Waar? Bij Ruben op kantoor, op IJburg in Amsterdam. Verder nog iets? Aanwezig: vele exemplaren van de Scapino-slippers uit de film. Ook aanwezig: Rubens vrouw, verantwoordelijk voor de catering tijdens de opnamen. Ruben: ‘Er bestaat luxere catering, maar geen bétere.’
‘Allerminst. Dit is uit nood geboren. We proberen het budget van de film zo laag mogelijk te houden, zodat we het terug kunnen verdienen. En zodat we eventueel winst kunnen maken, maar met terugverdienen ben ik al tevreden. En dat gaat niet als ik met een distributeur in zee ga. Want dan moeten er zelfs twéé keer zoveel mensen naar de film. En er gaan gewoon steeds minder mensen naar de bioscoop.
Maar nu ik het doe, dat zelf distribueren, vind ik het eigenlijk wel een leuke side hustle, denk ik. Ik bedoel, ik ben een groot filmliefhebber. En mijn dochters ook. Die werken ook mee in het bedrijf. Als we vroeger op vakantie gingen, vroeg ik de hele tijd: “Hebben jullie deze film al gezien? En deze?” En nu is dat minstens even vaak andersom. Ze zien heel veel films en series, hebben er veel verstand van, en zien ook heel toffe dingen waar ikzelf helemaal geen weet van heb.’
‘Toen gingen we net beginnen met de productie, met het opstarten van de eerste draaidagen.’
‘Op de een of andere manier gebeurt dat vaker. Lang geleden speelden Horace Cohen en ik bij Veronica De stadswachters. We hadden een sketch over een bom die iemand had geplaatst in het hoofdkantoor van De stadswachters. De bom was geplaatst onder de lift. Die ging helemaal naar de bovenste verdieping, en daar ontplofte de bom. Er was een grote explosie die de etage en het dak helemaal eraf blies.
Overal rook en vuur. En de dag van de opnamen, echt precies die dag, vlogen in New York twee vliegtuigen de Twin Towers binnen. Later hadden we in Frøland een sketch over een wapenfabriek die werd opgeblazen en een enorme krater achterliet. We zaten in de montage van die scène, en toen gebeurde de ramp met de opslag van S.E. Fireworks in Enschede. Soms haalt de werkelijkheid je wildste ideeën al in als je ze nét hebt bedacht.’
‘Mijn idee is: je wordt crimineel omdat je niet wilt werken. Je wilt gemakkelijk geld verdienen. Zonder een opleiding te hoeven volgen, te moeten solliciteren, zonder al die moeite. En vervolgens kom je erachter dat het helemaal niet zo gemakkelijk is. Neem alleen al die scams via de telefoon, om te proberen om oude vrouwtjes hun geld af te troggelen. “Hallo mam, ik heb een nieuwe telefoon, dit is nu mijn nummer.” En dan die hele conversatie. Als je dat allemaal kan opbrengen voor geld, ga dan gewoon een baan zoeken. Ik denk dat de eindconclusie van veel criminelen is dat een baan achteraf bezien eigenlijk gemakkelijker was geweest. Geen gezeik verder, gewoon iedere dag naar je werk, niet de hele tijd in angst leven dat je op een dag wordt gepakt.
Oké, je hebt eens per jaar een functioneringsgesprek, maar dat is toch net iets minder vervelend dan in een container vastgebonden op een stoel gemarteld worden. Heb jij die podcast weleens geluisterd over de cryptoqueen? Die vrouw heeft gewoon een compleet piramidespel opgezet rond een nieuw soort bitcoin, de OneCoin. Allemaal nep, een enorme oplichterij over de hele wereld, waarmee ze miljarden heeft binnengehaald. Maar nu is ze dus verdwenen. Niemand weet of ze nog leeft, of ergens in stukken op de zeebodem ligt. Maar zelfs als ze nog leeft, zal dat toch geen rustig en onbekommerd leven meer zijn.’
