Ondanks het sluiten van de gaskraan in 2024 zal de Groningse bodem nog jaren in beweging blijven. Aardbevingscoaches hebben hun handen vol aan de mentale problemen die dit opwekt onder de noordelingen. Nieuwe Revu ging een middag mee op pad. ‘Wanneer houdt het godverdomme nou eens op?’
Aan de rand van Uithuizen, een dorp in het noordoosten van Groningen, staat een rij zwartgrijze containerwoningen op een braakliggend terrein. Het waait hard, de wind fluit langs de dunne wanden. Uit een van de containers steekt een bewoner haar hoofd naar buiten. ‘Kom binnen, kijk,’ gebaart ze. Ze stelt zich voor als Marianne. ‘Hier wonen wij dus. Nu al anderhalf jaar.’
Eenmaal binnen in Mariannes geïmproviseerde woning – ingericht met een mix van haar eigen spullen en meubels van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) – zet ze het elektrische kacheltje iets hoger. ‘Het is een huis, maar het is niet je thuis,’ verzucht ze. ‘Het is vreselijk gehorig. Je hebt onderdak, maar dat is het dan ook. Ik zeg altijd: ik woon in een container. Ja, want dat is het gewoon. Er is één woonkamertje met open keuken, een kleine badkamer en drie slaapunits. In een van die dingen past net een eenpersoonsbed in en that’s it. Die ruimte hebben we maar volgestouwd met wat spullen die we uit ons huis meenamen.’
Overdag is het hier doodstil. Contact met de buren – of beter: lotgenoten – is er amper. ‘De mensen komen wel van uit de buurt, maar je gaat hier ook niet zomaar bij elkaar op de koffie. Mijn schoonzus woont toevallig hierachter. Die moest ook uit haar huis. Zij is de enige bekende. Maar mijn échte buren mis ik. Thuis had ik mijn overbuurtjes: we hielpen elkaar, dronken vaak even een kopje koffie. Dat valt hier helemaal weg’
Zoveelste aardbeving
Marianne is – samen met haar man en 15-jarige dochter – een van de tienduizenden Groningers die niet meer veilig kunnen wonen op hun eigen adres. In haar geval: de Vliegveldweg, op amper tien minuten lopen hiervandaan. ‘In de zomer van 2024 moesten we eruit, na de zoveelste aardbeving,’ vertelt ze in de woonkamer. ‘Ze zijn de boel momenteel aan het verstevigen. Vier maanden zou dat duren. Daarna zouden we weer terug mogen komen. Nou, we zijn al achttien maanden verder! En het einde is nog steeds niet in zicht.’
'Vier maanden zou het verstevigen duren. Daarna zouden we weer terug mogen komen. Nou, we zijn al achttien maanden verder!’
Eens in de zoveel tijd wordt de stilte op het wisselwoningterrein van Uithuizen doorbroken door een luide knal, gevolgd door hevig gekletter. ‘Alsof er een keiharde klap onweer boven je hoofd losbarst,’ zegt Marianne. ‘En dan begint de boel weer te schudden. Ik kan je vertellen: dat went nooit. Ook niet na al die jaren. Je hele lijf trekt strak van de spanning, iedere keer weer. Je schiet rechtop in bed, midden in de nacht. Dan hoor je weer de kopjes tegen elkaar kletteren in de kast en de ramen rammelen in de kozijnen.’ Ze zucht diep. ‘Je hoopt maar dat deze wisselwoning dan stevig genoeg is. Je moet wel. Wat kan je anders?’
Al sinds de jaren tachtig wordt deze uithoek van Nederland geplaagd door aardbevingen, van mild tot hevig, als gevolg van de massale gaswinning in deze contreien. De zwaarste beving tot dusver, met een kracht van 3.6 op de Schaal van Richter, dateert van 2012. Die deed vooral het dorp Huizinge, hemelsbreed hier amper zeven kilometer vandaan, op zijn grondvesten schudden. Pas daarna erkende de overheid de ernst van de situatie.
Pas veel later, na jarenlang gesteggel, concludeerde een parlementaire enquête in 2023 dat de veiligheid van Groningers decennialang ondergeschikt was geweest aan financiële belangen van de gaswinning. De provincie en haar inwoners zijn zwaar tekortgedaan, zo luidde het oordeel: Nederland heeft een ‘ereschuld’ aan Groningen. Er kwamen excuses van premier Rutte en een toezegging van 22 miljard euro voor compensatie en herstel. Klinkende cijfers, al moest dat geld wel worden uitgesmeerd over tientallen jaren. Tot grote ergernis van de Groningers. Want: in het huidige tempo gaat het nog tientallen jaren duren voordat alle huizen zijn aangepakt.
De gaskraan van het Groningenveld, de grootste gasbron van de provincie én een van de grootste ter wereld, werd in april 2024 definitief dichtgedraaid. Maar daarmee zijn de problemen voor de noorderlingen niet opgelost. De Groningse bodem beeft vrolijk verder. In 2024 beefde de aarde hier nog 36 keer, en in 2025 opnieuw 35 keer. Dat komt, kort gezegd, door drukverschillen in de diepe ondergrond, veroorzaakt door die jarenlange gaswinning. Bovendien gaat de gaswinning in kleinere velden gewoon door. In dorpen als Warffum en Saaksum weten ze daar alles van. Dit zal zo nog tientallen jaren doorsudderen, zeggen seismologen in koor.
En jawel: drie maanden geleden nog schrokken de vijfhonderd inwoners van Zeerijp, tien kilometer verderop, zich ’s nachts alwéér rot. ‘De zwaarste beving in jaren, met een kracht van 3.4. De mensen hier konden ’m goed voelen,’ aldus Myléne Piek (33) en Coralie Schanssema (39). ‘De impact van zo’n beving op de bewoners is echt gigantisch. Niet alleen qua schade aan hun woning, maar misschien nog wel meer mentaal. Aardbevingen maken veel meer kapot dan gebouwen.’
Het duo weet waar het over praat. Piek en Schanssema zijn aardbevingscoach, een functie die je nergens anders dan in deze hoek van Nederland zal aantreffen. En zeker geen overbodige. ‘De vele aardbevingen hebben de noordelingen ook mentaal gesloopt,’ zegt Piek op het gemeentekantoor van Uithuizen. ‘Angst voor een huis dat instort, heimwee door verhuizingen, de administratieve rompslomp die al hun tijd en energie opvreet, noem maar op. Het levert de mensen allemaal enorm veel stress op. Vaak is het hen gewoon te veel.
Mensen zien het niet meer zitten. Ze raken in paniek of verliezen het overzicht. Bijvoorbeeld als ze naar een wisselwoning moeten verhuizen. Ineens moeten ze hun hele hebben en houwen inpakken. Dan denken ze: waar moet ik beginnen? Waar moet ik rekening mee houden? Hoe krijg ik al mijn spullen weggewerkt? Mensen raken daar echt van in de war. Of ze worden boos, verdrietig of, vaak, beide. En sommigen weten niet hoe ze met die emoties om moeten gaan.’
Schanssema: ‘We zien vaak mensen die de spullen die zij denken nodig te hebben meenemen naar hun wisselwoning, maar na verloop van tijd, omdat ze langer in die wisselwoning zitten dan verwacht, toch hun spullen missen. Daar kunnen zij dan niet meer bij, omdat zij geen toegang hebben tot hun huis totdat die versterkt is. Dat is wrang.’
Luisterend oor
Als aardbevingscoaches bieden Piek en Schanssema drie dingen: een luisterend oor, praktische ondersteuning en ‘sociaal emotionele’ ondersteuning. Schanssema: ‘We gaan gewoon bij mensen langs, luisteren zonder oordeel naar hun verhaal.’
Doorgaans melden mensen zichzelf aan via de NCG of het Instituut Mijnbouwschade Groningen, maar ze komen ook binnen via de huisarts, gemeente, woningbouw of een sociaal team. Piek: ‘In het eerste contact vragen we: “We hebben van uw situatie gehoord, hoe gaat het met u?” Vaak lucht het voor deze mensen al op om te zeggen wat hen allemaal dwarszit. Daarna spreken we af om langs te komen.
'Het vertrouwen is gewoon weg. Er is hier veel kapotgemaakt, dat herstel kost decennia. En mensen zijn dat geduld kwijt’
Zo’n eerste bezoek kan spannend zijn voor mensen. Je doet je verhaal immers bij iemand die je nog niet kent. Mensen hebben veel behoefte om te praten én te laten zien wat er gebeurt met hun huis. Die schade kunnen wij niet voor hen repareren, maar ze kunnen wel hun ei bij ons kwijt. Dat iemand alleen al begrijpt hoe rot hun situatie is, dat is ontzettend belangrijk en geeft steun.’
Schanssema: ‘Maar we bieden ook praktische hulp. Sommige oude en laaggeletterde mensen raken al snel de kluts kwijt in de bureaucratische wirwar van vergoedingen, schade-, sloop- en nieuwbouwprocessen. Laatst hielp ik een oudere meneer met een immateriële schade-aanvraag. Hij was enorm dankbaar.’
Wat de coaches vaak ook niet lukt: de frustratie jegens ‘Den Haag’ wegnemen. ‘Er zit hier heel veel emotie richting de overheid,’ zegt Schanssema. ‘Het vertrouwen is gewoon weg. Er is hier veel kapotgemaakt, dat herstel kost decennia. En mensen zijn dat geduld kwijt. Het dichtdraaien van de gaskraan heeft daar eigenlijk niets aan bijgedragen.’
Piek: ‘Dat dichtdraaien wordt door gedupeerden meer als een symbolische actie gezien. De bevingen stoppen er niet door, er wordt nog steeds gas gewonnen in zestien kleine Groningse velden en de versterkingen zijn ook niet ineens klaar. Zoals Marianne wachten er nog talloze mensen om weer terug te keren naar hun huis. En hoeveel mensen gaan daar nog bij komen, de komende jaren, door nieuwe bevingen?’
Al met al kun je stellen dat zich in Groningen een stille ramp afspeelt. Schanssema: ‘En veel Groningers voelen zich daarin aan hun lot overgelaten. Ze zijn het eindeloze wachten en de onzekerheid meer dan zat.’
De drie actieve coaches in Het Hogeland hebben hun handen vol, zoveel is duidelijk. ‘Er zijn eigenlijk te weinig van ons,’ stelt Piek. ‘De gemeente heeft het aantal aardbevingscoaches inmiddels verdubbeld, dus dat is positief, maar het aantal hulpvragen blijft fors. Terwijl de nood echt hoog is. We zien mensen letterlijk ziek worden van stress. Slapeloze nachten, depressies, fysieke klachten. Allemaal door die ellendige bevingen en de rompslomp eromheen. Voor de buitenwereld lijkt het misschien voorbij nu het gas dicht is, maar voor de mensen hier is het nog lang niet voorbij.’
Op de vraag of Piek haar functie nog wel ‘leuk’, vindt, blijft ze even stil. ‘Ik noem het liever een ‘mooie’ functie. Je hoort veel ellende aan. Dat doet natuurlijk ook wat met mij. Maar als je dan ziet hoe je iemand een moment van verlichting hebt gegeven, of een stukje verder heb geholpen, hoe klein ook... Dát geeft echt voldoening.’
Als aardbevingscoach ben je niet zomaar maatschappelijk werker, weet Piek inmiddels. ‘Dat deed ik voorheen. Daarin was ik het gewend kort op hulpvragen te zitten. Een paar gesprekken en dan kan de cliënt weer verder. Met de aardbevingsproblematiek is dat anders. Deze dossiers duren ontzettend lang. Je kunt heel lang bij mensen betrokken blijven, soms jaren, omdat het probleem niet weg is. Daardoor loopt je echt lang met mensen mee en bouw je een band met ze op. Dat is wel bijzonder.’
Ver-van-m’n-bedshow
Zo ook met Marianne. Al tientallen keren kwam Piek bij de geboren Groningse over de vloer. ‘Myléne is de enige die mij echt begrijpt,’ vertelt Marianne. ‘Als je niet in dit proces zit, begrijp je het gewoon niet. Iemand die níét in een wisselwoning zit, die snapt er gewoon niks van. Die denkt: ach, ver-van-m’n-bedshow. En deze hoor ik ook vaak: maak je niet zo druk. Je hebt toch een dak boven je hoofd? Je krijgt een prachtig huis terug.’ Ze zucht diep. ‘Maar je krijgt er ook anderhalf jaar rompslomp bij en dat is psychisch heel, héél zwaar.’
Mariannes huisarts diagnosticeerde onlangs depressieve klachten door chronische stress. ‘Mijn schouders en nek zitten voortdurend vast. Ik slaap slecht, ik spendeer soms dagen achtereen op de bank en ik hou er een fulltime baan op na om met aannemers, ambtenaren en juristen te bellen. En dan heb ik nog het geluk dat ik een goede bewonersbegeleider kreeg, die er ook echt bovenop zit. Dat helpt. Maar dat geldt helaas niet voor iedereen.’
De aardbevingscoach is voor Marianne een reddingslijn. ‘Sinds ik met Myléne praat, heb ik het gevoel dat ik mij niet aanstel. Zij snapt waarom ik gek word als ik weer drie formulieren moet invullen, of als er weer een brief komt met: ‘uw zaak is in behandeling bij Juridische Zaken’. Dan zegt ze: “Het ís ook om gek van te worden.” Haar begrip helpt mij er doorheen. En ze staat mij bij met allerlei regelwerk. Mijn hoofd is vaak zó vol, dan zie ik door de bomen het bos niet meer. Zegt zij weer welke regelingen we kunnen aanvragen. Wist ik veel dat we nog recht hadden op een verhuiskostenvergoeding? Zij wijst me daarop. Alleen kom je er niet meer uit hoor, in dat doolhof.’
Voor Marianne begon de ellende eigenlijk al in 2012, tijdens die zware aardbeving van Huizinge. Marianne: ‘Wij waren op vakantie en toen we thuiskwamen, lagen de boeken van de plank boven het bed van onze zoon op zijn matras. Vanaf dat moment voelde ons huis niet meer veilig. Alles wat boven de bedden hing, is weggehaald. Je weet nooit wat er naar beneden komt bij de volgende beving. Die kwamen daarna regelmatig. Soms wekelijks. Soms zijn het alleen kletterende kopjes en zo, maar één keer voelde ik echt de grond onder mijn voeten golven. Dat was écht bizar, en ook heel eng. Mijn dochter werd er ook wakker van.’
De schade meldde ze meerdere keren, maar scheuren die werden hersteld, waren na de volgende beving weer op exact dezelfde plekken terug te zien. ‘Twee keer heb ik een acute onveilige situatie gemeld,’ zegt ze. ‘Beide keren afgekeurd. Achteraf bleek een wand toch gevaarlijk en moest die eruit. Dat doet iets met je vertrouwen. Pas jaren later kwam de nodige versteviging. Op 4 juni 2024 moesten we ons huis uit. Vier maanden, werd er gezegd. Eerst zou het voor kerst klaar zijn, toen maart, toen de bouwvak, toen weer kerst.’
Wie die valse beloftes steeds doet? Marianne heft haar armen in wanhoop: ‘De aannemer. Die man heeft vanaf het begin al zoveel fout gedaan. Voor al die beschadigde huizen in onze straat hebben ze één standaard woning als uitgangspunt genomen voor het versterkingsplan. Maar iedereen had natuurlijk wel wat aan zijn woning gedaan. Bij de een zat de keuken in de bijkeuken, de ander had de vloer verhoogd, weer een ander een uitbouw. Ja, toen klopte er natuurlijk niks meer van dat plan.’
Dat bleek pas het begin. ‘Er zijn zoveel fouten gemaakt. Onze keuken werd getaxeerd op 8000 euro, terwijl hij 20.000 euro had gekost. Het heeft mij vervolgens driekwart jaar gekost om dat gecorrigeerd te krijgen. En laatst hebben ze onze deur verkeerd opgemeten en kregen we nieuwe kozijnen van 1,90 meter. Heb je mijn man gezien? Die is 2 meter lang. Die moet nu bukken om zijn eigen huis binnen te komen. Dus dat moet ook weer opnieuw. Wéér een paar weken erbij. Zo blijf je bezig. Je móét overal bovenop zitten en alles controleren. Continu. En zo gaat het al anderhalf jaar.
Mijn geduld is gewoon op. Net als mijn vertrouwen. Ik weet niet hoelang we hier moeten zitten en dat vreet aan mij. Aan ons. Mijn tienerdochter heeft autisme. Voor haar is dit allemaal ook heel moeilijk. Zij praat er amper over. Ook niet met Myléne. Voor haar is niet eens psychische hulp beschikbaar. Dat vind ik echt bizar. Voor de impact van de aardbevingen op jongeren is sowieso te weinig aandacht. Voor hun psychische problemen, studievertraging, problemen die het met DUO oplevert, noem maar op.’
