De eerste keer dat Mona Keijzer opviel, was zomer 2020, toen ze zich kandideerde als CDA-lijsttrekker. Ze maakte een amateuristisch campagnevideootje, waarin een ongewenst verkooptelefoontje haar afleidt tijdens het bakken van pannenkoeken. Ze belooft daaraan een einde te maken.
Niet de lulligheid van het keukenclipje of de ongelukkig getimede bel-me-niet-belofte (tijdens corona hadden we ff wat anders aan de kop), maar de bijna viscerale afkeer van Keijzer bleef me bij. Die bleek bij velen sterk te leven. Wat had deze vrouw misdaan?
Oké, ze was CDA’er, een partij in het voorportaal van een electorale implosie. En ze komt uit Volendam. Voor de één een karakteristiek vissersdorp, voor de ander een folkloristische karikatuur waarover grappen over vislucht, incest en cokegebruik de boventoon voeren. Dorpse eigenheid wordt altijd onnodig argwanend bekeken door buitenstaanders.
Ik vond de toenmalige staatssecretaris juist ontwapenend, in al haar 37 seconden durende ongemak. Ze werd geen partijleider (‘Bedankt voor uw stem op Hugo de Jonge’). Een jaar later won ze me definitief voor zich door zich openlijk tegen het abjecte coronatoegangsbewijs te keren. ‘Ik kan het niet meer logisch uitleggen,’ zei ze in een Telegraaf-interview dat diezelfde dag tot haar onmiddellijk ontslag uit het kabinet leidde.
Het katholieke pannenkoekenvrouwtje bleek principes te hebben – een petitie tegen het coronatoegangsbewijs die zij opstelde, bewees met bijna een miljoen handtekeningen veel medestand. In 2023 werd ze ‘premierskandidaat’ voor BBB en daarmee vicepremier in wat het Schoof-zootje zou worden. Hoewel dat volatiele vechtkabinet het liefst zo snel mogelijk vergeten mag worden, steeg Keijzer er bovenuit als soevereine stem. Met een moederlijke empathie etaleerde ze haar bezorgdheid over de islamisering in Nederland, en de Jodenhaat die daarin ‘bijna onderdeel is van de cultuur’.
Opnieuw steeg ze in mijn achting, zeker toen ze haar poot stijf hield tegenover het Openbaar Ministerie, dat met vervolging dreigde en de voorgenomen zaak weliswaar liet vallen, maar niet zonder de smiechtige toevoeging dat haar uitingen ‘wel strafbaar’ zouden zijn.
Keijzer sprak van een ‘politiek correcte vervolgingscultuur’ en liet migratieprofessor Ruud Koopmans een deskundigenrapport opstellen waarin het antisemitisme in de islam historisch en wetenschappelijk wordt onderbouwd. Vervolgens kwam ze in verkiezingstijd met een pleidooi tegen islamisering in een nuchter betoog vóór vrijheid, ook voor meisjes en vrouwen in de islam.
BBB verloor stevig in oktober, Caroline van der Plas stapte opzij voor Henk Vermeer en Mona werd gewipt. Haar islamstandpunt speelt een rol, aan die indruk kan ik me niet onttrekken. Twintig jaar na Wilders’ uitstap uit de VVD zit ze als eenmansfractie in de Kamer. Alwéér een eenpitter in een bak vol splinterpartijtjes.
Toch wil ik, zonder haar stroop om de mond te smeren, zo’n Ausdauer niet afvallen. Want er is geen grotere pannenkoek dan de Profeet Mohammed.