‘Ja, ik vind het leuker als er wat meer knulligheid in zit. Zoals vorig jaar die film Roofman, over die gast die ontsnapt uit de gevangenis en zich dan bijna een jaar verstopt in de Toys “R” Us, en daar leeft op onder meer de M&M’s die hij ’s nachts jat – jezus, wat vond ik dat grappig. In de tijd dat dit speelde, zat ik toevallig zelf in Amerika, en ik weet nog dat ik het voorbij zag komen op het nieuws en dacht: wat de fuck is dit, is dit écht? Bij films als Ocean’s Eleven is alles zo groots, en is iedereen zo lenig dat ze precies langs de infrarood kunnen bewegen. Dan wordt het bijna een superheldenfilm.
Ik vond Iron Man en Deadpool ook leuk, maar heb niet zoveel met superhelden. Als alles kan en lukt. Als je in de lucht uit de auto kunt springen en vervolgens met één arm aan de toevallig passerende helikopter kan blijven hangen, vind ik het niet zo heel interessant. Zo’n detail in Roofman, dat hij op een gegeven moment in de gaten loopt omdat de voorraad M&M’s in de winkel niet meer klopt: dát vind ik echt grappig.’
‘Ik heb ooit een documentaire gezien over wijnproevers. Dan vervangt iemand de etiketten op flessen heel goedkope wijn door nieuwe, die de indruk wekken dat de flessen heel duur zijn, en verkoopt ze vervolgens ook voor heel veel geld. En al die kenners trappen erin, of doen in ieder geval mee. De eerste lichting omdat ze het voor zoveel geld gekocht hebben, en de mensen erna omdat die denken: iedereen is zo enthousiast, dat zal toch niet voor niks zo zijn?’ Ruben doet een wijnkenner na die proeft, om zich heen kijkt en heel enthousiast knikt. ‘Nou, precies dát gevoel heb ik regelmatig bij de kunstwereld.
In New York heb je een gallery die jarenlang heel goed stond aangeschreven, en waar een paar keer een kerel binnenkwam met zo’n ‘wat ik nou toch op zolder heb gevonden’-verhaal. En ook degene die de authenticiteit moest onderzoeken van die schilderijen ging erin mee, net als de deskundige voor de second opinion. Want allemaal denken ze, ook als ze twijfelen: diegene voor me zal toch niet voor niets zo enthousiast zijn?
En op een dag bleken al die echte Picasso’s en Rembrandts niet alleen nep, maar ook allemaal gemaakt door dezelfde Chinees. Die moest in het kader van zijn kunstopleiding aan één stuk door alle groten uit het Westen namaken, want dat is waar die opleiding in China op neerkomt. “Hier, dit is een Vincent van Gogh, ga dit maar zo goed mogelijk naschilderen”, en nog een keer, en nog een keer. En op een dag kon die man alle grote schilders namaken, in zijn eentje. Tot hij een keer een fout maakte, en een canvas gebruikte dat in de tijd van die schilder nog niet bestond. Gewoon één klein detail verkeerd gedaan. Ik stel me dan voor dat hij er nog thee over had gegoten, waardoor het na het opdrogen opeens sepia uitziet. Wat een geweldig verhaal.
Mijn vader zat in de kunstwereld, dus ik ben daarmee opgegroeid, en heb het altijd een heel interessante wereld gevonden, ook omdat het soms zo willekeurig is of iets nou een topstuk is of niet, mooi of niet, goed of niet. Het is een gek, vaag wereldje. En ik denk nou eenmaal altijd in scènes. Ik heb vaak gesprekken in mijn hoofd, en die schrijf ik dan uit als ik ze heel grappig vind. Zo had ik ooit een scène in mijn hoofd over een discussie tussen mensen die slippers dragen en mensen die klompen dragen, over welke van die twee nou lelijker zijn, en welke toffer. Als ik dat dan voor me zie, zo’n rivaliteit tussen slipperdragers en klompendragers, kom ik meteen in een snackbar uit. Met een eigenaar die op klompen rondloopt, omdat dat is goedgekeurd door de Arbo. Geen idee of dat zo is, maar ik vind het gewoon een leuk idee.
Een vriend van me fietste een keer door zijn wijk op de dag dat de vuilnis moest worden opgehaald, en toen zag hij drie ingelijste tekeningen staan. Hij dacht: dat zijn gewoon Picasso’s! Er zaten zelfs certificaten van echtheid bij. Hij belde me op. Ik zei meteen: “Het is natuurlijk gewoon zo nep als wat. Waarom staan ze anders bij de vuilnis?” Die scène is gewoon in de film terechtgekomen. Voor de oplettende kijker: je ziet zelfs de stipjes van het kopieerapparaat.
