Dit jaar is het exact vijftig jaar geleden dat de Tsjechische voetballer Antonín Panenka (77) zijn wereldberoemde kunstje deed vanaf 11 meter. Inspiratie voor de heren profvoetballers voor het komende WK?
Hoe verwierf Antonín Panenka zijn legendarische status?
De finale van het EK voetbal op 20 juni 1976 in Belgrado ging tussen Tsjechoslowakije en West-Duitsland. Dit spektakelstuk had alles: spanning, drama en uiteindelijk een moment waar zelfs de grootste voetbalromanticus nog steeds van moet glimlachen. Na een zenuwslopende wedstrijd, een 2-2-stand en een verlenging waarin niets meer veranderde, moest een strafschoppenserie de Europees kampioen bepalen. Bij een 4-3-voorsprong voor Tsjechoslowakije kwam het aan op één man: Antonín Panenka.
Terwijl heel Europa de adem inhield en keeper Sepp Maier zich klaarmaakte om heroïsch een hoek in te duiken, gebeurde het ondenkbare. Panenka lepelde de bal doodleuk en onuitstaanbaar traag door het midden. Maier lag al ergens in de linkerhoek gras te happen, terwijl de bal rustig het doel in boogde. Het stadion ontplofte, Duitsland likte zijn wonden en de voetbalwereld had er in één klap een nieuw woord bij: de panenka, een penalty met stalen zenuwen en een vleugje brutaliteit.
Gaat ook weleens mis, toch?
Marokko-voetballer Brahim Díaz dacht in januari dit jaar nog even dat hij de nieuwe panenkakoning van Afrika zou worden, maar dat liep nét even anders. In de slotseconden van de Afrika Cup-finale besloot hij bij een 0-0 stand de toegekende strafschop met een stiftje te nemen, terwijl heel Marokko al juichend op de bank stond. De keeper van Senegal bleef echter gewoon staan en ving de bal kinderlijk eenvoudig. Senegal won in de verlenging en Díaz bleef achter als de grote schlemiel. Een dag later kwam de Real Madrid-speler schuldbewust met excuses op Instagram: ‘Ik heb gefaald.’ Maar dat hadden een kleine 40 miljoen Marokkanen ook al gezien.
'Panenka is de maker van de meest inspirerende penalty ooit’
Wat vindt Antonín Panenka van zichzelf?
‘Ik wist dat als ik zou missen, onze communistische regering zou denken dat het een politiek gebaar was. Dan zou ik misschien eindigen in de uraniummijnen.’
Wat vinden wij van Antonín Panenka?
Een panenka is geen penalty, het is pure grootheidswaanzin met een bal.
Wat vinden anderen van Antonín Panenka?
Evert ten Napel- legendarische verslaggever
‘Ik heb niet zo heel veel panenka’s voorbij zien komen in mijn carrière. Dat gedoe met zo’n stiftje, ik kan me er niet eens één echt goed voor de geest halen. O ja, Parrott miste er in november nog eentje voor AZ. Ik ben meer van de no-nonsense-penalty, de Johan Neeskens-manier, gewoon keihard rechtdoor. Kijk, wat er in een speler omgaat op zo’n moment, dat is eigenlijk het meest interessante. Je staat daar in een finale, alles of niets, en dan besluit je om zoiets te doen. Dan wil je waarschijnlijk wereldroem vergaren door iets te doen wat niemand verwacht. Maar tegelijkertijd zit er altijd twijfel. Zal ik het doen of niet? En juist die twijfel is dodelijk bij een penalty.
Als ik aan onvergetelijke strafschoppen denk, komt als eerste de penalty van Johan Cruijff tegen Helmond Sport in me op. Hij gaf ’m breed aan Jesper Olsen. Ze hadden vooraf wel afgesproken dat Olsen ’m teruggaf aan Cruijff, die scoorde. Ook moet ik denken aan die penaltyserie in de halve finale op het WK 1998 in Marseille, waarbij Nederland ten onder ging tegen de Brazilianen door gemiste penalty’s van Phillip Cocu en Ronald de Boer. Ook de gemiste, cruciale penalty van Clarence Seedorf in 1997 tijdens de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Turkije staat me nog bij. Hij schoot de bal hoog over. Voor het komend WK zou ik zeggen: hou het simpel. Kies vooraf wat je gaat doen en voer dat uit. Niet tijdens de aanloop nog gaan twijfelen of veranderen, want dan gaat het eigenlijk altijd mis.’
Ronald de Boer- legendarische aanvallende middenvelder
‘Die Panenka uit 1976 blijft zo’n moment dat je niet vergeet. Zelf heb ik dat nooit gedaan. Ik probeerde mijn penalty’s meestal gewoon strak te nemen, soms rustig in de hoek, maar nooit zo’n stiftje. Waarom iemand dat doet? Ja, uiteindelijk wil je geschiedenis schrijven. Je wil degene zijn die het op zo’n manier beslist en dat blijft hangen. Tegenwoordig zie je dat nog meer, met sociale media en alles eromheen. Zo’n moment gaat meteen de wereld over en dan ben jij die man. Ergens vind ik het knap dat je het durft, want je weet ook wat er gebeurt als het mislukt. Dan ben je de klos. Maar blijkbaar is die drang naar eeuwige roem groter dan de angst om te falen.
Vroeger zeiden we dan: daar krijg je een harde tampeloeres van. Een belangrijke penalty die ik heb genomen? Dat was in 1995 in de gewonnen finale tegen het Braziliaanse Grêmio om de wereldbeker. Toen dacht ik: geen risico, gewoon strak door het midden, een beetje onder de lat. Die zat. Maar ik heb er ook eentje gemist, op een WK nog wel, en dat neem je echt wel mee in de rest van je carrière. Maar ik dacht nooit aan een panenka. Ik wilde altijd gewoon zekerheid: hard en goed geplaatst.’
Hans van Breukelen- legendarische doelman.
‘Wat mij altijd is bijgebleven aan die penalty van Panenka, is de verbazing bij commentator Herman Kuiphof. Die geloofde gewoon niet wat hij zag. Dat zegt eigenlijk alles over dat moment. Het was zó onverwacht, zó anders dan wat iedereen gewend was. Ik vond het echt briljant, het grenst voor mij aan kunst. Panenka was natuurlijk een creatieve speler en ik denk dat alleen dat soort spelers zoiets kunnen bedenken. Als keeper heb je eigenlijk drie opties: je blijft staan, of je gaat naar links, of naar rechts. Maar vrijwel iedereen kiest een hoek. En hij speelde daarop in, op een manier die niemand verwachtte.
Zelf kan ik me niet herinneren dat ik ooit een echte panenka tegen heb gekregen. Wat weleens gebeurde, was dat spelers soms rechtdoor schoten terwijl ik een hoek koos. Dat is ook zo’n variant waar je als keeper rekening mee moet houden. Ik ben altijd heel erg van de voorbereiding geweest. Ik wilde alles weten van tegenstanders, ook bij penalty’s. Mijn eerste trainer bij PSV, Jan Reker, hield dat allemaal bij: welke speler met welke voet in welke hoek schoot. Vlak voor wedstrijden belde ik hem op en dan had hij vaak wel informatie.
Dat heeft mij echt geholpen, bijvoorbeeld bij de beslissende strafschop van António Veloso in de Europa Cup I-finale tussen PSV en Benfica. En ook tijdens de gewonnen EK-finale van 1988 bij de strafschop van Igor Belanov van de Sovjet-Unie, wist ik wat hij ging doen. Wat het komende WK betreft: alsjeblieft geen panenka’s! De statistieken zijn vrij duidelijk: een bal die hard en ongeveer een meter onder de lat wordt geschoten, is voor een keeper vrijwel onhoudbaar. Als je laag of halfhoog schiet, geef je een keeper altijd een kans.’