die we graag nog zouden willen doen. Ik zei: “Ik wil eigenlijk al twintig jaar een theatershow maken.” Dat is nieuw voor mij. Ik heb veel op tv gedaan en geef regelmatig lezingen in theaters, maar heb nog nooit een eigen voorstelling gehad. Henk zei: “Leuk idee Wind, gaan we doen.” Ik ben iemand die denkt: we kijken wel, maar hij belde meteen iemand en zette het in gang.’
‘Totaal niet. Het is een eetshow, dus ik wil sowieso niet dat het over politiek gaat. In de voorstelling draait het om muziek, eten, dansen. Dat kan met Henk als de beste. Ik heb zoveel lol met die man! Hij is natuurlijk een jeugdheld van me, ik ben opgegroeid met zijn muziek. Het is geen adoratie, maar ik heb megawaardering voor wat hij allemaal heeft gedaan. Dat speelt mee in de vraag of je iemand mag of niet, maar in het echt is hij ook nog precies zoals ik altijd al dacht.
Het mooie van Henk is dat hij niets voor de bühne doet. Hij zegt precies wat hij denkt en zal nooit liegen. Daarom heeft hij ook zo’n grote fanschare. Ik voel me vereerd dat ik samen met hem op het podium mag staan, allebei met hetzelfde doel: mensen blij naar huis laten gaan. Daar ga ik heel ver in.’
‘Tijdens een van onze laatste voorstellingen kreeg ik een vrouw op mijn netvlies die er niet lekker in zat. Na de pauze kwam ze ook wat later terug. Ik ben daar dan op gefixeerd, omdat ik denk: wat is er met die mevrouw, waarom heeft ze het niet naar haar zin? Dus ik naar haar toe, terwijl we al bezig waren met de voorstelling: “Hé, ben je nog blij?” Ze antwoordde van ja ja, nee nee, het ligt niet aan jullie. Op zo’n moment gaat er een belletje in mijn hoofd rinkelen, want ik wil dat die vrouw blij naar huis gaat. Tijdens elke voorstelling heb ik wat spulletjes bij me om extra chaos te creëren, waaronder mijn boek, dat uitverkocht is.
Ik pak dat boek en geef het tijdens de show aan haar, in de hoop dat ze daar dan misschien toch een beetje blij van wordt. Niet omdat het aan mij lag, maar omdat ik wil dat iemand met een goed gevoel naar huis gaat. Je hebt geld betaald voor een kaartje, dan wil ik minimaal dat het aan je verwachtingen voldoet. Als dat niet zo is, dan baal ik daarvan. Datzelfde geldt voor mensen die mijn restaurant bezoeken. Ik doe er alles aan om mensen een topavond te bezorgen.’
‘Kijk, als er iets misgaat in de keuken, zoals een meelworm die in een salade belandt, dan ga ik door de grond. Daar ben ik echt weken ziek van. Maar er is in mijn restaurant ook weleens een gast die zegt: “Dit gerechtje is niet echt mijn ding.” Of: “Ik vind dit niet lekker.” Da’s jammer, en dan maak ik graag iets anders voor je, maar daar kan ik me vrij makkelijk overheen zetten.
Ik zeg niet op alles ja en amen. Dat hoeft ook niet. Ik ben geen pleaser. Privé ben ik zelfs eerder een zonderling, een soort kluizenaar. Alleen mensen die me echt nodig hebben, omdat ze een probleem hebben, kunnen me bellen. Maar los van mijn zakelijke leven heb ik verder geen contact met mensen. Naar een verjaardag van een kennis toegaan? Never, nooit.’
‘Los van mijn zakelijke leven heb ik verder geen contact met mensen. Naar een verjaardag van een kennis toegaan? Never, nooit’
‘Jawel, maar dat zijn er niet veel. Henk Westbroek, Anton Corbijn, Ronald Giphart. En niet te vergeten Bart Chabot. Als hij belt dat hij het moeilijk heeft, dan ga ik hem halen. Ik ben wel een trouw iemand, maar het is niet dat ik deze mensen elke maand spreek. Ik zeg al heel lang dat Chabot en ik een keer wat met elkaar moeten gaan drinken, maar dat stel ik steeds uit. Terwijl ik het wel heel belangrijk vind om hem in mijn leven te hebben. Ik heb zoveel aan hem te danken. Maar toch komt het er niet van. Het klinkt gek, maar ik ben acht dagen in de week aan het werk. Mijn leven is creëren. Daar steek ik al mijn tijd in.’