Ik vind dat een mooi idee; een mastermind crimineel die plaatjes van internet haalt en niet eens de moeite doet om een goed kopieerapparaat te gebruiken. Ik hou van contrasten in film. Neem in Snatch van Guy Ritchie het contrast tussen kampers en rijke mensen die elkaars pad kruisen en elkaar letterlijk niet eens kunnen verstaan. Dus zo ontstond het idee om die werelden met elkaar te combineren. De slipperdragers die in de kunstwereld terechtkomen, als inbreker. En zelfs dan gewoon hun slippers aan laten.’
‘Ik word altijd ingehuurd om te doen wat andere mensen bedacht hebben. Heel leuk, maar ik vind dat ik zélf ook leuke ideeën heb’
‘Dat wil ik al heel lang, en dat probeer ik ook al heel lang. Ik heb iets van acht, negen scripts en synopsissen liggen die af zijn. Maar het is tot nu toe gewoon nooit gelukt om bij het Filmfonds iets voor elkaar te krijgen. Dus ja, dan kan je twee dingen doen. Die droom opgeven en gewoon tevreden zijn met wat je hebt. Wat ik ook wel ben, laat dat duidelijk zijn. Maar ik wil gewoon ook films maken. En eigen verhalen vertellen. Ik word altijd ingehuurd om te doen wat andere mensen bedacht hebben. Heel leuk, maar ik vind dat ik zélf ook leuke ideeën heb.
Wat ook meespeelt, is dat mijn oudste dochter dit jaar afstudeert aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Ze wil regisseren. Zo tof. Terwijl ze mij de afgelopen jaren toch vaak heeft horen vloeken en tieren als een idee weer niet lukte. En tóch dacht ze: dit wil ik ook. Dus ik dacht: voor ze is afgestudeerd, wil ik iets verzinnen waardoor ik toch een film kan maken.’ Lachend: ‘Het gaat me niet gebeuren dat zij een film gaat regisseren voor ik dat doe.’
‘Ja, dat is het. Kijk, een film is natuurlijk wel een megaproject. Ook dat heeft me wel lang weerhouden van het idee: dan doe ik het gewoon zelf. Maar in de loop der tijd is het door de digitalisering wel veel gemakkelijker geworden om het zelf te doen. In die zin heeft de tijd me ook wel geholpen.’
‘Ik hou daar van, als je in films opeens een knipoog ziet naar een ander film, en denkt: wat gaaf, een hommage. Er zitten ook wat verwijzingen in naar Plan C. Ik weet niet of iedereen die ziet, maar Max (Porcelijn, de regisseur, red.) en ik hebben er veel lol mee gehad.’
‘Ik ben een paar keer goed belazerd, en zo heb ik geleerd dat je zakelijk gewoon je dingen op orde moet hebben’
‘Haha. Ik ben echt door schade en schande wijs geworden. Ik ben een paar keer goed belazerd, en zo heb ik geleerd dat je zakelijk gewoon je dingen op orde moet hebben. Hoe vaak hebben artiesten niet een manager gehad die ze vertrouwden, en vervolgens was hun geld verdwenen? Van UB40 tot Leonard Cohen, ze hebben het allemaal meegemaakt. Dus je moet je zaken wel goed regelen. Ik vind geld verdienen wel leuk, maar het is niet mijn prioriteit, en ik heb ook niet de hebzucht die dat soort managers wel heeft. En als creatieve mensen, van Ronnie Flex tot Bob Fosko, maar een fractie verdienen van wat hun creativiteit heeft opgeleverd, is de reactie vaak: tsja, niet zo slim onderhandeld.
Niet zo slim geweest bij het opstellen van het contract. Wat zeg je daarmee nou eigenlijk? Dat hebberigheid slim is? Dat je slim bent wanneer je een rat bent? Dat je daarvoor credits voor moet krijgen? En dat wanneer je níét zo hebberig en hebzuchtig bent, je maar beter had moeten opletten en dus dom bent? Had je maar uitgekookter moeten zijn! Dezelfde hebzucht die in the long run waarschijnlijk het einde van deze wereld zal betekenen, is ‘slim’, en het gebrek eraan is ‘naïef’. Ik hoor dat mensen ook over Elon Musk zeggen, nog stééds. “Hij is wél slim, want hij is de rijkste man ter wereld!” Hoe kan het slim zijn om je te gedragen op een manier die uiteindelijk de wereld naar de tyfus helpt?’
‘Ik vond dat een heel leuke tijd. Je gaat naar alle uithoeken van Nederland, ik hou zelf ook van feesten, en het is gewoon heel grappig om te zien hoe en waar iedereen aan het feesten is. En uiteindelijk komt het bijna altijd op hetzelfde neer. Ik heb mezelf na die periode het dj’en aangeleerd, heb er wat lessen in genomen, en ik doe nog steeds een paar keer per maand optredens als dj. Ik eindig bijna altijd met Gabbertje, en nog steeds gaat het dak er dan af. Sterker nog, vorige zomer heb ik meegedaan met De Toppers in de Arena. Heel grappig: die geweldige George Michael-imitator, Rob Lamberti, deed ook mee.
Dus bij de repetities en doorloop zagen wij elkaar al. Maar hij dacht dat ik bij de crew hoorde. Hij kwam me zelfs technische dingen vragen. Dus ik zei: “Sorry, dat weet ik niet, ik ben ook een artiest.” Hij zich meteen verontschuldigen. Ik zei: “Maakt niet uit, man.” Toen vroeg hij: “Wat doe je dan precies?” Ik zei: “Dat is moeilijk uit te leggen, dat moet je zíén.” Ik was de afsluiter, en daarna kwamen alle artiesten weer het podium op in een kring. Alle échte artiesten, die niet zoals ik meezingen met de tape, haha. De hele Arena zong en sprong mee met Gabbertje, dus ik keek die Lamberti even aan van: dit bedoelde ik dus, dit had ik nooit kunnen uitleggen.’
‘Wij hebben destijds wel echt groot uitgepakt met die nieuwe naam, met een campagne en veel interviews. Maar nog steeds krijg ik vaak de vraag: “Treed je nog op met de Lama’s?” “Jazeker,” zeg ik dan, “maar nu als Tafkal.” En dan zeggen ze: “Ja, oké, maar ik bedoel echt de Lama’s.” Dan zeg ik: “Maar we zijn precies dezelfde mensen, die precies hetzelfde doen, alleen nu niet meer voor BNN.” En dan is het: “Ja, maar dat is toch anders.” Nee, dat is het níét, hou op! Haha.’
‘Omdat we nu niet meer op tv zijn, maar in het theater staan, kunnen we wel meer zeggen. De kans dat je gecanceld wordt of thuis opgezocht na een grap is in een theater gewoon kleiner. Maar als we het Moordspel doen, nemen we het liefst een vrouw uit de zaal, die we dan allerlei dingen laten doen. Daar gingen we vroeger wel verder in. Ook omdat we nu allemaal vijftigers zijn inderdaad, dat wordt toch een beetje gênant met iemand van begin twintig, als je allemaal seksuele opmerkingen maakt. En daarnaast gelden er inderdaad ook andere normen.
Ik speelde vroeger een Surinaamse woordvoerder, inclusief accent. Dat zou nu niet meer kunnen. Wat ook gek is, want Jandino kan wel nog gewoon een witte vrouw spelen, en dat is geen probleem. Begrijp me niet verkeerd: dat ís ook geen probleem, vind ik, maar dat geldt dan ook voor het omgekeerde. Als ik om alles en om iedereen mag lachen, sluit ik niemand uit. Precies dat is toch de bedoeling? Het leuke van accenten nadoen is ook dat het altijd werkt. Doe je het goed, dan is het indrukwekkend en grappig. Doe je het slecht, dan is het niet indrukwekkend, maar wel nog steeds grappig.’
‘Limburgs. Althans, ik denk zélf dat ik het heel goed kan, maar ik krijg altijd te horen dat het heel slecht is. Ik schijn alle kanten op te gaan. Ik begin in Eindhoven en eindig in Maastricht. En dat binnen één zin.’
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct