Dick Schoof deed voor het laatst het licht uit in het Torentje, liet wellicht een envelop met een briefje voor zijn opvolger achter op het bureau en vertrekt in relatieve stilte terug in de coulissen van de macht, waar hij in mei 2024 door Mark Rutte plotseling vandaan getrokken werd om premier van het Koninkrijk der Nederlanden te worden. Er was nauwelijks een ondankbaarder moment denkbaar, maar toch deed hij het. De geoefende marathonloper mocht amper een halve afstand afleggen.
Moeten we beroepsambtenaar Schoof dankbaar zijn dat hij de verantwoordelijkheid op zich nam een coalitie te leiden waarin de grootste partij – de PVV – geen premier mocht leveren? Laten we eens van het goede uitgaan en ja zeggen.
Weinigen zouden een leuke nieuwe uitdaging zien in het bijeenleggen en -houden van een puzzel van vier partijen die in niets op elkaar lijken. De stijve, zedige bestuurlijke moraal van NSC tegenover het boerse borrelgarnituur BBB. De harde populistische kern van eenmansonderneming PVV tegenover de geharnaste, geoliede en geslepen machtsmachine VVD. Het was gedoemd te mislukken, omdat het sowieso niet mocht slagen.
In dat feit verschuilt zich het minder goede: het machtsspel. Schoof werd door Rutte aangedragen, die een beroep op zijn ambtelijke vriend en vertrouweling deed om deze zware kar door diepe moddersporen te trekken, zo ver als het kon, maar vooral niet té ver. Dat is precies wat Dick deed: hij toonde zich een loyale dienaar van niet de Nederlandse kiezer, maar de bestuurlijke belangen in Den Haag en Brussel.
Schoof waakte uiteindelijk over stilstand en heerste over onmacht. Den Haag is in zichzelf vastgelopen en trekt al jarenlang heel Nederland mee omlaag. Dat Wilders uiteindelijk het boeltje opblies, was precies waar de werkelijke macht (de partijbaronnen, ambtelijke toppen, het lobbycircuit dat om hen heen cirkelt en de betweterige partijdinosaurussen die van WNL en BNNVara hun tv-kantines hebben gemaakt) op hoopte, op aankoerste en op wachtte. Macht is geduldig.
De kiezer niet: die is al jaren vervuld van een groeiend ongeduld dat naar een kantelpunt beweegt. Voorbij dat kantelpunt wacht geen verandering ten goede, maar dreigt verder verval richting verloedering. Van de democratie, en het laatste restje vertrouwen in de politiek. De kiezer die zelf afhaakt, wordt namelijk uitgesloten van deelname.
Ze worden niet teruggewonnen, ze worden afgeschreven. De flanken rapen hen wel op, maar die flanken zitten niet aan tafel, bezetten geen hoge posten in bestuurstorens en hebben geen vaste stoelen in de tv-kantine.
De zittende macht erodeert echter ook. De nieuwe coalitie kan niet eens een meerderheid op het bordes krijgen. En waar Schoof vanuit de coulissen naar kalmte zocht, is opvolger Jetten juist een activist met geldingsdrang. Zijn kabinet gaat ook geen marathon lopen. Hooguit een sprintje.