De PvdA is niet meer, de vroegere arbeiderspartij is opgegaan in een nieuwe fusiebeweging genaamd Progressief Nederland met een GroenLinkser aan het hoofd. Waar ging het mis in de sociaaldemocratische beweging? Bart Nijman legt de vinger op de zere plek.
‘Er zijn mensen in dit land bang omdat ze denken: door mijn huidskleur mag ik hier niet blijven, want dat heeft Geert Wilders gezegd.’ Dat zei Frans Timmermans op 30 september 2025, in aanloop naar de verkiezingen van vorig jaar oktober. Twee jaar eerder had de PVV onverwacht, maar groots gewonnen. De coalitie die daaruit voortkwam, struikelde over zichzelf voordat de Partij van de Arbeid en GroenLinks hun al jarenlang voorgenomen fusie nu eindelijk eens af konden ronden.
De twee partijen deden wel opnieuw met één lijst mee aan de verkiezingen, waarbij Timmermans als een van de laatsten der PvdA’ers de kar mocht trekken, en het retorisch volume tegen de PVV naar standje 11 werd gedraaid: ‘We hebben Wilders veel te lang laten wegkomen met het verhaal dat alle pijn het gevolg is van asielzoekers.’ Leugens en overdrijvingen, allemaal uit onmacht.
De campagne, waarin de oude Timmermans met de inmiddels ook niet meer zo piepjonge Jesse Klaver dansjes deed in ongemakkelijke TikTok-video’s, werd een drama. Waar GroenLinks-PvdA koos voor boos en verongelijkt tegen ‘het populisme’, gooiden de marketeers van D66 bijtijds het roer om richting een opgewekte campagne waarin een lichtvoetige Rob Jetten continu ‘het kan wél’ zei. D66 werd met 26 zetels de grootste partij en Jetten is nu premier. GL-PvdA leverde er vijf in en zakte naar 20. Frans Timmermans zat binnen tien minuten na de eerste exitpolls op zijn fiets naar Zuid-Limburg en is sindsdien niet meer gehoord of gezien.
Pieken van polarisatie
De campagne van GL-PvdA bracht nieuwe pieken van polarisatie naar het politieke theater. Gedreven door verbetenheid werden zinnetjes van Timmermans als ‘hou elkaar vast’ steeds ingehaald door een realiteit van rancune. Het mantra werd bijvoorbeeld uitgesproken op het gecombineerde partijcongres waar Joodse PvdA-leden kort daarvoor verbijsterd, verslagen of zelfs huilend de zaal hadden verlaten nadat de motie-Piri was aangenomen. Die bepaalt dat Nederland van GL-PvdA geen middelen mag leveren voor de Iron Dome, het afweersysteem waarmee Israël zichzelf verdedigt tegen raketaanvallen van buitenaf.
Dat zo’n motie – van nota bene PvdA’er, niet GroenLinkser Kati Piri – een meerderheid kon vergaren binnen een oude sociaaldemocratische partij met een lange geschiedenis van goede banden met Israël, liet zien hoezeer het GroenLinks-denken al in de PvdA is doorgedrongen. De congresbeelden werden bovendien een getuigenis van de vergissing om Gaza groot te maken in een Nederlandse verkiezingsstrijd, en dat weerspiegelde zich in het verlies op 29 oktober.
Of u warm wordt van PRO moet u zelf bepalen, maar zowel ‘partij’ als ‘arbeid’ is niet teruggekomen in de nieuwe naamstelling
En nu is er geen PvdA meer. Binnenkort wordt de fusie een feit, onder de nieuwe naam Progressief Nederland, afgekort PRO. Of u daar warm van wordt, moet u zelf bepalen, maar zowel ‘partij’ als ‘arbeid’ is niet teruggekomen in de nieuwe naamstelling. Bovendien is het partijleiderschap sinds het vertrek van Timmermans in handen van GroenLinkser Jesse Klaver.
