Reinier Zonneveld
DJ Reinier Zonneveld
Interview

DJ Reinier Zonneveld: 'AI is eigenlijk oerdom'

Hij vliegt de wereld over in privéjets, heeft een wagenpark waar Max Verstappen u tegen zegt en draait voor tienduizenden uitzinnige fans van Colombia tot Kuala Lumpur. Maar dj Reinier Zonneveld (35) is meer dan de man die de knoppen bedient. Hij is een afgestudeerd econometrist met een fascinatie voor kunstmatige intelligentie, een bakkerszoon uit Alphen aan den Rijn en bovenal: een man die eindelijk de rem heeft gevonden. Een gesprek over levende legendes, de liefde en waarom een computer nooit de menselijke ziel kan evenaren. ‘Als we dit niet reguleren, is straks alles verneukt.’

Muziek
Nieuwe Revu ontmoet Reinier Zonneveld

Waar? In het De L’Europe Hotel in Amsterdam. Iets genuttigd? Voor beiden een glas water. Verder nog wat? Reinier Zonneveld, nummer 22 in de DJ Mag Top 100, organiseert elke zomer zijn eigen festival R² (R-squared) in Spaarnwoude. Die naam is afkomstig van zijn eigen AI-model dat hij ook R² doopte. Maar wie denkt dat de letter R hierin alleen op Reinier slaat, heeft het mis. In de statistiek staat R² voor de zogeheten determinatie-coëfficiënt. Simpel gezegd: een maatstaf die aangeeft hoe goed een model aansluit op de beschikbare data en hoe nauwkeurig het toekomstige uitkomsten kan voorspellen. Reiniers R² is een wiskundige kwinkslag in een technojasje. 

Stel dat er op dit moment een biografie over je leven wordt geschreven. Hoe zou het laatste hoofdstuk eruitzien?

‘Het laatste hoofdstuk gaat over bewustwording. Over gas terugnemen. Het is het hoofdstuk waarin ik heel bewust minder shows ben gaan doen. Tot een paar jaar geleden was mijn schema simpelweg krankzinnig. Ik deed regelmatig zeven landen in één weekend. Dat is geen leven, dat is overleven.’

Zeven landen? Hoe ziet zo’n weekend er in godsnaam uit?

‘Extreem. Ik ben weleens op en neer naar Australië gevlogen voor een bliksembezoek. Heen, drie shows doen, en meteen weer terug het vliegtuig in. Landen in Nederland, direct door naar een stadionshow voor Koningsdag, daar een all-nighter draaien, en hup: terug naar Schiphol om wéér naar Australië te vliegen voor nog eens drie shows. Het was niet eens de bedoeling, het was een samenloop van omstandigheden. Door corona waren veel gigs verschoven en toen de wereld weer openging, dacht ik: let’s go, knallen. Je bent jong, je hebt energie en je bent zó blij dat je weer mag.

Maar ik heb nu gezien dat ik gelukkiger word – en mijn muziek beter – als ik die gekte temper. Tegenwoordig doe ik vrijdag, zaterdag en zondag één mooie show per dag. Dat is te overzien. Als ik dan maandag thuiskom, heb ik nog energie over om de studio in te duiken. De sets die ik nu draai, zijn van een veel hoger niveau dan een paar jaar terug, puur omdat ik niet meer permanent uitgeput ben.’

Je hebt die vrijgekomen tijd en energie gestoken in een nogal ambitieus project: R². Je hebt een AI gebouwd van jezelf.

‘Klopt. R² (R-squared) is mijn eigen show waarin ik back-to-back draai met een computer. Normaal gesproken heb je gigantische hoeveelheden data van miljoenen nummers nodig om een AI te trainen, maar wij hebben het anders aangepakt. Ik heb in mijn leven belachelijk veel muziek gemaakt. Vanaf het moment dat ik als klein jongetje met Music Maker en Reason zat te pielen, heb ik alles bewaard. Echt alles. Veel daarvan is heel slecht, haha, maar het is wel data. Vorig jaar had ik zo’n tachtig dagen aan non-stop originele eigen muziek. Inmiddels zitten we op 86 dagen. We hebben een model gebouwd dat exclusief getraind is op die database. Het is een AI die denkt en klinkt als Reinier Zonneveld.’

