De fusie tussen de PvdA en GroenLinks, resulterend in Progressief Nederland, markeert voor PvdA-prominent Rob Oudkerk een ideologisch breekpunt. Hij beschouwt de nieuwe koers als een vervreemding van de klassieke sociaaldemocratie die hij jarenlang heeft vertegenwoordigd als wethouder en Kamerlid. Waar de fusiepartij een 'ecosociale' identiteit omarmt, constateert Oudkerk een gebrek aan de kernwaarden die zich historisch richten op de sociaaleconomische positie van burgers.
Dit ongenoegen gaat dieper dan enkel de inhoud. Oudkerk hekelt wat hij ziet als een uitholling van de ledendemocratie, een fundamenteel principe van de PvdA. Met een stemopkomst van slechts tien procent bij de besluitvorming over de fusie, stelt hij dat de partijtop de regie heeft overgenomen. Dit gevoel van vervreemding wordt door hemzelf samengevat met de term 'unheimisch', een reactie op de woorden van Jesse Klaver die de fusie juist als een 'thuiskomst' omschreef.
Samen met andere prominente sociaaldemocraten als Ad Melkert en Gerdi Verbeet probeerde hij binnen de beweging Rood Vooruit tevergeefs de fusie tegen te houden en de sociaaldemocratische waarden te borgen. Nu deze pogingen zijn mislukt, richt Oudkerk zijn blik op de toekomst. Hij bevestigt dat er actief wordt gewerkt aan een nieuw politiek alternatief, een beweging die het gat moet vullen dat de PvdA volgens hem achterlaat.
Een nieuw sociaaldemocratisch fundament
Deze nieuwe partij moet een antwoord bieden aan de 'afgehaakte' kiezer die zich niet vertegenwoordigd ziet door de huidige linkse partijen. Oudkerk pleit voor een koers die sociaaleconomisch links is, maar op sociaal-culturele thema's, zoals het asielbeleid, een conservatievere lijn durft te volgen.
Geïnspireerd door het succes van de sociaaldemocratie in Denemarken en Noorwegen, ziet hij het als zijn plicht om zijn ervaring in te zetten. 'Ik zou geen knip voor mijn neus waard zijn als ik zou zeggen: jammer voor de sociaaldemocratie, ik ga lekker op vakantie,' zo stelde hij in december in een interview met Nieuwe Revu's Fleur Baxmeier.