‘Zij weet niet beter. En dat is misschien ook waarom het al zo lang goed gaat. Mijn vrouw en ik zijn 36 jaar samen, op een paar dagen na. Dat is echt lang. Natuurlijk hoor je achteraf weleens dat het met de opvoeding van de kinderen lastig was dat ik er nooit was. Dat snap ik ook. Maar we hebben altijd de duidelijke afspraak gehad dat ik mijn gezin nooit zou betrekken in mijn werkdingen en zij mij ook niet bij hun dagelijkse beslommeringen.
Ze wisten dat mijn werk voor ging, maar als ik niet in mijn studiootje zat, dan was ik bij hen. Ik heb geprobeerd om binnen mijn eigen mogelijkheden de beste papa te zijn. Volgens mij is dat best aardig gelukt. Ik vroeg vroeger vaak aan de kinderen: “Zit ik vandaag op een 9 of een 10?” Als ik een 7 kreeg, was ik niet blij. Met een 8 ook niet. Meestal was het gelukkig een 9 of een 10.’
‘Ik wil een standbeeld. Niet omdat ik zo ijdel ben, maar omdat ik niet vergeten wil worden. Bram Vermeulen zei ooit: “Je bent pas dood als je vergeten bent.” Dat is een mantra in mijn hoofd geworden. Ik wil de beste zijn, steeds met iets nieuws komen. Tot de top behoren, zodat mensen het ook nog over me hebben als ik dood ben. Dan is het niet voor niets geweest, weet je wel. Het is pijnlijk om te zeggen, maar ik ben al mijn hele leven op zoek naar aandacht en waardering. Een standbeeld is in mijn ogen de hoogst haalbare vorm van waardering, maar het mag ook een straatnaam zijn.’
Een standbeeld is in mijn ogen de hoogst haalbare vorm van waardering, maar het mag ook een straatnaam zijn’
‘Nee. Daarom verklaren mensen me ook vaak voor gek. Toen ik rond 1996 doorbrak met De Eetfabriek, kwam er ineens behoorlijk wat geld binnen. Dan kun je twee dingen doen: sparen of uitgeven. Ik ben van jongs af aan een enorme computerfreak en was toen al bezig met Photoshop, video, allemaal dingen die destijds nog in de kinderschoenen stonden, dus ik kocht van m’n geld allemaal software, camera’s en dat soort zaken.
Iedereen zei: “Dat is de slechtste investering ooit, want over een paar jaar is dat allemaal verouderd.” Klopt, maar daardoor kan ik nu wel programmeren, websites bouwen, monteren, editen. Ik hoef niemand te bellen om iets uit te voeren als ik wat in mijn hoofd heb. Alles kan ik zelf. Ik heb een eigen kantoortje, een soort jongenskamer met heel veel computerschermen en kabels. Daar zit ik aan van alles en nog wat te rommelen, vaak tot diep in de nacht.’
‘Ik heb al heel lang een script liggen voor een speelfilm. Een chaotische, spannende thriller, waarin eten ook een rol speelt. Die wil ik ooit in de bioscoop krijgen. Of Netflix, dat mag tegenwoordig ook. Ik ben ook bezig met animatie, met Sjaak Smaak, een figuurtje uit de smaaklessen die ik voor de basisschool heb gemaakt.
Maar ik heb de laatste maanden vooral veel tijd gestoken in het opzetten van mijn eigen YouTube-kanaal. Ik wil kijken of ik als oudere persoon een jongere doelgroep aan me kan binden met filmpjes over de gekte van koken. Daar geef ik mezelf een jaar voor en als het niet lukt, dan baal ik als een stekker. Maar dan heb ik het in ieder geval geprobeerd.’
‘Ik zie mezelf als een citruspers. Als ik een idee heb, dan wil ik alles eruit persen. Testen, proberen, snappen hoe het werkt. Neem de KookStop-methode die ik heb ontwikkeld: een duurzame, lekkere en betaalbare manier om eten te bereiden. Met dat idee ben ik jarenlang bezig geweest. Restwarmte meten, kijken wat er gebeurt als je pannen stapelt, als je de deksel omdraait en ineens een bakpan hebt. Of als je een pan van het vuur haalt en op een ijzertje zet, wat kun je dan nog met die warmte?