Hoe werkt dat in de praktijk? Sta je dan muziek te maken met een computer op het podium?

‘Het is een samenwerking. Er staat een supercomputer achter me, met een programmeur die de boel in de gaten houdt voor als het crasht. Er loopt een audiokabel van mijn apparatuur naar die computer. Zodra ik op een knop druk, begint de AI te luisteren naar wat ik doe. Als ik stop, neemt hij het naadloos over. Hij speelt verder, bouwt voort op mijn ritme, of gooit er opeens een nieuwe melodie in. Ik improviseer altijd tijdens mijn sets met drumcomputers en synthesizers.

Dat klinkt live te gek, maar het is natuurlijk niet zo gepolijst als een studioproductie. Die AI kan nu realtime een laag onder mijn improvisatie leggen waardoor het klinkt alsof het volledig afgeproduceerd is. Of ik laat hem helemaal losgaan. Dan zeg ik: “Oké, ga maar verder waar ik gebleven ben,” en dan doet hij wat hij wil. Het is een creatieve uitdaging, maar ook een statement.’

Een statement?

‘Zeker. Copyright en AI is een enorm grijs gebied. Voor veel mensen is het ongrijpbaar. Maar als ik zeg: “Deze AI is alleen op mij getraind,” dan valt het kwartje. Want wat doen die andere grote AI-modellen? Die zijn getraind op het werk van miljoenen andere mensen die daar nooit toestemming voor hebben gegeven en er geen cent voor krijgen. Dat is eigenlijk heel raar. R² is voor mij een experiment om te begrijpen hoe het werkt, maar ook om aan te tonen dat het anders kan. Ik zit er bovenop, ook op beleidsniveau. Ik ben onlangs met BumaStemra bij de Europese Commissie geweest om hierover te praten.’

Serieus? Reinier Zonneveld als lobbyist in Brussel?

‘Iemand moet het doen. Kijk, ik kan zelf niet coderen, maar door mijn achtergrond in econometrie en wiskunde snap ik de logica erachter wel. Ik kan de code lezen. Als je zelf zo’n model hebt gebouwd, kun je aan beleidsmakers uitleggen wat er precies gebeurt. Het is een soort side quest geworden: zorgen dat de creatieve industrie niet volledig naar de klote wordt geholpen. Want als we dit niet reguleren, is straks alles verneukt. Van muziek tot boeken en fotografie.’

Toch blijf je afhankelijk van technologie. Je zegt dat je het niet zelf bouwt, maar je concurreert wel met techreuzen als OpenAI en Google met hun ChatGTP en Gemini. Zijn die niet veel beter?

‘Ik doe het niet alleen. Ik heb een uitzonderlijk slimme vriend die de hoofdprogrammeur is. Hij is er al zes jaar mee bezig. Daaromheen hebben we een team verzameld via universiteiten, inclusief roboticastudenten. We hebben zelfs robots gehad die fysiek synthesizers bespeelden, aangestuurd door de AI. Maar het blijft mensenwerk. Kijk, laat me je iets laten horen.’ 

Reinier pakt zijn telefoon en scrolt door audiobestanden. ‘We zijn het model constant aan het tweaken. Hier, dit is een fragment wat die AI zelfstandig heeft gemaakt.’ 

Er klinkt een strakke, melodieuze beat uit de speaker van zijn telefoon. ‘Klinkt clean, toch? Eerst zat er veel ruis in, of maakte hij alleen maar beats. Nu begint hij melodieën te snappen. Je kunt hem zelfs de opdracht geven: “Maak een filmische track van drie minuten,” en dan rolt er iets uit dat bruikbaar is. Maar is het beter dan wat ik zelf kan? Nee.’

‘Talent is overrated; als je ergens tienduizend uur in stopt, word je vanzelf beter dan de rest. Zo simpel is het’

Gelukkig maar.

‘Ik durf wel te zeggen dat ik goed kan produceren. Dat is geen arrogantie, dat is puur mijn aantal vlieguren. Oefening baart kunst. Talent is overrated; als je ergens tienduizend uur in stopt, word je vanzelf beter dan de rest. Zo simpel is het. Mijn eigen producties zijn beter dan die van AI, en dat is logisch. De dataset is te klein. Maar AI wint het op snelheid. Dat ding kan honderd ideeën per minuut uitspugen. Zo snel ben ik ook weer niet.’

Ben je niet bang dat je hiermee je eigen creativiteit uitholt? Een soort artistieke inteelt?

‘Dat is een heel goed punt. Als je de output van AI weer gebruikt om diezelfde AI te trainen, krijg je een feedback-loop die de kwaliteit razendsnel omlaaghaalt. Hoe slechter het bronmateriaal, hoe dommer het model wordt. Het is inderdaad een soort digitale incest. Daarom gebruik ik het niet om tracks in de studio te schrijven.

Bovendien moeten we onszelf niet gek laten maken. Mensen praten over superintelligentie, maar als je ChatGPT vraagt om de boten op een plaatje te tellen, is hij een kwartier bezig om je het verkeerde antwoord te geven. Er is nog geen sprake van echte intelligentie. Het is patroonherkenning. AI is eigenlijk oerdom.’

Dus de mens blijft noodzakelijk?

'Absoluut. Wij mensen leren door te leven, niet door miljarden keren te crashen in een simulatie. Een baby leert niet te lopen door eerst een miljard keer tegen de muur te lopen, die kijkt en probeert. Menselijke creativiteit en ‘ziel’ zijn nog lang niet te evenaren door machines. Misschien wel nooit. We hebben cultureel gezien altijd behoefte aan een heilige graal. Vroeger bouwden we piramides voor de zonnegod, nu bouwen we energieslurpende datacenters en doen we alsof die tegen ons kunnen praten. Het is indrukwekkend, maar het is een trucje.’

Reinier Zonneveld draait het dak eraf.
Laten we het over tastbare zaken hebben. Het spectaculaire dj-leven. Hoe staat het met je wagenpark? Heb je inmiddels vier supercars?

‘Misschien nog wel iets meer, haha. Ik ben echt een autoliefhebber, van jongs af aan. Ik wilde altijd de heilige drie-eenheid hebben: een Lamborghini, een Porsche en een Ferrari. Die heb ik nu. Het is fantastisch om in te rijden, maar in Nederland heb je er eigenlijk geen reet aan.’

Want je staat meer in de file dan dat je gas kunt geven?

‘Dat niet alleen. Als ik met die Lamborghini door Amsterdam rijd, vindt iedereen het prachtig. Mensen maken filmpjes, de buren moeten erom lachen – ik heb gelukkig hele toffe buren – maar het is een raceauto. Ik wil knallen met dat ding. En ik haat die aandacht eigenlijk. Als ik in zo’n auto zit, wil ik rijden, niet poseren. Dus als ik tijd heb, rijd ik naar Duitsland of ga ik het circuit op. Daar kun je pas echt los. Al is een Lambo op het circuit ook wel weer een risicootje, als je hem in de prak rijdt, is je dag wel verpest. Maar ik ben er nu wel klaar mee, ik hoef er niet meer auto’s bij. Ik heb amper tijd om erin te rijden.’

En de privéjet waar je de wereld mee overvliegt? Is die inmiddels eigendom?

‘Nee, ben je gek. Ik huur er alleen een als het écht niet anders kan. Als we een show anders fysiek niet halen, of als het schema zo moordend is dat ik zou instorten als ik een lijnvlucht moet nemen. Maar als het even kan, pak ik gewoon de KLM. Beter voor het milieu en het scheelt bakken met geld. Zo’n jet is kneiterduur. Het staat leuk op Instagram, en natuurlijk is het comfortabel, maar ik draai mijn hand niet om voor een normale stoel.’

