D66-minister Elanor Boekholt-O'Sullivan heeft zichzelf in politieke moeilijkheden gebracht. Haar positie staat onder druk na de publicatie van een anekdote over haar militaire verleden in Afghanistan, die feitelijk onjuist blijkt te zijn. De kwestie roept vragen op over haar oordeelsvermogen en de communicatiestrategie van haar ministerie.
In een interview met The Guardian over de sobere toekomst die Nederlanders mogelijk te wachten staat, gebruikte Boekholt-O'Sullivan haar uitzending naar Afghanistan als voorbeeld. 'Toen ik in Afghanistan was, kreeg je een muntje voor een douche en een muntje om naar huis te bellen', stelde de minister. Dit beeld van schaarste moest haar punt over een zuiniger leven kracht bijzetten. Echter, deze bewering werd snel weerlegd door journalisten en veteranen met directe ervaring in het gebied. De realiteit was dat er douches met een tijdslimiet en reguliere telefoons waren, zonder het gebruik van muntjes, aldus De Volkskrant.
De onthulling door de Volkskrant leidde direct tot aanzienlijke ophef, met name op sociale media. Opvallend was de vertraagde reactie vanuit het ministerie. Twee dagen lang werd er niet gereageerd op de groeiende controverse. Pas na directe vragen van de krant erkende de woordvoerder van de minister dat de uitspraak incorrect was en het citaat niet klopte. The Guardian heeft de passage vooralsnog niet gecorrigeerd.
Een patroon van politieke kwetsbaarheid
Het incident komt op een voor D66 uiterst ongelukkig moment. De partij is nog herstellende van het recente vertrek van beoogd staatssecretaris Nathalie van Berkel, die in opspraak raakte vanwege onjuistheden op haar cv. De zaak rond Boekholt-O'Sullivan versterkt het beeld van een partij wier bewindspersonen onder een vergrootglas liggen wat betreft hun integriteit en feitelijke nauwkeurigheid. De minister heeft aangegeven de Kamer voorlopig niet te woord te willen staan en pas na de ministerraad van vrijdag met een nadere toelichting te komen, een houding die de politieke druk verder kan opvoeren.