Het linkse fusievehikel was vervolgens in absolute zetelaantallen de grootste verliezer van de recente gemeenteraadsverkiezingen: waar FvD er zo’n 250 raadszetels bij kreeg, leverde GroenLinks-PvdA er 138 in. ‘Het lag dus niet alleen aan mij,’ moet iemand in de omgeving van Maastricht toch even tegen zichzelf gemompeld hebben.
Waar ligt het dan wel aan? Het is te makkelijk om ‘slechte campagne’, ‘verkeerde leider’ of zelfs ‘slordige, niet-doortastende fusie’ te zeggen. Het ligt ook niet aan die onbegrijpelijke motie-Piri over de zelfverdediging van Israël – die is vooral symptomatisch voor de anti-Joodse modegrillen waar ‘progressief’ links zich aan overgegeven heeft, en de marxistisch-linkse mantra’s die in de hoek van GroenLinks (en Partij voor de Dieren, Denk en een deel van de SP) de stemming bepalen.
Je moet wat verder terug in de tijd om te zien waar de Partij van de Arbeid z’n eigen bestaansrecht is verloren: het opkomen voor en verheffen van de arbeider is een ideaal uit het verleden, maar ergens keerde het linkse politieke tij zich juist tégen die arbeider.
Vanzelfsprekend
Er heeft decennialang iets vanzelfsprekends gezeten in het linkse verhaal van het sociaaldemocratische ideaal, waardoor Nederland in de jaren zestig en zeventig liberaliseerde en (mede dankzij de vrije markt) economisch egaliseerde. Zo lang, dat de huidige uitdragers ervan niet meer lijken te weten wat ze moeten doen wanneer hun narratief aan kracht verliest.
Ze zijn niet gewend om hun verheffingsverhaal te moeten verdedigen. Ooit stuwde het zichzelf voort, gedragen door de onderklassen en de arbeiders die zelf ook een weg omhoog zochten in een wereld van groeiende welvaart. Het pleit werd verdedigd door verlichte geesten van de intelligentsia die zich van het benepen grauw van het christenconservatisme wilden ontdoen – en ontdeden.
Het was een sociale wisselwerking tussen hoog en laag die tot successen leidde die achteraf best een beetje geromantiseerd mogen worden. Er veranderde namelijk echt wat. Dat terwijl sociaaldemocratie helemaal geen natuurlijke staat is voor een samenleving: het is een systeem van wikken, wegen, verdienen en herverdelen dat sterk van sociale saamhorigheid afhankelijk is.
Er was een gemeenschap nodig om de sociaaldemocratie tot een succes te maken en gedurende een bepaalde periode, ergens halverwege het einde van de Tweede Wereldoorlog en het slot van de vorige eeuw, leek zowel die wil tot collectivisme als de gemeenschap daarvoor te zijn. Er waren heldere doelen, er was pragmatisme, systemen werden opgebouwd en zaken werden geregeld – en ze werkten. Nooit perfect, want dat kan helemaal niet, maar toch voor bijna iedereen. ‘In gelul kun je niet wonen,’ riep PvdA-icoon Jan Schaefer, en vervolgens bouwde men sociale huurwoningen. Toen kon dat nog, nu zit alles op het stikstofslot en heeft links daarvan zelf de sleutel ingeslikt.
In bepaalde opzichten is de PvdA zo succesvol geweest dat ze zichzelf daarom minder belangrijk hebben gemaakt. Minder noodzakelijk. Helaas heeft de arrogantie van de macht (en een brede vertakking van gelijkgestemden in alle relevante posities van de samenleving) hen stekeblind en Oost-Indisch doof gemaakt voor bedreigingen van hun ideaal. Maar wanneer vrijheid, gelijkheid en democratie tot grote welvaart leiden, groeit óók het belang van onderhoud en protectionisme. En dat heeft de PvdA verzuimd.
Wanneer vrijheid, gelijkheid en democratie tot grote welvaart leiden, groeit óók het belang van onderhoud en protectionisme. En dat heeft de PvdA verzuimd
Protectionisme, van het soort waar het rechtsliberalisme en het sociaal conservatisme voor pleiten. Hun relatieve hardheid in verhouding tot de sociaaldemocratie bewaakt de zachte sociale onderbuik van de samenleving. In de politieke metafoor van ‘de polder’ wordt die balans bewaakt. Of werd, want ‘rechts’ is iets vies geworden. Iets engs. Steeds enger gemaakt, vooral. Rechts werd ‘populisme’, populisme werd ‘extreemrechts’. En de PvdA deed daaraan mee – had er zelfs een leidende rol in. Dat plantte de zaden van afkeer die ze zelf bleven bewateren.
Niet alleen in retoriek, maar ook in een weigering om beleid te maken of te verscherpen voor migratie en integratie. Het ideaal van de progressief-liberale verzorgingsstaat zou – aan het zogenaamde einde van de geschiedenis, zoals dat in de jaren negentig zo arrogant werd omarmd – vanzelf op iedereen afgeven, en door allen omarmd worden.
Dat gebeurde niet. Waar het echt misging, was waar ‘de arbeider’ de gevolgen van migratie begon te merken. Op de arbeidsmarkt (stagnerende lonen door goedkope arbeidsmigratie) en in de wijk (die vreemde luchtjes in het portiek). In de dubbele maat ten aanzien van autochtonen in een achterstandspositie tegenover allochtonen – met name Arabieren – in een beschermde positie.
Stemmen ronselen
Dit is een observatie die altijd star ontkend wordt. Maar de sociaaldemocraten ronselden decennia terug al stemmen in de moskee, en de geest van dat denken is zo ver doorgevoerd in beleid dat statushouders vandaag de dag expliciet voorrang krijgen op sociale huurwoningen, een sociaal affront waardoor autochtone landgenoten in een achterstandspositie nog verder achteruit worden gedrukt.
Maar ‘sociaal zijn’ kan geen onvoorwaardelijke regel en onbegrensde wens zijn. Er móéten kaders en grenzen gesteld worden. In een goed functionerend Nederlands bestel zou helemaal geen ruimte zijn voor een Geert Wilders, omdat er geen behoefte aan is. In een slecht werkend bestel, waarin die grenzen nooit zijn gesteld, krijg je als rodelantaarndrager van de sociaaldemocratie Frans Timmermans, een alchemist die de loden leegte op links uit alle macht probeerde om te smeden in electoraal goud.
Daarvoor voegde de Partij van de Arbeid zich zelfs bij GroenLinks – en nóg bleef de partij achteraan peddelen in het politieke peloton. De sociaaldemocratische benen bleken al verzuurd, de partij ingehaald door tijd en tijdsgeest. Er ís geen eigen verhaal meer voor linkse arbeiderspolitiek, helemaal niet nu de PvdA is opgegeten door GroenLinkse marxisten en antikapitalistische klimaatactivisten (en, tja, ook de Jodenhaters).
Dit is allemaal niet nieuw of recent. Pim Fortuyn prikte dertig jaar terug al moeiteloos de chroomlaag van het sociaaldemocratische ideaal door omdat PvdA-partijleiders als Ad Melkert zich geen raad wisten met hem en prominenten als Marcel van Dam hem openlijk tot ‘minderwaardig mens’ betitelden. ‘De Partij’, zoals aanhangers de PvdA liefkozend noemden, legde daar het fundament voor het eigen slachtofferschap: biefstuk- en salonsocialisten die zich intern hadden opgewerkt naar de beste baantjes en een goed bestaan, maar zich nu begonnen te beklagen dat hun eigen achterban economisch rechtser was dan links, en cultureel conservatiever dan progressief. Het was tóén al geen verrassing, bewees Fortuyn met zijn populariteit.
Maar waar hij werd vermoord, bleef de PvdA liefde, warmte en saamhorigheid met de mond belijden – om vervolgens van bovenaf het slachtofferschap over de kiezer uit te storten en daarbij de niet-westerse, islamitische migrant als levend schild te gebruiken. Het verraden eigen volk antwoordde door met de voeten te stemmen: de aloude arbeider is jaren geleden al afgehaakt bij de PvdA en, veel erger eigenlijk, lijkt inmiddels ook steeds vaker voorbij iedere vorm van politiek vertrouwen te zijn.
Tuurlijk: Pim Fortuyn is ondertussen al zó lang dood dat het aanroepen van zijn naam ook een zweem van onmacht in zich meedraagt, maar hebben we zijn dood óóit goed verwerkt, als samenleving? Is er zelfinzicht en verbetering uit voortgekomen? Zijn er handen in boezems gegaan, is er een ban op bepaalde onderwerpen opgeheven en is het debat over islam, migratie, integratie en de houdbaarheid van de verzorgingsstaat gevoerd? Nee, nooit – en in dat opzicht is Fortuyn als mens wel dood, maar als politiek fenomeen nooit begraven.
‘Slapjanus’ Oudkerk
Dat komt omdat Fortuyn geen ongelijk had, zoals bijvoorbeeld PvdA-prominent Rob Oudkerk bekende toen het al te laat was, dat komt omdat de PvdA geen eigen verhaal had en ook ook nooit écht heeft geformuleerd tegenover de aanklachten van Fortuyn over de islam en het multiculturele drama. Oudkerk openbaarde in 2017 dat hij in een debat met Fortuyn de instructie had gekregen om ‘niets van Fortuyn goed te vinden’. En dat hij ‘zo’n slapjanus was’ om daar gehoor aan te geven. ‘Eikel, hij had gewoon gelijk,’ verzuchtte Oudkerk toen hij de beelden achteraf terugkeek. ‘Met de wijsheid van nu denk ik: waarom deed ik dat?’
Na het desastreuze PvdA-congres van juni 2025 heeft Oudkerk zelfs zijn partijkaart ingeleverd. Net als Gerdi Verbeet en Ronald Plasterk. Niet alle linkse intelligentsia zijn volledig gestopt met denken, noch met het koesteren van de liberale aspecten binnen de linkse sociaaldemocratie. Ook oud-partijvoorzitter Felix Rottenberg verklaarde jaren terug al dat de gevestigde politiek te laat oog heeft gehad voor de thema’s die Fortuyn groot maakten.
Wouter Bos verzuchtte vergelijkbare dingen. Bos probeerde als partijleider het tij ooit te keren toen hij tijdens een campagnetoespraak in 2008 begon met het bepleiten van ‘het eerlijke verhaal’, een PvdA-slogan die vanaf de eerste dag al met hoon onthaald werd vanwege het uitblijven van de échte cultuuromslag bij de sociaaldemocraten: ‘Wij kunnen vooruitgangsoptimisten zijn, wij kunnen het eerlijke verhaal vertellen over een veranderende wereld die niet alleen maar kansen, maar ook bedreigingen met zich mee brengt, wij kunnen dat verhaal brengen omdat we iedereen meenemen, omdat we niemand aan de kant laten staan.’
Daarin kwam de islam en de integratie expliciet naar voren. Uiteraard vanuit het progressieve wereldbeeld, maar toch wel echt eerlijk. Uit de toespraak van Bos: ‘Wij zijn alleen maar geloofwaardig in het verdedigen van een volwaardige plaats voor de islam in de Nederlandse samenleving als we geloofwaardig zijn in het verdedigen van verworven vrijheden. Dat betekent allereerst dat we een eerlijk verhaal vertellen over een veranderend Nederland, waar de islam bij zal blijven horen, waarvan het multi-etnische karakter alleen maar toe zal nemen en waarvoor geen weg terug bestaat naar het Nederland van Ooit. Wij bepleiten en verdedigen in dat Nederland een volwaardige positie voor de islam en dat betekent bijvoorbeeld acceptatie van moskeeënbouw, steun voor Nederlandse imam-opleidingen en de aanwezigheid van islamitische geestelijke verzorgers net als katholieke en humanistische, bij de krijgsmacht, in gevangenissen, in zorginstellingen.’
Waar het vervolgens echter volledig is misgegaan, is vanaf het fragment dat direct daarop volgde. Want op geen enkele manier heeft de Partij van de Arbeid gevolg, inhoud of daadkracht laten zien op kwesties zoals Bos ze in 2008 opsomde: ‘Maar op de andere helft van de boodschap moeten we net zo hard zijn. We accepteren niet dat gekwetste gevoelens een rechtvaardiging zijn voor het gebruik van geweld. We willen dat Amsterdam de veilige homohoofdstad blijft. We willen dat politieagenten gerespecteerd worden om hun kennis van de wet, niet van de Koran. We tolereren geen PvdA-politici met een discriminerende of denigrerende houding naar allochtonen, homo’s of vrouwen. Wij accepteren geen haatzaaien vanuit salafistische moskeeën. We bewegen niet mee met die mannen die hun vrouw zorg ontzeggen omdat er alleen een mannelijke arts beschikbaar is.’
Amsterdam een veilige homohoofdstad? Door GroenLinks in onderste lades verborgen rapporten vertellen iets anders. Agenten die gerespecteerd worden om hun kennis van de wet? We zien ze knielen in de moskee en iftarren in uniform. Ze ‘mogen’ inmiddels zelfs weigeren Joodse objecten te beveiligen, daar wordt het rooster gewoon op aangepast. En in het laatste GL-PvdA-programma wordt zelfs impliciet gepleit voor hoofddoeken bij de politie: ‘Het verbod op religieuze uitingen bij de politie schaffen we af.’
Andere bezwering
Het eerlijke verhaal is dus dat de PvdA onder Bos wel zag waar het sociaaldemocratische narratief begon te wringen, maar dat niemand werkelijk de handschoen oppakte. Zijn opvolger Diederik Samsom stapte van het eerlijke verhaal af door een andere bezwering te gebruiken: dat de PvdA slechtvallend beleid of niet bij de kiezer resonerende retoriek ‘beter moest uitleggen’.
In die taal schuilt een geveinsde nederigheid die boven alles impliceerde dat ‘De Partij’ nog altijd het gelijk aan de zijde had, en dat het volk dat simpelweg nog niet goed begrepen had. Dat Samsom de PvdA daarmee terug opsloot in dit eigen gelijk, na de amechtige poging van Wouter Bos om het raam van de ivoren torens wat verder open te zetten, vervreemdde des te meer mensen van de partij.
De partijvoorzitter in de periode-Samsom was Hans Spekman. Die vocht de uitholling van de sociaaldemocratie nog radicaler aan: ‘Nivelleren is een feestje,’ zei hij in 2012 onder meer over de plannen om de hypotheekrenteaftrek af te schaffen. Nooit eerder klonk het woord ‘feestje’ zo wrokkig en – uiteraard – keerde ook dat zich tegen de partij. De VVD (die aanvankelijk meer kiezerswoede over de hypotheekrenteaftrek moest incasseren dan de PvdA) spon er electoraal in ieder geval meer garen bij dan de PvdA: Rutte leidde daarna nog twee kabinetten.
Ook Spekman is nu, ook jaren te laat, een soort bekeerling. Hij toonde zich uitgesproken tegenstander van de fusie met GroenLinks (‘onvoorstelbaar slecht’, zei hij reeds in 2021) en inmiddels twijfelt hij net als Oudkerk, Plasterk en Verbeet vóór hem al deden openlijk aan zijn lidmaatschap, eveneens vanwege het dramatische partijcongres rond de motie-Piri over de Iron Dome. ‘Links heeft dezelfde rancune als Trump,’ was zijn ietwat ironische manier om dat te duiden, kort na het gewraakte congres in juni 2025.
Na Samsom was Lodewijk Asscher pragmatischer als partijleider, liberaler ook, maar ook hij wist het tij niet te keren en vervreemdde juist de meest linkervleugel met zijn voorzetting van wat we thans neoliberaal beleid noemen. Onder de persoonlijkheidsloze Lilianne Ploumen en (kortstondig) Attje Kuiken zakte de PvdA vervolgens onder de tien zetels. En toen kwam Frans Timmermans terug uit Brussel, om als fusieleider en met de pronouns ‘he/him’ in zijn Twitterbio het premierschap op te komen halen.
‘Frenske’ wist de verkiezingen van 2023 echter niet te winnen (GL-PvdA werd twaalf zetels kleiner dan de PVV) en heeft zich sindsdien bereid getoond om alle laatste kruimels sociaaldemocratie uit te leveren aan het ‘eco-socialisme’ van GroenLinks, een partij die door marxisten en communisten is gesticht en van radicale dogma’s aan elkaar hangt, maar die nog nooit regeringsmacht had – en ditmaal wederom niet kreeg in de coalitie van Rob Jetten, omdat de VVD het blokkeerde. Nog nooit zelf iets gebouwd, dus.
Frans Timmermans wist GroenLinks niet naar Vak K te loodsen, maar tijdens zijn wanhoopspoging loste de PvdA zichzelf wel steeds meer op in het extreemlinkse vitriool van de oude communisten in het groene jasje.
Desalniettemin lag de PvdA zonder GroenLinks ook al aan de beademing en het is ook een feit dat veel linkse kiezers, sociaaldemocraten, met hun handen in het haar zitten of met een knijper op de neus het kieshokje in gaan.
Het is zelfs verwarrend geworden voor het linkerdeel der Joodse gemeenschap in Nederland, die zich door hun eigen politieke vleugel miskend, vernederd en zelfs bedreigd voelen en daarom – o ironie – ineens in De Telegraaf hun beste bondgenoten vinden. Sterker nog: in Ronald Plasterk heeft de grootste rechtse krant van het land een van de populairste linkse columnisten van Nederland.
Werkman en bankier
In een oude Amsterdamse kroeg hangt een bordje ‘Werkman en bankier zijn allen welkom hier’, maar het lijkt er niet op dat we momenteel in een politieke samenleving leven die zich nog met zo’n kroeg kan identificeren. Die samenleving komt waarschijnlijk zelfs nooit meer terug. Mede omdat de PvdA, nu onder een dunne lijkwade die is geweven van het broze ego van Frans Timmermans, binnenkort voorgoed wordt begraven na een fusie met een partij die gelooft in een socialistische (on)heilstaat van ‘totale gelijkheid’ (het échte socialisme is immers nog nooit goed geprobeerd!), maar niet in de grenzen, kaders en natiestaten die nodig zijn om zulke gemeenschappen bijeen te houden. Te veel ongelijkheid in een samenleving is onwenselijk, maar te veel gelijkheid is veel gevaarlijker, omdat alleen een totalitaire macht die schijn in stand kan houden. Want nogmaals: de sociaaldemocratie is geen natuurlijke staat voor een samenleving. Thans rest ons dus slechts de nostalgie van de gloriejaren van de Partij van de Arbeid die Nederland eventjes in de waan bracht dat het verheffingsideaal altijd omhoog zou blijven leiden.
Frans Timmermans wist GroenLinks niet naar Vak K te loodsen, maar tijdens zijn wanhoopspoging loste de PvdA zichzelf wel steeds meer op in het extreemlinkse vitriool
Helaas verkozen de hoeders en erfdragers van de politieke sociaaldemocratie reeds lang geleden het vijandschap tegen ideologische opponenten boven het eigen ideaal van vereniging, verheffing en vooruitgang. Zij die wilden waarschuwen voor zwakke plekken in de verzorgingsstaat en hun vinger in de dijk wilden steken, werden verbannen en verketterd vanuit de PvdA. Niet alleen bracht dat enorme culturele schade toe aan Nederland, het luidde ook het einde in van de Partij van de Arbeid.
Want in gelul over diversiteit en elkaar vasthouden, kun je nog steeds niet wonen, die vreemde luchtjes in het portiek zijn een rottende plek in de samenleving geworden en het eerlijke verhaal is dat ‘die eikel’ inderdaad gewoon gelijk had.
Binnenkort wordt de fusiepartij met GroenLinks een feit: dat het Progressief Nederland heet, zal er niet veel toe doen. De PvdA stopt te bestaan. Het enige dat we ooit nog van de Partij van de Arbeid zullen horen, komt op het moment dat Frans Timmermans in zijn definitieve afscheidsinterview (dat iemand met zijn ego altijd zal willen geven) zal verklaren waarom het aan hem in ieder geval sowieso niet heeft gelegen. Maar dat kan hij tegen die tijd zelf veel beter uitleggen.
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct