Dit artikel is gebaseerd op het interview met programmamaker Nicolaas Veul in Nieuwe Revu 15.
Aanstaande zondag gaat Hongarije naar de stembus en de spanning is om te snijden. De verkiezingen staan in het teken van de tweestrijd tussen de zittende premier Viktor Orbán en de nieuwe uitdager Péter Magyar. Voor veel kiezers is de opkomst van Magyar een teken van hoop, een mogelijk einde aan de autocratische koers.
De vraag die boven de markt hangt, is of Magyar de verandering kan brengen waar velen op hopen. Programmamaker Nicolaas Veul, die de politieke sfeer in het land proefde voor zijn serie Hotline Hongarije, signaleert een diepe wens voor een democratische toekomst. 'Er zijn mensen die gewoon voor democratische waarden strijden, en niet die angstpolitiek willen,' stelt hij. Maar de scepsis is groot, juist omdat Magyar zelf van oorsprong afkomstig is uit de Fidesz-partij van Orbán. Deze cruciale verkiezingen worden overschaduwd door wat Veul omschrijft als een diepgeworteld nationaal pessimisme. Hij hoorde vaak de opmerking 'dat het in de Hongaarse aard zit besloten om steeds de verkeerde keuzes te maken.'
Een campagne van beloftes en karaktermoord
De weg naar de stembus is voor Péter Magyar geen gemakkelijke. Enerzijds presenteert hij een programma dat velen aanspreekt. Hij wil corruptie bestrijden en de staatsmedia hervormen. Veul was bij een speech en noemde zijn woorden 'vrijer dan ik had gedacht.' Magyar sprak de wens uit dat 'iedereen in Hongarije in vrijheid zichzelf moet kunnen zijn,' wat Veul bestempelde als 'zo’n beetje het meest liberale geluid dat je er kunt horen.'
Anderzijds wordt zijn campagne hard aangevallen. Veul legt uit: 'Die krijgt bijvoorbeeld ook de influencers over zich heen, die door Orbáns partij worden betaald.' Daarnaast wordt Magyar geconfronteerd met een lastercampagne via gelekte video's, terwijl zijn zendtijd op staatsmedia beperkt wordt tot een schamele 'vijf minuten'. Zondag zal blijken of de Hongaarse kiezer gelooft in zijn beloftes, of dat Orbán aan de macht zal blijven.