Even gluren bij haar oude huisje zit er ook al niet in. ‘Je hebt geen sleutel van je eigen huis,’ zegt Marianne. ‘Je mag er niet in. We moesten ’m inleveren, er zijn nieuwe sloten op gezet.’ Haar huis is officieel een bouwplaats en verboden terrein voor haar. In het begin stonden er bouwhekken en camera’s omheen, vertelt ze. ‘Die zijn inmiddels weggehaald, want de aannemer dacht zeker: we zijn wel klaar. Niet dat ze klaar zijn, hoor. Ze komen gewoon niet meer opdagen.’
Inmiddels overweegt Marianne om zélf maar mensen in te huren om het huis af te bouwen. ‘Dan moet NCG maar betalen wat er nog moet. Maar ja, daarvoor moeten we eerst weer langs Juridische Zaken, en dat is alwéér zo’n langdurig traject.’ Ze schudt mismoedig haar hoofd. ‘Op slechte dagen denk ik weleens: ik geef het op. Dan zeg ik tegen mijn man: “Verkoop die tent maar; ik hoef het niet meer.” Maar dat is helemaal geen optie. Verkopen? Aan wie? Je krijgt er niks voor met al die schade. Je zit gewoon klem.’
Geboren en getogen
Ze wil ook helemaal niet weg, ondanks de kennis dat aardbevingen de komende decennia haar dorp zullen blijven teisteren. ‘Ik ben hier geboren en getogen. Dit is mijn thuis, mijn kinderen zijn hier geboren, mijn herinneringen liggen hier. Waarom zou ik weggaan, terwijl anderen dit veroorzaakt hebben?’
Later op de dag wandelen we met Piek en Schanssema door een van de zwaar getroffen wijken van Uithuizen. De wijk oogt als een lappendeken: oude huizen met scheuren naast kale fundamenten waar niets meer staat, afgewisseld door kakelverse nieuwbouw. In de ene straat gloednieuwe prefabwoningen, nog met stickers op de ramen, in de andere oude, onbewoonbare woningen. Daar tussenin lege percelen, met eromheen alleen onkruid en wat kapot asfalt. Her en der zijn bouwvakkers druk in de weer.
‘Dit is mijn thuis, mijn kinderen zijn hier geboren, mijn herinneringen liggen hier. Waarom zou ik weggaan, terwijl anderen dit veroorzaakt hebben?’
‘Dit is de straat van Marianne,’ wijst Piek. Iets verderop staart een oude man met een wandelstok uit over een bouwput. ‘Ik woon hierachter,’ antwoordt hij desgevraagd. ‘Nooit anders geweest. Ja, we moesten eruit, naar zo’n wisselwoning, in zo’n zwarte doos, maar dat hebben we geweigerd. Dat zouden we niet trekken, al dat gedoe, met onze broze gezondheid. De aannemer was het daar gelukkig mee eens. En hij zegt dat het veilig genoeg is om in ons eigen huis te blijven.’ Het uitspreken van ‘veilig’ gaat gepaard met opgestoken vingers die aanhalingstekens moeten voorstellen.
De bewoner blijkt een bekende van Piek. ‘Ja, Myléne heeft ons meerdere keren bijgestaan,’ zegt hij. ‘Een fijn mens, we hebben veel aan haar gehad. Vooral met het regelen van papierwerk. Jongen, daar word je echt stapelgek van.’ Ook op het gebied van aardbevingen is deze buurtbewoner inmiddels, tegen wil en dank, ervaringsdeskundige. ‘Die allereerste beving die we hier voelden, die zal ik nooit vergeten,’ mijmert hij. ‘Mijn vrouw en ik lagen in bed, ’s ochtends vroeg. Ik hoorde ’m al aankomen.
Het voelde als een golf onder de grond, onder het hele huis door. En toen: BOEM! Een enorme knal. We hadden meteen scheuren. De burgemeester kwam vertellen dat ons huis op de lijst moest voor versterking. Dan wordt je leven even op z’n kop gezet. We zijn nu drie jaar verder. Nog steeds doffe ellende. Laatst, met die grote beving bij Zeerijp, voelden we de boel alwéér schudden hier. Wéér schade.’ Hij blijft even stil, en zegt dan geëmotioneerd: ‘Wanneer houdt het godverdomme nou eens op?’
De naam en adresgegevens van Marianne zijn wegens privacyredenen gefingeerd. Haar echte naam is bij de redactie bekend.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct