Roni Aynsaz
Roni Aynsaz
Politiek

Dubbelleven in Teheran: Roni was Jood in het Iraanse leger

Roni Aynsaz

Het is een geschiedenis waar weinig mensen van weten, die van de Joden in Iran, en in het bijzonder die van Roni Aynsaz: een Joodse tiener die in de jaren tachtig in het Iraanse leger belandt. Hij klimt op tot aan het ministerie van Justitie waar hij aanklachten tegen Joodse Iraniërs laat verdwijnen en zelf zijn eigen identiteit verborgen houdt. Nieuwe Revu sprak met Aynsaz in zijn villa in Israël en dook in de geschiedenis van de Joden uit Iran. 

Gilad Perez
Iran
Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op Iran 2026

‘Ik droomde dat ik werd opgehangen op het stadsplein in Teheran,’ vertelt Roni Aynsaz (52) relatief nuchter op de bank van zijn woning in Savyon, een van de welvarendste steden in Israël. Zijn jeugd in de Islamitische Republiek valt moeilijk te rijmen met de pracht en praal van zijn huidige leven in de Joodse staat. Maar toch is het dezelfde man die als twintiger onder een valse identiteit Joden hielp ontsnappen uit Iran. Het waren de jaren van na de Iraanse Revolutie in 1979, waarna de streng islamitische ayatollah Ruhollah Khomeini aan de macht kwam als geestelijk leider. Tien jaar later kwam zijn opvolger ayatollah Ali Khamenei achter de knoppen te zitten. Hij hield het maar liefst 36 jaar vol, maar werd op 28 februari van dit jaar gedood door Israël. 

Het regime vecht sindsdien om te overleven nadat de Verenigde Staten en bondgenoot Israël een oorlog hebben ontketend in het Midden-Oosten. Dat volgde op de gebeurtenissen van 8 en 9 januari toen Iraanse strijdkrachten een waar bloedbad aanrichtten tijdens massale protesten tegen het regime. Hoewel experts niet precies weten hoeveel doden daar zijn gevallen, spreken sommige artsen van dertigduizend gesneuvelde demonstranten. 

Bij Aynsaz heerste vooral verdriet na de bloedige protesten. Hij zag bovendien de Amerikaanse president niet zijn belofte waarmaken. ‘Hulp is onderweg,’ schreef Trump op sociale media, maar die kwam niet. Tot kort geleden. Nu is het vooral blijdschap nadat zijn huidige land ‘het verrotte regime’ in zijn voorgaande land aanpakt. ‘Ik denk wel dat het einde nog even op zich laat wachten, maar het zal komen,’ verzekert hij. 

Onrein

Om te begrijpen waarom de Joodse familie Aynsaz in Iran woonde, moeten we volgens hoogleraar David Menashri meer dan twintig eeuwen terug in de tijd. De Joods-Iraanse Menashri (82) werkte jarenlang als Iran-onderzoeker aan de Universiteit van Tel Aviv en een kortere periode aan de Universiteit van Teheran. ‘De eerste Joden waren er al in de 6de eeuw voor Christus, in de tijd van Cyrus de Grote.’

Deze periode is goed gedocumenteerd in het Oude Testament, stelt Menashri. ‘Sindsdien is er altijd een Joodse aanwezigheid in het gebied geweest, ook al veranderden de grenzen van het rijk door de eeuwen heen. De Joodse gemeenschap in Iran behoort daarmee tot de oudste diasporagroepen ter wereld, en die kenden perioden van voorspoed, maar ook tijden van onderdrukking,’ vertelt de inmiddels stokoude hoogleraar vanuit Tel Aviv. 

Naast een Joodse minderheid staat het gebied vooral bekend om de grote sjiitische meerderheid van de laatste eeuwen. In deze islamitische stroming bestonden opvattingen die zeer nadelig waren voor Joden, ziet Menashri. ‘Zo mochten Joden in bepaalde periodes niet naar buiten, omdat men dacht dat zij moslims ritueel onrein zouden maken.’

In sommige periodes werden Joden gedwongen zich tot de islam te bekeren. Een bekend voorbeeld is de gebeurtenis in Mashhad in 1839, toen tientallen Joden werden gedood en de resterende Joodse gemeenschap moslim moest worden. ‘Zij leefden vervolgens als moslims in het openbaar en als Joden binnenshuis.’ 

Terwijl veel Joden nog op het platteland woonden, veranderde dat tijdens de urbanisatie in de 20ste eeuw. Joodse families trokken naar de grote steden, waaronder de huidige hoofdstad Teheran. Ook Roni Aynsaz groeide daar op. Een jeugd die hijzelf niet als de makkelijkste beschrijft, maar wel eentje waar hij veel aan heeft gehad, vertelt hij op zijn reusachtige bank met zes blikjes frisdrank op de tafel voor hem. 

Hij ging naar een islamitische school omdat de Joodse school te ver van zijn woonplaats lag. ‘Als je met ze studeert, leer je ze kennen,’ vertelt hij over de moslimjongeren waar hij mee naar school ging. ‘Ik leerde hoe hun karakter en cultuur werkt. Dat heeft me erg geholpen in het leven.’

In dezelfde tijd vlucht zijn broer Freddy via Pakistan naar Israël en bleef Roni achter in Iran om een visum te regelen. Destijds kreeg niemand die niet in het Iraanse leger had gediend een geldig reisdocument. ‘Omdat ik mijn broer graag wilde zien, meldde ik me aan bij het leger.’

‘Als iemand had gefilmd wat ik in Iran heb meegemaakt, hadden ze er een speelfilm van gemaakt’

Aynsaz, trots: ‘Als iemand had gefilmd wat ik in Iran heb meegemaakt, hadden ze er een speelfilm van gemaakt. Ik volgde een trainingskamp van twee maanden, vervolgens rekruteerden ze me zonder te weten dat ik Joods was. Ze noemden me Farshad, een niet-Joodse naam, dus ze hadden geen argwaan.’ 

Volgens Aynsaz waren Joden wel onderdeel van het leger, ‘maar ze werden niet goed behandeld’. De jaren in het leger waren daarom beangstigend. ‘Als ze me zouden pakken, dan zouden zij mij zien als een verrader, en een spion van Israël.’

Gouden tijd

Het waren zeker niet altijd moeilijke tijden voor de Joden uit Iran. Vooral tijdens het bewind van Mohammad Reza Pahlavi, vanaf 1941, verbeterde de situatie aanzienlijk. Joden genoten meer vrijheid, hadden toegang tot goed onderwijs en waren gemiddeld beter opgeleid dan veel andere burgers. Menashri: ‘De sjah wist dat veel Joden hem steunden, en deze periode wordt vaak beschouwd als een gouden tijd voor de Iraanse Joden.’

Na de oprichting van Israël in 1948 kwamen er directe vluchten tussen Tel Aviv en Teheran. De Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al stond echter niet openlijk vermeld op de vertrekborden, maar Iran erkende de Joodse staat de facto wel. Hoewel het leven in Iran beter werd onder de Iraanse sjah, besloten Joden vanwege de oprichting van de nieuwe Joodse staat in groten getale naar Israël te emigreren.

Roni Aynsaz.

Volgens officiële schattingen emigreerden er van eind 19de eeuw tot 1948 ongeveer vijfduizend Joden vanuit Iran naar Israël. Volgens gegevens van het Israëlische Centraal Bureau voor de Statistiek zijn er sindsdien ongeveer tachtigduizend Joden vanuit Iran naar Israël geëmigreerd, waarvan circa zestigduizend tussen 1948 en 1978. Zij werden gevolgd door naar schatting twintigduizend immigranten tussen 1979 en 2023.

In de jaren tachtig, na de Islamitische Revolutie, emigreerde een groter deel naar de Verenigde Staten dan naar Israël. ‘Het vertrek van veel hoogopgeleiden leidde tot een zogenoemde brain drain,’ vertelt Menashri. ‘Veel kennis ging verloren.’

Ook Aynsaz wilde graag emigreren, maar zijn dienstplicht zat er nog niet op. In het leger keken commandanten wie de beste soldaten waren. ‘Van de zeshonderd soldaten in de compagnie selecteerden ze er slechts dertien, de sterksten, om in een rechtbank in Teheran te werken, en ik was er een van. Iedereen werd toegewezen aan een andere afdeling en ik belandde op het kantoor van de minister, wat tegenwoordig gelijk staat aan de minister van Justitie.’

De jonge Roni kwam terecht bij de rechterhand van de Iraanse minister van Justitie. ‘Ik begon als zijn persoonlijke assistent en kon het meteen goed met hem vinden en won zijn vertrouwen. Niemand had door dat ik Joods was.’

Naarmate de tijd vorderde, gebruikte Aynsaz zijn positie om een grote groep Joden te helpen die vanuit Teheran naar Turkije waren gevlucht en aan de grens waren opgepakt. Er waren zo’n zestigduizend Joden in Teheran, waarvan er ongeveer twintigduizend werden opgepakt en voor zijn rechtbank werden gebracht. 

In het kantoor waar Aynsaz werkten, verzamelde Iran rapporten waarin deze Joden werden aangeklaagd. ‘Joodse families vroegen mij of ik hen kon helpen in mijn positie. Ik kreeg hun rapportnummer te horen, en zocht naar de juiste papieren om ze vervolgens mee te nemen en weg te gooien.’ In een tijd waarin deze papieren niet gedigitaliseerd waren, liet Aynsaz de aanklachten in feite verdwijnen. 

In tegenstelling tot de welvaart die Joden vóór de revolutie genoten, betekende de vestiging van een revolutionair islamitisch regime een hevige verslechtering. Khomeini’s islamitische ideologie werd opgenomen in het beleid van het nieuwe regime, wat tot bezorgdheid leidde binnen de Joodse gemeenschap. Het monopolie van radicale islamitische kringen binnen het nieuwe regime verergerde deze situatie. De economische moeilijkheden van het land, veroorzaakt door de revolutie en de langdurige oorlog met Irak (1980-1988), stelden de Joden bovendien bloot aan het complot dat zij daar verantwoordelijk voor waren. 

Lagere status

Hun betrokkenheid met het inmiddels vijandige Israël en de Verenigde Staten versterkten de zorgen van de Joden nog verder. Een periode waarin Joden profiteerden van veiligheid, welvaart en een zekere mate van vrijheid, maakte plaats voor angst en een lagere status. 

Tegelijkertijd probeerde het regime een onderscheid te maken, dat niet altijd werd gehandhaafd, tussen het beleid ten aanzien van Israël en de houding ten opzichte van de Joden in Iran, schrijft Menashri in zijn nieuwe boek over Iraanse Joden. Hoewel er een tolerantere houding ten opzichte van de Iraanse Joden ontstond, verdwenen de haatzaaiende taal en discriminatie niet. 

Aynsaz leefde ondanks zijn risicovolle praktijken op het ministerie van Justitie een comfortabel leven. Hij kreeg een relatie met Azita die hij leerde kennen als muziekdocent. ‘Alles veranderde toen mijn vader op een dag belde en zei dat leden van de rechtbank bij hem thuis waren geweest, op zoek naar mij. Ik was bang en zei tegen Azita dat we moesten vluchten.’

‘Ik sliep ’s nachts niet en droomde dat ik op het stadsplein werd opgehangen. We stonden onder enorme druk’

Roni en Azita verhuisden naar het huis van zijn ouders. ‘We woonden in de kelder, zodat ze ons niet zouden vinden totdat we onze paspoorten hadden. Ik sliep ’s nachts niet en droomde dat ik op het stadsplein werd opgehangen. We stonden onder enorme druk.’
Met hulp van buitenaf konden Roni en zijn vrouw via Turkije naar Israël vluchten. ‘We zijn op het nippertje ontsnapt. Het scheelde niet veel. Mijn ouders emigreerden anderhalf jaar na ons en de ouders van Azita twee jaar daarna.’

Israëlische bronnen schatten het aantal Joden dat vandaag de dag nog in Iran woont op ongeveer tienduizend. Of Aynsaz was gebleven in Iran als ayatollah Khomeini niet de macht greep? ‘Zeker,’ antwoordt hij vastberaden. ‘Wel had ik mijn broer Freddy willen bezoeken in Israël om vervolgens mijn leven te hervatten in Iran.’ 

Maar zo liep het niet, Roni koos voor een bestaan in Israël. ‘Wij hadden een zionistische familie die Israël steunde. Joodse Iraniërs die geen zionistische gevoelens hadden, kwamen vooral terecht in de VS en Europa.’ De huidige Iraanse Joden kunnen geen zionistische idealen hebben, vertelt Aynsaz. Veel Joodse Iraniërs zouden het idee van een Joodse staat publiekelijk hekelen, maar kunnen hun ware gedachtes niet delen. ‘Dat is veel te gevaarlijk.’ 

De Iraans-Joodse gemeenschap zou ook de Israëlische liquidatie van Hamas-leider Ismail Haniyeh in Teheran scherp hebben veroordeeld. Volgens het Engelstalige staatsmedium PressTV zou de gemeenschap de moord op Haniyeh in 2024 een terroristische misdaad en een flagrante schending van het internationaal recht hebben genoemd.

Vanuit Iraanse moslims komen er gemengde verhalen naar buiten over Israël. Aan de ene kant zijn de leuzen ‘dood aan Amerika’ (grote Satan) en ‘dood aan Israël’ (kleine Satan) welbekende protestslogans. Aan de andere kant is de afkeer naar het Iraanse regime zo groot dat Iraniërs Israël omarmen. Daarbij geldt soms het gezegde: de vijand van jouw vijand is je vriend. In de Iraanse diaspora is de Israëlische vlag ook regelmatig te zien tijdens protesten. 

Er wonen inmiddels veel meer Iraanse Joden in Israël dan in Iran zelf. Meteen bij aankomst in 1997 wilde de Mossad, de Israëlische inlichtingendienst, een samenwerking met Aynsaz aangaan. Maar met een net geboren kind lagen zijn prioriteiten ergens anders. ‘Bovendien voelde ik mij meer een ondernemer dan een Mossad-agent.’

Roni volgde een Hebreeuwse taalcursus, en kwam samen met zijn vrouw te wonen in een klein appartement dat het Israëlische ministerie van Integratie hen ter beschikking stelde. Later verhuisde het gezin naar havenstad Ashdod, een kleine veertig kilometer ten noorden van de Gazastrook.

Roni groeide de jaren erna uit tot een succesvol zakenman, die regelmatig zijn verhaal doet in Israëlische media. Samen met zijn broer Freddy opende hij een schoenenwinkel eind jaren negentig. ‘Tegenwoordig is het een van de grootste schoenenketens in Israël. We hebben meer dan zestig winkels en meer dan vierhonderd medewerkers in dienst, van wie we sommigen in Iran hebben ontmoet.’

Inmiddels woont hij in Savyon, dat veel wegheeft van een Amerikaanse suburb waar beroemde acteurs en zangers zich nestelen. Met vijf auto’s op de oprit komt hij aardig in de buurt van de sterren van Hollywood. 

Khamenei dood

En dan is het iets over achten op de laatste dag van februari. Israël en de Verenigde Staten weten de machtigste man van Iran na een decennialange heerschappij om te leggen. Met behulp van inlichtingen van de CIA wisten de Israëliërs precies waar ayatollah Khamenei zich bevond in Teheran. Samen met tientallen hooggeplaatste Iraniërs kwam de 86-jarige geestelijke om het leven. 

‘Ik was de gelukkigste ter wereld,’ vertelt Aynsaz verheugd. ‘Blijdschap om te zien dat een van de ergste mensen in Iran was uitgeschakeld. Dat was eigenlijk de grootste vreugde voor mij.’ Dat hij nu regelmatig zijn reusachtige schuilkamer in moet, deert hem niet. ‘Dit kan het begin van het einde zijn.’

Maar zonder burgerlijke protestbeweging, geen regime change. Het Iraanse bewind heeft zoveel stabiele lagen ingebouwd, waardoor de Islamitische Republiek niet zomaar valt bij een liquidatie van de hoogste leider. Toch was het de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en de Amerikaanse president Donald Trump die – kort na de gezamenlijke aanval – opriepen om het lot in eigen handen te nemen. 

Ook Aynsaz’ boodschap aan de mensen in Iran is dat het tijd is om de straat op te gaan, ‘met alle kracht die ze hebben’. Aynsaz steunt hen volop: ‘We staan hand in hand met hen, wij en de Amerikanen zullen hen volledig steunen, met Gods hulp zullen we hen beschermen, zolang ze maar de straat opgaan.’

Toch is er vooralsnog geen sprake van massale protesten. De harde reactie van het Iraanse regime in januari lijkt het ‘gewenste’ effect te hebben gehad: veel Iraniërs zijn bang dat nieuwe demonstraties opnieuw in een bloedbad zullen eindigen. Bovendien is het oorlog, waardoor veel Iraniërs zich mogelijk ook niet buiten laten zien. 

Het hart van hoogleraar Menashri bloedde na het zien van de protesten in januari. In de jaren zeventig kwam hij voor het laatst in Iran. ‘Ik voel sindsdien medelijden met de Iraniërs, in het bijzonder voor de minderheden. De nog overgebleven tienduizend Joden leven daar in voortdurende angst voor het regime.’

Hij ergert zich aan de dubbele standaarden in het Westen. ‘Waar blijft de stem van de wereld? Waar zijn al die mensen die eerder protesteerden tegen Israël? Ik ben het met bepaalde kritiek eens op Israël, maar waarom horen we nu niets over Iran?’

Sommige actievoerders voor de Palestijnse zaak zien een strijd tegen het Iraanse regime als dezelfde strijd die de zoon van sjah Mohammed Pahlavi voert. Deze Reza Pahlavi steunt Israël openlijk, waardoor hij klaarblijkelijk geen support krijgt van het zogeheten pro-Palestijnse kamp. Aynsaz had Pahlavi zelf nog over de vloer, en nam een kiekje in zijn splinternieuwe tuin. 

De zakenman gaat overigens wel vaker op de foto met bekende mensen. Inmiddels heeft Aynsaz zelf een beroemdheidsstatus opgebouwd in Israël. Als zakenman won hij afgelopen jaar de Israëlische variant van de televisieshow De verraders en ging hij op de koffie bij de Israëlische president Isaac Herzog. 

Het kan verkeren. Van een belangrijke pion op het Iraanse ministerie van Justitie naar het kantoor van de Israëlische president.