De uitkomsten waren echt revolutionair, maar vlak voordat het boek uitkwam, brak corona uit. Dan kun je denken: we stellen het uit, dat is beter voor de verkoop, maar daar ben ik dan toch weer te koppig voor. Ik doe het niet voor het grote geld, ik wil een statement maken. Dus hup, toch dat uitbrengen. In eerste instantie liep dat natuurlijk helemaal niet, maar dat maakt me niet uit. Liever iets te vroeg dan te laat. Ik wil de innovator zijn, vooraan staan in de rij met informatie.’
‘In mijn eerste restaurant De Nas serveerde ik gerechten als dropsoep, chocoladepasta en zuurkoolijs. Niet om te provoceren, maar omdat ik benieuwd was: wat gebeurt er als je dit doet? Ik was bezig met smaak, met nieuwe combinaties, met grenzen verleggen. Door collega’s uit de culinaire wereld werd ik afgebrand. Dat doet iets met je, maar ik wist ook dat het erbij hoorde. Je stuit altijd op weerstand als je iets nieuws doet. Als iedereen het meteen begrijpt, heb je waarschijnlijk niks nieuws gedaan.
Je moet in jezelf geloven. Dat heb ik altijd gedaan. Voor andere mensen lijkt mijn manier van leven misschien vermoeiend, maar dat is de keuze die ik bewust maak. Ik ga lekker op drukte, op stress, op uitdagingen. Dat is mijn benzine. Die benzine gebruik ik om te creëren, omdat ik dat standbeeld wil. Als ik alleen maar langs de snelweg sta met een volle tank, dan gebeurt er niets.’
‘Dat steekt, daar ben ik eerlijk over. Dat moedermelkijs maakte ik in het kader van de reportages die ik in die tijd elke week voor Nieuwe Revu schreef. Ik had een stuk of vijf moeders gevraagd of ze extra melk voor me konden aftappen en daar heb ik professioneel ijs van gemaakt. Dat was echt lekker, maar mensen vonden het een smerig idee, ijs van moedermelk. Ik vond dat gek, van een koe willen we het wel, maar daarom heb ik het nooit op de kaart gezet.
Wat gebeurt er een jaar of zeven later? Een Engelsman staat in alle kranten omdat hij ijs van moedermelk maakt, zonder enige referentie naar mij of dat ik dat al eerder had gedaan voor Nieuwe Revu. Dan denk ik, op z’n Haags, krijg de tering. Daar ben ik heel zwart-wit in, zoiets doe je niet. In mijn opvattingen ben ik sowieso heel principieel. Als ik iets niet wil doen, dan doe ik het niet. Tv vind ik fantastisch, maar ik doe niet mee aan een programma om met mijn kop op tv te komen. Het moet wel functioneel zijn.’
‘Naar muziek luisteren. Ik heb geen Spotify of dat soort abonnementen, bij mij is het gewoon nog ouderwets muziek kopen. Dat is ook weer zo’n stomme principekwestie. Mensen werken ervoor, dus daar moet je voor betalen. Ik heb nog nooit illegaal een nummer gedownload, maar altijd nieuwe cd’s gekocht. De meeste mensen luisteren zo’n cd dan eerst even in de winkel, maar ik vond juist die spanning fijn.
Niet weten wat je hebt gekocht, snel naar huis gaan, de cd opzetten en dan luisteren en oordelen: is dit een pareltje of een onderzetter? Dat heeft geresulteerd in een verzameling van meer dan twaalfhonderd cd’s. In plaats van muren heb ik stellages met cd’s. Alles staat door elkaar, dus ik kan nooit iets vinden. Dat is ook wel weer leuk, want het maakt niet uit welke cd ik pak, ik krijg elke keer weer dat gevoel van verrassing dat ik ook had na de aankoop.’
‘Poeh, dat ga ik zelf niet meer meemaken. Als het standbeeld pas na mijn dood komt, dan ben ik teleurgesteld. Staat het er volgend jaar al, dan ga ik er elke dag zitten om te kijken hoe mensen reageren, haha. Ik heb nog die wensen hè, waar ik het eerder al over had. Die film realiseren, kijken of het lukt met YouTube. Ik zou ook heel graag nog een tv-programma maken waarin we mensen dichterbij elkaar brengen.
We zijn het poldermodel kwijt, de hele wereld staat lijnrecht tegenover elkaar. Iedereen denkt dat hij alles weet, zonder enige zelfevaluatie. Ik word gek van al die zogenaamde duiders, die maar wat roepen. Hoe mooi zou het zijn als je een programma hebt waarin mensen daadwerkelijk naar elkaar luisteren, zodat er een echt gesprek ontstaat, zodat je daarna wat meer begrip voor elkaar hebt en de ander wat minder een lul vindt?’
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct