Wanneer een politiek ambtsdrager aftreedt, treedt de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (APPA) in werking. Deze wet regelt het recht op wachtgeld, een uitkering voor voormalige ministers, staatssecretarissen en Kamerleden. De regeling maakt daarbij onderscheid tussen bewindspersonen en leden van de Tweede Kamer, meldt Parlement.com.
Voor ministers en staatssecretarissen bedraagt de uitkering 80 procent van de laatstgenoten bezoldiging in het eerste jaar. Vanaf het tweede jaar wordt dit 70 procent. De duur van de uitkering is gelijk aan de periode die de persoon in functie was, met een wettelijk vastgelegd minimum van twee jaar en een maximum van drie jaar en twee maanden. Dit minimum geldt mits de ambtsdrager minimaal drie maanden in functie is geweest.
Voor leden van de Tweede Kamer, inclusief de voorzitter, is een vergelijkbare structuur van toepassing. De uitkering bedraagt eveneens 80 procent van het loon gedurende het eerste jaar, en 70 procent in de daaropvolgende jaren. Ook hier is de uitkeringsduur gekoppeld aan de zittingsperiode, met dezelfde minimale en maximale termijnen als voor bewindspersonen.
Verplichtingen en uitzonderingen
Aan de wachtgeldregeling zijn verplichtingen verbonden. Zo geldt er een sollicitatieplicht tot 65 jaar en worden inkomsten uit een nieuwe functie in mindering gebracht op de uitkering. De uitkering vervalt wanneer de ex-politicus de pensioengerechtigde leeftijd bereikt of voldoende verdient in een nieuwe functie. Oud-ministers en staatssecretarissen kunnen tevens aanspraak maken op een outplacementvoorziening.
Aanpassing voor korte ambtsperioden
Een belangrijke uitzondering is wettelijk vastgelegd voor korte dienstverbanden. Naar aanleiding van de politieke situatie rondom voormalig staatssecretaris Philomena Bijlhout, is de wet aangepast. Bewindspersonen of Kamerleden die minder dan drie maanden in functie zijn geweest, ontvangen een wachtgelduitkering voor een beperkte periode van zes maanden.
D66-kamerlid Nathalie van Berkel heeft momenteel recht op twee jaar aan wachtgeld, nadat ze vijf dagen na de minimumperiode van drie maanden aftrad als Kamerlid. Het is nog niet bekend of zij het wachtgeld zal aannemen.