James Worthy
Column

James Worthy: 'Vier lege bierblikken staan voor hem op de grond, hij lijkt op een koning op een schaakbord'

'Dan pakt hij een leeg blik bier van de grond en vraagt of ik er zo een voor hem kan halen. Ik kijk naar het blik. Gulpener Gladiator. 10%'

James Worthy
Column James Worthy

Voor onze supermarkt staat sinds een paar weken een Oost-Europese man met een gitaarkoffer. Het is een vriendelijke man in een leren jas. Op de rug van het kledingstuk, dat eruitziet alsof het 30 kilo weegt, staan allemaal onleesbare letters. De man ziet eruit als iemand die in een rockband zou moeten spelen, maar hij staat voor onze supermarkt. Al zit hij ook weleens. Vandaag zit hij. Vier lege bierblikken staan voor hem op de grond. Hij lijkt op een koning op een schaakbord. De blikken zijn de pionnen die hem moeten verdedigen.

We raken aan de praat. Hij zegt dat zijn vriendin in het ziekenhuis ligt en daarna gaat hij wat dieper in op zijn leven, waarom hij hier zit. Slechte keuzes en chronische pech. Drank en liefdesverdriet, en liefdesverdriet dankzij de drank.

‘Tijdens mijn geboorte stonden de planeten gewoon zo. En doordat ze zo stonden, heb ik maar weinig van de zon kunnen zien,’ zegt hij. Zijn stem is breekbaar als een vers stuk kroepoek.

Dan pakt hij een leeg blik bier van de grond en vraagt of ik er zo een voor hem kan halen. Ik kijk naar het blik. Gulpener Gladiator. 10%.

Vroeger had ik nooit bier gehaald voor een vrijwillige supermarktportier. Iets over een verslaving in stand houden. Maar hoe ouder ik word, hoe minder zwart-wit ik de dingen wil bekijken. Deze man ziet er gebroken uit. Is dit niet gewoon een soort palliatieve zorg? De pijn is er en ik zal die pijn nooit kunnen wegnemen, dus waarom zou ik dan niet iets voor hem halen wat de pijn voor even verzacht? Door bier voor hem te halen, kan ik hem misschien schade berokkenen, maar ik beperk ook andere vormen van pijn. Is dat niet veel waardevoller dan een moreel oordeel?

Het biertje kost minder dan 2 euro voor een halve liter. Het is betaalbare troost.

Uiteindelijk geef ik hem het biertje. Het voelt vreemd. Je helpt iemand, maar eigenlijk ook weer niet. Is een vuurtoren die in brand staat nog wel een vuurtoren? Wijs ik hem de weg of laat ik hem juist verdwalen? Natuurlijk had ik ook een banaan of krentenbol voor hem kunnen halen. Maar help ik hem daarmee of alleen mijn eigen gemoedsrust?

‘Proost,’ zeg ik.

‘Wacht, ik speel een liedje voor je,’ schreeuwt de man. Zijn vingers glijden over de snaren als karretjes over een achtbaan. Al snel herken ik de melodie.

‘Bob Dylan,’ zeg ik.

‘The Times They Are A-Changin’, my friend,’ zegt de verdwaalde rocker.

‘Ik hoop het voor je,’ zeg ik, voordat ik met mijn rechtervuist op mijn borstkas tik en naar mijn voordeur loop.