De hemel boven het Midden-Oosten kleurt rood. Raketten slaan in op Amerikaanse bases van Koeweit tot Qatar, een directe vergelding voor de bombardementen op Teheran. De gevreesde oorlog met Iran is niet langer een dreiging, maar een keiharde realiteit die de wereld op zijn grondvesten doet schudden.
Terwijl sirenes loeien in Manama en Doha, heeft het Iraanse regime, via de Islamitische Revolutionaire Garde, de aanval geopend op vier cruciale Amerikaanse steunpunten. De boodschap is duidelijk: wie ons raakt, raken wij terug, waar dan ook. De Amerikaanse ambassades in Israël, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Koeweit, Qatar en Jordanië hebben hun burgers opgedragen onmiddellijk een schuilplaats te zoeken, meldt CNN.
Vanuit Washington klinkt eveneens harde taal. President Donald Trump spreekt van een 'massale en doorlopende' operatie met één doel: 'We gaan hun raketten vernietigen en hun raketindustrie met de grond gelijkmaken.' Een belofte die door analisten als extreem ambitieus wordt gezien, en die de vraag opwerpt: is dit bluf of het begin van een totale oorlog?
De fatale gok van Trump
Experts, zoals Sanam Vakil van de denktank Chatham House, waarschuwen voor een onvermijdelijke escalatie. Volgens haar vecht de 'Islamitische Republiek voor haar leven' en is de enige strategie van Iran om 'deze oorlog te regionaliseren.' De pijn moet niet alleen in Teheran gevoeld worden, maar door het hele Midden-Oosten. Dit plaatst de bombastische retoriek van Trump in een gevaarlijk perspectief. Hij roept het Iraanse volk op tot opstand en biedt het leger amnestie, wat feitelijk neerkomt op een oproep tot regimeverandering.
Trump is dit conflict ingegaan zonder het politieke kapitaal of de overweldigende militaire macht van de Irak-invasie in 2003. De klok tikt voor hem. Hoe lang kan hij een dergelijke aanval politiek volhouden?