Je blijft, ondanks alles, vrij nuchter. Je bent een bakkerszoon uit Alphen aan den Rijn. Wat is het meest ‘Alphense’ dat er nog in je zit?

‘De bakkerij van mijn vader. Die zit er nog steeds. Als ik in de buurt ben, haal ik daar mijn brood. Mijn broer gaat de zaak overnemen en helemaal vernieuwen, daar heb ik veel respect voor. Dat nuchtere werken, dat zit erin gebakken. Mijn ouders zijn ook superrelaxed. Ze hebben me altijd gesteund, ook toen ik na mijn studies besloot om ‘plaatjes te gaan draaien’.’

Want je was voorbestemd voor de financiële wereld, toch? Het ‘wonderkind’.

‘Ik heb econometrie gestudeerd en uiteindelijk twee masters afgerond: Corporate Finance en Real Estate Finance. Ik heb me zelfs flink in de schulden gestoken tijdens mijn studie. Ik leende maximaal bij, niet om te leven, maar om synthesizers te kopen. Toen ik klaar was, had ik een enorme studieschuld en dacht ik: tering.

Ik kreeg een baan aangeboden bij een prestigieuze investeringsbank. Goed salaris, dikke carrière, veiligheid. Maar het idee alleen al maakte me doodongelukkig. Het was, met alle respect, voor mijn gevoel een kutbaan. Mijn ouders zeiden toen: “Ga lekker een jaar muziek maken. Als het niet lukt, kun je altijd nog die bank in. Nu ben je nog jong.” Binnen een paar maanden explodeerde mijn carrière en stond ik te draaien over de hele wereld. Die timing was perfect.’

Hoe kijken je ouders nu naar die gekte?

‘Ze zijn apetrots. Ze waren nog nooit in Amerika geweest, dus ik heb ze businessclass laten overvliegen naar Miami. Hebben we daar met zijn allen op een jacht gezeten. Ze gingen mee naar Ultra Miami, waar ik de mainstage afsloot. Mijn vader, 65 jaar oud, stond daar met een biertje in zijn hand gewoon mee te knallen in de menigte. Dat is toch goud? Veel mensen kunnen dat niet delen met hun ouders. Ik word daar heel gelukkig van.’

Tussen het touren en produceren door ga je ook nog trouwen met je vriendin Kiki Solvej, die ook draait. Hoe fiets je dat in godsnaam in je schema?

‘Ik heb er speciaal tijd voor vrijgemaakt. Het aanzoek was voor ons heel bijzonder. Ik had een heel weekend vrij gepland, shows afgezegd en verzet – iets wat ik echt nooit doe. We hadden net ons nieuwe huis in Bloemendaal. Op een doodnormale zaterdagavond, gewoon thuis, heb ik Kiki gevraagd. Voor normale mensen klinkt dat saai, maar voor ons was een vrije zaterdagavond thuis het meest exclusieve wat we konden bedenken.’

Wordt het een bruiloft met duizenden mensen en lasers?

'Nee, juist niet. We willen het klein houden. Alleen de mensen die écht dichtbij ons staan. We denken aan twee delen: een ceremonie in de kerk waar haar vader vroeger priester was – dat lijkt haar fantastisch – en daarnaast een groot feest ergens.’

Je zegt ‘mensen die echt dichtbij staan’. Is die groep kleiner geworden naarmate je bekender werd?

‘Absoluut. Je leert heel snel het kaf van het koren te scheiden. Er komen veel mensen op je af om de verkeerde redenen. In het begin heb je dat niet altijd door, maar tegenwoordig heb ik daar een neus voor. Ik heb een hele fijne, vaste vriendengroep uit mijn studententijd. De één is arts, de ander zit in de finance, ze hebben gezinnen... die waren erbij toen ik nog voor drie man en een paardenkop draaide, en ze zijn er nu nog steeds. Die behandelen me niet anders. Als iemand nu opeens mijn beste vriend wil worden omdat ik in een Ferrari rijd: doei.’

Heb je je weleens eenzaam gevoeld?

‘Zeker. Vooral toen ik in Berlijn woonde. Ik verhuisde daarheen omdat ik dacht dat het moest. Als je een grote dj wilt worden, moet je in Berlijn wonen, dacht ik. Ik zag er ook zo uit: lang zwart shirt, vieze lange jezusbaard, heel underground. Maar de realiteit viel tegen. Ik woonde in Friedrichshain, dat behoorde tot de val van de Berlijnse Muur tot het oosten van Berlijn. In de zomer is het daar top, maar in de winter is Berlijn een betonnen ijskast. Brede, Oostblok-achtige straten, ijskoud, iedereen chagrijnig.

Ik was aan het touren, kwam terug in een lege stad waar ik de taal net niet goed genoeg sprak om echt aansluiting te vinden met de locals. Berlijners kunnen behoorlijk snobistisch zijn. Ik had wel wat dj-vrienden, maar soms wil je gewoon even normaal doen met mensen die niet in de scene zitten. Na een jaar dacht ik: de groeten, ik ga weer terug naar Nederland. Het was een leerzame tijd, maar ook een eenzame.’

Je draait nu zelf op het niveau van je oude idolen. Valt het mee of tegen als je ze nu ontmoet?

‘Dat kan beide kanten opgaan. Sven Väth is bijvoorbeeld een absolute held. Altijd positief. Ik stond een keer te draaien terwijl ik me fysiek echt slecht voelde, helemaal kapot van het reizen. Hij zag het, kwam naar me toe en begon me op te peppen: “Hey Reinier! It’s party man! Come on!” Dat geeft je zoveel energie. En Carl Cox... die man is een legende. Niet alleen als dj, maar ook als mens. Ik had hem één keer kort ontmoet, en toen ik hem een half jaar later weer zag, wist hij mijn naam nog en vroeg hij hoe het ging. Dat is klasse.’

‘Ik zal geen naam noemen, maar er is een zogenaamde ‘grondlegger van de techno’ waar ik me enorm in heb vergist’

Zijn er ook tegenvallers?

‘O ja. Ik zal geen naam noemen, maar er is een zogenoemde ‘grondlegger van de techno’ waar ik me enorm in heb vergist. Ik draaide in Kroatië, in zo’n grote tent, en ik was flink aan het rammen. Hij moest na mij en ik wilde netjes wat rustiger eindigen zodat hij er goed kon inkomen. Dus vroeg ik aan hem in wat voor tempo hij wilde starten. Bedreigde hij mij met de dood omdat ik een Versace-shirt droeg. Dan sta je wel even te kijken van je held.’

Wat is de meest bizarre rock-’n-rollsituatie die je zelf hebt meegemaakt? Sloten cocaïne op tafel?

‘Ik ben zelf niet van de drugs, echt niet, maar ik zie genoeg. Toch zijn de drugs niet het boeiendste. Geloof me, de bizarste dingen die ik meemaak, hebben niets met drugs te maken, maar met de compleet gestoorde combinaties van mensen die je tegenkomt in de nacht. Dat je op een afterparty belandt met figuren die elkaar in het normale leven nooit zouden aankijken, en dat daar dan de meest absurde plannen worden gesmeed.’

Tot slot: Carl Cox noem je een legende. Hoe hoop jij dat mensen over twintig jaar over jou praten?

‘Niet als legende. Dat is geen doel op zich. Ik hoop dat mensen zeggen dat ik ze blij heb gemaakt met mijn muziek. Ik leef heel erg in het nu. Ik wil grenzen verleggen met projecten zoals R², wil genieten van mijn gezin in wording en wil blijven knallen zolang ik het leuk vind. En die rock-’n-rollverhalen? Die bewaar ik nog even voor mijn boek, over een paar jaar. Dat is voor later.’

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct